In afwijking van artikel 13, lid 1, eerste alinea, onder c), van Verordening (EG) nr. 999/2001 mag Duitsland runderen als bedoeld in punt 1, onder a), tweede en derde streepje, van bijlage VII bij die verordening tot het eind van hun productieve leven gebruiken onder de in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel vermelde voorwaarden.
2007/667/EG: Beschikking van de Commissie van 15 oktober 2007 houdende toestemming tot het gebruik, in Duitsland, van risicorunderen tot het eind van hun productieve leven na officiële bevestiging van de aanwezigheid van BSE (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 4648)
2007/667/EG: Beschikking van de Commissie van 15 oktober 2007 houdende toestemming tot het gebruik, in Duitsland, van risicorunderen tot het eind van hun productieve leven na officiële bevestiging van de aanwezigheid van BSE (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 4648)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën(1), en met name op artikel 13, lid 1, tweede alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
Verordening (EG) nr. 999/2001 bevat voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE's) bij dieren. Artikel 13, lid 1, eerste alinea, van die verordening voorziet in uitroeiingsmaatregelen die moeten worden toegepast wanneer de aanwezigheid van een TSE officieel is bevestigd. Die maatregelen bestaan met name in het doden en de volledige vernietiging van de dieren en producten van dierlijke oorsprong die zijn geïdentificeerd als zijnde een risico („risicorunderen”) wegens een epidemiologisch verband met de zieke dieren.
Duitsland heeft de Commissie verzocht om een beschikking waarbij het gebruik van risicorunderen tot het eind van hun productieve leven wordt toegestaan in afwijking van artikel 13, lid 1, eerste alinea, onder c), van Verordening (EG) nr. 999/2001.
De door Duitsland ingediende bestrijdingsmaatregelen voorzien in de strikte beperking van verplaatsingen en de traceerbaarheid van runderen op zodanige wijze dat de huidige mate van bescherming van de gezondheid van mens en dier niet in het gedrang komt.
Op grond van een positieve risicobeoordeling moet aan Duitsland dan ook toestemming worden verleend om risicorunderen tot het eind van hun productieve leven te gebruiken, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Duitsland ziet erop toe dat de in lid 1 bedoelde runderen:
-
permanent kunnen worden getraceerd in het gecomputeriseerde gegevensbestand als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad(2);
-
alleen onder officieel toezicht en met het oog op vernietiging worden verwijderd van het bedrijf van de houder;
-
niet naar andere lidstaten worden verzonden of naar derde landen worden uitgevoerd.
Duitsland voert regelmatig controles uit om zich van de correcte tenuitvoerlegging van deze beschikking te vergewissen.
Duitsland houdt de Commissie en de andere lidstaten via het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid op de hoogte van het gebruik van de in lid 1 bedoelde runderen.
Duitsland verstrekt ook gerelateerde informatie in het jaarverslag als bedoeld in artikel 6, lid 4, van Verordening (EG) nr. 999/2001.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.
Gedaan te Brussel, 15 oktober 2007.
Voor de Commissie
Markos Kyprianou
Lid van de Commissie