Verordening (EG) nr. 1610/2006 wordt als volgt gewijzigd:
-
Het volgende artikel 2 bis wordt ingevoegd:
1.In afwijking van artikel 35, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 mogen de lidstaten de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 327/98 vermelde zekerheid voor de in artikel 1 van de onderhavige verordening bedoelde invoercertificaten die bij afloop van de betreffende geldigheidsperiode niet zijn gebruikt, op ad-hocbasis vrijgeven, op voorwaarde dat:
-
de titularissen van de invoercertificaten de niet-gebruikte invoercertificaten teruggeven aan de bevoegde autoriteiten en verzoeken om vrijgave van de bijbehorende zekerheden;
-
de bevoegde autoriteiten van de lidstaten over voldoende gegevens beschikken om vast te stellen dat de betrokken invoerders te goeder trouw hebben gehandeld en alle middelen die hun redelijkerwijs ter beschikking kunnen staan, hebben gebruikt om de invoercertificaten tijdens de betreffende geldigheidsperiode te gebruiken.
2.Het origineel van het uitvoercertificaat, dat overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 327/98 de invoercertificaataanvraag vergezelt, wordt teruggegeven aan de titularis van het invoercertificaat waarvoor de zekerheid op grond van lid 1 van het onderhavige artikel is vrijgegeven.”.
-
-
Aan artikel 3 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:
„3.Uiterlijk op 31 maart 2007 stellen de lidstaten de Commissie langs elektronische weg in kennis van het nummer van de niet-gebruikte invoercertificaten waarvoor de zekerheid overeenkomstig artikel 2 bis is vrijgegeven, alsmede van de hoeveelheden (in ton) van de betrokken producten per GN-code.”.