In deze verordening worden de voorwaarden vastgesteld voor de erkenning en de activiteiten van brancheorganisaties die actief zijn in de in deel XIV van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde sector die valt onder de marktordening voor tabaksproducten.
Verordening (EG) nr. 709/2008 van de Commissie van 24 juli 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat betreft brancheorganisaties en overeenkomsten in de tabakssector
Verordening (EG) nr. 709/2008 van de Commissie van 24 juli 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat betreft brancheorganisaties en overeenkomsten in de tabakssector
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening)(1), en met name op de artikelen 127 en 179 juncto artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
Verordening (EEG) nr. 2077/92 van de Raad van 30 juni 1992 inzake brancheorganisaties en overeenkomsten in de sector tabak(2) wordt overeenkomstig artikel 201, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 (de integrale-GMO-verordening) met ingang van 1 juli 2008 ingetrokken.
Een aantal van de bij Verordening (EEG) nr. 2077/92 vastgestelde bepalingen zijn niet opgenomen in Verordening (EG) nr. 1234/2007. Om de tabakssector in staat te stellen naar behoren te blijven functioneren en in het belang van de duidelijkheid en de rationalisering, moet een nieuwe verordening worden goedgekeurd waarbij die bepalingen worden vastgesteld, en waarin de bestaande uitvoeringsbepalingen worden opgenomen die in Verordening (EEG) nr. 86/93 van 19 januari 1993 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2077/92 van de Raad inzake brancheorganisaties en overeenkomsten in de sector tabak(3) zijn vervat.
Verordening (EEG) nr. 86/93 moet derhalve worden ingetrokken.
Brancheorganisaties die zijn opgericht op initiatief van individuele ondernemers of verenigingen van ondernemers en die representatief zijn voor de verschillende beroepsgroepen die betrokken zijn bij de productie, de verwerking en de afzet in de tabakssector, dragen waarschijnlijk bij tot een meer marktgericht handelen en een wijziging van het economische gedrag, gericht op een beter inzicht in of een betere organisatie van productie, verwerking en afzet. Sommige van hun activiteiten kunnen bijdragen tot verbetering van het marktevenwicht, en daardoor de doelstellingen van artikel 33 van het Verdrag helpen verwezenlijken. De maatregelen waardoor de brancheorganisaties een dergelijke bijdrage kunnen leveren, moeten nader worden omschreven.
In dat perspectief is het dienstig een specifieke erkenning te verlenen aan organisaties die op regionaal, interregionaal of communautair niveau het bewijs leveren dat zij voldoende representatief zijn en activiteiten ontplooien die de verwezenlijking van de bovengenoemde doelstellingen ten goede komen. Naar gelang van het werkterrein van de brancheorganisatie moet het verlenen van deze erkenning tot de bevoegdheid van de lidstaat dan wel de Commissie behoren.
Om ervoor te zorgen dat bepaalde activiteiten die de brancheorganisaties ondernemen en die uit een oogpunt van de bestaande wetgeving met betrekking tot de gemeenschappelijke marktordening in de tabakssector van bijzonder belang zijn, een groter effect hebben, dient te worden voorzien in de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden de voor de leden van de brancheorganisatie vastgestelde regels ook verbindend te verklaren voor alle niet-aangesloten producenten en producentenorganisaties in één of meer regio's. Bepaald moet worden dat ook niet-leden de volle bijdrage in de niet-administratieve kosten van die activiteiten, of een gedeelte daarvan, moeten betalen. Deze procedure moet worden uitgevoerd op een manier die de rechten van de betrokken sociaaleconomische groeperingen, en met name die van de consumenten, garandeert.
Andere activiteiten van de erkende brancheorganisaties kunnen van algemeen economisch of technisch belang zijn voor de tabakssector en derhalve in het voordeel zijn van alle ondernemers van de betrokken beroepsgroepen, ook al zijn zij niet bij de organisatie aangesloten. Het lijkt redelijk voor die gevallen te bepalen dat ook niet-leden de bijdragen moeten betalen die bedoeld zijn om de rechtstreeks met deze activiteiten verband houdende niet-administratieve kosten te dekken.
Om ervoor te zorgen dat de regeling correct werkt, moet er nauw worden samengewerkt tussen de lidstaten en de Commissie. De Commissie moet ook een permanente controlebevoegdheid krijgen, met name ten aanzien van de erkenning van brancheorganisaties die werkzaam zijn op regionaal en interregionaal niveau en ten aanzien van de door deze organisaties goedgekeurde overeenkomsten en onderling afgestemde gedragingen.
Bepaald moet worden dat, ter wille van de informatie van de lidstaten en de andere belanghebbenden, ten minste eenmaal per jaar een lijst van in de loop van het voorgaande jaar erkende organisaties en een lijst van organisaties waarvan de erkenning in diezelfde periode is ingetrokken, moeten worden bekendgemaakt, alsmede de regels die algemeen bindend zijn verklaard, en de werkingssfeer daarvan.
Een brancheorganisatie moet, om voor haar regio voldoende representatief te zijn, ten minste een derde van de door de verschillende betrokken beroepsgroepen geproduceerde, verwerkte of aangekochte hoeveelheden vertegenwoordigen. Verder moet die organisatie, om onevenwichtigheden tussen regio's te voorkomen, in alle regio's waar zij actief is, aan deze vereiste voldoen.
Er moet worden gepreciseerd dat de tabakshandel naast de activiteit van de tabakshandelaren ook de aankoop van verpakte tabak door de eindgebruikers omvat.
Gespecificeerd moet worden welke informatie een brancheorganisatie aan de Commissie moet verstrekken, wanneer de Commissie verantwoordelijk is voor de erkenning van die organisatie.
In het algemeen moet de erkenning worden ingetrokken zodra de voorwaarden voor erkenning niet meer zijn vervuld.
Gepreciseerd moet worden dat de minimale representativiteit van de brancheorganisaties die in meer dan één regio werkzaam zijn, dezelfde moet zijn als die welke is vastgesteld voor de regionale brancheorganisaties.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1 Toepassingsgebied
Artikel 2 Erkenning
Wanneer brancheorganisaties erkend zijn, krijgen zij toestemming de in artikel 123, eerste alinea, onder c), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde activiteiten uit te voeren, mits aan de voorwaarden van de onderhavige verordening wordt voldaan.
Artikel 3 Erkenning door de lidstaten
Een lidstaat erkent de op zijn grondgebied gevestigde brancheorganisaties die daarom verzoeken en die:
-
hun activiteiten ontplooien in één of meer regio's binnen dat grondgebied;
-
de in artikel 123, eerste alinea, onder c), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde doelen nastreven door zich toe te leggen op activiteiten om:
-
bij te dragen tot een betere coördinatie bij het op de markt brengen van tabaksbladeren of verpakte tabak;
-
standaardcontracten op te stellen die verenigbaar zijn met de communautaire wetgeving;
-
het inzicht in en de transparantie van de markt te verbeteren;
-
de toegevoegde waarde van het product te verhogen, met name via maatregelen op het gebied van marketing en onderzoek naar nieuwe gebruiksmogelijkheden die de volksgezondheid niet in gevaar brengen;
-
de sector te oriënteren op producten die beter beantwoorden aan de marktbehoeften en de eisen inzake volksgezondheid;
-
methoden te onderzoeken om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen en om het bodembehoud en de kwaliteit van het product te garanderen;
-
methoden en instrumenten te ontwikkelen om de kwaliteit van het product te verbeteren in het stadium van productie en bewerking;
-
gecertificeerd zaaizaad te gebruiken en de productkwaliteit te controleren;
-
-
niet zelf werkzaamheden verrichten op het gebied van productie, verwerking of afzet van de in artikel 1 bedoelde producten;
-
voor de betrokken activiteitensector en beroepsgroep een significant aandeel in de productie en/of de handel hebben. Wanneer de brancheorganisatie actief is in meer dan één regio, moet zij het bewijs leveren van een bepaalde representativiteit voor elke beroepsgroep in elk van de betrokken regio's.
Een brancheorganisatie wordt op regionaal niveau representatief geacht in de zin van artikel 1, onder d), als zij bevoegd is voor ten minste een derde van de hoeveelheden die zijn geproduceerd, bewerkt of aangekocht door de leden van elk van de beroepsgroepen die zij omvat en die zich bezighouden met de productie van, de eerste bewerking van of de handel in tabak of de groepen tabakssoorten waarop de activiteit van de brancheorganisatie betrekking heeft.
Als een brancheorganisatie haar activiteiten in meer dan één regio of op communautair niveau ontplooit, moet zij in elk van de betrokken regio's voldoen aan de in de eerste alinea vastgestelde representativiteitsnormen.
Voorafgaand aan de erkenning moeten de lidstaten de Commissie kennisgeven van alle informatie die nodig is om aan te tonen dat aan de in artikel 123 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en in de leden 1 en 2 van het onderhavige artikel vastgestelde relevante voorwaarden voor de erkenning van de brancheorganisatie is voldaan, op basis waarvan zij de brancheorganisatie moeten erkennen.
De Commissie kan binnen 60 dagen na deze kennisgeving verzet aantekenen tegen de erkenning.
De lidstaten trekken de erkenning in:
-
als niet meer aan de in dit artikel vastgestelde voorwaarden wordt voldaan;
-
als de brancheorganisatie onder het toepassingsgebied van artikel 177, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 valt;
-
als de brancheorganisatie haar verplichting om de op grond van artikel 177, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vereiste kennisgeving te doen, niet nakomt.
De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van elk besluit tot intrekking van de erkenning.
Artikel 4 Erkenning door de Commissie
De Commissie erkent de brancheorganisaties die daarom verzoeken en die:
-
hun activiteiten ontplooien op al dan niet het gehele grondgebied van verscheidene lidstaten of in communautair verband;
-
op grond van de wetgeving van een lidstaat zijn opgericht;
-
voldoen aan artikel 3, lid 1, onder b), c), en d).
De brancheorganisaties die hun activiteiten ontplooien op al dan niet het gehele grondgebied van verscheidene lidstaten of in communautair verband, dienen bij de Commissie een erkenningsaanvraag in die vergezeld gaat van alle documenten waaruit met name blijkt:
-
dat aan de in artikel 123 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vastgestelde criteria is voldaan;
-
welk toepassingsgebied hun activiteiten hebben en dat aan artikel 3, lid 1, is voldaan;
-
in welk geografisch gebied zij hun activiteiten uitoefenen;
-
dat zij op grond van de wetgeving van een lidstaat zijn opgericht;
-
dat zij aan de in artikel 3, lid 2, bedoelde representativiteitsvoorwaarden voldoen.
De Commissie deelt de erkenningsaanvraag mee aan de lidstaten op het grondgebied waarvan de brancheorganisatie is gevestigd en haar activiteiten ontplooit. De lidstaten kunnen hun opmerkingen kenbaar maken binnen twee maanden na verzending van de mededeling.
De Commissie beslist over de erkenning binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag met alle nodige informatie als bedoeld in lid 2.
De Commissie trekt de in lid 1 bedoelde erkenning van de brancheorganisatie in om de in artikel 3, lid 4, bedoelde redenen.