Home

Besluit van het Europees Parlement van 23 april 2009 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, afdeling IV - Hof van Justitie

Besluit van het Europees Parlement van 23 april 2009 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, afdeling IV - Hof van Justitie

[Tekst geldig vanaf 23-04-2009] [Regeling ingetrokken per 01-01-2008]

26.9.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 255/74


BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

van 23 april 2009

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, afdeling IV — Hof van Justitie

(2009/635/EG)

HET EUROPEES PARLEMENT,

gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007 (1),

gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2007 — Deel I (C6-0418/2008) (2),

gezien het jaarverslag van het Hof van Justitie aan de kwijtingsautoriteit over de in 2007 uitgevoerde interne controles,

gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting over het begrotingsjaar 2007, vergezeld van de antwoorden van de instellingen (3),

gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 248 van het EG-Verdrag (4),

gelet op de artikelen 272, lid 10, 274, 275 en 276 van het EG-Verdrag,

gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (5), met name de artikelen 50, 86, 145, 146 en 147 daarvan,

gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6-0151/2009),

1.

verleent de griffier van het Hof van Justitie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Hof van Justitie voor het begrotingsjaar 2007;

2.

formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.

verzoekt zijn voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

De voorzitter

Hans-Gert PÖTTERING

De secretaris-generaal

Klaus WELLE


(1)  PB L 77 van 16.3.2007.

(2)  PB C 287 van 10.11.2008, blz. 1.

(3)  PB C 286 van 10.11.2008, blz. 1.

(4)  PB C 287 van 10.11.2008, blz. 111.

(5)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.


RESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

van 23 april 2009

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, afdeling IV — Hof van Justitie

HET EUROPEES PARLEMENT,

gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007 (1),

gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2007 — Deel I (C6-0418/2008) (2),

gezien het jaarverslag van het Hof van Justitie aan de kwijtingsautoriteit over de in 2007 uitgevoerde interne controles,

gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting over het begrotingsjaar 2007, vergezeld van de antwoorden van de instellingen (3),

gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 248 van het EG-Verdrag (4),

gelet op de artikelen 272, lid 10, 274, 275 en 276 van het EG-Verdrag,

gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (5), met name de artikelen 50, 86, 145, 146 en 147 daarvan,

gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6-0151/2009),

1.

stelt vast dat het Hof van Justitie (HvJ) vastleggingskredieten ter beschikking had ten belope van 275 miljoen EUR (2006: 252 miljoen EUR (6)), en dat het bestedingspercentage 96,84 % bedroeg, wat hoger is dan dat van vorig jaar;

2.

merkt met tevredenheid op dat het HvJ in juli 2007 een gedragscode heeft vastgesteld die van toepassing is op de leden en voormalige leden van het Hof van Justitie, van het Gerecht van eerste aanleg en van het Gerecht voor ambtenarenzaken (7), met inbegrip van de verplichting om aan de president van het HvJ een verklaring betreffende hun financiële belangen over te leggen; dringt er echter nogmaals op aan, omwille van de transparantie, zelfs nu er nog geen wettelijke verplichting bestaat, concrete verklaringen bekend te maken, bijvoorbeeld op de website van het HvJ; stelt verder voor dat een onafhankelijke controleur wordt benoemd die tot taak heeft jaarlijks een rapport te publiceren over ontvangen verklaringen, ten einde een geloofwaardige controle te garanderen;

3.

wijst erop dat het aantal ambtenaren en andere personeelsleden (tijdelijk en contractpersoneel) in de loop van het jaar met 7,9 % is gestegen tot een totaal van 1 928, voornamelijk als gevolg van de toetreding van Bulgarije en Roemenië;

4.

is ingenomen met de verbeteringen op het punt van de aanwerving van gekwalificeerd, onder het ambtenarenstatuut vallend personeel, op basis van door Epso georganiseerde vergelijkende onderzoeken, alsook met het feit dat er beter is omgegaan met de moeilijkheden met betrekking tot bepaalde posten (voornamelijk tolken en IT-specialisten);

5.

wijst erop dat de Europese Rekenkamer in punt 11.19 van haar jaarverslag over 2007 de volgende opmerkingen heeft gemaakt: „Tijdens de controle werd geconstateerd dat het besluit van het administratief comité van het Hof van Justitie inzake de werving en aanstelling van arbeidscontractanten niet voorziet in enige selectieprocedure voor „arbeidscontractanten voor hulptaken” […]. Het Hof van Justitie heeft dan ook geen formele selectieprocedures vastgesteld voor de werving van personeel met kortlopende contracten ter vervanging van bepaalde personen die niet in staat zijn hun taken te vervullen.”;

6.

deelt de zienswijze van de Europese Rekenkamer dat, „bij gebreke van specifieke selectieprocedures voor „arbeidscontractanten voor hulptaken” (waaronder bijvoorbeeld gebruikmaking van selectiecomités) […] de bij het Hof van Justitie toegepaste bepalingen niet [waarborgen] dat in dergelijke gevallen de voorschriften in artikel 82, lid 1, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen volledig in acht worden genomen en dat elke mogelijke schijn van niet-objectieve selectie wordt vermeden”; verzoekt derhalve om ook voor deze categorie contractpersoneel selectieprocedures in te voeren;

7.

uit zijn tevredenheid over het feit dat er sinds 1 oktober 2007 twee afzonderlijke administratieve eenheden (een interne controle-eenheid en een verificatie-eenheid) zijn ingesteld met twee afzonderlijke hoofden, waardoor er een einde gemaakt is aan de situatie, die in eerdere jaren door zowel de Rekenkamer als het Parlement werd bekritiseerd, waarin het hoofd van de interne controledienst verantwoordelijk was voor de ex-anteverificatie van de verrichtingen van de ordonnateurs;

8.

neemt met voldoening kennis van het feit dat het administratief comité van het HvJ op 12 december 2007 de taakomschrijving van de interne controleur heeft gewijzigd en dat het jaarlijkse werkprogramma van de interne controle-eenheid voortaan wordt vastgesteld op basis van een beoordeling van de risico’s waaraan de organisatie werkelijk blootstaat;

9.

merkt op dat er een nieuwe vervreemdingsprocedure voor vaste activa is ingevoerd in het kader van het nieuwe, geïntegreerde stelsel voor beheer en financiële controle (SAP) dat in 2007 werd opgezet en met ingang van 1 januari 2008 in de plaats is gekomen van het Sucre-Abac systeem voor boekhouding en financieel beheer; is ingenomen met het feit dat het nieuwe SAP-systeem op interinstitutionele basis is opgezet door de Raad, de Rekenkamer en het HvJ, wat aanzienlijke begrotingsbesparingen en effiencyverbetering voor de drie betrokken instellingen oplevert;

10.

is ook ingenomen met de vruchtbare interinstitutionele samenwerking met de Rekenkamer op het gebied van beroepsopleiding;

11.

is verheugd over de vermindering van het aantal onderhandse aanbestedingen op het totaal aantal aanbestedingen van resp. 34 % in 2006 naar 32 % in 2007 (met een waarde van meer dan 60 000 EUR, naar aanleiding van de wijziging van het uitvoeringsvoorschriften (8) van het Financieel Reglement); spoort het HvJ aan te blijven streven naar verdere vermindering van dit percentage;

12.

merkt op dat 2006 het tweede jaar was van gerechtelijke activiteit, in strikte zin, van het nieuwe Gerecht voor ambtenarenzaken dat zijn werkzaamheden startte in december 2005, en dat het interne reglement van dat gerecht op 1 november 2007 in werking is getreden;

13.

is ingenomen met het feit dat de duur van procedures voor het HvJ voor het vierde achtereenvolgende jaar is verkort, en dat er ten opzichte van 2006 sprake is van een stijging met bijna 10 % van het aantal afgeronde zaken; constateert echter met bezorgdheid dat de achterstand op het gebied van nog hangende zaken voor de drie hoven tezamen, en met name voor het Gerecht van eerste aanleg, gestegen is (+12 %, van 1 029 zaken in 2006 naar 1 154 in 2007);

14.

beseft dat deze forse stijging van het aantal hangende zaken bij het Gerecht van eerste aanleg te maken heeft met het toegenomen aantal nieuwe zaken en de steeds grotere complexiteit en verscheidenheid van de bij het Gerecht ingeleide procedures; staat volledig achter de pogingen van het HvJ zijn interne organisatie en werkmethoden te herzien teneinde efficiënter te gaan werken en de achterstand te verkleinen;

15.

is ingenomen met de bekendmaking in het Publicatieblad van een verslag over het begrotings- en financiële beheer van het begrotingsjaar 2007 (9) van het HvJ, dat de rekeningen van het HvJ voor het jaar 2007 vergezelt en onder meer informatie bevat over de bestedingsgraad van de kredieten en beknopte informatie over de kredietoverschrijvingen tussen begrotingsonderdelen in de loop van het begrotingsjaar 2007;

16.

feliciteert het HvJ met de gevestigde praktijk om in zijn activiteitenverslag een hoofdstuk op te nemen waarin wordt aangegeven wat er in de loop van het jaar is gedaan met eerdere kwijtingsbesluiten van het Parlement en verslagen van de Rekenkamer;

17.

wijst erop dat de bepalingen van het Financieel Reglement betreffende aanbestedingen, ondanks de aangebrachte wijzigingen, voor kleinere instellingen zoals het HvJ nog altijd te omslachtig zijn, met name in het geval van aanbestedingen voor contracten voor relatief kleine bedragen; verzoekt de Commissie om — bij de voorbereidingen voor toekomstige voorstellen voor aanpassingen aan het Financieel Reglement — de griffier en de administratie van het HvJ uitvoerig te raadplegen opdat in de definitieve ontwerptekst volledig met hun zorgen rekening wordt gehouden;


(1)  PB L 77 van 16.3.2007.

(2)  PB C 287 van 10.11.2008, blz. 1.

(3)  PB C 286 van 10.11.2008, blz. 1.

(4)  PB C 287 van 10.11.2008, blz. 111.

(5)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(6)  2005: 232,6 miljoen EUR.

(7)  PB C 223 van 22.9.2007, blz. 1.

(8)  Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1).

(9)  PB C 15 van 21.1.2009, blz. 1.