De toekenning van een financiële bijdrage van de Unie voor 2009 ter dekking van de door Duitsland, Spanje, Italië, Malta, Nederland, Portugal en Slovenië gedane uitgaven in verband met de noodzakelijke maatregelen, als bedoeld in artikel 23, lid 2, van Richtlijn 2000/29/EG, ter bestrijding van de organismen waarop de in de bijlage genoemde uitroeiingsprogramma’s betrekking hebben, wordt goedgekeurd.
Besluit van de Commissie van 17 december 2009 tot vaststelling van een financiële bijdrage van de Unie voor 2009 ter dekking van de door Duitsland, Spanje, Italië, Malta, Nederland, Portugal en Slovenië gedane uitgaven ter bestrijding van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 10050)
Besluit van de Commissie van 17 december 2009 tot vaststelling van een financiële bijdrage van de Unie voor 2009 ter dekking van de door Duitsland, Spanje, Italië, Malta, Nederland, Portugal en Slovenië gedane uitgaven ter bestrijding van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 10050)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen(1), en met name op artikel 23,
Overwegende hetgeen volgt:
Overeenkomstig Richtlijn 2000/29/EG kan aan de lidstaten een financiële bijdrage van de Unie worden toegekend voor de uitgaven die rechtstreeks verband houden met getroffen of geplande noodzakelijke maatregelen met het oog op de bestrijding van schadelijke organismen die uit derde landen of uit andere gebieden in de Unie zijn binnengebracht, om deze organismen uit te roeien of, als dat niet mogelijk is, de verspreiding ervan tegen te gaan.
Duitsland heeft op 21 april 2009 twee verzoeken om een financiële bijdrage ingediend voor de bestrijding van Diabrotica virgifera, respectievelijk voor Baden-Württemberg en voor Bayern, in verband met in 2008 uitgevoerde maatregelen ter bestrijding van in 2007 en 2008 ontdekte uitbraken van het schadelijke organisme, waarbij voor de uitbraken in 2007 reeds in 2008 medefinanciering is toegekend.
Italië heeft vier verzoeken om een financiële bijdrage ingediend. Het eerste werd ingediend op 21 april 2009 en betreft de maatregelen ter bestrijding van Anoplophora chinensis in Lombardia in de provincie Brescia, gemeente Gussago, voor in 2008 en van 1 januari tot en met 30 april 2009 uitgevoerde maatregelen ter bestrijding van een in 2008 ontdekte uitbraak. Uit de beoordeling van dat verzoek door de Commissie is niet gebleken dat deze uitbraak van het schadelijke organisme verband houdt met de bestaande uitbraken in de provincie Milano of Varese. Het tweede, op 16 april 2009 ingediende verzoek betreft de maatregelen ter bestrijding van Anoplophora chinensis in Lazio in de gemeente Rome voor in 2008 en 2009 uitgevoerde maatregelen ter bestrijding van een in 2008 ontdekte uitbraak. Het derde, op 25 november 2008 ingediende verzoek betreft de maatregelen ter bestrijding van Anoplophora glabripennis in Lombardia in de gemeente Corbetta voor in 2007, 2008 en van 1 januari tot en met 30 april 2009 uitgevoerde maatregelen ter bestrijding van een in 2007 ontdekte uitbraak. Het vierde verzoek met betrekking tot de maatregelen ter bestrijding van Anoplophora chinensis in Lombardia in de province Brescia, gemeente Montichiari, kon niet worden ingewilligd omdat de uitbraak pas meer dan acht maanden na de officiële ontdekking daarvan aan de Commissie was gemeld, en bijgevolg niet voldeed aan de voorschriften inzake onmiddellijke kennisgeving, als bedoeld in artikel 16, lid 1, van Richtlijn 2000/29/EG.
Malta heeft op 29 april 2009 een verzoek om een financiële bijdrage ingediend met betrekking tot de maatregelen ter bestrijding van Rhynchophorus ferrugineus voor in 2008 en 2009 uitgevoerde maatregelen ter bestrijding van in 2008 ontdekte uitbraken.
Nederland heeft op 31 december 2008 vier verzoeken om een financiële bijdrage ingediend. Het eerste verzoek betreft de maatregelen ter bestrijding van het tobaccoringspotvirus voor in 2007 en 2008 uitgevoerde maatregelen ter bestrijding van een in 2006 ontdekte uitbraak waarvoor reeds in 2008 medefinanciering is toegekend. Het tweede verzoek betreft de maatregelen ter bestrijding van het tomato yellow leaf curl virus voor in 2007 en 2008 uitgevoerde maatregelen voor in 2007 ontdekte uitbraken. Het derde verzoek betreft de maatregelen ter bestrijding van Clavibacter michiganensis ssp. michiganensis voor in 2007 en 2008 uitgevoerde maatregelen voor een in 2007 ontdekte uitbraak. Het vierde verzoek betreft de maatregelen ter bestrijding van Anoplophora chinensis voor in 2008 uitgevoerde maatregelen voor een in 2007 ontdekte uitbraak.
Portugal heeft op 24 april 2009 een verzoek om een financiële bijdrage ingediend met betrekking tot de maatregelen ter bestrijding van Bursaphelenchus xylophilus voor in 2008 en 2009 uitgevoerde maatregelen ter bestrijding van in 2008 ontdekte uitbraken. Portugal heeft immers tussen april en juli 2008 65 nieuwe uitbraken van het dennenaaltje ontdekt in gebieden in Portugal waarvan tot dan toe niet bekend was dat het dennenaaltje er voorkwam. Op grond van de resultaten van een intensieve monitoring die het gehele Portugese grondgebied bestreek, bestaat er geen aanwijzing dat de verspreiding van het dennenaaltje buiten het oorspronkelijk besmette gebied van Setubal in Portugal aan de natuurlijke verspreiding uit dat gebied te wijten is. Bovendien is voor de gebieden waar de nieuwe uitbraken hebben plaatsgevonden, niet reeds een medefinanciering van de Unie toegekend voor maatregelen ter bestrijding van het dennenaaltje. Ten slotte heeft het Permanent Plantenziektekundig Comité tijdens zijn vergadering van 9-10 maart 2009 een door Portugal ingediend actieplan om het hoofd te bieden aan deze nieuwe fytosanitaire situatie goedgekeurd, dat gekoppeld is aan de in het bovengenoemde verzoek om een financiële bijdrage beschreven bestrijdingsmaatregelen.
Daarom lijkt het nodig dat Portugal met een medefinanciering van de Unie wordt bijgestaan om de nodige acties te ondernemen om het dennenaaltje binnen het bestaande afgebakende gebied op zijn grondgebied te houden, alsook om het grondgebied van de andere lidstaten tegen het dennenaaltje te vrijwaren en de handelsbelangen van de Unie tegenover derde landen te beschermen.
Slovenië heeft op 30 december 2008 een verzoek om een financiële bijdrage ingediend met betrekking tot de maatregelen ter bestrijding van Dryocosmus kuriphilus voor in 2008 en 2009 uitgevoerde maatregelen ter bestrijding van een in 2007 ontdekte uitbraak waarvoor reeds in 2008 medefinanciering is toegekend.
Spanje heeft op 29 april 2009 een verzoek om een financiële bijdrage ingediend met betrekking tot de maatregelen ter bestrijding van Bursaphelenchus xylophilus voor in 2008 en 2009 uitgevoerde maatregelen voor een in 2008 ontdekte uitbraak.
Duitsland, Spanje, Italië, Malta, Nederland, Portugal en Slovenië hebben elk een actieprogramma opgesteld voor de uitroeiing of bestrijding van voor planten schadelijke organismen die op hun grondgebied worden binnengebracht. In deze programma’s zijn de te verwezenlijken doelstellingen, de uit te voeren maatregelen, alsmede de duur en de kosten van de maatregelen vastgelegd.
Duitsland, Spanje, Italië, Malta, Nederland, Portugal en Slovenië hebben overeenkomstig de voorschriften van artikel 23 van Richtlijn 2000/29/EG, met name de leden 1 en 4, en overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1040/2002 van de Commissie van 14 juni 2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van de regeling inzake de toekenning van een financiële bijdrage van de Gemeenschap voor fytosanitaire bestrijdingsmaatregelen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2051/97(2) verzocht om toekenning van een financiële bijdrage van de Unie voor deze programma’s.
Dankzij de door Duitsland, Spanje, Italië, Malta, Nederland, Portugal en Slovenië verstrekte technische informatie heeft de Commissie de situatie nauwkeurig en volledig kunnen onderzoeken. Zij is tot de conclusie gekomen dat aan de in artikel 23 van Richtlijn 2000/29/EG vastgestelde voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage van de Unie is voldaan. Bijgevolg is het dienstig een financiële bijdrage van de Unie toe te kennen ter dekking van de voor deze programma’s gedane uitgaven.
De financiële bijdrage van de Unie mag ten hoogste 50 % van de subsidiabele uitgaven bedragen. Overeenkomstig artikel 23, lid 5, derde alinea, van Richtlijn 2000/29/EG moet het percentage van de financiële bijdrage van de Unie voor het derde jaar, d.w.z. 2009, van het door Italië ingediende programma voor de bestrijding van Anoplophora glabripennis worden verlaagd. Bovendien moet het percentage van de financiële bijdrage van de Unie voor de programma’s die respectievelijk zijn ingediend door Nederland voor de bestrijding van TRSV in 2008 (derde jaar van het bestaande programma) en Slovenië voor de bestrijding van Dryocosmus kuriphilus in 2009 (derde jaar van het bestaande programma) worden verlaagd, aangezien voor de door deze lidstaten meegedeelde programma’s reeds uit hoofde van Beschikking 2009/147/EG van de Commissie(3) voor de eerste twee jaren van de bestaande programma’s een financiële bijdrage van de Unie is toegekend.
Overeenkomstig artikel 23, lid 5, tweede alinea, van Richtlijn 2000/29/EG bedraagt de financiële bijdrage van de Unie 25 % voor de maatregelen in de medefinancieringsdossiers die respectievelijk zijn ingediend door Spanje voor de vervanging in 2009 van de vernietigde naaldbomen door boomsoorten die niet vatbaar zijn voor Bursaphelenchus xylophilus en door Italië in de twee dossiers van Lombardia voor de vervanging in 2008 van de vernietigde loofbomen door boomsoorten die niet vatbaar zijn voor Anoplophora chinensis of Anoplophora glabripennis.
Overeenkomstig artikel 24 van Richtlijn 2000/29/EG moet de Commissie nagaan of het binnenbrengen van het betrokken schadelijke organisme toe te schrijven is aan gebrekkige onderzoeken of inspecties en moet zij de op grond van de bevindingen van haar verificatie vereiste maatregelen nemen.
Overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(4) moeten fytosanitaire maatregelen worden gefinancierd uit het Europees Landbouwgarantiefonds. Voor de financiële controle van deze maatregelen zijn de artikelen 9, 36 en 37 van voornoemde verordening van toepassing.
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde financiële bijdrage bedraagt in totaal 14 049 023 EUR.
De maximumbedragen van de financiële bijdrage van de Unie voor elk programma staan vermeld in de bijlage.
Artikel 3
De in de bijlage vermelde financiële bijdrage van de Unie wordt onder de volgende voorwaarden betaald:
-
er zijn bewijsstukken met betrekking tot de genomen maatregelen verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1040/2002;
-
er is een betalingsverzoek door de betrokken lidstaat bij de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1040/2002.
De betaling van de financiële bijdrage geschiedt onverminderd de verificaties door de Commissie krachtens artikel 24 van Richtlijn 2000/29/EG.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje, de Italiaanse Republiek, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Portugese Republiek en de Republiek Slovenië.