Home

Verordening (EG) nr. 1023/2009 van de Commissie van 29 oktober 2009 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 808/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken over de informatiemaatschappij (Voor de EER relevante tekst)

Verordening (EG) nr. 1023/2009 van de Commissie van 29 oktober 2009 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 808/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken over de informatiemaatschappij (Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 808/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende communautaire statistieken over de informatiemaatschappij(1), en met name op artikel 8, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Bij Verordening (EG) nr. 808/2004 is een gemeenschappelijk kader vastgesteld voor de systematische productie van communautaire statistieken over de informatiemaatschappij.

  2. Krachtens artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 808/2004 zijn uitvoeringsmaatregelen nodig om te bepalen welke gegevens moeten worden verstrekt voor het opstellen van de in de artikelen 3 en 4 van die verordening genoemde statistieken en om de termijnen voor de indiening ervan vast te stellen.

  3. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor het Europees statistisch systeem, dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 223/2009 betreffende de Europese statistiek van het Europees Parlement en de Raad(2),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De gegevens die moeten worden ingediend voor het opstellen van communautaire statistieken over de informatiemaatschappij zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, en artikel 4 van Verordening (EG) nr. 808/2004, worden in de bijlagen I en II bij deze verordening gespecificeerd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 oktober 2009.

Voor de Commissie

Joaquín Almunia

Lid van de Commissie

BIJLAGE I

MODULE 1: HET BEDRIJFSLEVEN EN DE INFORMATIEMAATSCHAPPIJ

1. ONDERWERPEN EN KENMERKEN DAARVAN

a)

De voor het referentiejaar 2010 te behandelen onderwerpen uit de lijst in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 808/2004 zijn:

  • ICT-systemen en het gebruik ervan in bedrijven;

  • gebruik van internet en andere elektronische netwerken door bedrijven;

  • e-handel en elektronisch zakendoen;

  • ICT-beveiliging;

  • ICT-investeringen en -uitgaven.

b)

De volgende bedrijfskenmerken moeten worden verzameld:

ICT-systemen en het gebruik ervan in bedrijven

Kenmerken die voor alle bedrijven moeten worden verzameld:

  • computergebruik.

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die computers gebruiken:

  • (facultatief) percentage werknemers die minstens eenmaal per week een computer gebruiken;

  • gebruik van een intern computernetwerk (bv. LAN);

  • gebruik van een interne homepage (intranet);

  • gebruik van een extranet;

  • gebruik van gratis of opensourcebesturingssystemen, zoals Linux (d.w.z. met broncode, zonder kosten voor auteursrechten en met de mogelijkheid die te wijzigen en/of te (her)distribueren).

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die een intern computernetwerk (bv. LAN) gebruiken:

  • gebruik van draadloze toegang binnen het intern computernetwerk (bv. LAN).

Gebruik van internet en andere elektronische netwerken door bedrijven

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die computers gebruiken:

  • toegang tot internet.

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die toegang hebben tot internet:

  • percentage werknemers die minstens eenmaal per week een op het world wide web aangesloten computer gebruiken;

  • internetaansluiting: traditionele modem of ISDN;

  • internetaansluiting: DSL;

  • internetaansluiting: andere vaste internetaansluiting;

  • internetaansluiting: mobiele breedbandverbinding;

  • (facultatief) internetaansluiting: mobiele breedbandverbinding via 3G-handset;

  • (facultatief) internetaansluiting: mobiele breedbandverbinding via draagbare computer met 3G-modem;

  • internetaansluiting: andere mobiele aansluiting;

  • (facultatief) internetgebruik voor bancaire en financiële diensten;

  • (facultatief) internetgebruik voor opleiding en onderwijs;

  • internetgebruik voor contacten met overheidsdiensten in het vorige kalenderjaar;

  • gebruik website;

  • gebruik van een digitale handtekening in verzonden berichten, d.w.z. met gebruikmaking van versleutelingsmethoden die de echtheid en integriteit van het bericht garanderen (doordat zij op unieke wijze aan de ondertekenaar is verbonden en het mogelijk maakt de ondertekenaar te identificeren en elke achteraf in het bericht aangebrachte wijziging op te sporen).

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die in het vorige kalenderjaar via internet contact hadden met overheidsdiensten:

  • internetgebruik voor het verkrijgen van informatie van de websites van overheidsdiensten in het vorige kalenderjaar;

  • internetgebruik voor het verkrijgen van formulieren van de websites van overheidsdiensten in het vorige kalenderjaar;

  • internetgebruik voor het terugsturen van ingevulde formulieren naar overheidsdiensten in het vorige kalenderjaar;

  • internetgebruik voor de volledig elektronische afwikkeling van een administratieve procedure zonder extra papierwerk in het vorige kalenderjaar;

  • internetgebruik voor het indienen van een voorstel in een systeem voor elektronische aanbestedingen (e-overheidsopdrachten) in het vorige kalenderjaar.

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die een website hebben:

  • (facultatief) verlening van de faciliteit: verklaring inzake het privacybeleid, privacyzegel of certificering van websitebeveiliging;

  • (facultatief) verlening van de faciliteit: productencatalogi of prijslijsten;

  • (facultatief) verlening van de faciliteit: mogelijkheid voor bezoekers om producten te personaliseren of te ontwerpen;

  • (facultatief) verlening van de faciliteit: onlinebestelling, -reservering of -boeking;

  • (facultatief) verlening van de faciliteit: online volgen van bestellingen;

  • (facultatief) verlening van de faciliteit: gepersonaliseerde inhoud voor regelmatige/frequente bezoekers;

  • (facultatief) verlening van de faciliteit: bekendmaking van vacatures of onlinesollicitatie.

E-handel en elektronisch zakendoen

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die computers gebruiken:

  • gebruik van automatische gegevensuitwisseling (ADE), gedefinieerd als de verzending en/of ontvangst van berichten via computernetwerken in een overeengekomen formaat of een standaardformaat dat automatische verwerking mogelijk maakt zonder dat het afzonderlijke bericht handmatig hoeft te worden ingevoerd;

  • automatisch elektronisch delen van relevante informatie over (al dan niet elektronisch) ontvangen verkooporders met de voorraadafdeling;

  • automatisch elektronisch delen van relevante informatie over (al dan niet elektronisch) ontvangen verkooporders met de boekhoudafdeling;

  • automatisch elektronisch delen van relevante informatie over (al dan niet elektronisch) ontvangen verkooporders met de productie- of dienstenafdeling;

  • automatisch elektronisch delen van relevante informatie over (al dan niet elektronisch) ontvangen verkooporders met de distributieafdeling;

  • automatisch elektronisch delen van relevante informatie over (al dan niet elektronisch) verzonden inkooporders met de voorraadafdeling;

  • automatisch elektronisch delen van relevante informatie over (al dan niet elektronisch) verzonden inkooporders met de boekhoudafdeling;

  • gebruik van een ERP-softwarepakket (enterprise resource planning) voor het intern delen van informatie tussen verschillende bedrijfsafdelingen (bv. boekhouding, planning, productie, verkoop);

  • gebruik van een softwaretoepassing voor het beheer van klantengegevens (customer relationship management — CRM) om deze gegevens vast te leggen, op te slaan en ter beschikking te stellen van andere bedrijfsafdelingen;

  • gebruik van een softwaretoepassing voor het beheer van klantengegevens (CRM) om deze gegevens te analyseren voor marketingdoeleinden (prijsstelling, verkoopbevordering, keuze van distributiekanalen enz.).

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die gebruikmaken van automatische gegevensuitwisseling:

  • gebruik van ADE voor: verzending van orders aan leveranciers;

  • gebruik van ADE voor: ontvangst van e-facturen;

  • gebruik van ADE voor: ontvangst van orders van klanten;

  • gebruik van ADE voor: verzending van e-facturen;

  • gebruik van ADE voor: verzending of ontvangst van productinformatie;

  • gebruik van ADE voor: verzending of ontvangst van vervoersdocumenten;

  • (facultatief) gebruik van ADE voor: verzending van betalingsopdrachten aan financiële instellingen;

  • (facultatief) gebruik van ADE voor: verzending of ontvangst van gegevens aan, respectievelijk van overheden.

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die computers gebruiken en die niet in sectie K van de NACE Rev. 2 zijn ingedeeld:

  • elektronische uitwisseling met klanten of leveranciers van informatie over het beheer van de toeleveringsketen;

  • verzending van orders via computernetwerken in het vorige kalenderjaar;

  • ontvangst van orders via computernetwerken in het vorige kalenderjaar.

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die met klanten of leveranciers informatie over het beheer van de toeleveringsketen uitwisselen en die niet in sectie K van de NACE Rev. 2 zijn ingedeeld:

  • uitwisseling van informatie met leveranciers over voorraden, productie, vraagprognoses of voortgang van leveringen;

  • uitwisseling van informatie met klanten over voorraden, productie, vraagprognoses of voortgang van leveringen;

  • (facultatief) uitwisseling van informatie met leveranciers of klanten via websites;

  • (facultatief) uitwisseling van informatie met leveranciers of klanten via elektronische overbrenging die automatische verwerking mogelijk maakt (bv. EDI-systemen, XML, Edifact enz.).

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die via computernetwerken orders ontvangen hebben en die niet in sectie K van de NACE Rev. 2 zijn ingedeeld:

  • percentage van de totale omzet dat resulteerde uit orders ontvangen via computernetwerken in het vorige kalenderjaar;

  • percentage van de e-verkoop dat resulteerde uit orders ontvangen via websites in het vorige kalenderjaar;

  • percentage van de e-verkoop dat resulteerde uit orders ontvangen via elektronische overbrenging die automatische verwerking mogelijk maakt (bv. EDI-systemen, XML, Edifact enz.) in het vorige kalenderjaar;

  • gebruik van beveiligingsprotocollen (SSL/TLS) voor de ontvangst van orders via internet.

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die via computernetwerken orders verzonden hebben en die niet in sectie K van de NACE Rev. 2 zijn ingedeeld:

  • percentage van de totale aankoopwaarde dat resulteerde uit via computernetwerken geplaatste orders in het vorige kalenderjaar, in percentageklassen ([0;<1], [1;<5], [5;<10], [10;<25], [25;<50], [50;<75], [75;100]).

ICT-beveiliging

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die computers gebruiken:

  • percentage van de bedrijven met een formeel vastgesteld ICT-beveiligingsbeleid en een plan voor regelmatige bijwerking;

  • percentage van de bedrijven dat de personeelsleden op hun verplichtingen ten aanzien van ICT-beveiliging wijst in verplichte opleiding of presentaties;

  • percentage van de bedrijven dat de personeelsleden op hun verplichtingen ten aanzien van ICT-beveiliging wijst in een contract, met inbegrip van het arbeidscontract;

  • percentage van de bedrijven dat de personeelsleden op hun verplichtingen ten aanzien van ICT-beveiliging wijst door vrijwillige opleiding of voor iedereen beschikbare informatie aan te bieden (bv. via intranet, nieuwsbrieven of gedrukte documenten);

  • percentage van de bedrijven dat te maken heeft gehad met beveiligingsincidenten in verband met ICT waarbij ICT-diensten niet beschikbaar waren of gegevens vernietigd of beschadigd werden door de uitval van hardware of software;

  • percentage van de bedrijven dat te maken heeft gehad met beveiligingsincidenten in verband met ICT waarbij ICT-diensten niet beschikbaar waren of gegevens vernietigd of beschadigd werden door aanvallen van buiten, bv. „denial-of-service”-aanvallen;

  • percentage van de bedrijven dat te maken heeft gehad met beveiligingsincidenten in verband met ICT waarbij gegevens vernietigd of beschadigd werden door kwaadaardige software of ongeoorloofde toegang;

  • percentage van de bedrijven dat te maken heeft gehad met beveiligingsincidenten in verband met ICT waarbij vertrouwelijke gegevens openbaar werden door indringing, pharming of phishing;

  • (facultatief) percentage van de bedrijven dat te maken heeft gehad met beveiligingsincidenten in verband met ICT waarbij werknemers, al dan niet met opzet, vertrouwelijke gegevens in elektronische vorm openbaar maakten;

  • percentage van de bedrijven dat interne ICT-beveiligingshulpmiddelen of -procedures gebruikt: gebruikersauthenticatie met „sterk” wachtwoord;

  • percentage van de bedrijven dat interne ICT-beveiligingshulpmiddelen of -procedures gebruikt: gebruikersidentificatie en -authenticatie met hardwaretokens, bv. smartcards;

  • (facultatief) percentage van de bedrijven dat interne ICT-beveiligingshulpmiddelen of -procedures gebruikt: gebruikersidentificatie en -authenticatie met biometrische methoden;

  • percentage van de bedrijven dat interne ICT-beveiligingshulpmiddelen of -procedures gebruikt: off-site back-up van gegevens;

  • percentage van de bedrijven dat interne ICT-beveiligingshulpmiddelen of -procedures gebruikt: bijhouden van logboek voor de analyse van beveiligingsincidenten.

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die computers gebruiken en een formeel vastgesteld ICT-beveiligingsbeleid hebben:

  • risico waaraan in het ICT-beveiligingsbeleid aandacht wordt besteed: vernietiging of beschadiging van gegevens door aanval of onvoorzien incident;

  • risico waaraan in het ICT-beveiligingsbeleid aandacht wordt besteed: door indringing, pharming of phishing, dan wel per ongeluk, openbaar worden van vertrouwelijke gegevens;

  • risico waaraan in het ICT-beveiligingsbeleid aandacht wordt besteed: niet-beschikbaarheid van ICT-diensten door aanval van buiten (bv. „denial-of-service”-aanval).

ICT-investeringen en -uitgaven

Kenmerken die voor alle bedrijven moeten worden verzameld:

  • (facultatief) aankoop van IT-goederen (computers en randapparatuur) en communicatiegoederen (apparatuur);

  • (facultatief) aandeel van aangekochte IT-goederen (computers en randapparatuur) en communicatiegoederen (apparatuur) dat in de balans is opgenomen (investering);

  • (facultatief) aankoop van andere ICT-goederen (consumentenelektronica, overige ICT-onderdelen en -goederen, diensten in verband met de vervaardiging van ICT-apparatuur);

  • (facultatief) aandeel van de aangekochte andere ICT-goederen (consumentenelektronica, overige ICT-onderdelen en -goederen, diensten in verband met de vervaardiging van ICT-apparatuur) dat in de balans is opgenomen (investering);

  • (facultatief) aankoop van software, kant-en-klare pakketten en software op maat (bedrijfs- en productiviteitssoftware en licenties);

  • (facultatief) aandeel van de aangekochte software, kant-en-klare pakketten en software op maat (bedrijfs- en productiviteitssoftware en licenties), dat in de balans is opgenomen (investering);

  • (facultatief) totale kosten voor de interne ontwikkeling van software;

  • (facultatief) aandeel van de totale kosten voor de interne ontwikkeling van software dat in de balans is opgenomen (investering);

  • (facultatief) aankoop van IT-consultancy en -diensten, telecommunicatiediensten en andere ICT-diensten;

  • (facultatief) aandeel van de aangekochte IT-consultancy en -diensten, telecommunicatiediensten en andere ICT-diensten dat in de balans is opgenomen;

  • (facultatief) aankoop van diensten voor de exploitatie en financiële leasing of huur van ICT-apparatuur;

  • (facultatief) aandeel van de aangekochte diensten voor financiële leasing in alle diensten voor de leasing en huur van ICT-apparatuur dat in de balans is opgenomen (investering).

c)

De volgende achtergrondkenmerken van bedrijven moeten worden verzameld of verkregen uit alternatieve bronnen:

Kenmerken die voor alle bedrijven moeten worden verzameld:

  • belangrijkste economische activiteit van het bedrijf in het vorige kalenderjaar;

  • gemiddeld aantal werknemers in het vorige kalenderjaar;

  • (facultatief) tijd die nodig is om de vragenlijst in te vullen (in minuten).

Kenmerken die voor alle bedrijven moeten worden verzameld of verkregen uit alternatieve bronnen voor het onderwerp ICT-investeringen en -uitgaven:

  • (facultatief) totale aankopen van goederen en diensten (uitgedrukt in waarde, exclusief btw) in het vorige kalenderjaar;

  • (facultatief) totale omzet (uitgedrukt in waarde, exclusief btw) in het vorige kalenderjaar;

  • (facultatief) totale investeringen (uitgedrukt in waarde, exclusief btw) in het vorige kalenderjaar.

Kenmerken die moeten worden verzameld voor bedrijven die niet in sectie K van de NACE Rev. 2 zijn ingedeeld:

  • totale aankopen van goederen en diensten (uitgedrukt in waarde, exclusief btw) in het vorige kalenderjaar;

  • totale omzet (uitgedrukt in waarde, exclusief btw) in het vorige kalenderjaar.

2. DEKKING

De in punt 1, onder b) en c), van deze bijlage gespecificeerde kenmerken moeten worden verzameld en verkregen voor de bedrijven die de volgende economische activiteiten verrichten, de hierna genoemde bedrijfsgrootte hebben en binnen het hierna genoemde geografische bereik vallen.

  1. Economische activiteit: bedrijven ingedeeld in de volgende categorieën van de NACE Rev. 2:

    NACE-categorie

    Omschrijving

    Sectie C

    „Industrie”

    Sectie D, E

    „Elektriciteit, gas en stoom, distributie van water, afval- en afvalwaterbeheer”

    Sectie F

    „Bouwnijverheid”

    Sectie G

    „Groot- en detailhandel; reparatie van auto’s en motorfietsen”

    Sectie H

    „Vervoer en opslag”

    Sectie I

    „Verschaffen van accommodatie en maaltijden”

    Sectie J

    „Informatie en communicatie”

    Klassen 64.19, 64.92, 66.12 en 66.19

    Groepen 65.1 en 65.2

    „Financiële activiteiten en verzekeringen”

    Sectie L

    „Exploitatie van en handel in onroerend goed”

    Afdelingen 69-74

    „Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten”

    Sectie N

    „Administratieve en ondersteunende diensten”

    Groep 95.1

    „Reparatie van computers en communicatieapparatuur”

  2. Bedrijfsgrootte: bedrijven met tien of meer werknemers. Bedrijven met minder dan tien werknemers worden facultatief opgenomen.

  3. Geografisch bereik: bedrijven gevestigd op het grondgebied van de lidstaat.

3. REFERENTIEPERIODEN

De referentieperiode is het jaar 2009 voor de kenmerken die betrekking hebben op het vorige kalenderjaar. De referentieperiode is januari 2010 voor de overige kenmerken.

4. ONDERVERDELINGEN

Voor de in punt 1, onder b), van deze bijlage vermelde onderwerpen en kenmerken daarvan moeten de volgende achtergrondkenmerken worden verstrekt:

a)

Onderverdeling naar economische activiteit: overeenkomstig de volgende NACE Rev. 2-aggregaten:

NACE Rev. 2-aggregatie

voor de mogelijke berekening van nationale aggregaten

  • 10-18

  • 19-23

  • 24-25

  • 26-33

  • 35-39

  • 41-43

  • 45-47

  • 49-53

  • 55

  • 58-63

  • 64.19 + 64.92 + 65.1 + 65.2 + 66.12 + 66.19

  • 68

  • 69-74

  • 77-82

  • 26.1-26.4, 26.8, 46.5, 58.2, 61, 62.01, 62.02, 62.09, 63.1, 95.1

NACE Rev. 2-aggregatie

voor de mogelijke berekening van Europese aggregaten

  • 10-12

  • 13-15

  • 16-18

  • 26

  • 27-28

  • 29-30

  • 31-33

  • 45

  • 46

  • 47

  • 55-56

  • 58-60

  • 61

  • 62-63

  • 64.19 + 64.92

  • 65.1 + 65.2

  • 66.12 + 66.19

  • 77-78 + 80-82

  • 79

  • 95.1

b)

Onderverdeling naar grootteklasse: de gegevens moeten worden onderverdeeld naar de volgende grootteklassen van het aantal werknemers:

Grootteklasse
  • 10 of meer werknemers

  • 10 tot 49 werknemers

  • 50 tot 249 werknemers

  • 250 of meer werknemers

Wanneer zij worden bestreken, moet de volgende onderverdeling worden gebruikt voor bedrijven met minder dan tien werknemers. (De kenmerken moeten worden verstrekt voor de grootteklassen „minder dan 5 werknemers” en „5 tot 9 werknemers” (facultatief).)

Grootteklasse
  • Minder dan 10 werknemers

  • Minder dan 5 werknemers (facultatief)

  • 5 tot 9 werknemers (facultatief)

5. FREQUENTIE

De gegevens worden eenmaal verstrekt voor het jaar 2010.

6. TERMIJN

a) De geaggregeerde gegevens, zoals bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 808/2004, en waar nodig gemarkeerd als vertrouwelijk of onbetrouwbaar, worden vóór 5 oktober 2010 aan Eurostat toegezonden; de geaggregeerde gegevens over het onderwerp „ICT-investeringen en -uitgaven” worden vóór 30 juni 2011 toegezonden. Uiterlijk op die datum moet de dataset voltooid, gevalideerd en goedgekeurd zijn. Voor het tabellarische, machinaal leesbare transmissieformaat moeten de instructies van Eurostat worden gevolgd.

b) De metagegevens, zoals bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 808/2004, worden vóór 31 mei 2010 aan Eurostat toegezonden. Voor de metagegevens wordt gebruikgemaakt van het door Eurostat verstrekte verslagmodel.

c) Het verslag over de kwaliteit, zoals bedoeld in artikel 7, lid 4, van Verordening (EG) nr. 808/2004, wordt uiterlijk op 5 november 2010 aan Eurostat toegezonden; het verslag voor het onderwerp „ICT-investeringen en -uitgaven” wordt vóór 31 juli 2011 toegezonden. Voor het verslag over de kwaliteit wordt gebruikgemaakt van het door Eurostat verstrekte verslagmodel.

BIJLAGE II