Home

Verordening (EG) nr. 1193/2009 van de Commissie van 3 november 2009 houdende rectificatie van de Verordeningen (EG) nr. 1762/2003, (EG) nr. 1775/2004, (EG) nr. 1686/2005 en (EG) nr. 164/2007 en houdende vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006

Verordening (EG) nr. 1193/2009 van de Commissie van 3 november 2009 houdende rectificatie van de Verordeningen (EG) nr. 1762/2003, (EG) nr. 1775/2004, (EG) nr. 1686/2005 en (EG) nr. 164/2007 en houdende vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker(1), en met name op artikel 15, lid 8, eerste streepje, en artikel 16, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De productieheffingen zijn als volgt vastgesteld overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 314/2002 van de Commissie van 20 februari 2002 houdende uitvoeringsbepalingen voor de quotaregeling in de sector suiker(2):

    • voor het verkoopseizoen 2002/2003, bij Verordening (EG) nr. 1762/2003 van de Commissie(3),

    • voor het verkoopseizoen 2003/2004, bij Verordening (EG) nr. 1775/2004 van de Commissie(4),

    • voor het verkoopseizoen 2004/2005, bij Verordening (EG) nr. 1686/2005 van de Commissie(5), en

    • voor het verkoopseizoen 2005/2006, bij Verordening (EG) nr. 164/2007 van de Commissie(6).

  2. In zijn uitspraak van 8 mei 2008 over de gevoegde zaken C-5/06 en C-23/06 tot en met C-36/06 concludeert het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dat op grond van artikel 15, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1260/2001 alle hoeveelheden uitgevoerde producten die onder dat artikel vallen, ongeacht of al dan niet restituties zijn betaald, in aanmerking moeten worden genomen in de berekening van het verwachte gemiddelde verlies per ton product. Het Hof heeft op grond daarvan Verordening (EG) nr. 1762/2003 van de Commissie van 7 oktober 2003 tot vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor het verkoopseizoen 2002/2003 en Verordening (EG) nr. 1775/2004 van de Commissie van 14 oktober 2004 tot vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor het verkoopseizoen 2003/2004 ongeldig verklaard.

  3. Krachtens dezelfde interpretatie met betrekking tot de methode voor de berekening van het verwachte gemiddelde verlies als bedoeld in artikel 15, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1260/2001 heeft het Hof, in zijn uitspraken van 6 oktober 2008 over de gevoegde zaken C-175/07 tot en met C-184/07 en in de zaken C-466/06 en C-200/06, Verordening (EG) nr. 1686/2005 van de Commissie van 14 oktober 2005 tot vaststelling van de bedragen van de productieheffingen en de coëfficiënt voor de aanvullende heffing in de sector suiker voor het verkoopseizoen 2004/2005 ongeldig verklaard.

  4. De methode die het Hof voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004 en 2004/2005 ongeldig heeft verklaard, is tevens toegepast voor het verkoopseizoen 2005/2006. Bijgevolg moeten voor dat verkoopseizoen nieuwe bedragen van de productieheffingen in de sector suiker worden vastgesteld volgens de nieuwe berekeningsmethode.

  5. In zijn arrest van 8 mei 2008 over de gevoegde zaken C-5/06 en C-23/06 tot en met C-36/06 heeft het Hof geconcludeerd dat bij onderzoek van Verordening (EG) nr. 1837/2002 van de Commissie van 15 oktober 2002 tot vaststelling van de bedragen van de productieheffingen en van de coëfficiënt voor de aanvullende heffing in de sector suiker voor het verkoopseizoen 2001/2002(7) geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die de geldigheid ervan kunnen aantasten. Met het oog op de vaststelling van de productieheffingen in dat verkoopseizoen is de Commissie voor de berekening van het gemiddelde verlies immers uitgegaan van alle in de vorm van verwerkte producten uitgevoerde hoeveelheden suiker, ongeacht of daarvoor daadwerkelijk restituties waren toegekend.

  6. Daarom dient de Commissie voor de vaststelling van de bedragen van de productieheffingen en, in voorkomend geval, van de coëfficiënt voor de aanvullende heffing gebruik te maken van de berekeningsmethode die in het verkoopseizoen 2001/2002 is toegepast.

  7. Op basis van het voor het verkoopseizoen 2002/2003 overeenkomstig artikel 15, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 geconstateerde verwachte totale verlies moesten op grond van de leden 3 en 4 van dat artikel de basisproductieheffing en de B-heffing worden vastgesteld. De basisproductieheffing werd op 2 % en de B-heffing op 19,962 % vastgesteld. Tegelijkertijd werd het op basis van de gekende gegevens overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 geconstateerde totale verlies volledig gedekt door de ontvangsten uit de basisproductieheffing en de B-heffing, en was het niet nodig om voor het verkoopseizoen 2002/2003 de in artikel 16, lid 2, van die verordening bedoelde coëfficiënt te berekenen. Toepassing van de in overweging 5 bedoelde berekeningsmethode levert een basisproductieheffing van 2 % en een B-heffing van 19,958 % op. Het overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 op basis van de gekende gegevens geconstateerde totale verlies wordt volledig gedekt door de ontvangsten uit de basisproductieheffing en de B-heffing. Voor het verkoopseizoen 2002/2003 moet de in lid 16, lid 2, van die verordening bedoelde coëfficiënt derhalve niet worden vastgesteld.

  8. Op basis van het voor het verkoopseizoen 2003/2004 overeenkomstig artikel 15, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 geconstateerde verwachte totale verlies moesten op grond van de leden 3 en 4 van dat artikel de basisproductieheffing en de B-heffing worden vastgesteld. De basisproductieheffing werd op 2 % en de B-heffing op 27,050 % vastgesteld. Tegelijkertijd werd het op basis van de gekende gegevens overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 geconstateerde totale verlies volledig gedekt door de ontvangsten uit de basisproductieheffing en de B-heffing, en was het niet nodig om voor het verkoopseizoen 2003/2004 de in artikel 16, lid 2, van die verordening bedoelde coëfficiënt te berekenen. Toepassing van de in overweging 5 bedoelde berekeningsmethode levert een basisproductieheffing van 2 % en een B-heffing van 27,169 % op. Het overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 op basis van de gekende gegevens geconstateerde totale verlies wordt volledig gedekt door de ontvangsten uit de basisproductieheffing en de B-heffing. Voor het verkoopseizoen 2003/2004 moet de in lid 16, lid 2, van die verordening bedoelde coëfficiënt derhalve niet worden vastgesteld.

  9. Bij Verordening (EG) nr. 1462/2004 van de Commissie van 17 augustus 2004 houdende herziening, voor de suikersector en voor het verkoopseizoen 2004/2005, van het maximumbedrag van de B-heffing en de minimumprijs voor B-suikerbieten(8) is het in artikel 15, lid 4, tweede alinea, eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 bedoelde maximumbedrag van de B-heffing verhoogd tot 37,5 % van de interventieprijs voor witte suiker. In dat verkoopseizoen moest op basis van het overeenkomstig artikel 15, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 geconstateerde verwachte totale verlies een maximumbedrag voor de basisproductieheffing en voor de B-heffing worden vastgesteld van respectievelijk 2 % en 37,5 %. Toepassing van de in overweging 5 bedoelde berekeningsmethode levert geen wijziging van de voor dat verkoopseizoen geldende basisproductieheffing en B-heffing op. In artikel 16, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 is bepaald dat een aanvullende heffing wordt geïnd wanneer het overeenkomstig artikel 15, leden 1 en 2, van die verordening geconstateerde totale verlies niet volledig door de ontvangsten uit de basisproductieheffing en de B-heffing wordt gedekt. Voor het verkoopseizoen 2004/2005 bedraagt dit niet-gedekte totale verlies na toepassing van de nieuwe berekeningsmethode 125 129 948 EUR. Derhalve dient de in artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 bedoelde coëfficiënt te worden vastgesteld. Bij de bepaling van die coëfficiënt moet rekening worden gehouden met de bedragen van de heffingen die voor het verkoopseizoen 2003/2004 te hoog zijn vastgesteld voor de lidstaten van de Gemeenschap in haar samenstelling op 30 april 2004.

  10. Op basis van het voor het verkoopseizoen 2005/2006 overeenkomstig artikel 15, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 geconstateerde verwachte totale verlies moest op grond van lid 3 van dat artikel een basisproductieheffing van 1,0022 % worden vastgesteld. Tegelijkertijd werd het op basis van de gekende gegevens overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 geconstateerde totale verlies volledig gedekt door de ontvangsten uit de basisproductieheffing, en was het niet nodig om voor het verkoopseizoen 2005/2006 een B-heffing of een coëfficiënt voor de berekening van een aanvullende heffing vast te stellen. Toepassing van de in overweging 5 bedoelde berekeningsmethode levert een basisheffing van 0,9706 % op, zonder dat een B-heffing is vereist. Het op basis van de gekende gegevens overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 geconstateerde totale verlies wordt volledig gedekt door de ontvangsten uit de basisproductieheffing, en vaststelling van de in artikel 16, lid 2, van die verordening bedoelde coëfficiënt is niet vereist.

  11. Gezien het voorgaande moeten de Verordeningen (EG) nr. 1762/2003, (EG) nr. 1775/2004, (EG) nr. 1686/2005 en (EG) nr. 164/2007 dienovereenkomstig worden gerectificeerd.

  12. Met het oog op de rechtszekerheid moeten de voorgestelde rectificaties van toepassing zijn met ingang van de data waarop de te rectificeren bepalingen in werking zijn getreden.

  13. Met het oog op de rechtszekerheid en de gelijke behandeling van de lidstaten moet een gemeenschappelijk tijdstip worden vastgesteld waarop de overeenkomstig de onderhavige verordening gerectificeerde heffingen worden vastgesteld in de zin van artikel 2, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom, betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen(9).

  14. Het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten heeft een negatief advies uitgebracht over de in deze verordening vervatte maatregelen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1762/2003 wordt vervangen door:

De bedragen van de productieheffingen in de sector suiker worden voor het verkoopseizoen 2002/2003 vastgesteld op:

  1. 12,638 EUR per ton witte suiker als basisproductieheffing op A-suiker en op B-suiker;

  2. 126,113 EUR per ton witte suiker als B-heffing op B-suiker;

  3. 5,330 EUR per ton droge stof als basisproductieheffing op A-isoglucose en op B-isoglucose;

  4. 55,082 EUR per ton droge stof als B-heffing op B-isoglucose;

  5. 12,638 EUR per ton suiker/isoglucose-equivalent in droge stof als basisproductieheffing op A-inulinestroop en op B-inulinestroop;

  6. 126,113 EUR per ton suiker/isoglucose-equivalent in droge stof als B-heffing op B-inulinestroop.”.

Artikel 2

Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1775/2004 wordt vervangen door:

De bedragen van de productieheffingen in de sector suiker worden voor het verkoopseizoen 2003/2004 vastgesteld op:

  1. 12,638 EUR per ton witte suiker als basisproductieheffing op A-suiker en op B-suiker;

  2. 171,679 EUR per ton witte suiker als B-heffing op B-suiker;

  3. 5,330 EUR per ton droge stof als basisproductieheffing op A-isoglucose en op B-isoglucose;

  4. 73,310 EUR per ton droge stof als B-heffing op B-isoglucose;

  5. 12,638 EUR per ton suiker/isoglucose-equivalent in droge stof als basisproductieheffing op A-inulinestroop en op B-inulinestroop;

  6. 171,679 EUR per ton suiker/isoglucose-equivalent in droge stof als B-heffing op B-inulinestroop.”.

Artikel 3

De artikelen 1 en 2 van Verordening (EG) nr. 1686/2005 worden vervangen door:

De bedragen van de productieheffingen in de sector suiker worden voor het verkoopseizoen 2004/2005 vastgesteld op:

  1. 12,638 EUR per ton witte suiker als basisproductieheffing op A-suiker en op B-suiker;

  2. 236,963 EUR per ton witte suiker als B-heffing op B-suiker;

  3. 5,330 EUR per ton droge stof als basisproductieheffing op A-isoglucose en op B-isoglucose;

  4. 99,424 EUR per ton droge stof als B-heffing op B-isoglucose;

  5. 12,638 EUR per ton suiker/isoglucose-equivalent in droge stof als basisproductieheffing op A-inulinestroop en op B-inulinestroop;

  6. 236,963 EUR per ton suiker/isoglucose-equivalent in droge stof als B-heffing op B-inulinestroop.

Voor het verkoopseizoen 2004/2005 wordt de in artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/2001 bedoelde coëfficiënt vastgesteld op 0,25466 voor Tsjechië, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Slovenië en Slowakije en op 0,14911 voor de overige lidstaten.”.

Artikel 4

Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 164/2007 wordt vervangen door:

De bedragen van de productieheffingen in de sector suiker worden voor het verkoopseizoen 2005/2006 vastgesteld op:

  1. 6,133 EUR per ton witte suiker als basisproductieheffing op A-suiker en op B-suiker;

  2. 2,726 EUR per ton droge stof als basisproductieheffing op A-isoglucose en op B-isoglucose;

  3. 6,133 EUR per ton suiker/isoglucose-equivalent in droge stof als basisproductieheffing op A-inulinestroop en op B-inulinestroop.”.

Artikel 5

Artikel 6