Het mandaat van de heer Pierre MOREL als speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) voor de crisis in Georgië wordt verlengd tot en met 31 augustus 2010. Het mandaat van de SVEU kan eerder worden beëindigd, indien de Raad daartoe besluit ingevolge een aanbeveling van de HV naar aanleiding van de inwerkingtreding van het besluit betreffende de oprichting van de Europese Dienst voor extern optreden.
2010/106/GBVB: Besluit 2010/106/GBVB van de Raad van 22 februari 2010 houdende verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de crisis in Georgië
2010/106/GBVB: Besluit 2010/106/GBVB van de Raad van 22 februari 2010 houdende verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de crisis in Georgië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 28, artikel 31, lid 2, en artikel 33,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
Op 25 september 2008 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2008/760/GBVB(1) houdende benoeming van de heer Pierre MOREL tot speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) voor de crisis in Georgië tot en met 28 februari 2009 vastgesteld.
Op 16 februari 2009 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2009/131/GBVB(2) tot verlenging van het mandaat van de SVEU tot en met 31 augustus 2009 vastgesteld. Dit gemeenschappelijk optreden is gewijzigd bij Gemeenschappelijk Optreden 2009/571/GBVB(3) houdende verlenging van het mandaat van de SVEU tot en met 28 februari 2010.
Het mandaat van de SVEU moet worden verlengd tot en met 31 augustus 2010. Het mandaat van de SVEU kan evenwel eerder worden beëindigd, indien de Raad daartoe besluit ingevolge een aanbeveling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV) naar aanleiding van de inwerkingtreding van het besluit betreffende de oprichting van de Europese Dienst voor extern optreden.
De SVEU zal zijn mandaat uitvoeren in een mogelijk verslechterende situatie die de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid, uiteengezet in artikel 21 van het Verdrag, kan schaden,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 Speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie
Artikel 2 Doelstellingen
Het mandaat van de SVEU voor de crisis in Georgië berust op de doelstellingen, omschreven in de conclusies van het voorzitterschap van de buitengewone Europese Raad van Brussel van 1 september 2008 en de conclusies van de Raad over Georgië van 15 september 2008.
De SVEU moet de doeltreffendheid en de zichtbaarheid van de bijdrage van de EU aan de beslechting van het conflict in Georgië verhogen.
Artikel 3 Mandaat
Teneinde de doelstellingen van het beleid te bereiken, krijgt de SVEU het mandaat om:
-
mee te helpen aan de voorbereiding van het internationale overleg, bedoeld in punt 6 van het akkoord van 12 augustus 2008, dat met name betrekking zal hebben op:
-
de wijze waarop vorm moet worden gegeven aan de veiligheid en de stabiliteit in de regio,
-
de problematiek van de vluchtelingen en de ontheemden, op basis van internationaal erkende principes,
-
elk ander onderwerp dat in onderlinge overeenstemming door beide partijen wordt vastgelegd;
alsmede om het standpunt van de Unie te helpen bepalen en dit tijdens dit overleg te verwoorden;
-
-
de uitvoering van het op 8 september 2008 in Moskou en Tbilisi gesloten akkoord, alsmede van het akkoord van 12 augustus 2008, te bevorderen, in nauwe coördinatie met de Verenigde Naties en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE);
en in het kader van de bovengenoemde activiteiten bij te dragen aan de uitvoering van het beleid en de richtlijnen van de Unie inzake de rechten van de mens, met name ten aanzien van kinderen en vrouwen.
Artikel 4 Uitvoering van het mandaat
De SVEU is onder het gezag van de HV verantwoordelijk voor de uitvoering van het mandaat.
Het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) onderhoudt een bevoorrechte relatie met de SVEU en vormt het eerste contactpunt van de SVEU met de Raad. Onverminderd de bevoegdheden van de HV zorgt het PVC binnen het kader van het mandaat voor strategische aansturing en politieke leiding ten behoeve van de SVEU.