Home

Besluit 2010/799/GBVB van de Raad van 13 december 2010 ter bevordering van een proces van vertrouwensopbouw dat moet leiden tot de instelling van een zone in het Midden-Oosten die vrij is van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen, ter ondersteuning van de uitvoering van de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens

Besluit 2010/799/GBVB van de Raad van 13 december 2010 ter bevordering van een proces van vertrouwensopbouw dat moet leiden tot de instelling van een zone in het Midden-Oosten die vrij is van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen, ter ondersteuning van de uitvoering van de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 26, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De Europese Unie is bezig met de uitvoering van de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en past de maatregelen toe die in hoofdstuk III van de strategie staan, zoals het multilateralisme doeltreffender maken en een stabiele internationale en regionale omgeving bevorderen.

  2. De Europese Unie is gehouden aan het stelsel van multilaterale verdragen dat de wettelijke en normatieve basis biedt voor alle op non-proliferatie gerichte inspanningen. De Europese Unie streeft in haar beleid naar het uitvoeren en universeel geldig maken van de bestaande ontwapenings- en non-proliferatienormen. De Europese Unie zal derde landen helpen hun verplichtingen uit hoofde van multilaterale overeenkomsten en regelingen na te komen.

  3. Het bevorderen van een stabiele internationale en regionale omgeving is een voorwaarde voor het tegengaan van proliferatie van massavernietigingswapens (MVW). Daarom zal de Europese Unie regionale veiligheidsregelingen en regionale wapenbeheersings- en ontwapeningsprocessen bevorderen.

  4. Positieve en negatieve veiligheidsgaranties kunnen een belangrijke rol spelen: zij kunnen zowel een stimulans zijn om af te zien van de verwerving van massavernietigingswapens als een afschrikkende werking hebben. De Europese Unie zal een nader onderzoek van deze veiligheidsgaranties stimuleren.

  5. Proliferatie van massavernietigingswapens is een mondiale dreiging, die om een wereldwijde aanpak vraagt. Aangezien de veiligheid in Europa nauw verbonden is met de veiligheid en stabiliteit in het Middellandse Zeegebied en in het Midden-Oosten, vindt de Europese Unie dat zij de plicht heeft bij te dragen aan de veiligheid en de stabiliteit aldaar.

  6. In de gezamenlijke verklaring van de top van Parijs voor het Middellandse Zeegebied van 13 juli 2008, waarbij de Unie voor het Middellandse Zeegebied werd ingesteld, werd de gemeenschappelijke ambitie bevestigd om vrede en regionale veiligheid te bewerkstelligen zoals uiteengezet in de op de Euro-mediterrane conferentie van 27-28 november 1995 aangenomen Verklaring van Barcelona, waarin onder meer wordt gepleit voor het bevorderen van de veiligheid in de regio door voor niet-verspreiding van kernwapens en chemische en biologische wapens te ijveren via toetreding tot en naleving van een reeks internationale en regionale non-proliferatieregelingen en overeenkomsten inzake wapenbeheersing en ontwapening, zoals het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (NPV), het Chemischewapensverdrag, het Verdrag inzake biologische en toxine wapens, het Alomvattend Kernstopverdrag en/of regionale regelingen zoals wapenvrije zones en de bijbehorende verificatieregelingen, alsmede door het te goeder trouw nakomen van de afspraken die zijn gemaakt in het kader van overeenkomsten inzake wapenbeheersing, ontwapening en non-proliferatie.

  7. De partijen van de Unie voor het Middellandse Zeegebied zullen streven naar een wederzijds en effectief controleerbare zone in het Midden-Oosten die vrij is van nucleaire, chemische en biologische MVW en hun overbrengingsmiddelen. Voorts bezinnen de partijen zich op praktische maatregelen, onder meer om de verspreiding van kernwapens en chemische en biologische wapens te verhinderen en een buitensporige accumulatie van conventionele wapens te voorkomen.

  8. De Euro-mediterrane associatieovereenkomsten tussen de Europese Unie en haar mediterrane partners voorzien in de instelling van een regelmatige politieke dialoog die de regionale veiligheid en stabiliteit zal verbeteren en alle onderwerpen moet bestrijken die van gemeenschappelijk belang zijn, in het bijzonder vrede, veiligheid, democratie en regionale ontwikkeling.

  9. Op 19 en 20 juni 2008 heeft de Europese Unie een seminar in Parijs belegd over veiligheid, non-proliferatie van MVW en ontwapening in het Midden-Oosten, waaraan is deelgenomen door de staten van de regio en de lidstaten van de Europese Unie en door academici en nationale instanties voor kernenergie. De deelnemers hebben de Europese Unie aangespoord ervoor te zorgen dat het debat in diverse fora wordt voortgezet en geleidelijk over te gaan op een formelere werkwijze, inhoudende dat er tussen regeringsfunctionarissen overleg wordt gepleegd, met als uitgangspunt het kader van Barcelona, maar met een groter geografisch bereik.

  10. In de NPV-toetsingsconferentie van 2010 werd het belang van een proces dat leidt tot volledige uitvoering van de resolutie van deze conferentie van 1995 over het Midden-Oosten („de resolutie van 1995”) benadrukt. Daartoe heeft de conferentie praktische stappen goedgekeurd, onder meer het bezien van alle voorstellen waarbij werd aangeboden de uitvoering van de resolutie van 1995 te ondersteunen, waaronder het aanbod van de Europese Unie om een vervolgseminar te organiseren van het seminar dat in juni 2008 plaatsvond.

  11. De NPV-toetsingsconferentie van 2010 heeft voorts de belangrijke rol van de civiele samenleving onderkend voor de uitvoering van de resolutie van 1995 en alle inspanningen in dat kader aangemoedigd.

  12. Tijdens de twintigste Gezamenlijke Raad en ministeriële bijeenkomst EU-GCC op 14 juni 2010 in Luxemburg werd de succesvolle uitkomst van de NPV-toetsingsconferentie van 2010 toegejuicht. De deelnemers spraken opnieuw hun steun uit voor het instellen van een zone in het Midden-Oosten, met inbegrip van de Golfregio, die vrij is van MVW en hun overbrengingsmiddelen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.

Als vervolg op het EU-seminar van 2008 over „veiligheid, non-proliferatie van MVW en ontwapening in het Midden-Oosten”, steunt de Europese Unie activiteiten ter bevordering van de volgende doelstellingen:

  • stimuleren van een regionale dialoog over politiek en veiligheid binnen de civiele samenleving en regeringen, en meer in het bijzonder tussen deskundigen, ambtenaren en wetenschappers;

  • vaststellen van vertrouwenwekkende maatregelen die kunnen dienen als praktische stappen in de richting van een zone in het Midden-Oosten die vrij is van MVW en hun overbrengingsmiddelen;

  • aanmoedigen van een discussie over het universeel geldig maken en uitvoeren van de desbetreffende internationale verdragen en andere instrumenten ter voorkoming van de proliferatie van MVW en hun overbrengingsmiddelen;

  • bespreken van thema’s die betrekking hebben op het vreedzaam gebruik van kernenergie en internationale en regionale samenwerking daarbij.

2.

In deze context hebben de door de Europese Unie te steunen projecten betrekking op de volgende specifieke activiteiten:

  1. het verschaffen van de middelen voor de organisatie van het vervolg op het EU-seminar van 2008 over „veiligheid, non-proliferatie van MVW en ontwapening in het Midden-Oosten”;

  2. het verschaffen van de middelen voor het opstellen van achtergrondnota’s over onderwerpen die tijdens het vervolgseminar ter sprake zullen komen.

In de bijlage gaat een nadere omschrijving van bovenbedoelde projecten.

Artikel 2

1.

De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV) is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit besluit.

2.

Het EU-consortium non-proliferatie is belast met de technische uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten en voert deze taak uit onder verantwoordelijkheid van de HV. Daartoe treft de HV de nodige regelingen met het EU-consortium non-proliferatie.

Artikel 3

1.

Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten beloopt 347 700 EUR.

2.

Voor het beheer van de in lid 1 bedoelde uitgaven gelden de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de begroting van de Unie.

3.

De Commissie houdt toezicht op het correcte beheer van de in lid 1 bedoelde uitgaven. Hiertoe sluit zij een financieringsovereenkomst met het EU-consortium non-proliferatie. In de overeenkomst wordt bepaald dat het EU-consortium non-proliferatie er zorg voor moet dragen dat de EU-bijdrage zichtbaar is in een mate die overeenstemt met haar omvang.

4.

De Commissie streeft ernaar om de in lid 3 bedoelde financieringsovereenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden en van de datum van sluiting van de financieringsovereenkomst.

Artikel 4

1.

De HV brengt verslag uit aan de Raad over de toepassing van dit besluit op basis van de regelmatige rapporten van het EU-consortium non-proliferatie. Deze verslagen vormen de basis voor de evaluatie door de Raad.

2.

De Commissie verstrekt informatie over de financiële aspecten van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten.

Artikel 5

BIJLAGE