Home

Aanbeveling van de Commissie van 5 juli 2010 inzake de risicobeoordeling van gebreken die worden vastgesteld tijdens technische controles langs de weg (van bedrijfsvoertuigen), overeenkomstig Richtlijn 2000/30/EG van het Europees Parlement en de Raad

Aanbeveling van de Commissie van 5 juli 2010 inzake de risicobeoordeling van gebreken die worden vastgesteld tijdens technische controles langs de weg (van bedrijfsvoertuigen), overeenkomstig Richtlijn 2000/30/EG van het Europees Parlement en de Raad

8.7.2010

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 173/97


AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 5 juli 2010

inzake de risicobeoordeling van gebreken die worden vastgesteld tijdens technische controles langs de weg (van bedrijfsvoertuigen), overeenkomstig Richtlijn 2000/30/EG van het Europees Parlement en de Raad

(2010/379/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 292,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het is belangrijk voor de verkeersveiligheid, milieubescherming en eerlijke concurrentie dat in het verkeer gebrachte bedrijfsvoertuigen goed worden onderhouden en gecontroleerd, zodat ze veilig aan het verkeer in de Unie kunnen blijven deelnemen.

(2)

Om het controlesysteem beter te harmoniseren en ongelijke behandeling tijdens technische controles langs de weg te vermijden, moeten naast de normen en methoden die vermeld zijn in Richtlijn 2000/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2000 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Gemeenschap deelnemen aan het verkeer(1), richtsnoeren worden vastgesteld voor de beoordeling van de in bijlage II bij die richtlijn opgesomde gebreken.

(3)

De gebreken moeten worden ingedeeld in drie categorieën, naargelang van de ernst van het gebrek.

(4)

Elke categorie moet een omschrijving omvatten van de gevolgen die verbonden zijn aan het gebruik van het voertuig in die toestand,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

De lidstaten moeten gebreken aan voertuigen die tijdens technische controles langs de weg zijn vastgesteld, beoordelen overeenkomstig de richtsnoeren in de bijlage bij deze aanbeveling.

Gedaan te Brussel, 5 juli 2010.

Voor de Commissie

Siim KALLAS

Vicevoorzitter



BIJLAGE

Richtsnoeren voor de beoordeling van gebreken

In het kader van Uitvoeringsrichtlijn 2000/30/EG bevat dit document de aan de lidstaten aanbevolen richtsnoeren voor de beoordeling van gebreken (zowel technische gebreken als andere vormen van niet-naleving) die worden vastgesteld tijdens technische controles langs de weg van voertuigen.

De gebreken worden in de volgende categorieën ingedeeld:

KLEINE GEBREKEN

GROTE GEBREKEN

GEVAARLIJKE GEBREKEN

Elke categorie gebreken wordt gedefinieerd door te verwijzen naar de toestand van het voertuig.

KLEINE GEBREKEN

Technische gebreken die geen belangrijke gevolgen hebben voor de veiligheid van het voertuig en andere kleine vormen van niet-naleving. Aangezien redelijkerwijs mag worden verwacht dat de vastgestelde gebreken onmiddellijk zullen worden verholpen, hoeft het voertuig niet opnieuw te worden gecontroleerd.

GROTE GEBREKEN

Gebreken die de veiligheid van het voertuig en/of andere weggebruikers in gevaar kunnen brengen en andere belangrijke vormen van niet-naleving. Het voertuig moet zo snel mogelijk worden hersteld en verder gebruik kan afhankelijk worden gesteld van beperkingen en voorwaarden, bijvoorbeeld het voertuig opnieuw ter controle aanbieden.

GEVAARLIJKE GEBREKEN

Gebreken die een rechtstreekse en onmiddellijke bedreiging vormen voor de verkeersveiligheid. Verder gebruik van het voertuig in het verkeer is niet toegestaan, maar in sommige gevallen mag het voertuig naar een specifieke plaats worden gereden, bijvoorbeeld voor onmiddellijke herstelling of inbeslagname.

Een voertuig met gebreken die in meer dan een categorie vallen, wordt ingedeeld volgens het ergste gebrek. Een voertuig met verscheidene gebreken uit dezelfde categorie kan in een hogere categorie worden ingedeeld als het gecombineerde effect van de gebreken het voertuig gevaarlijker maakt.

Als de gebreken in meer dan een categorie kunnen worden ingedeeld, is het de verantwoordelijkheid van de inspecteur die de controle uitvoert om de gebreken volgens hun ernst in te delen overeenkomstig de nationale wetgeving.

Tijdens de beoordeling van de gebreken moet rekening worden gehouden met de typegoedkeuringseisen die van toepassing waren op het ogenblik van de eerste registratie of de eerste ingebruikname van het voertuig. Voor sommige items gelden echter retrofit-eisen.

Beoordelingseisen

Gebreken zijn voorbeelden van technische defecten of andere vormen van niet-naleving die kunnen worden vastgesteld.

Item

Gebrek

Richtsnoeren voor de beoordeling van het gebrek

Klein gebrek

Groot gebrek

Gevaarlijk gebrek

1. REMUITRUSTING

1.1.

Mechanische toestand en werking

1.1.1.

Pedaal van de bedrijfsrem/scharnierpunt van de handrem

a)

Scharnierpunt zit te strak.

X

b)

Vertoont te veel slijtage/speling.

X

1.1.2.

Staat van het pedaal/de handrem en speling van het bedieningsinstrument

a)

De vrije slag is te groot of te klein.

X

b)

Het bedieningsinstrument komt moeilijk terug in de rustpositie.

X

X

c)

Het antisliprubber op het rempedaal ontbreekt, zit los of is door slijtage glad geworden.

X

1.1.3.

Vacuümpomp of compressor en reservoirs

a)

Er is te weinig lucht- en/of vacuümdruk om de rem ten minste tweemaal te kunnen aantrekken nadat het waarschuwingssignaal heeft gewerkt (of een meetinstrument gevaar signaleert).

X

X

b)

Het tot stand komen van de benodigde lucht- en/of vacuümdruk voor het bereiken van veilige werkwaarden is niet in overeenstemming met de vereisten(8)

X

c)

De veiligheidsklep voor dubbel remcircuit of overdrukklep functioneert niet.

X

d)

Er is duidelijk drukverlies ten gevolge van een luchtlek of er zijn waarneembare luchtlekken.

X

e)

Er is uitwendige schade die het functioneren van het remsysteem kan schaden.

X

X

1.1.4.

Lagedrukverklikker of -manometer

Verklikker of manometer werkt slecht of is defect.

X

X

1.1.5.

Handbediend remventiel

a)

De bedieningsschakelaar vertoont barsten, beschadiging of te grote slijtage.

X

b)

De bedieningsschakelaar is niet goed op de klep bevestigd of de klep zit los.

X

c)

De koppelingen zitten los of het systeem lekt.

X

d)

Functioneert niet behoorlijk.

X

1.1.6.

Parkeerrem, bedieningshendel, parkeerremvergrendeling, elektronische parkeerrem

a)

De vergrendeling blijft niet goed vastzitten.

X

b)

De vergrendeling blijft niet goed vastzitten.

X

X

c)

Te grote beweeglijkheid van de hendel wijst op een verkeerde afstelling.

X

d)

Bedieningsinstrument ontbreekt, is beschadigd of werkt niet.

X

e)

Slechte werking, verklikker vertoont defect.

X

1.1.7.

Remkleppen (voetkleppen, ontluchtingsventielen, regelkleppen)

a)

Klep is beschadigd of er is een te grote luchtlekkage.

X

X

b)

Het olieverlies uit de compressor is te groot.

X

c)

Klep zit los of is slecht gemonteerd.

X

d)

Verlies of lekkage van hydraulische vloeistof.

X

X

1.1.8.

Koppelingskoppen voor remmen voor aanhangwagen (elektrisch en pneumatisch)

a)

Kraan of zelfsluitende klep defect.

X

X

b)

Kraan of klep zit los of is slecht gemonteerd.

X

X

c)

Lekken.

X

X

d)

Functioneert niet correct.

X

X

1.1.9.

Energie- en drukreservoir

a)

Reservoir is beschadigd, verroest of lekt.

X

X

b)

Het ontwateringsventiel werkt niet.

X

X

c)

Reservoir zit los of is slecht gemonteerd.

X

1.1.10.

Rembekrachtiging, hoofdcilinder (hydraulische systemen)

a)

De rembekrachtiging is defect of ineffectief.

X

b)

De hoofdcilinder is defect of lekt.

X

X

c)

De hoofdcilinder zit los.

X

X

d)

Onvoldoende remvloeistof.

X

X

e)

De kap van het reservoir van de hoofdcilinder ontbreekt.

X

f)

Het controlelampje voor de remvloeistof licht op of is defect.

X

g)

Het waarschuwingssignaal met betrekking tot de remvloeistof werkt slecht.

X

1.1.11.

Niet-flexibele remleidingen

a)

Er is dreigend gevaar voor defecten en breuken.

X

X

b)

Leidingen of koppelingen lekken.

X

X

c)

Leidingen vertonen beschadiging of te veel corrosie.

X

X

d)

Leidingen zijn verkeerd gemonteerd.

X

X

1.1.12.

Flexibele remleidingen

a)

Er is dreigend gevaar voor defecten en breuken.

X

X

b)

Leidingen zijn beschadigd, doorgescheurd, getordeerd of te kort.

X

X

c)

Leidingen of koppelingen lekken.

X

X

d)

Leidingen vertonen door de druk veroorzaakte verwijdingen.

X

X

e)

Leidingen vertonen porositeit.

X

1.1.13.

Remvoeringen en -blokken

a)

Remblok vertoont te veel slijtage.

X

X

b)

Remblok is vervuild (olie, vet, enz.).

X

X

c)

Remblok is niet aanwezig.

X

1.1.14.

Remtrommels, remschijven

a)

Trommel of schijf vertoont te veel slijtage, te veel kerven, scheuren, zit los of is gebroken.

X

X

b)

Trommel of schijf is vervuild (olie, vet, enz.).

X

X

c)

Trommel of schijf is niet aanwezig.

X

d)

Ankerplaat zit los.

X

1.1.15.

Remkabels, stangen, hendels, overbrenging

a)

Kabel is beschadigd of geknikt.

X

X

b)

Onderdeel vertoont te veel slijtage of corrosie.

X

X

c)

Bevestiging van de kabel, stang of verbinding is niet geborgd.

X

d)

Kabelgeleiding is defect.

X

e)

Werking van de reminstallatie wordt belemmerd.

X

f)

Abnormale beweeglijkheid van de hendels/overbrenging wijst op slechte afstelling of te veel slijtage.

X

1.1.16.

Remcilinders (veerremcilinders of hydraulische remcilinders inbegrepen)

a)

Cilinder vertoont barsten of beschadiging.

X

X

b)

Cilinder lekt.

X

X

c)

Cilinder zit los of is niet goed gemonteerd.

X

X

d)

Cilinder vertoont te veel corrosie.

X

X

e)

De slag van de zuiger of van het diafragmamechanisme is te klein of te groot.

X

X

f)

Stofkap ontbreekt of vertoont te veel beschadiging.

X

X

1.1.17.

Automatische lastafhankelijke remkrachtregelaar

a)

Overbrenging is defect.

X

b)

Overbrenging is niet juist afgesteld.

X

c)

Remkrachtregelaar is geblokkeerd of werkt niet.

X

X

d)

Remkrachtregelaar ontbreekt.

X

e)

Identificatieplaat ontbreekt.

X

f)

Identificatie is niet leesbaar of niet in overeenstemming met de vereisten(8).

X

1.1.18.

Remhefbomen en indicatoren

a)

Remhefboom is beschadigd, geblokkeerd of vertoont abnormale beweeglijkheid die wijst op te veel slijtage of verkeerde afstelling.

X

b)

Remhefboom is defect.

X

c)

Niet correct geïnstalleerd of vervangen.

X

1.1.19.

Duurzaamheid reminstallatie (indien gemonteerd of voorgeschreven)

a)

Onveilige koppelstukken of bevestigingen.

X

X

b)

Installatie is duidelijk defect of ontbreekt.

X

1.1.20.

Automatische bediening van remmen voor aanhangwagen

De rem voor de aanhangwagen wordt niet automatisch aangetrokken wanneer de koppelingskop losgekoppeld is.

X

1.1.21.

Volledige reminstallatie

a)

Andere apparatuur (bv. antivriespomp, luchtdroger, enz.) vertoont uitwendige beschadiging of te veel corrosie waardoor de reminstallatie minder goed werkt.

X

X

b)

Luchtlekkage of antivrieslekkage.

X

X

c)

Onderdelen zitten los of zijn slecht gemonteerd.

X

(d)

Onjuiste herstelling van of wijziging aan onderdelen(1).

X

X

1.1.22.

Testkoppelingen (indien gemonteerd of voorgeschreven)

a)

Ontbreekt.

X

b)

Zijn beschadigd, onbruikbaar of lekken.

X

X

1.2.

Remkracht en bedrijfszekerheid van de bedrijfsrem

1.2.1.

Remkracht

(E)(9)

a)

Onvoldoende remkracht op een of meer wielen.

X

X

b)

De remkracht is voor een of meer wielen kleiner dan 70 % van de maximale geregistreerde remkracht voor het andere wiel op dezelfde as. Of het voertuig wijkt te veel van een rechte lijn af in het geval van een test op de weg.

X

X

c)

De remkracht loopt niet geleidelijk op (blokkering).

X

d)

Abnormaal hoge reactietijd voor een of meer wielen.

X

e)

Remkracht vertoont te grote schommelingen tijdens een volledige wielwenteling.

X

1.2.2.

Bedrijfszekerheid

(E)(9)

Levert niet minstens de volgende waarden op:

Categorie N1: 45 %

Categorie M1, M2 en M3: 50 %(2)

Categorie N2 en N3: 43 %(3)

Categorie O2, O3 en O4: 40 %(4)

X

X

1.3.

Remkracht en bedrijfszekerheid van de hulprem (indien afzonderlijk werkend systeem)

1.3.1.

Remkracht

(E)(9)

a)

Onvoldoende remkracht op een of meer wielen.

X

X

b)

De remkracht is voor een of meer wielen kleiner dan 70 % van de maximale geregistreerde remkracht voor een ander wiel op dezelfde as. Of het voertuig wijkt te veel van een rechte lijn af in het geval van een test op de weg.

X

X

c)

De remkracht loopt niet geleidelijk op (blokkering).

X

X

1.3.2.

Bedrijfszekerheid

De remkracht is kleiner dan 50 %(5) van de in punt 1.2.2 beschreven remkracht van de bedrijfsrem bij de maximaal toegestane massa of, in het geval van opleggers, bij de som van de toegestane belasting op de assen (met uitzondering van L1e en L3e).

X

X

1.4.

Remkracht en bedrijfszekerheid van de parkeerrem

1.4.1.

Remkracht

(E)(9)

Rem werkt niet aan één kant of het voertuig wijkt te veel van een rechte lijn af in het geval van een test op de weg.

X

X

1.4.2.

Bedrijfszekerheid

(E)(9)

Geeft niet voor minstens alle categorieën voertuigen een rempercentage van 16 % bij de maximaal toegestane massa, of, voor motorvoertuigen, 12 % bij de maximummassa van de voertuigcombinatie, waarbij moet worden uitgegaan van de grootste waarde.

X

X

1.5.

Duurzaamheid remkracht van de reminstallatie

a)

Niet regelbaar (niet van toepassing op motorremmen).

X

b)

Installatie werkt niet.

X

1.6.

Antiblokkeersysteem (ABS)

a)

Waarschuwingssignaal is defect.

X

b)

Waarschuwingssignaal wijst op storingen in het systeem.

X

c)

Snelheidssensoren aan wielen ontbreken of zijn beschadigd.

X

d)

Bedrading is beschadigd.

X

e)

Andere onderdelen ontbreken of zijn beschadigd.

X

1.7.

Elektronische reminstallatie (EBS)

a)

Waarschuwingssignaal is defect.

X

b)

Waarschuwingssignaal wijst op storingen in het systeem.

X

8. OVERLASTFACTOREN

8.1.

Geluid

8.1.1.

Geluidsonderdrukkingssysteem

(a)

Geluidsniveaus overschrijden de niveaus in de vereisten(8)

X

b)

Onderdeel van het geluidsonderdrukkingssysteem zit los, zou er kunnen afvallen, is beschadigd, niet juist aangebracht, afwezig of duidelijk aangepast met een nadelige invloed op de geluidsniveaus.

X

X

8.2.

Uitlaatemissies

8.2.1.

Emissies benzinemotor

8.2.1.1.

Emissiebestrijdingssysteem voor uitlaten

a)

Het door de fabrikant gemonteerd emissiebestrijdingssysteem is afwezig, aangepast of duidelijk defect.

X

X

b)

Lekken die emissiemetingen kunnen beïnvloeden.

X

8.2.1.2.

Gasemissies

(E)(9)

a)

Ofwel overschrijden de gasemissies de door de fabrikant vastgelegde niveaus.

X

b)

Ofwel, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, overschrijden de CO-emissies:

i)

voor voertuigen die niet met een geavanceerd emissiebestrijdingssysteem werden gecontroleerd

4,5 %, of

3,5 %,

afhankelijk van de datum van eerste inschrijving of gebruik zoals in de vereisten wordt bepaald(8);

ii)

voor voertuigen die met een geavanceerd emissiebestrijdingssysteem werden gecontroleerd,

bij stationaire motor: 0,5 %

bij hoog stationair toerental: 0,3 %

of

bij stationaire motor: 0,3 %(6)

bij hoog stationair toerental: 0,2 %

afhankelijk van de datum van eerste inschrijving of gebruik zoals in de vereisten wordt bepaald(8).

X

c)

Lambda buiten de waarde 1 ± 0,03 of niet overeenkomstig de specificaties van fabrikant.

X

d)

Uitgelezen OBD wijst op ernstig defect.

X

e)

Meetapparatuur op afstand wijst op een ernstige inbreuk.

X

8.2.2.

Emissies dieselmotor

8.2.2.1.

Uitlaat emissiebestrijdingssysteem

a)

Een door de fabrikant gemonteerd emissiebestrijdingssysteem is afwezig of duidelijk defect.

X

X

b)

Lekken die emissiemetingen kunnen beïnvloeden.

X

8.2.2.2.

Opaciteit

(E)(9)

Voertuigen die vóór 1 januari 1980 werden geregistreerd of in gebruik genomen, moeten niet aan deze vereiste voldoen.

a)

Bij voertuigen die voor de eerste keer voor de datum in de vereisten zijn geregistreerd of in gebruik genomen(8)

overschrijdt de opaciteit het niveau dat op de plaat van de fabrikant op het voertuig staat genoteerd.

X

b)

Wanneer deze gegevens niet beschikbaar zijn of de vereisten(8) het gebruik van referentiewaarden niet toelaat,

voor dieselmotoren met natuurlijke afzuiging: 2,5 m-1,

voor dieselmotoren met drukvulling: 3,0 m-1,

of, bij voertuigen die in de vereisten(8) staan of voor de eerste keer na de datum in de vereisten(8) zijn geregistreerd of in gebruik genomen,

1,5 m-1(7).

X

c)

Meetapparatuur op afstand wijst op een ernstige inbreuk.

X

8.4.

Andere punten die betrekking hebben op het milieu

8.4.1.

Vloeistoflekken

Te veel vloeistoflekken die het milieu zouden kunnen schaden of een gevaar zouden kunnen vormen voor de veiligheid van andere weggebruikers.

X

X