In bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG wordt rij 122 betreffende tolylfluanide geschrapt.
Richtlijn 2010/20/EU van de Commissie van 9 maart 2010 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad om tolylfluanide als werkzame stof te schrappen en tot intrekking van toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze stof bevatten (Voor de EER relevante tekst)
Richtlijn 2010/20/EU van de Commissie van 9 maart 2010 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad om tolylfluanide als werkzame stof te schrappen en tot intrekking van toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze stof bevatten (Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen(1), en met name op artikel 6, lid 1, derde streepje,
Overwegende hetgeen volgt:
Tolylfluanide is opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG, die de lijst bevat van de werkzame stoffen die zijn toegelaten voor gebruik in gewasbeschermingsmiddelen.
Bij Beschikking 2007/322/EG van de Commissie van 4 mei 2007 tot vaststelling van beschermende maatregelen betreffende toepassingen van tolylfluanide bevattende gewasbeschermingsmiddelen die leiden tot de verontreiniging van drinkwater(2) is besloten dat de lidstaten waarin ozon wordt gebruikt voor de behandeling van drinkwater, alle toepassingen van tolylfluanide moeten verbieden die kunnen leiden tot een verontreiniging van drinkwater met nitrosaminen. De reden voor die maatregel was dat ontdekt was dat een metaboliet van die werkzame stof, N,N-dimethylsulfamide, door een dergelijke behandeling kan worden omgezet in nitrosaminen, die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid.
Krachtens Beschikking 2007/322/EG moesten de lidstaten er verder voor zorgen dat de kennisgever op wiens verzoek tolylfluanide was opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG studies indiende over het uitlooggedrag van die werkzame stof en over de voorwaarden waaronder de vorming van nitrosaminen kan worden uitgesloten.
Op 5 juli 2007 diende de kennisgever, Bayer CropScience, de vereiste studies bij de als rapporteur optredende lidstaat in, waaronder studies en gegevens over de lotgevallen en het gedrag (fysisch, chemisch en toxicologisch) van de metaboliet N,N-dimethylsulfamide en de ecotoxicologische eigenschappen daarvan.
Een addendum bij het evaluatieverslag, betreffende de evaluatie van die studies en gegevens, werd op 20 februari 2008 door de als rapporteur optredende lidstaat bij de Commissie ingediend. Dit verslag werd op 22 januari 2010 door de lidstaten en de Commissie onderzocht in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid.
In dit addendum werd geconcludeerd dat de zorg over het uitlooggedrag van tolylfluanide en de vorming van nitrosaminen niet kon worden weggenomen. Bovendien bleek dat het gebruik van tolylfluanide bevattende gewasbeschermingsmiddelen kan leiden tot onaanvaardbare concentraties van de metaboliet N,N-dimethylsulfamide in grondwater. Bijgevolg werd geconcludeerd dat tolylfluanide niet langer voldoet aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG.
De kennisgever diende zijn opmerkingen over het addendum bij het evaluatieverslag in. Die opmerkingen werden zorgvuldig bestudeerd. Ondanks de door de kennisgever aangevoerde argumenten blijven de geconstateerde problemen echter bestaan en de evaluaties op basis van de verstrekte gegevens en de beoordeling daarvan hebben niet aangetoond dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die tolylfluanide bevatten, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden, in het algemeen aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG voldoen.
Tolylfluanide moet daarom worden verwijderd uit bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG.
Er moeten maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de verleende toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die tolylfluanide bevatten, binnen een zo kort mogelijke termijn worden ingetrokken en niet worden verlengd, en dat voor dergelijke producten geen nieuwe toelatingen worden verleend.
Gezien de aard van de door die werkzame stof veroorzaakte risico’s moeten eventuele door een lidstaat toegestane extra termijnen voor de verwijdering, de opslag, het in de handel brengen en het gebruik van bestaande voorraden tolylfluanide bevattende gewasbeschermingsmiddelen zo kort mogelijk zijn en uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn aflopen.
Deze richtlijn laat de indiening van een aanvraag voor tolylfluanide overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG met het oog op de eventuele opneming van die stof in bijlage I bij die richtlijn onverlet.
De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
De lidstaten dienen uiterlijk op 31 augustus 2010 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.
Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 september 2010.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
Artikel 3
De lidstaten zorgen ervoor dat:
-
toelatingen voor tolylfluanide bevattende gewasbeschermingsmiddelen uiterlijk op 30 november 2010 worden ingetrokken;
-
met ingang van 1 december 2010 geen toelatingen voor tolylfluanide bevattende gewasbeschermingsmiddelen meer worden verleend of verlengd.
Artikel 4
Eventuele door de lidstaten overeenkomstig artikel 4, lid 6, van Richtlijn 91/414/EEG toegestane extra termijnen moeten zo kort mogelijk zijn en uiterlijk aflopen op 31 mei 2011.