Home

Besluit 2011/101/GBVB van de Raad van 15 februari 2011 betreffende beperkende maatregelentegen Zimbabwe

Besluit 2011/101/GBVB van de Raad van 15 februari 2011 betreffende beperkende maatregelentegen Zimbabwe

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Raad heeft op 19 februari 2004 Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB houdende verlenging van de beperkende maatregelen tegen Zimbabwe vastgesteld(1).

(2) Bij Besluit 2010/92/GBVB van de Raad(2), vastgesteld op 15 februari 2010, zijn de beperkende maatregelen van Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB tot en met 20 februari 2011 verlengd.

(3) Op basis van een toetsing van Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB moeten de beperkende maatregelen tot en met 20 februari 2012 worden verlengd.

(4) Er zijn echter geen redenen meer om bepaalde personen te handhaven op de lijst van personen en entiteiten waarop de in Gemeenschappelijk Standpunt 2004/161/GBVB opgenomen beperkende maatregelen van toepassing zijn.

(5) De uitvoeringsmaatregelen van de Unie zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 314/2004 van de Raad van 19 februari 2004 inzake bepaalde beperkende maatregelen tegen Zimbabwe(3),

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder „technische bijstand” verstaan elke technische steun in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienst; technische bijstand kan de vorm aannemen van bijvoorbeeld instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten. Technische bijstand omvat mondelinge vormen van bijstand.

Artikel 2

1.

De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van wapens en alle soorten aanverwant materieel, waaronder wapens en munitie, militaire voertuigen en militaire uitrusting, paramilitaire uitrusting en onderdelen daarvoor, alsmede uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt, aan Zimbabwe:

  1. door onderdanen van de lidstaten,

  2. vanaf het grondgebied van de lidstaten, of

  3. met gebruik van onder de vlag van een lidstaat varende schepen of tot hun nationale luchtvaartmaatschappij behorende vliegtuigen

is verboden, ongeacht of de goederen oorspronkelijk uit een lidstaat vandaan komen of niet.

2.

Er wordt een verbod ingesteld op:

  1. de verstrekking, de verkoop, de levering of de overdracht van technische bijstand, de tussenhandel en andere aan militaire activiteiten gerelateerde diensten, en de levering, de fabricage, het onderhoud of het gebruik van wapens en soortgelijk materieel van enigerlei aard, met inbegrip van wapens en munitie, militaire voertuigen en uitrusting, paramilitaire uitrusting en onderdelen daarvoor, alsmede uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt, direct of indirect, aan personen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Zimbabwe;

  2. het verstrekken van financieringsmiddelen of financiële bijstand in verband met militaire activiteiten, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, de levering, het overbrengen of de uitvoer van wapens en alle soorten aanverwante uitrusting, alsmede uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt, direct of indirect, aan personen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Zimbabwe.

Artikel 3

1.

Artikel 2 is niet van toepassing op:

  1. de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van niet-dodelijke militaire uitrusting, alsmede uitrusting die kan worden gebruikt voor binnenlandse repressie, die uitsluitend is bedoeld voor humanitair of beschermend gebruik, of voor programma's voor institutionele opbouw van de VN of de EU, of voor materieel dat bedoeld is voor crisisbeheersingsoperaties van de EU of de VN;

  2. het verstrekken van financieringsmiddelen of financiële bijstand in verband met dergelijke uitrusting;

  3. het verstrekken van technische bijstand in verband met dergelijke uitrusting, mits de uitvoer daarvan van tevoren door de terzake bevoegde autoriteit is goedgekeurd.

2.

Artikel 2 is niet van toepassing op beschermende kleding, met inbegrip van kogelvrije vesten en militaire helmen, die door personeel van de Verenigde Naties, personeel van de EU of haar lidstaten, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire en ontwikkelingsorganisaties en daarmee geassocieerd personeel, louter voor persoonlijk gebruik tijdelijk naar Zimbabwe wordt uitgevoerd.

Artikel 4

1.

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst op of de doorreis via hun grondgebied te beletten van de leden van de regering van Zimbabwe en van de met hen geassocieerde natuurlijke personen, alsmede van andere natuurlijke personen die zich schuldig maken aan activiteiten die de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe ernstig ondermijnen. De in dit lid bedoelde personen staan vermeld in de bijlage.

2.

Lid 1 houdt niet in dat de lidstaten verplicht zijn de binnenkomst op hun grondgebied van hun eigen onderdanen te beletten.

3.

Lid 1 laat gevallen onverlet waarin lidstaten uit hoofde van het internationale recht gebonden zijn, en wel:

  1. als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie;

  2. als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door, of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties; of

  3. krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent; of

  4. krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929 dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië.

De Raad wordt in elk van die gevallen naar behoren geïnformeerd.

4.

Lid 3 is ook van toepassing op gevallen waarin een lidstaat optreedt als een gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

5.

De lidstaten kunnen ontheffingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden die deze reizen absoluut noodzakelijk maken of, bij wijze van uitzondering, wanneer de reis plaatsvindt om intergouvernementele vergaderingen bij te wonen, met inbegrip van vergaderingen waarvoor het initiatief is genomen door de Europese Unie, wanneer daar een politieke dialoog wordt gevoerd die rechtstreeks, onmiddellijk en in aanzienlijke mate beoogt de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat in Zimbabwe te bevorderen.

6.

Een lidstaat die de in lid 5 bedoelde ontheffingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De ontheffing wordt geacht te zijn verleend, tenzij een of meer leden van de Raad binnen 48 uur na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde ontheffing schriftelijk bezwaar maken. Indien een of meer leden van de Raad bezwaar maken, wordt de ontheffing niet verleend, behalve in gevallen waarin een lidstaat de ontheffing wenst te verlenen op grond van dringende humanitaire noden en absolute noodzaak. In deze gevallen kan de Raad, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, besluiten de voorgestelde ontheffing te verlenen.

7.

In de gevallen waarin een lidstaat krachtens de leden 3 tot en met 6 machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, geldt deze machtiging strikt voor het doel waarvoor ze is verleend en alleen voor de rechtstreeks daarbij betrokken personen.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

BIJLAGE