Voor de toepassing van artikel 19 van Richtlijn 2008/106/EG wordt Marokko erkend wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden.
2011/520/EU: Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 31 augustus 2011 betreffende de erkenning van Marokko overeenkomstig Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 6020) Voor de EER relevante tekst
2011/520/EU: Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 31 augustus 2011 betreffende de erkenning van Marokko overeenkomstig Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 6020) Voor de EER relevante tekst
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden(1), en met name artikel 19, lid 3, eerste alinea,
Gezien het verzoek van Cyprus van 13 mei 2005,
Overwegende hetgeen volgt:
Op grond van Richtlijn 2008/106/EG kunnen lidstaten besluiten door derde landen afgegeven passende vaarbevoegdheidsbewijzen te erkennen wanneer de betrokken landen door de Commissie zijn erkend. De betrokken derde landen dienen te voldoen aan alle vereisten van het Verdrag van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van 1978 (het STCW-Verdrag)(2), als herzien in 1995.
Bij brief van 13 mei 2005 heeft Cyprus gevraagd Marokko te erkennen. Ingevolge het verzoek van Cyprus heeft de Commissie de opleidings- en diplomeringssystemen voor zeevarenden in Marokko onderzocht om na te gaan of dit land voldoet aan de vereisten van het STCW-verdrag en of gepaste maatregelen zijn getroffen om fraude met bewijzen te voorkomen. Deze beoordeling is gebaseerd op de resultaten van een inspectie door deskundigen van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid in december 2006. Tijdens die inspectie zijn een aantal tekortkomingen van de opleidings- en diplomeringssystemen aan het licht gekomen.
De Commissie heeft de lidstaten een verslag bezorgd met de resultaten van haar beoordeling.
Bij brieven van 4 februari 2009 en 9 maart 2010 heeft de Commissie Marokko gevraagd aan te tonen dat de geconstateerde tekortkomingen waren weggewerkt.
Bij brieven van 13 mei 2009, 29 mei 2009, 2 april 2010 en 4 januari 2011 heeft Marokko de gevraagde informatie en het bewijsmateriaal verstrekt betreffende de tenuitvoerlegging van gepaste en voldoende corrigerende maatregelen om de meeste tijdens de beoordeling geconstateerde tekortkomingen weg te werken.
De resterende tekortkomingen hebben enerzijds betrekking op het ontbreken van wettelijke bepalingen inzake de opleidingsmateriaal en de kwalificaties en opleiding van instructeurs en beoordelaars en anderzijds op het tekort aan opleidingsmateriaal in het belangrijkste maritieme onderwijs- en opleidingsinstituut van Marokko. Marokko werd daarom verzocht hieromtrent verdere corrigerende maatregelen te nemen. Deze tekortkomingen rechtvaardigen echter niet dat het algemene niveau van naleving van de voorschriften van het STCW-verdrag inzake de opleiding en diplomering van zeevarenden door Marokko in vraag wordt gesteld.
Het resultaat van de beoordeling van de naleving en de evaluatie van de door de Marokkaanse autoriteiten verstrekte informatie tonen aan dat Marokko alle eisen van het STCW-verdrag naleeft en passende maatregelen heeft getroffen om fraude met bewijzen te verhinderen. Derhalve dient Marokko te worden erkend.
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 31 augustus 2011.
Voor de Commissie
Siim Kallas
Vicevoorzitter