De gemeenschappelijke specificaties voor het infrastructuurregister als bedoeld in artikel 35 van Richtlijn 2008/57/EG zijn in de bijlage bij dit besluit opgenomen.
2011/633/EU: Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 15 september 2011 inzake de gemeenschappelijke specificaties van het register van de spoorweginfrastructuur (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 6383) Voor de EER relevante tekst
2011/633/EU: Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 15 september 2011 inzake de gemeenschappelijke specificaties van het register van de spoorweginfrastructuur (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 6383) Voor de EER relevante tekst
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap(1), en met name artikel 35, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
Op grond van artikel 35 van Richtlijn 2008/57/EG dient elke lidstaat erop toe te zien dat een infrastructuurregister wordt gepubliceerd en geactualiseerd. De Commissie dient de specificaties betreffende het register vast te stellen op basis van een door het Europees Spoorwegbureau (hierna „het Bureau” genoemd) opgesteld ontwerp.
Aanvullende gemeenschappelijke specificaties zijn nodig om de gegevens van de registers in meerdere lidstaten gemakkelijk toegankelijk te maken. Naast het ontwikkelen en uitvoeren van een geautomatiseerde, gemeenschappelijke gebruikersinterface die als virtueel register van de spoorweginfrastructuur op Europees niveau fungeert, moeten ook nationale infrastructuurregisters worden opgezet en moet worden toegezien op de gegevensverzameling. lidstaten moeten, met de hulp van het Bureau, samenwerken om ervoor te zorgen dat de registers operationeel zijn, alle gegevens bevatten, met elkaar zijn verbonden en een gemeenschappelijke interface aan de gebruikers bieden.
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2008/57/EG ingestelde comité,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Elke lidstaat ziet erop toe dat zijn infrastructuurregister uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van onderhavig besluit geautomatiseerd is en voldoet aan de eisen van de gemeenschappelijke specificaties als bedoeld in artikel 1.
De lidstaten zien erop toe dat, uiterlijk zes maanden nadat de interface operationeel is, hun registers onderling zijn verbonden en zijn verbonden met de gemeenschappelijke gebruikersinterface als bedoeld in artikel 4.
Artikel 3
Het Bureau publiceert uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van onderhavig besluit, een toepassingsgids over de specificaties als bedoeld in artikel 1, en werkt deze toepassingsgids bij. De toepassingsgids bevat voor elke parameter een verwijzing naar de relevante voorschriften van de technische specificaties voor interoperabiliteit (TSI’s).
Artikel 4
Het Bureau stelt een ontwerp op van de gedetailleerde specificaties en het beheer- en uitvoeringsplan voor a) de ontwikkeling, het testen, de invoering en de werking van een gemeenschappelijke gebruikersinterface en b) de onderlinge koppeling van de nationale registers. Het Bureau dient die specificaties uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van onderhavig besluit in bij de Commissie.
De gemeenschappelijke gebruikersinterface als bedoeld in lid 1, is een webtoepassing die de toegang tot de gegevens van de infrastructuurregisters op Europees niveau vergemakkelijkt. Deze toepassing moet uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van onderhavig besluit operationeel zijn.
Indien de specificaties in artikel 1 en de in lid 1 bedoelde gedetailleerde specificaties in het licht van nieuwe ontwikkelingen in de TSI’s moeten worden aangepast, doet het Bureau hierover aanbevelingen.