Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1277/2005 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.
Verordening (EU) nr. 225/2011 van de Commissie van 7 maart 2011 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en van Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren
Verordening (EU) nr. 225/2011 van de Commissie van 7 maart 2011 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en van Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren(1), en met name artikel 11, lid 1, en artikel 12, lid 1, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
In Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie(2) is vastgesteld of er specifieke toezichtmaatregelen moeten worden genomen wanneer drugsprecursoren uit de Europese Unie worden uitgevoerd. In bijlage IV bij die verordening zijn lijsten van landen opgenomen die voor alle geregistreerde stoffen van de categorieën 2 en 3 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005 een voorafgaande kennisgeving van uitvoer vereisen. Deze lijsten omvatten derde landen die om voorafgaande kennisgeving van uitvoer hebben verzocht in overeenstemming met artikel 12, lid 10, van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen van 1988.
De Commissie voor verdovende middelen van de Verenigde Naties heeft op haar tweede bijeenkomst op 8 maart 2010 besloten om fenylazijnzuur op te nemen in tabel I van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen van 1988. In artikel 12, lid 10, van dit Verdrag is bepaald dat elke partij uit het grondgebied waarvan een in tabel I genoemde stof zal worden uitgevoerd er zorg voor draagt dat, voorafgaand aan deze uitvoer, gegevens over de uitvoer door haar bevoegde autoriteiten worden verstrekt aan de bevoegde autoriteiten van het land waar de stof zal worden ingevoerd.
Naar aanleiding van het besluit om fenylazijnzuur in tabel I van het VN-Verdrag op te nemen, dient bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1277/2005 te worden gewijzigd opdat voorafgaande kennisgevingen van uitvoer zouden worden gedaan voor iedere uitvoer van fenylazijnzuur uit de Europese Unie.
In bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1277/2005 zijn niet alle derde landen opgenomen die sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 297/2009 van de Commissie(3) om voorafgaande kennisgeving van uitvoer voor bepaalde geregistreerde stoffen van de categorieën 2 en 3 hebben verzocht. Afghanistan, Australië en Ghana hebben een dergelijk verzoek gedaan en moeten daarom worden toegevoegd.
Verordening (EG) nr. 1277/2005 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 30, lid 1, van Verordening (EG) nr. 111/2005 ingestelde comité,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 7 maart 2011.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel Barroso
BIJLAGE
„BIJLAGE IV
1. Lijst van de in artikel 20 bedoelde landen waarvoor een voorafgaande kennisgeving van uitvoer is vereist bij de uitvoer van geregistreerde stoffen van categorie 2 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005
Stof
Bestemming
Azijnzuuranhydride
Kaliumpermanganaat
Fenylazijnzuur
Alle derde landen
Antranilzuur
Afghanistan
Australië
Antigua en Barbuda
Benin
Bolivia
Brazilië
Canada
Caymaneilanden
Chili
Colombia
Costa Rica
Dominicaanse Republiek
Ecuador
Ethiopië
Ghana
Haïti
India
Indonesië
Jordanië
Kazachstan
Libanon
Madagaskar
Maleisië
Maldiven
Mexico
Nigeria
Oman
Paraguay
Peru
Filipijnen
Moldavië
Russische Federatie
Saudi-Arabië
Zuid-Afrika
Tadzjikistan
Turkije
Verenigde Arabische Emiraten
Tanzania
Venezuela
Piperidine
Afghanistan
Australië
Antigua en Barbuda
Benin
Bolivia
Brazilië
Canada
Caymaneilanden
Chili
Colombia
Costa Rica
Dominicaanse Republiek
Ecuador
Ethiopië
Ghana
Haïti
India
Indonesië
Jordanië
Kazachstan
Libanon
Madagaskar
Maleisië
Maldiven
Mexico
Nigeria
Oman
Paraguay
Peru
Filipijnen
Moldavië
Russische Federatie
Saudi-Arabië
Tadzjikistan
Turkije
Verenigde Arabische Emiraten
Tanzania
Verenigde Staten van Amerika
Venezuela
2. Lijst van de in de artikelen 20 en 22 bedoelde landen waarvoor een voorafgaande kennisgeving van uitvoer en een uitvoervergunning zijn vereist bij de uitvoer van geregistreerde stoffen van categorie 3 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 111/2005
Stof
Bestemming
Methylethylketon (MEK)(1)
Tolueen(1)
Aceton(1)
Ethylether(1)
Afghanistan
Australië
Antigua en Barbuda
Argentinië
Benin
Bolivia
Brazilië
Canada
Caymaneilanden
Chili
Colombia
Costa Rica
Dominicaanse Republiek
Ecuador
Egypte
El Salvador
Ethiopië
Ghana
Guatemala
Haïti
Honduras
India
Jordanië
Kazachstan
Libanon
Madagaskar
Maleisië
Maldiven
Mexico
Nigeria
Oman
Pakistan
Paraguay
Peru
Filipijnen
Moldavië
Republiek Korea
Russische Federatie
Saudi-Arabië
Tadzjikistan
Turkije
Verenigde Arabische Emiraten
Tanzania
Uruguay
Venezuela
Zoutzuur
Zwavelzuur
Bolivia
Chili
Colombia
Ecuador
Peru
Turkije
Venezuela