Home

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 988/2011 van de Commissie van 4 oktober 2011 houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad wat betreft de minimumafstand van de kust en de minimumzeediepte voor bootzegens voor glasgrondel ( Aphia minuta ) in bepaalde territoriale wateren van Italië

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 988/2011 van de Commissie van 4 oktober 2011 houdende afwijking van Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad wat betreft de minimumafstand van de kust en de minimumzeediepte voor bootzegens voor glasgrondel ( Aphia minuta ) in bepaalde territoriale wateren van Italië

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad van 21 december 2006 inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee(1), en met name artikel 13, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Bij artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 is het gebruik van gesleept vistuig binnen 3 zeemijl uit de kust of, waar deze diepte op kortere afstand van de kust wordt bereikt, binnen het gebied bepaald door de dieptelijn van 50 m, verboden.

  2. Op verzoek van een lidstaat kan de Commissie een afwijking van het in artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 uitgevaardigde verbod toestaan, mits aan een aantal in artikel 13, leden 5 en 9, van die verordening gestelde voorwaarden is voldaan.

  3. Op 16 maart 2010 heeft Italië een afwijking van artikel 13, lid 1, van genoemde verordening gevraagd voor het gebruik van bootzegens bij de visserij op glasgrondel (Aphia minuta) in de territoriale wateren van geografisch deelgebied 9, zoals gedefinieerd in de Overeenkomst tot oprichting van de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee(2).

  4. Het verzoek betreft bij het directoraat maritieme aangelegenheden van Genua en Livorno geregistreerde vaartuigen met een geregistreerde activiteit in de visserij van meer dan vijf jaar die opereren volgens een beheersplan voor de visserij op glasgrondel (Aphia minuta) met bootzegens in geografisch deelgebied 9.

  5. Het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij (WTEVC) heeft de door Italië aangevraagde afwijking en het daarmee verband houdende ontwerpbeheersplan tijdens zijn plenaire, van 8 tot en met 12 november 2010 gehouden vergadering onderzocht.

  6. Italië heeft het beheersplan bij besluit(3) goedgekeurd overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1967/2006.

  7. De door Italië gevraagde afwijking is in overeenstemming met artikel 13, leden 5 en 9, van Verordening (EG) nr. 1967/2006.

  8. Met name geldt dat het continentale plat ter plaatse beperkte afmetingen heeft en dat de doelsoort zich uitsluitend ophoudt in bepaalde zones in de kustgebieden op diepten van minder dan 50 m, zodat de visgronden beperkt van omvang zijn.

  9. Bovendien kan deze visserij niet plaatsvinden met ander vistuig, heeft zij geen effect van betekenis op de beschermde habitats en is zij zeer selectief, aangezien de zegens in de waterkolom worden opgehaald en de zeebodem niet raken, omdat het verzamelen van materiaal van de zeebodem de doelsoort zou schaden en de selectie van de beviste soort vrijwel onmogelijk zou maken als gevolg van hun zeer geringe omvang.

  10. De door Italië gevraagde afwijking betreft een beperkt aantal (142) vaartuigen.

  11. De betrokken visserijactiviteiten voldoen aan de eisen van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1967/2006, aangezien het Italiaanse beheersplan de visserij boven beschermde habitats uitdrukkelijk verbiedt.

  12. De eisen van artikel 8, lid 1, onder h), van Verordening (EG) nr. 1967/2006 zijn niet van toepassing, aangezien die voor trawlers gelden.

  13. Aangezien de betrokken visserijactiviteiten in hoge mate selectief zijn, een verwaarloosbaar effect hebben op het milieu en niet boven beschermde habitats worden uitgevoerd, komen zij in aanmerking voor de in artikel 9, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 bedoelde afwijking van de minimummaaswijdte. Daarom gelden de in artikel 9, lid 3, punt 2), van die verordening vastgestelde regels ten aanzien van de minimummaaswijdte niet.

  14. Het Italiaanse beheersplan omvat maatregelen voor het toezicht op de visvangst, waarmee wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 23 en van artikel 13, lid 9, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1967/2006.

  15. De betrokken visserijactiviteiten vinden plaats op zeer korte afstand onder de kust en doorkruisen derhalve niet de activiteiten van andere vaartuigen.

  16. Het Italiaanse beheersplan garandeert dat vangsten van in bijlage III genoemde soorten minimaal zijn en dat de visserijactiviteiten niet op koppotigen zijn gericht.

  17. Italië heeft de Commissie de lijst van toegelaten vissersvaartuigen en hun kenmerken toegezonden, alsmede de vergelijking met de kenmerken van die vloot op 1 januari 2000.

  18. De gevraagde afwijking dient derhalve te worden verleend.

  19. Italië moet de Commissie bijtijds rapporteren overeenkomstig het in het Italiaanse beheersplan vervatte toezichtplan.

  20. Overeenkomstig het verzoek door Italië zal een beperking van de duur van de afwijking ervoor zorgen dat kan worden gegarandeerd dat snel corrigerende beheersmaatregelen kunnen worden genomen wanneer uit de rapportage aan de Commissie blijkt dat sprake is van een slechte staat van instandhouding van het beviste bestand, terwijl ruimte wordt geschapen voor verbetering van de wetenschappelijke basis voor een verbeterd beheersplan.

  21. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Afwijking

Artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1967/2006 is niet van toepassing in de territoriale wateren van Italië voor de kust van Ligurië en Toscane bij de visserij op glasgrondel (Alphia minuta) met bootzegens die worden gebruikt door vaartuigen die:

  1. geregistreerd zijn bij de directoraten maritieme aangelegenheden (Direzioni Marittime) van respectievelijk Genua en Livorno;

  2. een geregistreerde activiteit in de visserij van meer dan vijf jaar hebben, en

  3. een vismachtiging hebben en opereren in het kader van het door Italië overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1967/2006 vastgestelde beheersplan (hierna „het beheersplan” genoemd)(4).

De afwijking geldt tot en met 31 maart 2014.

Artikel 2 Toezichtplan en rapportage

Italië stuurt de Commissie vóór 1 mei 2014 een verslag toe dat overeenkomstig het in het beheersplan vervatte toezichtplan is opgesteld.

Artikel 3 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 oktober 2011.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel Barroso