Artikel 25, lid 2), van Verordening (EG) nr. 1905/2006 wordt vervangen door:
„2.Steun van de Unie wordt in beginsel niet aangewend voor het betalen van belastingen, rechten of heffingen in de begunstigde landen.”.
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 209, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure, in het licht van de gemeenschappelijke ontwerptekst goedgekeurd door het bemiddelingscomité op 31 oktober 2011(1),
Overwegende hetgeen volgt:
Om de doeltreffendheid en transparantie van de externe hulp van de Gemeenschap te vergroten, is in 2006 een nieuw kader voor het plannen en verstrekken van steun vastgesteld, meer bepaald Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA)(2), Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 houdende algemene bepalingen tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument(3), Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad van 21 december 2006 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen(4), Verordening (EG) nr. 1717/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 tot invoering van een stabiliteitsinstrument(5), Verordening (Euratom) nr. 300/2007 van de Raad van 19 februari 2007 tot invoering van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid(6), Verordening (EG) nr. 1889/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot instelling van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld(7) en Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad(8).
Bij de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1905/2006 zijn incoherenties gebleken wat betreft de uitzonderingen op het beginsel dat de kosten met betrekking tot belastingen, rechten en andere heffingen niet in aanmerking komen voor financiering door de Unie. Daarom wordt voorgesteld de desbetreffende bepalingen van die verordening te wijzigen om deze met de andere instrumenten in overeenstemming te brengen.
Deze verordening gaat overeenkomstig artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.
Verordening (EG) nr. 1905/2006 moet derhalve dienovereenkomstig gewijzigd worden,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 25, lid 2), van Verordening (EG) nr. 1905/2006 wordt vervangen door:
„2.Steun van de Unie wordt in beginsel niet aangewend voor het betalen van belastingen, rechten of heffingen in de begunstigde landen.”.
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Straatsburg, 13 december 2011.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
J. Buzek
Voor de Raad
De voorzitter
M. Szpunar
Het Europees Parlement en de Raad nemen nota van de mededeling van de Commissie „Een begroting voor Europa 2020” (COM(2011) 500(1)), met name wat het voorgestelde gebruik van gedelegeerde handelingen in de toekomstige externe financieringsinstrumenten betreft, en zijn in afwachting van wetgevingsvoorstellen, die grondig zullen worden bestudeerd.