Home

2012/578/EU: Besluit van het Europees Parlement van 10 mei 2012 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor het begrotingsjaar 2010

2012/578/EU: Besluit van het Europees Parlement van 10 mei 2012 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor het begrotingsjaar 2010

17.10.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 286/207


RESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

van 10 mei 2012

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor het begrotingsjaar 2010

HET EUROPEES PARLEMENT,

gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor het begrotingsjaar 2010,

gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving betreffende het begrotingsjaar 2010, vergezeld van de antwoorden van het Centrum (1),

gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2012 (06083/2012 — C7-0051/2012),

gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (2), en met name artikel 185,

gezien Verordening (EG) nr. 1920/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (3), en met name artikel 15,

gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (4), en met name artikel 94,

gezien artikel 77 van en bijlage VI bij zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A7-0134/2012),

A.

overwegende dat de Rekenkamer verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben verkregen dat de jaarrekening voor het begrotingsjaar 2010 betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

B.

overwegende dat het Parlement de directeur van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving op 10 mei 2011 kwijting heeft verleend voor de uitvoering van de begroting van het Centrum voor het begrotingsjaar 2009 (5), en dat het in zijn bij het kwijtingsbesluit behorende resolutie onder andere:

het Centrum verzocht heeft om in de nodige instructies en procedures te voorzien om mogelijke overdrachten te analyseren en om de programmering en monitoring van activiteiten te verbeteren om de overdrachten te beperken,

het Centrum verzocht heeft om een consequente tenuitvoerlegging van de goedgekeurde procedure voor de beoordeling van personeel te verzekeren,

er bij het Centrum op heeft aangedrongen om 9 „zeer belangrijke” aanbevelingen van de dienst Interne Audit (IAS) onverwijld toe te passen en om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te brengen van de geboekte vooruitgang;

C.

overwegende dat de aanvankelijke begroting van het Centrum 15 900 323 EUR bedroeg voor het jaar 2010, tegenover 14 700 000 EUR in 2009, hetgeen een toename van 8,16 % betekent ten opzichte van 2009; overwegende dat de bijdrage van de Unie aan de begroting van het Centrum 14 800 000 EUR bedroeg voor 2010 (6), hetgeen een toename van 4,59 % betekent ten opzichte van 2009,

Financieel en begrotingsbeheer

1.

merkt in de definitieve jaarrekening van het Centrum op dat de werkelijke ontvangsten van het Centrum 16 245 886 EUR bedroegen voor het begrotingsjaar 2010; merkt op dat het verschil tussen de werkelijke ontvangsten in 2010 en de ontvangsten die zijn opgenomen in de begroting voor 2010 toe te schrijven is aan de volgende factoren:

de betaling in 2010 van 362 000 EUR uit de bijdrage van de Unie voor de begrotingsontvangsten van het Centrum voor 2008 en 2009;

de verrekening van 16 437 EUR in overeenstemming met de positieve balans van de resultatenrekening van de bijdrage van Noorwegen aan de begroting van het Centrum van 2008 en 2009;

het bedrag van 1 980 EUR dat in 2010 werd ontvangen maar niet in de begroting van 2010 werd ingeschreven;

2.

merkt op dat de bijdrage van de Unie voor 2010 in het totaal 14 800 000 EUR bedraagt, waarvan een bedrag van 200 000 EUR uit de invordering van overschotten werd toegevoegd aan het bedrag van 14 600 000 EUR dat in de begroting werd ingeschreven;

3.

neemt er via de definitieve jaarrekening van het Centrum kennis van dat het Centrum een bestedingspercentage voor kredieten uit de begroting van 2010 van 98,82 % bereikte (– 0,03 % ten opzichte van 2009) voor vastleggingskredieten, van 94,85 % voor betalingskredieten met betrekking tot vastlegging (– 1,66 % ten opzichte van 2009) en van 93,73 % voor betalingen met betrekking tot de definitieve begroting (– 1,67 % ten opzichte van 2009);

4.

merkt bovendien op dat de gegevens over de begrotingsuitvoering van titels I en II (personeel en ondersteunende activiteiten) een toename laten optekenen ten opzichte van de bestedingspercentages van 2009, zowel op het vlak van vastleggingen als op dat van betalingen, respectievelijk + 0,57 % en + 13,4 %; merkt op dat het bestedingspercentage 99,15 % bedraagt voor vastleggingskredieten en 96,64 % voor betalingskredieten, ten opzichte van 98,58 % en 95,30 % voor 2009;

5.

stelt vast dat het bestedingspercentage voor titel III (projecten en operationele activiteiten) gedaald is met betrekking tot het gebruik van betalingskredieten (– 9,58 %) ten opzichte van 2009 en licht gedaald is, met 1,37 %, met betrekking tot de in de definitieve begroting vastgelegde kredieten; merkt eveneens op dat het bestedingspercentage 98,04 % bedraagt voor vastleggingskredieten en 88,83 % voor betalingskredieten; neemt er via het Centrum kennis van dat die situatie toe te schrijven was aan de volgende factoren:

meer dan 70 % van de nationale contactpunten konden enkel de betaling van de eerste tranche van de 2010 Reitox-cofinanciering aanvragen;

een aantal betalingen die betrekking hadden op de terugbetaling van kosten voor technische vergaderingen in het laatste deel van het jaar konden niet voor eind 2010 uitgevoerd worden;

een resterend aantal betalingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van kleine contracten voor externe technische studies/onderzoeken kon niet worden uitgevoerd vanwege de laattijdige afronding van de desbetreffende activiteiten voor het plaatsen van opdrachten/afsluiten van contracten;

is van mening dat het lage bestedingspercentage voor betalingskredieten onder titel III de ontwikkeling van de projecten en activiteiten van het Centrum beïnvloedt en negatieve gevolgen kan hebben voor de geplande resultaten ervan; verzoekt het Centrum daarom om onmiddellijk maatregelen te treffen om het bestedingspercentage voor betalingskredieten in de toekomst te verhogen en om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de geboekte vooruitgang;

6.

roept het Centrum op zijn financieel beheer te consolideren; erkent dat drugsgerelateerde kwesties afdoende aan bod moeten komen in het nieuwe meerjarig financieel kader (2014-2020);

Overdracht van kredieten

7.

is ingenomen met het initiatief van het Centrum om het volume van overgedragen kredieten verder te beperken; erkent in het bijzonder, op basis van het jaarlijks activiteitenverslag, dat het Centrum de volgende maatregelen heeft getroffen:

er werden vijf opleidingssessies over begrotingstransacties en procedures voor het plaatsen van opdrachten georganiseerd voor de verschillende financiële en operationele actoren van het Centrum,

er werden duidelijkere en meer gestructureerde instructies en procedures ingesteld voor de analyse en de preventie van overdrachten,

de inschrijvingprocedure voor de tenuitvoerlegging van het jaarlijks werkprogramma/de jaarlijkse begroting wordt zo veel mogelijk op voorhand voorbereid, zodat deze procedures in de regel tijdens het eerste semester van het jaar plaatsvinden,

er werd een AD-personeelslid aangeworven om de capaciteit van het Centrum om zijn activiteiten te plannen en te monitoren, te vergroten;

verzoekt de Rekenkamer desalniettemin om de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de doeltreffendheid van deze maatregelen;

Boekhoudsysteem

8.

neemt er via de definitieve jaarrekening kennis van dat het Centrum een nieuwe ontvangstenstructuur heeft toegepast die werd gecreëerd in ABAC om de invorderingsopdrachten eenvoudiger en beter te kunnen beheren;

9.

merkt eveneens op dat het Centrum zijn beheersysteem op basis van activiteiten heeft herzien en een op kosten gebaseerd boekhoudsysteem heeft uitgewerkt; erkent in het bijzonder dat de relevante ABAC- en SAP CO-toepassingen dienovereenkomstig zijn geconfigureerd en dat de productiefase in het eerste kwartaal van 2011 van start zou moeten zijn gegaan; verzoekt het Centrum om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vooruitgang in dit verband;

Overheidsopdrachten

10.

neemt er via de definitieve jaarrekening van het Centrum kennis van dat een resterend aantal betalingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van kleine contracten voor externe technische studies/onderzoeken niet werd uitgevoerd vanwege de laattijdige afronding van de desbetreffende activiteiten voor het plaatsen van opdrachten/het afsluiten van contracten, in overeenkomst met de voortgang van de betrokken projecten uit het werkprogramma van het Centrum;

Prestaties

11.

verzoekt het Centrum om terdege rekening te houden met het niveau van verslaglegging bij het plannen van zijn activiteiten; dringt er in het bijzonder op aan dat het Centrum ervoor zorgt dat het jaarlijks activiteitenverslag het jaarlijks werkprogramma effectief weerspiegelt en dat de planning van de middelen voor activiteiten (activiteitgestuurde begroting — ABB) in overeenstemming wordt gebracht met de organisatiestructuur van het Centrum om het mogelijk te maken om de begrotingsuitvoering te monitoren;

12.

is ingenomen met de verspreiding van informatie via internet als effectief en kostenefficiënt onderdeel van de globale communicatiestrategie en voorlichtingsactiviteiten van het Centrum; roept het Centrum bovendien op verbeteringen voor te stellen om, met de steun van Reitox, het meertalig beleid van het Centrum aan te houden;

13.

neemt kennis van het feit dat de economische problemen in de Europese Unie moeten worden overwonnen en roept daarom op tot een hernieuwde flexibiliteit, innovatieve organisatorische maatregelen en een betere coördinatie tussen de instellingen en agentschappen van de Unie en nationale autoriteiten;

14.

is ingenomen met de verbeterde samenwerking tussen het Centrum en het „European School Survey Project on Alcohol and other Drugs” (ESPAD); is van mening dat monitoring van alcohol-, tabaks- en andere verslavingen die niet samenhangen met verslavende stoffen prioritair dient te worden opgenomen in de volgende strategie voor drugsbestrijding van de Unie;

Risico-evaluatie

15.

neemt er via het jaarlijks activiteitenverslag kennis van dat het Centrum een alomvattende methodiek heeft goedgekeurd voor het uitvoeren van risico-identificaties en -evaluaties als instrument om het risicobeheer in het Centrum te verbeteren; verzoekt de Rekenkamer desalniettemin om de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de doeltreffendheid van de maatregelen die door het Centrum getroffen worden; verzoekt tevens de IAS om terdege te controleren of het centrale risicoregister effectief werd ingesteld, in overeenstemming met de aanbevelingen en vereisten van de IAS zoals bepaald in de interne controlenormen van het Centrum;

Interne audit

16.

erkent dat de IAS in 2010 een audit heeft uitgevoerd betreffende het beheer van output voor externe communicatie om de betrouwbaarheid van de interne controles van de output voor externe communicatie te beoordelen en te verzekeren; merkt in het bijzonder op dat er in de loop der jaren verschillende strategiedocumenten inzake communicatie zijn opgesteld, maar dat zij niet gekoppeld werden aan het jaarlijks werkprogramma voor 2010, noch aan het meerjarenwerkprogramma 2010-2012, en dat er geen periodieke actualisering van de doelgroepen gepland was tijdens de levenscyclus van de planningdocumenten, hoewel dat vereist is krachtens de communicatiestrategie van het Centrum;

17.

verzoekt het Centrum in dat verband om zijn toekomstige communicatiestrategie te koppelen aan zijn jaarlijkse of meerjarenplanningdocumenten en om de behoeften van de doelgroepen regelmatig opnieuw te bekijken;

18.

erkent dat het Centrum nog steeds vijf „zeer belangrijke” aanbevelingen van de IAS-audits inzake „subsidiebeheer” (uitgevoerd in 2009) en „paraatheid voor de verplaatsing” (2008) moet toepassen; is bezorgd dat de tenuitvoerlegging van drie „zeer belangrijke” aanbevelingen uitgesteld is tot na de datum die in het aanvankelijke actieplan van het Centrum was vastgelegd; merkt eveneens op dat het Centrum voor een andere aanbeveling heeft verklaard dat zij is toegepast vanaf eind 2010 en dat er in dat verband een follow-up van de IAS moet worden uitgevoerd om de effectieve tenuitvoerlegging ervan te bevestigen; dringt er daarom bij het Centrum op aan om onmiddellijke stappen te ondernemen om de situatie recht te zetten en om de kwijtingsautoriteiten in kennis te stellen van de getroffen maatregelen;

19.

merkt eveneens op dat een aanbeveling ten aanzien van de naleving van de subsidieovereenkomst door het Centrum is verworpen; dringt er daarom bij het Centrum op aan om zijn beslissing toe te lichten aan de kwijtingsautoriteit;

20.

vestigt de aandacht op zijn aanbevelingen uit eerdere kwijtingsverslagen, zoals bepaald in de bijlage bij deze resolutie;

21.

verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 10 mei 2012 (7) over de prestaties en het financiële beheer van en het toezicht op de agentschappen.


(1)  PB C 366 van 15.12.2011, blz. 156.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  PB L 376 van 27.12.2006, blz. 1.

(4)  PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(5)  PB L 250 van 27.9.2011, blz. 167.

(6)  PB L 64 van 12.3.2010, blz. 1056-1057.

(7)  Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0164 (zie bladzijde 388 van dit Publicatieblad).