Het standpunt van de Europese Unie in de Ministeriële Conferentie van de WTO luidt dat steun wordt gegeven aan het verzoek ingevolge artikel IX, lid 3, van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie om een ontheffing die WTO-leden de mogelijkheid biedt een preferentiële behandeling toe te staan voor diensten en dienstverleners uit de minst ontwikkelde landen.
2012/8/EU: Besluit van de Raad van 14 december 2011 tot vaststelling van het standpunt dat de Europese Unie in de Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie moet innemen over een verzoek om een ontheffing toe te staan teneinde diensten en dienstverleners uit de minst ontwikkelde landen een preferentiële behandeling toe te kennen
2012/8/EU: Besluit van de Raad van 14 december 2011 tot vaststelling van het standpunt dat de Europese Unie in de Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie moet innemen over een verzoek om een ontheffing toe te staan teneinde diensten en dienstverleners uit de minst ontwikkelde landen een preferentiële behandeling toe te kennen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, artikel 100, en artikel 207, lid 4, eerste alinea, juncto artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
In artikel IX van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organization — „WTO”) worden de procedures vastgesteld voor het verlenen van ontheffingen betreffende de multilaterale handelsovereenkomsten in de bijlagen 1A of 1B of 1C bij die overeenkomst en de bijlagen daarbij.
Er is verzocht om een ontheffing teneinde WTO-leden in staat te stellen een preferentiële behandeling toe te staan voor diensten en dienstverleners uit de minst ontwikkelde landen, zonder dezelfde behandeling toe te staan voor soortgelijke diensten en dienstverleners uit alle andere WTO-leden, door bij wijze van uitzondering af te wijken van de verplichting uit hoofde van artikel II, lid 1, van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten.
Het is in het belang van de Europese Unie om steun te verlenen aan dit verzoek om ontheffing en aldus een deel van de onderhandelingen over de Doha-ontwikkelingsagenda inzake diensten, dat van bijzonder belang is voor de minst ontwikkelde landen, af te sluiten,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Genève, 14 december 2011.
Voor de Raad
De voorzitter
M. Nogaj