Besluit 2010/413/GBVB van de Raad wordt als volgt gewijzigd:
-
Het volgende artikel wordt toegevoegd:
1.Het is verboden om aardgas uit Iran in te voeren, aan te schaffen of te vervoeren.
De Unie neemt de nodige maatregelen om te bepalen welke voorwerpen onder deze bepaling moeten vallen.
2.Het is verboden om al dan niet rechtstreeks financiering of financiële dienstverlening te verschaffen, met inbegrip van financiële derivaten, alsmede verzekeringen en herverzekeringen en tussenhandeldiensten inzake verzekeringen en herverzekeringen, in verband met de invoer, de aanschaf of het vervoer van aardgas uit Iran.
3.Het in lid 1 bedoelde verbod doet geen afbreuk aan de uitvoering van contracten voor de levering van aardgas van een andere staat dan Iran aan een EU-lidstaat.";
-
Artikel 4 ter wordt vervangen door:
1.De verbodsbepaling in artikel 4, lid 1, laat tot 15 april 2013 onverlet dat verplichtingen betreffende de levering van goederen worden uitgevoerd die voortvloeien uit contracten die vóór 26 juli 2010 of 16 oktober 2012 zijn gesloten.
2.De verbodsbepalingen in artikel 4 laten tot 15 april 2013 onverlet dat verplichtingen worden uitgevoerd die voortvloeien uit contracten die vóór 26 juli 2010 of 16 oktober 2012 zijn gesloten en die betrekking hebben op investeringen die voor die data in Iran zijn gedaan door in de lidstaten gevestigde ondernemingen.
3.De verbodsbepaling in artikel 4 bis, lid 1, laat tot 15 april 2013 onverlet dat verplichtingen betreffende de levering van goederen worden uitgevoerd die voortvloeien uit contracten die vóór 23 januari 2012 of 16 oktober 2012 zijn gesloten.
4.De verbodsbepalingen in artikel 4 bis laten tot 15 april 2013 onverlet dat verplichtingen worden uitgevoerd die voortvloeien uit contracten die vóór 23 januari 2012 of 16 oktober 2012 zijn gesloten en die betrekking hebben op investeringen die voor die data in Iran zijn gedaan door in de lidstaten gevestigde ondernemingen.
5.De leden 1 en 2 laten de uitvoering van de in artikel 3 quater, lid 2, bedoelde verplichtingen onverlet, mits deze verplichtingen voortvloeien uit dienstverleningscontracten of van voor de uitvoering daarvan benodigde bijkomende contracten en mits de uitvoering van die verplichtingen vooraf door de betrokken lidstaat werd toegestaan. De betrokken lidstaat stelt de overige lidstaten en de Commissie in kennis van zijn voornemen om toestemming te verlenen.
6.De leden 3 en 4 laten de uitvoering van de in artikel 3 quinquies, lid 2, bedoelde verplichtingen onverlet, mits deze verplichtingen voortvloeien uit dienstverleningscontracten of van voor de uitvoering daarvan benodigde bijkomende contracten en mits de uitvoering van die verplichtingen vooraf door de betrokken lidstaat werd toegestaan. De betrokken lidstaat stelt de overige lidstaten en de Commissie in kennis van zijn voornemen om toestemming te verlenen .";
-
De volgende artikelen worden toegevoegd:
1.De verkoop, levering of overdracht aan Iran van grafiet, en metaal (ruw of halffabricaat), zoals aluminium of staal, die van belang zijn voor bedrijfstakken die rechtstreeks of onrechtstreeks onder het gezag staan van de Iraanse Revolutionaire Garde, of die van belang zijn voor het nucleaire, militaire en ballistische-rakettenprogramma van Iran, door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten of met gebruik van onder de rechtsmacht van de lidstaten vallende schepen of vliegtuigen, is verboden, ongeacht of de goederen oorspronkelijk vanuit het grondgebied van de lidstaten komen.
De Unie neemt de nodige maatregelen om te bepalen welke voorwerpen onder deze bepaling moeten vallen.
2.Het is tevens verboden:
-
Iran technische bijstand of opleiding en andere diensten die verband houden met de in het eerste lid bedoelde voorwerpen te verstrekken;
-
Iran financiering of financiële bijstand te verlenen voor de verkoop, levering of overdracht van de in het eerste lid bedoelde voorwerpen of voor de verstrekking van met die voorwerpen verband houdende technische bijstand en opleiding.
3.Het is verboden bewust of opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de verbodsbepalingen in de leden 1 en 2 worden omzeild.
De verbodsbepalingen in artikel 4 sexies laten tot 15 april 2013 de uitvoering van vóór 16 oktober 2012 gesloten contracten of van voor de uitvoering daarvan benodigde bijkomende contracten onverlet.
1.De verkoop, levering of overdracht van maritieme sleuteluitrusting en sleuteltechnologie voor het bouwen, onderhouden of opnieuw uitrusten van schepen aan Iran of aan Iraanse ondernemingen of ondernemingen in Iraans bezit die in die sector actief zijn, door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten of met gebruik van onder de rechtsmacht van de lidstaten vallende schepen of vliegtuigen, is verboden, ongeacht of de uitrusting oorspronkelijk vanuit het grondgebied van de lidstaten komt.
De Unie neemt de nodige maatregelen om te bepalen welke voorwerpen onder deze bepaling moeten vallen.
2.De verbodsbepaling in lid 1 laat de levering onverlet van maritieme sleuteluitrusting en sleuteltechnologie aan een schip dat niet in Iraans bezit is of niet onder Iraans gezag staat, en dat door overmacht werd gedwongen een Iraanse haven of de Iraanse territoriale wateren binnen te varen.
3.Het is tevens verboden:
-
Iran technische bijstand of opleiding en andere diensten die verband houden met de in het eerste lid bedoelde voorwerpen te verstrekken;
-
Iran financiering of financiële bijstand te verlenen voor de verkoop, levering of overdracht van de in het eerste lid bedoelde voorwerpen of voor de verstrekking van met die voorwerpen verband houdende technische bijstand en opleiding.
4.Het is verboden bewust of opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de verbodsbepalingen in de leden 1 en 3 worden omzeild.
De verbodsbepalingen in artikel 4 octies laten tot 15 februari 2013 de uitvoering van vóór 16 oktober 2012 gesloten contracten of van voor de uitvoering daarvan benodigde bijkomende contracten onverlet.
1.De verkoop, levering of overdracht aan Iran van software voor het integreren van industriële processen, die van belang is voor bedrijfstakken die rechtstreeks of onrechtstreeks onder het gezag staan van de Iraanse Revolutionaire Garde, of die van belang is voor het nucleaire, militaire en ballistische-rakettenprogramma van Iran, door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten of met gebruik van onder de rechtsmacht van de lidstaten vallende schepen of vliegtuigen, is verboden, ongeacht of deze software oorspronkelijk vanuit het grondgebied van de lidstaten komt.
De Unie neemt de nodige maatregelen om te bepalen welke voorwerpen onder deze bepaling moeten vallen.
2.Het is tevens verboden:
-
Iran technische bijstand of opleiding en andere diensten die verband houden met de in het eerste lid bedoelde voorwerpen te verstrekken;
-
Iran financiering of financiële bijstand te verlenen voor de verkoop, levering of overdracht van de in het eerste lid bedoelde voorwerpen of voor de verstrekking van met die voorwerpen verband houdende technische bijstand en opleiding.
3.Het is verboden bewust of opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de verbodsbepalingen in de leden 1 en 2 worden omzeild.
De verbodsbepalingen in artikel 4 decies laten de uitvoering tot 15 januari 2013 van vóór 16 oktober 2012 gesloten contracten of van voor de uitvoering daarvan benodigde bijkomende contracten onverlet.";
-
-
Artikel 8, lid 1, wordt vervangen door:
"1.De lidstaten gaan geen nieuwe korte-, middellange- of langetermijnverplichtingen inzake het verlenen van financiële steun voor handel met Iran - het verstrekken van exportkredieten, garanties en verzekeringen daaronder begrepen - aan jegens hun onderdanen of entiteiten die bij deze handel zijn betrokken, noch verstrekken zij garanties of herverzekeringen voor dergelijke verplichtingen.";
-
Het volgende artikel wordt toegevoegd:
1.Onverminderd artikel 4 octies zijn de bouw en de deelname aan de bouw van nieuwe olietankers voor Iran of voor Iraanse personen en entiteiten verboden
2.Het is verboden technische bijstand te bieden of financiering of financiële bijstand te bieden in verband met de bouw van nieuwe olietankers voor Iraanse personen en entiteiten.";
-
Artikel 10 wordt vervangen door:
1.Ter voorkoming van het overbrengen naar, door of vanaf het grondgebied van de lidstaten, of de overdracht aan of via hun onderdanen, onder hun rechtsmacht vallende entiteiten (met inbegrip van bijkantoren in het buitenland), of aan of via personen of financiële instellingen op hun grondgebied, van financiële of andere activa of middelen die kunnen bijdragen tot proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten van Iran of tot de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens van Iran, gaan onder de rechtsmacht van de lidstaten vallende financiële instellingen geen transacties aan, en zien zij af van voortzetting van transacties, met:
-
in Iran gevestigde banken, met inbegrip van de centrale bank van Iran;
-
onder de rechtsmacht van de lidstaten vallende bijkantoren en dochtermaatschappijen van in Iran gevestigde banken;
-
buiten de rechtsmacht van de lidstaten vallende bijkantoren en dochtermaatschappijen van in Iran gevestigde banken;
-
financiële entiteiten die niet in Iran gevestigd zijn maar die wel onder het gezag van in Iran gevestigde personen en entiteiten staan,
tenzij die transacties vooraf door de betrokken lidstaat zijn toegestaan overeenkomstig de leden 2 en 3.
2.Voor de toepassing van lid 1 kan de betrokken lidstaat de volgende transacties toestaan:
-
transacties met betrekking tot voedsel, gezondheidszorg, medische uitrusting of landbouw- of humanitaire doeleinden;
-
transacties met betrekking tot persoonlijke geldtransacties;
-
transacties met betrekking tot de uitvoering van de in dit besluit voorziene afwijkingen;
-
transacties in verband met een specifiek handelscontract die niet uit hoofde van onderhavig besluit verboden zijn;
-
transacties in verband met een diplomatieke of consulaire missie of een internationale organisatie die immuniteit geniet op grond van het internationaal recht, voor zover die transacties bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke of consulaire missie of de internationale organisatie;
-
transacties in verband met betalingen ter voldoening van vorderingen op Iran, Iraanse personen of entiteiten, geval per geval bekeken en onder voorbehoud van kennisgeving tien dagen voorafgaand aan de toestemming, en transacties van soortgelijke aard die niet bijdragen aan activiteiten die uit hoofde van onderhavig besluit verboden zijn.
Voor onder a) tot e) vallende transacties onder 10 000 EUR is geen machtiging of kennisgeving vereist.
3Overdrachten van middelen naar en vanuit Iran via Iraanse banken en financiële instellingen met het oog op in lid 2 bedoelde transacties worden verwerkt als volgt:
-
overdrachten van middelen die verschuldigd zijn uit hoofde van transacties met betrekking tot voedsel, gezondheidszorg, medische uitrusting of voor landbouw- of humanitaire doeleinden van minder dan 100 000 EUR, alsmede overdrachten van middelen met betrekking tot persoonlijke geldtransacties ten bedrage van minder dan 40 000 EUR worden verricht zonder voorafgaande toestemming; de overdracht wordt aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat gemeld indien het om meer dan 10 000 EUR gaat;
-
overdrachten van middelen die verschuldigd zijn uit hoofde van transacties met betrekking tot voedsel, gezondheidszorg, medische uitrusting of voor landbouw- of humanitaire doeleinden van meer dan 100 000 EUR, alsmede overdrachten van middelen met betrekking tot persoonlijke geldtransacties ten bedrage van meer dan 40 000 EUR worden verricht met voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten in kennis van elke toestemming die hij verleent;
-
voor alle overige overdrachten ten bedrage van meer dan 10 000 EUR is de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat vereist. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten in kennis van elke toestemming die hij verleent.
4.Overdrachten van middelen naar en vanuit Iran die niet onder lid 3 vallen, worden verwerkt als volgt:
-
overdrachten van middelen die verschuldigd zijn uit hoofde van transacties met betrekking tot voedsel, gezondheidszorg, medische uitrusting of landbouw- of humanitaire doeleinden worden verricht zonder voorafgaande toestemming; de overdracht wordt aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat gemeld indien het om meer dan 10 000 EUR gaat;
-
alle overige overdrachten ten bedrage van minder dan 40 000 EUR worden zonder voorafgaande toestemming verricht; de overdracht wordt aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat gemeld indien het om meer dan 10 000 EUR gaat;
-
voor alle overige overdrachten ten bedrage van meer dan 40 000 EUR is de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat vereist. De toestemming wordt geacht binnen een termijn van vier weken te zijn verleend indien de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat binnen die termijn geen bezwaar heeft gemaakt. De betrokken lidstaat stelt de overige lidstaten in kennis van iedere geweigerde toestemming.
5.Ook bijkantoren en dochtermaatschappijen van in Iran gevestigde banken die onder de rechtsmacht van een lidstaat vallen, melden iedere overdracht van middelen die zij verrichten of ontvangen binnen vijf werkdagen na de verrichting of ontvangst aan de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van vestiging.
Onverminderd regelingen betreffende informatie-uitwisseling delen bevoegde autoriteiten die een melding ontvangen de gegevens betreffende deze melding, in voorkomend geval, onverwijld mee aan de bevoegde instanties van andere lidstaten waar de wederpartijen bij de transactie zijn gevestigd.";
-
-
De volgende artikelen worden toegevoegd:
Het verlenen door onderdanen van lidstaten of vanaf het grondgebied dat onder de rechtsmacht van de lidstaten valt, van diensten inzake toekenning van een vlag of classificatie, met inbegrip van enigerlei registratie- en identificatienummers, aan Iraanse olietankers en vrachtschepen is vanaf 15 januari 2013 verboden.
1.Het ter beschikking stellen van schepen bedoeld voor het vervoer of de opslag van olie en petrochemische producten aan Iraanse personen, entiteiten of organen is verboden.
2.Het ter beschikking stellen van schepen bedoeld voor het vervoer of de opslag van olie en petrochemische producten aan personen, entiteiten of organen met het oog op het vervoer of de opslag van Iraanse olie en petrochemische producten is verboden.
3.Het is verboden bewust of opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de verbodsbepalingen in de leden 1 en 2 worden omzeild.";
-
artikel 20 wordt gewijzigd als volgt:
-
de leden 1, onder b) en c), worden vervangen door:
-
niet onder bijlage I vallende personen en entiteiten die zich bezighouden met, rechtstreeks betrokken zijn bij, dan wel steun verlenen aan proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten van Iran of de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens, mede doordat zij betrokken zijn bij de aanschaf van voorwerpen, goederen, uitrusting, materialen of technologie waarvoor een verbod geldt, dan wel personen of entiteiten die namens hen of op hun aanwijzing handelen of entiteiten ten aanzien waarvan zij, ook op onrechtmatige wijze, de eigendom of de zeggenschap hebben, of personen en entiteiten die op een lijst geplaatste personen of entiteiten hebben geholpen om de bepalingen van VNVR-Resoluties 1737 (2006), 1747 (2007), 1803 (2008) en 1929 (2010) of dit besluit te ontwijken of te overtreden, alsmede andere leden en entiteiten van de Islamitische Revolutionaire Garde en de Islamic Republic of Iran Shipping Lines, entiteiten die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van deze, en personen en entiteiten die optreden namens deze of hen voorzien van verzekering of andere essentiële diensten, als opgesomd in bijlage II., als vermeld in bijlage II.
-
andere niet onder bijlage I vallende personen of entiteiten die de regering van Iran steun bieden en entiteiten die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van deze of aan hen geassocieerde personen of entiteiten, als opgesomd in bijlage II";
-
-
Lid 7 wordt vervangen door:
"7.Lid 1 is niet van toepassing op:
-
een overdracht door of via de Iraanse centrale bank van bevroren tegoeden of economische middelen indien een dergelijke overdracht dient voor het verstrekken van liquiditeiten voor het financieren van handel aan financiële instellingen die onder de rechtsmacht van de lidstaten vallen;
-
het terugbetalen door of via de Iraanse centrale bank van vorderingen uit hoofde van een door publieke of particuliere Iraanse entiteiten vóór de vaststelling van dit besluit gesloten contract of overeenkomst,
mits door de betrokken lidstaat toestemming voor de overdracht of de terugbetaling is gegeven."
-
-
de leden 8, 9 en 10 worden geschrapt;
-
lid 11 wordt vervangen door:
"11.Lid 7 laat lid 3, lid 4, lid 4 bis, lid 5 en lid 6 en artikel 10, leden 3 en 4, onverlet.".
-
de volgende leden worden toegevoegd:
"13.De leden 1 en 2 gelden niet voor handelingen en transacties die worden verricht ten aanzien van de in bijlage II vermelde entiteiten die rechten bezitten die voortvloeien uit een door een andere soevereine regering dan die van Iran vóór 27 oktober 2010 gegunde productieverdelingsovereenkomst inzake gas, voor zover dergelijke handelingen en transacties betrekking hebben op de deelneming van die entiteiten in de overeenkomst.
14.De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op handelingen en transacties die verricht worden ten aanzien van de in bijlage II vermelde entiteiten voor zover deze nodig zijn voor de uitvoering tot en met 31 december 2014 van de in artikel 3 quater, lid 2, bedoelde verplichtingen mits voor deze handelingen en transacties, geval per geval, vooraf toestemming is verleend door de betrokken lidstaat. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van haar voornemen om toestemming te verlenen.".
-