Home

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 20 september 2012 tot wijziging van Beschikking 2008/458/EG tot vaststelling van regels voor de uitvoering van Beschikking nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Terugkeerfonds voor de periode 2008-2013 als onderdeel van het algemeen programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen , wat betreft de beheers- en controlesystemen van de lidstaten, de regels voor administratief en financieel beheer en de subsidiabiliteit van de uitgaven voor door het Fonds medegefinancierde projecten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 6408)

Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 20 september 2012 tot wijziging van Beschikking 2008/458/EG tot vaststelling van regels voor de uitvoering van Beschikking nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Terugkeerfonds voor de periode 2008-2013 als onderdeel van het algemeen programma Solidariteit en beheer van de migratiestromen , wat betreft de beheers- en controlesystemen van de lidstaten, de regels voor administratief en financieel beheer en de subsidiabiliteit van de uitgaven voor door het Fonds medegefinancierde projecten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 6408)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Beschikking nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 tot oprichting van het Europees Terugkeerfonds voor de periode 2008-2013 als onderdeel van het algemeen programma „Solidariteit en beheer van de migratiestromen”(1), en met name artikel 35, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De algemene doelstelling van het Europees Terugkeerfonds is de inspanningen te steunen van de lidstaten om alle aspecten van de organisatie van het terugkeerproces te verbeteren, rekening houdend met de EU-wetgeving op dit gebied, en met volledige inachtneming van de grondrechten.

  2. Overeenkomstig de specifieke doelstellingen die zijn vervat in artikel 3, lid 1, onder c), van Beschikking nr. 575/2007/EG dient het Terugkeerfonds bij te dragen tot „het bevorderen van een doeltreffende en uniforme toepassing van gemeenschappelijke normen inzake terugkeer overeenkomstig de beleidsontwikkeling op dit gebied”.

  3. In dat kader ondersteunt het Terugkeerfonds de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven(2) (hierna „de terugkeerrichtlijn” genoemd) door tal van verschillende maatregelen mede te financieren.

  4. Om te waarborgen dat de lidstaten de terugkeerrichtlijn doeltreffend ten uitvoer leggen, is het dienstig de ondersteuning via het Terugkeerfonds verder op te voeren door de mogelijkheden voor subsidiëring te verruimen, teneinde met name te voldoen aan het voorschrift van artikel 16 van de terugkeerrichtlijn, dat voor bewaring in de regel moet worden gebruikgemaakt van speciale inrichtingen voor bewaring. In het licht van de ervaring die is opgedaan sinds de start van het Europees Terugkeerfonds is het, ter versterking van de capaciteit van de lidstaten om te waarborgen dat terugkeerders bij terugkeerprocedures en -operaties doeltreffend worden vervoerd, dienstig om het mogelijk te maken uit hoofde van het fonds de nodige vervoersmiddelen, zoals bussen, te financieren.

  5. Aangezien de jaarprogramma’s 2011 en 2012 van de lidstaten in het kader van het Europees Terugkeerfonds nog lopen, is het dienstig dat de gewijzigde regels gelden vanaf het jaarprogramma 2011.

  6. Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, is de basisbeschikking, en derhalve ook dit besluit, bindend voor het Verenigd Koninkrijk.

  7. Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, is de basisbeschikking, en derhalve ook dit besluit, bindend voor Ierland.

  8. Overeenkomstig artikel 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, is dit besluit niet bindend voor, noch van toepassing in Denemarken.

  9. De maatregelen waarin dit besluit voorziet, zijn in overeenstemming met het advies van het gemeenschappelijk comité „Solidariteit en beheer van de migratiestromen”, dat bij Beschikking nr. 574/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad is ingesteld(3).

  10. Beschikking 2008/458/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage XI bij Beschikking 2008/458/EG wordt als volgt gewijzigd:

  1. Punt II.1.3.3, lid 3, komt als volgt te luiden:

    Voor afzonderlijke artikelen die minder dan 20 000 EUR kosten, zijn de volledige aankoopkosten subsidiabel, op voorwaarde dat het materieel wordt aangekocht vóór de laatste drie maanden van het project. Afzonderlijke artikelen die 20 000 EUR of meer kosten, zijn alleen subsidiabel op basis van afschrijvingen. In afwijking van de bovengenoemde voorwaarden zijn van vervoersmiddelen die minder dan 250 000 EUR kosten, de volledige aankoopkosten subsidiabel.”.

  2. Punt II.1.4.2. komt als volgt te luiden:

    Wanneer de aankoop van onroerend goed essentieel is voor de uitvoering van het project en er een duidelijk verband bestaat met de doelstellingen ervan, komt de aankoop van onroerend goed, dat wil zeggen reeds opgetrokken gebouwen of de bouw van onroerend goed, in aanmerking voor medefinanciering op basis van de volledige of gedeeltelijke aankoopkosten, of op grond van afschrijvingen, onder de hieronder uiteengezette voorwaarden, en zonder dat afbreuk mag worden gedaan aan de toepassing van strengere nationale voorschriften:

    1. er moet een bewijs worden afgegeven door een onafhankelijke gekwalificeerde taxateur of een naar behoren gemachtigd officieel orgaan, waaruit blijkt dat de prijs de marktwaarde niet overschrijdt. Bovendien verklaart dit bewijs ofwel dat het onroerend goed in overeenstemming is met de nationale voorschriften, ofwel geeft het de punten aan die niet conform zijn en waarvan de rectificatie door de eindbegunstigde is gepland in het kader van het project;

    2. het onroerend goed mag niet vóór de uitvoering van het project met een subsidie van de Gemeenschap zijn aangekocht;

    3. in geval van medefinanciering van de volledige of gedeeltelijke kosten mag het onroerend goed voor een periode van ten minste tien jaar na de einddatum van het project alleen voor het in het kader van het project vastgestelde doel worden gebruikt, tenzij de Commissie anders beslist; in geval van medefinanciering op basis van afschrijvingen wordt deze periode teruggebracht tot vijf jaar;

    4. de aankoop van onroerend goed is in overeenstemming met het prijs-kwaliteitsbeginsel en het kosteneffectiviteitsbeginsel en wordt beschouwd als evenredig met het doel dat wordt beoogd met het project;

    5. in het geval van medefinanciering op basis van afschrijvingen is alleen het deel van de afschrijvingen van deze goederen dat overeenstemt met de duur van het gebruik en met de mate waarin het daadwerkelijk voor het project wordt gebruikt, subsidiabel; de afschrijvingen worden berekend volgens nationale boekhoudvoorschriften.

    Uitgaven voor renovatie, herinrichting en modernisering van onroerend goed komen in aanmerking voor medefinanciering op basis van de volledige of gedeeltelijke aankoopkosten, of op grond van afschrijvingen. In het geval van renovatiekosten zijn alleen de voorwaarden c) en e) van punt 1 van toepassing.”.

Artikel 2

1.

Artikel 1 is van toepassing vanaf de datum waarop dit besluit wordt vastgesteld.

2.

De lidstaten kunnen besluiten om de wijzigingen toe te passen ten aanzien van lopende of toekomstige projecten vanaf de jaarprogramma’s 2011.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 20 september 2012.

Voor de Commissie

Cecilia Malmström

Lid van de Commissie