Bijlage XI bij Beschikking 2008/458/EG wordt als volgt gewijzigd:
-
Punt II.1.3.3, lid 3, komt als volgt te luiden:
Voor afzonderlijke artikelen die minder dan 20 000 EUR kosten, zijn de volledige aankoopkosten subsidiabel, op voorwaarde dat het materieel wordt aangekocht vóór de laatste drie maanden van het project. Afzonderlijke artikelen die 20 000 EUR of meer kosten, zijn alleen subsidiabel op basis van afschrijvingen. In afwijking van de bovengenoemde voorwaarden zijn van vervoersmiddelen die minder dan 250 000 EUR kosten, de volledige aankoopkosten subsidiabel.”.
-
Punt II.1.4.2. komt als volgt te luiden:
Wanneer de aankoop van onroerend goed essentieel is voor de uitvoering van het project en er een duidelijk verband bestaat met de doelstellingen ervan, komt de aankoop van onroerend goed, dat wil zeggen reeds opgetrokken gebouwen of de bouw van onroerend goed, in aanmerking voor medefinanciering op basis van de volledige of gedeeltelijke aankoopkosten, of op grond van afschrijvingen, onder de hieronder uiteengezette voorwaarden, en zonder dat afbreuk mag worden gedaan aan de toepassing van strengere nationale voorschriften:
-
er moet een bewijs worden afgegeven door een onafhankelijke gekwalificeerde taxateur of een naar behoren gemachtigd officieel orgaan, waaruit blijkt dat de prijs de marktwaarde niet overschrijdt. Bovendien verklaart dit bewijs ofwel dat het onroerend goed in overeenstemming is met de nationale voorschriften, ofwel geeft het de punten aan die niet conform zijn en waarvan de rectificatie door de eindbegunstigde is gepland in het kader van het project;
-
het onroerend goed mag niet vóór de uitvoering van het project met een subsidie van de Gemeenschap zijn aangekocht;
-
in geval van medefinanciering van de volledige of gedeeltelijke kosten mag het onroerend goed voor een periode van ten minste tien jaar na de einddatum van het project alleen voor het in het kader van het project vastgestelde doel worden gebruikt, tenzij de Commissie anders beslist; in geval van medefinanciering op basis van afschrijvingen wordt deze periode teruggebracht tot vijf jaar;
-
de aankoop van onroerend goed is in overeenstemming met het prijs-kwaliteitsbeginsel en het kosteneffectiviteitsbeginsel en wordt beschouwd als evenredig met het doel dat wordt beoogd met het project;
-
in het geval van medefinanciering op basis van afschrijvingen is alleen het deel van de afschrijvingen van deze goederen dat overeenstemt met de duur van het gebruik en met de mate waarin het daadwerkelijk voor het project wordt gebruikt, subsidiabel; de afschrijvingen worden berekend volgens nationale boekhoudvoorschriften.
Uitgaven voor renovatie, herinrichting en modernisering van onroerend goed komen in aanmerking voor medefinanciering op basis van de volledige of gedeeltelijke aankoopkosten, of op grond van afschrijvingen. In het geval van renovatiekosten zijn alleen de voorwaarden c) en e) van punt 1 van toepassing.”.
-