De technische specificatie inzake interoperabiliteit (TSI) betreffende het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Unie, zoals uiteengezet in bijlage I, wordt vastgesteld.
2012/757/: Besluit van de Commissie van 14 november 2012 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot wijziging van Beschikking 2007/756/EG (Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 8075) Voor de EER relevante tekst
2012/757/: Besluit van de Commissie van 14 november 2012 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot wijziging van Beschikking 2007/756/EG (Kennisgeving geschied onder nummer C(2012) 8075) Voor de EER relevante tekst
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem binnen de Gemeenschap(1), en met name artikel 6, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
Overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 881/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 tot oprichting van een Europees Spoorwegbureau (Spoorwegbureauverordening)(2) (hierna „het Bureau” genoemd) dient het Bureau erop toe te zien dat de technische specificaties voor interoperabiliteit (TSI’s) aan de technische vooruitgang, marktontwikkelingen en maatschappelijke eisen zijn aangepast en de Commissie de voorstellen voor amendementen van TSI’s doet die het noodzakelijk acht.
Bij Besluit C(2010) 2576 van 29 april 2010 heeft de Commissie het Bureau het mandaat verleend om de technische specificaties inzake interoperabiliteit te ontwikkelen en bij te werken teneinde de werkingssfeer daarvan uit te breiden tot het volledige spoorwegsysteem in de Unie. In het mandaat is het Bureau gevraagd de TSI’s betreffende het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van respectievelijk het conventionele en het hogesnelheidsspoorwegsysteem te integreren en uit te breiden. Die TSI’s zijn vastgesteld bij Beschikking 2008/231/EG van de Commissie(3) en Besluit 2011/314/EU van de Commissie(4).
Op 5 september 2011 heeft het Bureau een aanbeveling gepubliceerd betreffende de integratie van de TSI exploitatie en verkeersleiding van het conventionele spoorwegsysteem en de TSI exploitatie en verkeersleiding van het hogesnelheidsspoorwegsysteem, de uitbreiding van het geografische toepassingsgebied van die TSI’s en de overdracht van de bepalingen inzake het Europees voertuignummer (EVN) naar Beschikking 2007/756/EG van de Commissie(5).
Aan de hand van het uitvoeringsplan dat elke lidstaat voor de lijnen die onder zijn verantwoordelijkheid vallen, dient bij te werken, moet worden beoordeeld of de in bijlage I uiteengezette TSI ten uitvoer wordt gelegd en of aan de eisen van de desbetreffende punten van die TSI wordt voldaan.
Het spoorverkeer functioneert op grond van bestaande nationale, bilaterale, multinationale of internationale overeenkomsten. Deze overeenkomsten mogen op dit moment, noch in de toekomst een belemmering vormen om interoperabiliteit tot stand te brengen. Derhalve moet een procedure worden ingesteld voor de aanmelding van deze overeenkomsten door de lidstaten.
Spoorvoertuigen worden ingeschreven door de instanties die op grond van artikel 33 van Richtlijn 2008/57/EG de nationale voertuigenregisters bijhouden overeenkomstig Beschikking 2007/756/EG.
Het formaat van het Europees voertuignummer en de eis dat nummer op het voertuig aan te brengen zijn allebei noodzakelijk voor de identificatie van het voertuig en moeten derhalve deel blijven uitmaken van de TSI exploitatie en verkeersleiding.
Om het voertuigenregister en de procedures voor de inschrijving van voertuigen te verduidelijken, moeten de bepalingen van de technische codes die deel uitmaken van het Europees voertuignummer worden verplaatst naar Beschikking 2007/756/EG. Beschikking 2007/756/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.
Via het overeenkomstig artikel 29 van Richtlijn 2008/57/EG ingestelde comité dient de Commissie de lidstaten in kennis te stellen van alle wijzigingen van de door het Bureau gepubliceerde codelijsten.
In Richtlijn 2008/57/EG is „exploitatie en verkeersleiding” gedefinieerd als een subsysteem van functionele aard. Bijgevolg wordt de naleving van de TSI exploitatie en verkeersleiding niet beoordeeld bij de afgifte van een vergunning om een voertuig in dienst te nemen maar bij het onderzoek van het veiligheidsbeheersysteem van spoorwegondernemingen en infrastructuurbeheerders.
Ter wille van de duidelijkheid en eenvoud is het raadzaam de overgangsbepalingen in de artikelen 3, 5 en 7 van Besluit 2011/314/EU niet te wijzigen.
Beschikking 2008/231/EG en Besluit 2011/314/EU moeten worden ingetrokken.
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2008/57/EG ingestelde comité,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De in bijlage I bij dit besluit uiteengezette TSI is van toepassing op het subsysteem exploitatie en verkeersleiding als beschreven in punt 2.5 van bijlage II bij Richtlijn 2008/57/EG.
Artikel 2
Indien zij dat nog niet eerder hebben gedaan op grond van Beschikking 2006/920/EG van de Commissie(6), Beschikking 2008/231/EG of Besluit 2011/314/EU, stellen de lidstaten de Commissie uiterlijk op 30 juni 2014 in kennis van de volgende soorten overeenkomsten:
-
tijdelijke of permanente nationale overeenkomsten tussen lidstaten en spoorwegondernemingen of infrastructuurbeheerders die vereist zijn vanwege de zeer specifieke of plaatselijke aard van de geplande vervoersdienst;
-
bilaterale of multilaterale overeenkomsten tussen spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders of veiligheidsinstanties die een aanzienlijk niveau van lokale of regionale interoperabiliteit waarborgen;
-
internationale overeenkomsten tussen een of meer lidstaten en ten minste een derde land, of tussen spoorwegondernemingen dan wel infrastructuurbeheerders van lidstaten en ten minste een spoorwegonderneming of infrastructuurbeheerder van een derde land die een hoog niveau van plaatselijke of regionale interoperabiliteit waarborgen.
Artikel 3
Overeenkomstig hoofdstuk 7 van bijlage I bij dit besluit actualiseren de lidstaten de overeenkomstig artikel 4 van Beschikking 2006/920/EG, artikel 4 van Beschikking 2008/231/EG en artikel 5 van Besluit 2011/314/EU opgestelde uitvoeringsplannen voor deze TSI.
De lidstaten doen het geactualiseerde uitvoeringsplan aan de overige lidstaten en de Commissie uiterlijk op 31 december 2014 toekomen.
Artikel 4
Beschikking 2008/231/EG en Besluit 2011/314/EU worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2014.