Home

Verordening (EU) nr. 70/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2012 betreffende de statistische registratie van het goederenvervoer over de weg (herschikking) Voor de EER relevante tekst

Verordening (EU) nr. 70/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2012 betreffende de statistische registratie van het goederenvervoer over de weg (herschikking) Voor de EER relevante tekst

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 338, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(1),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Verordening (EG) nr. 1172/98 van de Raad van 25 mei 1998 betreffende de statistische registratie van het goederenvervoer over de weg(2) is herhaaldelijk ingrijpend gewijzigd. Aangezien verdere wijzigingen nodig zijn, moet die verordening duidelijkheidshalve worden herschikt.

  2. De Commissie moet voor de uitvoering van de taken die haar in het kader van het gemeenschappelijk vervoerbeleid zijn toevertrouwd, beschikken over vergelijkbare, betrouwbare, synchrone, regelmatige en volledige statistieken over de omvang en de ontwikkeling van het goederenvervoer over de weg met in de Unie geregistreerde voertuigen, alsmede over de benuttingsgraad van de voertuigen waarmee dit vervoer wordt verricht.

  3. Het is nodig om volledige regionale statistieken samen te stellen met betrekking tot zowel het goederenvervoer en van de voertuigritten.

  4. Bijgevolg moet ervoor worden gezorgd dat de regionale oorsprong en de regionale bestemming van het vervoer binnen de Unie op dezelfde basis worden beschreven als het binnenlands vervoer, en dat een koppeling wordt gemaakt tussen het goederenvervoer en de voertuigritten door de benuttingsgraad te meten van de voertuigen waarmee dit vervoer wordt verricht.

  5. In overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel is de totstandbrenging van gemeenschappelijke statistische normen aan de hand waarvan geharmoniseerde gegevens kunnen worden opgesteld, een maatregel die alleen op Unieniveau beter kan worden verwezenlijkt, terwijl de gegevens in elke lidstaat worden verzameld onder het gezag van de organisaties en instellingen die voor het opstellen van officiële statistieken verantwoordelijk zijn.

  6. Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek(3) voorziet in een referentiekader voor de in deze verordening neergelegde bepalingen, in het bijzonder voor de bepalingen betreffende de toegang tot de administratieve bestanden, de kosteneffectiviteit van de beschikbare middelen en de statistische geheimhouding.

  7. Verstrekking van afzonderlijke, geanonimiseerde gegevens is noodzakelijk voor het schatten van de algehele nauwkeurigheid van de uitkomsten.

  8. Het is van belang een doelmatige verspreiding van de statistische gegevens te waarborgen.

  9. Gezien de specifieke geografische situatie van Malta, de korte afstanden voor vervoersritten over de weg en het beperkte wegennet aldaar, en de onevenredige last die het verzamelen van die gegevens voor de Maltese autoriteiten zou meebrengen, moet aan Malta een vrijstelling worden verleend.

  10. Teneinde rekening te houden met economische en technische ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van het actualiseren van deel 1 van bijlage I, met uitzondering van wijzigingen betreffende het facultatieve karakter van de vereiste informatie, en het wijzigen van de bijlagen II tot en met VII. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

  11. Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(4),

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Voorwerp en toepassingsgebied

1.

Iedere lidstaat stelt statistieken voor de Unie op aangaande het goederenvervoer over de weg met in die lidstaat geregistreerde gemotoriseerde wegvoertuigen voor het goederenvervoer, alsmede aangaande de ritten met die voertuigen.

2.

Deze verordening is niet van toepassing op het goederenvervoer over de weg dat plaatsvindt met:

  1. gemotoriseerde wegvoertuigen voor goederenvervoer waarvan het toegestane gewicht of de toegestane afmetingen de in de betrokken lidstaten normaliter toegelaten grenzen overschrijden;

  2. landbouwvoertuigen, militaire voertuigen en voertuigen die toebehoren aan centrale of plaatselijke overheidsinstellingen, met uitzondering van gemotoriseerde wegvoertuigen voor goederenvervoer die toebehoren aan overheidsbedrijven, en in het bijzonder spoorwegmaatschappijen.

Het staat elke lidstaat vrij om gemotoriseerde wegvoertuigen voor goederenvervoer waarvan het laadvermogen of het maximaal toegestane gewicht onder een bepaalde grens blijft, van het toepassingsgebied van deze verordening uit te sluiten. Deze grens mag niet hoger liggen dan 3,5 ton laadvermogen of 6 ton maximaal toegestaan gewicht voor enkelvoudige gemotoriseerde wegvoertuigen.

3.

Deze verordening is niet van toepassing op Malta, zolang het aantal in Malta geregistreerde gemotoriseerde wegvoertuigen voor het goederenvervoer met een vergunning voor deelname aan het internationaal vervoer van goederen over de weg niet meer dan 400 voertuigen bedraagt. Te dien einde deelt Malta jaarlijks aan Eurostat het aantal gemotoriseerde wegvoertuigen voor het goederenvervoer met een vergunning voor deelname aan het internationaal vervoer van goederen over de weg mee, en wel uiterlijk aan het einde van de maand maart volgende op het jaar waarop het aantal gemotoriseerde wegvoertuigen voor het goederenvervoer betrekking heeft.

Artikel 2 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a) „goederenvervoer over de weg” :
iedere verplaatsing van goederen met een gemotoriseerd wegvoertuig voor goederenvervoer;
b) „gemotoriseerd wegvoertuig” :
een wegvoertuig met een motor als enig middel van aandrijving, dat gewoonlijk dient voor het vervoer over de weg van personen of goederen of voor het trekken over de weg van voertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van personen of goederen;
c) „wegvoertuig voor het goederenvervoer” :
een wegvoertuig dat uitsluitend of voornamelijk is ontworpen voor het vervoer van goederen (vrachtwagen, aanhangwagen, oplegger);
d) „gemotoriseerd wegvoertuig voor het goederenvervoer” :
ieder enkelvoudig gemotoriseerd wegvoertuig of combinatie van wegvoertuigen, dat wil zeggen samenstel of geleed voertuig, ontworpen om goederen te vervoeren;
e) „vrachtwagen” :
een voertuig met een stijve constructie, dat uitsluitend of hoofdzakelijk is ontworpen voor het vervoer van goederen;
f) „trekker” :
een gemotoriseerd wegvoertuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk is ontworpen voor het trekken van andere, niet-gemotoriseerde wegvoertuigen (voornamelijk opleggers);
g) „aanhangwagen” :
een wegvoertuig voor het goederenvervoer, dat is ontworpen om te worden getrokken door een gemotoriseerd wegvoertuig;
h) „oplegger” :
een wegvoertuig voor het goederenvervoer zonder vooras, dat zodanig is ontworpen dat een gedeelte van het voertuig en een belangrijk gedeelte van zijn lading op de trekker rusten;
i) „geleed voertuig” :
een trekker waaraan een oplegger is gekoppeld;
j) „samenstel” :
een gemotoriseerd wegvoertuig voor het goederenvervoer waaraan een aanhangwagen is gekoppeld of een geleed voertuig waaraan een extra aanhangwagen is aangehangen;
k) „geregistreerd” :

het ingeschreven zijn in een register van gemotoriseerde wegvoertuigen dat wordt bijgehouden door een officiële instantie in een lidstaat, ongeacht of deze inschrijving al dan niet gepaard gaat met de aflevering van een kentekenplaat.

Indien het vervoer plaatsvindt met een combinatie van gemotoriseerde wegvoertuigen, dat wil zeggen een samenstel of een geleed voertuig, waarvan het gemotoriseerde wegvoertuig voor het goederenvervoer en de aanhangwagen of de oplegger in verschillende landen zijn geregistreerd, wordt het volledige voertuig geacht te zijn geregistreerd in het land van registratie van het gemotoriseerde wegvoertuig voor het goederenvervoer;

l) „laadvermogen” :

maximaal gewicht aan goederen dat door de bevoegde autoriteiten van het land van registratie van het voertuig toelaatbaar wordt geacht.

Wanneer het gemotoriseerde voertuig voor het goederenvervoer een samenstel is, dat bestaat uit een vrachtwagen met aanhangwagen, is het laadvermogen van het samenstel de som van het laadvermogen van de vrachtwagen en de aanhangwagen;

m) „maximaal toegestaan gewicht” :
totaal van het gewicht van het voertuig (of van een voertuigcombinatie) in stilstand en in bedrijfsklare toestand en van het gewicht van de lading, dat door de bevoegde autoriteiten van het land van registratie van het voertuig toelaatbaar wordt geacht;
n) „Eurostat” :
de dienst van de Commissie die instaat voor de uitvoering van de taken die de Commissie te vervullen heeft op het gebied van de productie van uniale statistieken.

Artikel 3 Verzamelen van gegevens

1.

De lidstaten verzamelen statistische gegevens voor de volgende gebieden:

  1. het voertuig,

  2. de rit,

  3. de goederen.

2.

De statistische variabelen per gebied, hun definitie en de classificatieniveaus voor hun indeling zijn opgenomen in de bijlagen I tot en met VII.

3.

Bij het vaststellen van de methode die voor de registratie van statistische gegevens moet worden gehanteerd, zien de lidstaten af van formaliteiten die bij het overschrijden van de grenzen tussen lidstaten moeten worden vervuld.

4.

De Commissie is bevoegd om, indien nodig en uitsluitend om rekening te houden met economische en technische ontwikkelingen, overeenkomstig artikel 8 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het actualiseren van deel 1 van bijlage I, met uitzondering van wijzigingen betreffende het facultatieve karakter van de vereiste informatie.

De Commissie is ook bevoegd om, indien nodig, overeenkomstig artikel 8 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het aanpassen van bijlagen II tot en met VII aan de economische en technische ontwikkelingen.

Bij de uitoefening van haar bevoegdheid krachtens dit lid zorgt de Commissie ervoor dat vastgestelde gedelegeerde handelingen de lidstaten en de respondenten geen aanmerkelijke aanvullende administratieve lasten opleggen.

Artikel 4 Nauwkeurigheid van statistische uitkomsten

De lidstaten zorgen ervoor dat hun methoden voor het verzamelen en verwerken van de statistische gegevens zodanig zijn ontworpen dat de overeenkomstig deze verordening ingediende statistische uitkomsten nauwkeurig genoeg zijn om de Commissie te voorzien van vergelijkbare, betrouwbare, synchrone, regelmatige en volledige statistieken; zij houden tevens rekening met de structurele kenmerken van het wegvervoer in de afzonderlijke lidstaten.

Voor de toepassing van de eerste alinea stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen gedetailleerde technische voorschriften vast met betrekking tot de nauwkeurigheid van de vereiste statistische gegevens. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 5 Toezending van de statistische uitkomsten aan Eurostat

Artikel 6 Verspreiding van de statistische uitkomsten

Artikel 7 Verslagen

Artikel 8 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

Artikel 9 Comitéprocedure

Artikel 10 Intrekking

Artikel 11 Inwerkingtreding

BIJLAGEN

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V

BIJLAGE VI

BIJLAGE VII

BIJLAGE VIII

BIJLAGE IX