Home

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 938/2012 van de Commissie van 12 oktober 2012 tot vaststelling van de bij de berekening van de financieringskosten van de interventies in de vorm van de aankoop, opslag en afzet van de voorraden toe te passen rentevoeten voor het boekjaar 2013 van het ELGF

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 938/2012 van de Commissie van 12 oktober 2012 tot vaststelling van de bij de berekening van de financieringskosten van de interventies in de vorm van de aankoop, opslag en afzet van de voorraden toe te passen rentevoeten voor het boekjaar 2013 van het ELGF

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(1), en met name artikel 3, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. In artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 884/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de financiering van de maatregelen voor interventie in de vorm van openbare opslag door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en de boeking van de verrichtingen in verband met openbare opslag door de betaalorganen van de lidstaten(2) is bepaald dat de uitgaven voor de financieringskosten van de middelen die door de lidstaten worden verschaft voor de aankoop van producten, volgens de in bijlage IV bij die verordening opgenomen voorschriften worden vastgesteld.

  2. Krachtens bijlage IV, punt I.1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 884/2006 stelt de Commissie voor de berekening van de bedragen van de betrokken financieringskosten aan het begin van elk boekjaar een voor de Unie uniforme rentevoet vast. Deze rentevoet komt overeen met het gemiddelde van de in de zes maanden vóór de mededeling van de lidstaten als bedoeld in punt I.2, eerste alinea, van die bijlage IV geconstateerde driemaands en twaalfmaands Euribor-rentevoeten waaraan een gewicht van respectievelijk eenderde en tweederde is toegekend. Deze rentevoet moet aan het begin van elk boekjaar van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) worden vastgesteld.

  3. Wanneer de door een lidstaat meegedeelde rentevoet echter lager ligt dan de voor de Unie vastgestelde uniforme rentevoet, wordt voor dat land overeenkomstig bijlage IV, punt I.2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 884/2006 een rentevoet vastgesteld op het niveau van de meegedeelde rentevoet.

  4. Voorts wordt, overeenkomstig bijlage IV, punt I.2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 884/2006, als een lidstaat geen mededeling doet in de vorm en binnen de termijn die in punt I.2, eerste alinea, van de genoemde bijlage IV zijn vermeld, de door die lidstaat betaalde rentevoet geacht nul te zijn. Als een lidstaat verklaart dat hij geen enkele rentelast heeft gedragen omdat tijdens de referentieperiode geen landbouwproducten in openbare interventie waren opgeslagen, geldt voor deze lidstaat de door de Commissie vastgestelde uniforme rentevoet. Oostenrijk, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Estland, Griekenland, Spanje, Italië, Cyprus, Letland, Luxemburg, Malta, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië en Slowakije hebben verklaard geen enkele rentelast te hebben gedragen omdat tijdens de referentieperiode geen landbouwproducten in openbare interventie waren opgeslagen.

  5. De rentevoeten voor het boekjaar 2013 van het ELGF dienen met inachtneming van deze verschillende elementen te worden vastgesteld aan de hand van de door de lidstaten aan de Commissie meegedeelde gegevens.

  6. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de landbouwfondsen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de uitgaven voor de financieringskosten van de middelen die door de lidstaten worden verschaft voor de aankoop van interventieproducten ten laste van het boekjaar 2013 van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF), worden de op grond van artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 884/2006 in bijlage IV bij die verordening bedoelde rentevoeten vastgesteld op:

  1. 0,2 % voor de specifieke rentevoet voor Finland;

  2. 0,3 % voor de specifieke rentevoet voor Duitsland;

  3. 0,5 % voor de specifieke rentevoet voor het Verenigd Koninkrijk en Ierland;

  4. 0,9 % voor de specifieke rentevoet voor België;

  5. 1,0 % voor de uniforme rentevoet voor de Unie die van toepassing is op de overige lidstaten.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 oktober 2012.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 oktober 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel Barroso