In overeenstemming met de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens, die ten doel heeft de rol van de VN-Veiligheidsraad te bevorderen en zijn deskundigheid om het hoofd te bieden aan de uitdagingen inzake de verspreiding van die wapens te vergroten, verleent de Unie verder steun voor de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties („UNSCR 1540 (2004)”) en Resolutie 1977 (2011) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
Besluit 2013/391/GBVB van de Raad van 22 juli 2013 ter ondersteuning van de praktische uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor
Besluit 2013/391/GBVB van de Raad van 22 juli 2013 ter ondersteuning van de praktische uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 26, lid 2, en artikel 31, lid 1,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
De Europese Raad heeft op 12 december 2003 de strategie van de Europese Unie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens vastgesteld, met in hoofdstuk III een lijst van maatregelen ter bestrijding van deze verspreiding, die zowel binnen de Unie als in derde landen dienen te worden genomen.
De Unie geeft momenteel actief uitvoering aan deze strategie en aan de in hoofdstuk III daarvan genoemde maatregelen, met name door middelen vrij te maken ter ondersteuning van specifieke projecten die worden uitgevoerd door multilaterale instellingen, door aan landen die het nodig hebben technische bijstand en deskundigheid te verstrekken met betrekking tot een breed scala aan non-proliferatiemaatregelen, en door de rol van de VN-Veiligheidsraad te bevorderen.
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft op 28 april 2004 Resolutie 1540 (2004) („UNSCR 1540 (2004)”) vastgesteld; dit is het eerste internationale instrument dat op geïntegreerde en alomvattende wijze massavernietigingswapens, de overbrengingsmiddelen ervoor en de daarvoor bestemde materialen behandelt. In UNSCR 1540 (2004) werden voor alle landen dwingende verplichtingen vastgesteld die erop gericht waren niet-overheidsactoren tegen te houden en af te schrikken om dergelijke wapens en daarmee verband houdend materiaal te bemachtigen. In UNSCR 1540 (2004) wordt de landen ook verzocht om bij het door deze resolutie ingestelde comité van de Veiligheidsraad (hierna „Comité 1540” genoemd) een verslag in te dienen over de stappen die zij hebben ondernomen of van plan zijn te ondernemen tot uitvoering van UNSCR 1540 (2004).
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft op 27 april 2006 Resolutie 1673 (2006) vastgesteld, en hij heeft besloten dat het Comité 1540 zijn inspanningen ter bevordering van de volledige uitvoering van UNSCR 1540 (2004) moet opvoeren door middel van werkprogramma’s, outreach-activiteiten, bijstand, dialoog en samenwerking. Hij heeft het Comité 1540 tevens verzocht om met de landen en internationale, regionale en subregionale organisaties na te gaan of ervaringen en bevindingen kunnen worden uitgewisseld en er programma’s beschikbaar zijn die de uitvoering van UNSCR 1540 (2004) kunnen vergemakkelijken.
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft op 20 april 2011 Resolutie 1977 (2011) aangenomen en besloten het mandaat van het Comité 1540 voor een periode van tien jaar, tot en met 25 april 2021, te verlengen. Hij heeft tevens besloten dat het Comité 1540 zijn inspanningen ter bevordering van de volledige uitvoering van UNSCR 1540 (2004) door alle landen in de toekomst nog moet opvoeren, meer bepaald op gebieden als: a) verantwoordingsplicht, b) fysieke beveiliging, c) grenscontroles en wetshandhavingsinspanningen, en d) nationale controles op uitvoer en overlading, met inbegrip van controles op het verstrekken van middelen en diensten in dat verband, zoals financiering van uitvoer en overlading.
De uitvoering van Gemeenschappelijk Optreden 2006/419/GBVB van de Raad van 12 juni 2006 ter ondersteuning van de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en in het kader van de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens(1) en van Gemeenschappelijk Optreden 2008/368/GBVB van de Raad van 14 mei 2008 ter ondersteuning van de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en in het kader van de uitvoering van de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens(2), heeft ertoe bijgedragen dat er heel wat minder landen zijn die geen verslag hebben ingediend of die hebben nagelaten de aanvullende informatie te verstrekken waar het Comité 1540 naar aanleiding van het indienen van onvolledige verslagen om had gevraagd.
Het Bureau voor ontwapeningszaken binnen het secretariaat van de Verenigde Naties, dat het Comité 1540 en zijn deskundigen inhoudelijke en logistieke ondersteuning moet geven, moet worden belast met de technische uitvoering van de op grond van dit besluit uit te voeren projecten.
Dit besluit moet worden uitgevoerd overeenkomstig de Financiële en Administratieve Kaderovereenkomst tussen de Commissie en de Verenigde Naties betreffende het beheer van financiële bijdragen van de Unie aan programma’s en projecten die onder toezicht van de Verenigde Naties staan,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De projecten ter ondersteuning van UNSCR 1540 (2004), die in overeenstemming zijn met maatregelen van de EU-strategie, omvatten subregionale workshops, landenbezoeken, bijeenkomsten, evenementen, opleidingen en publicrelationsacties.
De projecten hebben ten doel:
-
de betrokken nationale en regionale inspanningen en vermogens op te voeren, hoofdzakelijk door capaciteitsopbouw en het faciliteren van bijstand;
-
bij te dragen tot de praktische uitvoering van specifieke aanbevelingen die zijn gedaan in de alomvattende toetsing van 2009 inzake de stand van uitvoering van UNSCR 1540 (2004), meer bepaald wat betreft technische bijstand, internationale samenwerking en bewustmaking van de bevolking;
-
op verzoek van de landen, nationale actieplannen tot stand brengen, ontwikkelen en uitvoeren.
De bijlage bevat een nadere omschrijving van de projecten.
Artikel 2
De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid („de hoge vertegenwoordiger”) draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dit besluit.
De technische uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten wordt toevertrouwd aan het VN-secretariaat (Bureau voor ontwapeningszaken) (hierna „VN-secretariaat (ODA)”). Het voert deze taak uit onder verantwoordelijkheid en toezicht van de hoge vertegenwoordiger.
Daartoe treft de hoge vertegenwoordiger de nodige regelingen met het VN-secretariaat (ODA).
Artikel 3
Het financiële referentiebedrag voor de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten bedraagt 750 000 EUR, te financieren uit de algemene begroting van de Europese Unie.
Voor het beheer van de uitgaven die uit het in lid 1 bedoelde bedrag worden gefinancierd gelden de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Europese Unie.
De Commissie ziet erop toe dat de in lid 2 bedoelde uitgaven correct worden beheerd. Zij sluit daartoe een financieringsovereenkomst met het VN-secretariaat (ODA). In die financieringsovereenkomst wordt bepaald dat het VN-secretariaat (ODA) er zorg voor moet dragen dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is in een mate die overeenstemt met haar omvang.
De Commissie streeft ernaar om de in lid 3 bedoelde financieringsovereenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden die zich daarbij mochten voordoen en van de datum van sluiting van de financieringsovereenkomst.
Artikel 4
De hoge vertegenwoordiger brengt aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit besluit, op basis van de geregelde verslagen die worden opgesteld door het VN-secretariaat (ODA). Deze verslagen vormen de basis voor de evaluatie door de Raad. De Commissie verstrekt informatie over de financiële aspecten van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten.