Home

Verordening (EU) nr. 1073/2013 van de Europese Centrale Bank van 18 oktober 2013 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van beleggingsfondsen (herschikking) (ECB/2013/38)

Verordening (EU) nr. 1073/2013 van de Europese Centrale Bank van 18 oktober 2013 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van beleggingsfondsen (herschikking) (ECB/2013/38)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid artikel 5,

Gezien Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank(1), inzonderheid artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 4,

Gezien het advies van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Aangezien Verordening (EG) nr. 958/2007 van de Europese Centrale Bank van 27 juli 2007 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van beleggingsfondsen (ECB/2007/8)(2) aanzienlijk gewijzigd dient te worden, is omwille van de duidelijkheid een herschikking noodzakelijk, in het bijzonder in het licht van Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie(3).

  2. Verordening (EG) nr. 2533/98 bepaalt in artikel 2, lid 1, dat ter vervulling van haar vereisten met betrekking tot het rapporteren van statistische gegevens de Europese Centrale Bank (ECB), bijgestaan door de nationale centrale banken (NCB’s), bevoegd is tot het verzamelen van statistische gegevens binnen de grenzen van de referentiepopulatie van informatieplichtigen en van hetgeen nodig is om de taken van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) uit te voeren. Uit artikel 2, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 2533/98 volgt dat beleggingsfondsen (BF’s) deel uitmaken van de referentiepopulatie van informatieplichtigen voor de vervulling van de rapportagevereisten van de ECB inzake onder meer monetaire en financiële statistieken. Verder is de ECB ingevolge artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2533/98 gehouden om de werkelijke populatie van informatieplichtigen te bepalen uit de referentiegroep van informatieplichtigen en gerechtigd om bepaalde categorieën informatieplichtigen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van hun statistische rapportageverplichtingen.

  3. Om zijn taken te vervullen en voor het nauwgezet volgen van de financiële activiteiten die niet door monetaire financiële instellingen (MFI’s) worden uitgeoefend, benodigt het ESCB hoogwaardige statistische gegevens over het door BF’s uitgeoefende bedrijf. Deze gegevens beogen de ECB vooral een uitvoerig statistisch beeld te verschaffen van de BF-sector in de lidstaten die de euro als munt hebben (hierna: de „eurogebiedlidstaten”) en als één economisch gebied worden beschouwd.

  4. Om de rapportagelast te beperken mogen NCB’s de nodige gegevens over BF’s verzamelen bij de werkelijke populatie van informatieplichtigen als deel van een breder, andere statistische doeleinden dienend kader voor statistische rapportage, onverminderd de naleving van de statistische vereisten van de ECB. Het is in dergelijke gevallen voor een grotere doorzichtigheid gepast de informatieplichtigen ervan in kennis te stellen dat de gegevens voor andere statistische doeleinden worden verzameld.

  5. De beschikbaarheid van gegevens over financiële transacties vereenvoudigt een grondigere analyse voor monetaire beleidsdoeleinden en andere doeleinden. Gegevens betreffende financiële transacties en standen worden ook gebruikt om andere statistieken op te maken, met name de financiële rekeningen van het eurogebied.

  6. Hoewel krachtens artikel 34.1 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna: de „ESCB-statuten”) aangenomen verordeningen geen rechten toekennen, noch verplichtingen opleggen aan lidstaten die de euro niet als munt hebben (hierna: de „niet-eurogebiedlidstaten”), geldt artikel 5 van de ESCB-statuten zowel voor eurogebiedlidstaten als voor niet-eurogebiedlidstaten. Overweging 17 van Verordening (EG) nr. 2533/98 verwijst naar het feit dat artikel 5 van de ESCB-statuten, samen met artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie de verplichting inhoudt om op nationaal niveau alle maatregelen te nemen en uit te voeren die de niet-eurogebiedlidstaten dienstig achten voor het verzamelen van de nodige statistische gegevens ter voldoening aan de door de ECB opgelegde statistische rapportageverplichtingen, evenals voor het tijdig treffen van voorbereidingen op het gebied van de statistiek om eurogebiedlidstaten te kunnen worden.

  7. Hoewel deze verordening zich in de eerste plaats richt tot BF’s, zouden volledige gegevens over houders van door BF’s uitgegeven aandelen aan toonder niet direct bij BF’s beschikbaar kunnen zijn, waardoor het nodig is andere entiteiten op te nemen in de werkelijke populatie van informatieplichtigen.

  8. De normen voor de bescherming en het gebruik van vertrouwelijke statistische informatie, zoals vastgelegd in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2533/98, dienen van toepassing te zijn.

  9. Artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2533/98 bepaalt dat de ECB bevoegd is sancties op te leggen aan informatieplichtigen die niet voldoen aan de in ECB-verordeningen of -besluiten vastgelegde statistische rapportageverplichtingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt bedoeld met:

  1. „beleggingsfonds (BF)”: een onderneming voor collectieve belegging die:

    1. belegt in financiële en/of niet-financiële activa, zoals bedoeld in bijlage II, voor zover belegging van bij het publiek aangetrokken kapitaal haar doelstelling is, en

    2. overeenkomstig Unierecht of nationaal recht is opgericht krachtens:

      1. overeenkomstenrecht, als een gewoon fonds bestuurd door beheerders;

      2. trustrecht, als beleggingsfonds;

      3. vennootschapsrecht, als een beleggingsmaatschappij;

      4. een ander soortgelijk mechanisme of juridische vorm.

    De volgende ondernemingen vallen onder de definitie van een BF:

    1. ondernemingen wier rechten van deelneming of aandelen op verzoek van de houders direct of indirect uit de activa van de onderneming worden ingekocht of afgelost, en

    2. ondernemingen met een vast aantal uitgegeven aandelen, en wier aandeelhouders bestaande aandelen moeten kopen of verkopen bij toetreding, c.q. uittreding uit het fonds.

    De volgende ondernemingen vallen niet onder de definitie van een BF:

    1. pensioenfondsen zoals gedefinieerd in het herziene Europees Systeem van rekeningen (hierna: het „ESR 2010”) zoals vastgelegd door Verordening (EU) nr. 549/2013 (subsector S.129);

    2. geldmarktfondsen (MMF’s) zoals gedefinieerd in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1071/2013 van de Europese Centrale Bank van 24 september 2013 met betrekking tot de balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/2013/33)(4),

    Binnen de context van de definitie van BF, omvat „openbaar” kleine, professionele en institutionele beleggers;

  2. „informatieplichtige” heeft dezelfde betekenis als gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98;

  3. „ingezetene” heeft dezelfde betekenis als gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98. Binnen de context van deze verordening, en bij gebreke van een fysieke dimensie van een juridische entiteit, wordt het ingezetenschap ervan bepaald door het economische gebied krachtens welk recht de entiteit rechtspersoonlijkheid heeft. Als de entiteit geen rechtspersoonlijkheid heeft, wordt de statutaire vestigingsplaats als criterium gebruikt, namelijk het land wiens rechtssysteem het ontstaan en verder bestaan van de entiteit beheerst;

  4. „monetaire financiële instelling (MFI)” heeft dezelfde betekenis als gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EU) nr. /2013 1071(ECB/2013/33);

  5. „OFI”: overige financiële intermediairs behalve verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen, zoals gedefinieerd in ESR 2010 (subsector S.125);

  6. „aandelen en rechten van deelneming op naam in BF’s”: aandelen en rechten van deelneming in beleggingsfondsen, waarvan, overeenkomstig nationale wetgeving, een register wordt bijgehouden waarin de houders van de aandelen en rechten van deelneming en hun ingezetenschap en sector worden vermeld;

  7. „aandelen en rechten van deelneming aan toonder in BF’s”: aandelen en rechten van deelneming in BF’s, waarvan, overeenkomstig nationale wetgeving, geen register wordt bijgehouden waarin de houders van de aandelen en rechten van deelneming worden vermeld, of waarvan een register wordt bijgehouden zonder vermelding van ingezetenschap en sector van de houder;

  8. „desbetreffende NCB”: de NCB van de eurogebiedlidstaat waarin het BF ingezeten is;

  9. „effectgewijze” gegevens: gegevens uitgesplitst naar individuele effecten.

Artikel 2 Werkelijke populatie van informatieplichtigen

1.

De werkelijke populatie van informatieplichtigen bestaat uit de BF’s die ingezetenen zijn van de eurogebiedlidstaten. Het BF zelf, of bij BF’s zonder rechtspersoonlijkheid naar nationale wetgeving, de wettige vertegenwoordigers ervan, zijn verantwoordelijk voor de rapportage van de krachtens deze verordening vereiste statistische gegevens.

2.

Onverlet lid 1, omvat de werkelijke populatie van informatieplichtigen voor het verzamelen van gegevens over de houders van door BF’s uitgegeven aandelen aan toonder, overeenkomstig paragraaf 3 in deel 2 van bijlage I, MFI’s en OFI’s. De NCB’s kunnen deze entiteiten een vrijstelling verlenen op voorwaarde dat de vereiste statistische gegevens uit andere beschikbare bronnen verzameld worden, zulks overeenkomstig paragraaf 3 in deel 2 van bijlage I. De NCB’s gaan na of aan deze voorwaarde tijdig werd voldaan om, indien nodig, een vrijstelling te verlenen of in te trekken bij het begin van elk jaar, zulks in samenspraak met de ECB. Binnen het kader van deze verordening kunnen de NCB’s een lijst van informatieplichtige OFI’s opmaken en bijhouden overeenkomstig de beginselen van paragraaf 3 in deel 2 van bijlage I.

Artikel 3 Lijst van BF’s voor statistische doeleinden

1.

De ECB-directie maakt voor statistische doeleinden een lijst op van BF’s die de referentiepopulatie van informatieplichtigen vormen, en houdt deze bij, met inbegrip van, indien van toepassing, hun subfondsen in de zin van artikel 4, lid 2. De lijst kan, indien dergelijke lijsten beschikbaar zijn, gebaseerd zijn op bestaande lijsten van BF’s waarover nationale autoriteiten toezicht houden, aangevuld met andere BF’s die onder de definitie van BF’s in artikel 1 vallen.

2.

De NCB’s en de ECB maken deze lijst en bijwerkingen ervan in een passende vorm beschikbaar, waaronder via elektronische weg, het internet of, op verzoek van de betrokken informatieplichtigen, in gedrukte vorm.

3.

Indien de meest recent beschikbare elektronische versie van de in lid 2 bedoelde lijst onjuist is, legt de ECB geen sancties op aan informatieplichtigen die niet naar behoren aan hun statistische rapportageverplichtingen hebben voldaan voor zover de desbetreffende informatieplichtige te goeder trouw afging op de onjuiste lijst.

Artikel 4 Fondsgewijze rapportage

1.

De werkelijke populatie van informatieplichtigen rapporteert fondsgewijs gegevens betreffende haar activa en passiva.

2.

Onverlet lid 1, indien een BF zijn activa zodanig opsplitst, en over meerdere subfondsen spreidt, dat aandelen/rechten van deelneming met betrekking tot elk subfonds onafhankelijk gedekt worden door verschillende activa, wordt elk subfonds beschouwd als een individueel BF.

3.

In afwijking van lid 1 en lid 2 mogen BF’s, mits voorafgaande toestemming wordt verleend en overeenkomstig de instructies van de desbetreffende NCB, hun activa en passiva als een groep rapporteren op voorwaarde dat de resultaten daarvan vergelijkbaar zijn met de resultaten van de fondsgewijze rapportage.

Artikel 5 Driemaandelijkse en maandelijkse statistische rapportageverplichtingen

Artikel 6 Herwaarderingsaanpassingen of transacties

Artikel 7 Regels inzake financiële administratie

Artikel 8 Vrijstellingen

Artikel 9 Tijdigheid

Artikel 10 Minimumnormen en nationale rapportageprocedures

Artikel 11 Fusies, splitsingen en reorganisaties

Artikel 12 Verificatie en gedwongen verzameling

Artikel 13 Eerste rapportage

Artikel 14 Intrekking

Artikel 15 Slotbepaling

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III

BIJLAGE IV

BIJLAGE V