Home

Verordening (EU) nr. 1075/2013 van de Europese Centrale Bank van 18 oktober 2013 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten (herschikking) (ECB/2013/40)

Verordening (EU) nr. 1075/2013 van de Europese Centrale Bank van 18 oktober 2013 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten (herschikking) (ECB/2013/40)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, inzonderheid artikel 5,

Gezien Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank(1), inzonderheid artikel 5, lid 1, artikel 6, lid 4,

Gezien het advies van de Europese Commissie,

Overwegende:

  1. Aangezien Verordening (EG) nr. 24/2009 van de Europese Centrale Bank van 19 december 2008 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten (ECB/2008/30)(2) substantieel gewijzigd dient te worden, dient de verordening ter wille van de duidelijkheid herschikt te worden, in het bijzonder in het licht van Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie(3).

  2. Verordening (EG) nr. 2533/98 bepaalt in artikel 2, lid 1 dat de Europese Centrale Bank (ECB), ter vervulling van haar statistische rapportageverplichtingen, bijgestaan door de nationale centrale banken (NCB’s), bevoegd is tot het verzamelen van statistische gegevens binnen de perken van de referentiepopulatie van informatieplichtigen en van hetgeen nodig is om de taken van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) uit te voeren. Uit artikel 2, lid 2, onder a) van Verordening (EG) nr. 2533/98 blijkt dat lege financiële instellingen (LFI’s) die securitisatietransacties verrichten, deel uitmaken van de refererentiepopulatie van informatieplichtigen voor de vervulling van de statistische rapportageverplichtingen van de ECB, onder meer inzake monetaire en financiële statistieken. Verder is de ECB ingevolge artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2533/98 gehouden om de werkelijke populatie van informatieplichtigen te bepalen binnen de grenzen van de referentiepopulatie van informatieplichtigen en is zij gerechtigd om bepaalde categorieën informatieplichtigen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van hun statistische rapportageverplichtingen.

  3. Deze LFI-gegevens beogen de ECB te voorzien van adequate statistieken betreffende de financiële werkzaamheden van de LFI-subsector in de als één economisch gebied beschouwde lidstaten die de euro als munt hebben.

  4. Gezien de nauwe banden tussen de securitisatiewerkzaamheden van LFI’s en monetaire financiële instellingen (MFI’s) is een consistente, aanvullende en geïntegreerde verslaglegging door LFI’s en MFI’s vereist. Daarom dient de overeenkomstig deze verordening geleverde statistische informatie samen met de gegevensvereisten voor MFI’s betreffende gesecuritiseerde leningen te worden beoordeeld, zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 1071/2013 van de Europese Centrale Bank van 24 september 2013 betreffende de balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/2013/33)(4).

  5. Deze geïntegreerde rapportagemethode door LFI’s en MFI’s en de vrijstellingen van deze Verordening dienen de rapportagelast voor informatieplichtigen te minimaliseren en overlappingen te vermijden bij de rapportage van statistische informatie door LFI’s en MFI’s.

  6. NCB’s dienen LFI’s vrij te kunnen stellen van gezien het statistische nut onredelijk hoge kosten veroorzakende statistische rapportageverplichtingen.

  7. Alhoewel door de ECB uit hoofde van artikel 34.1 van de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken van van de Europese Centrale Bank (hierna de „ESCB-statuten”) vastgestelde verordeningen kennen rechten toe noch leggen zij verplichtingen op aan lidstaten die de euro niet als munt hebben (hierna: „niet-eurogebied lidstaten”), is artikel 5 van de ESCB-statuten op eurogebied-lidstaten en niet-eurogebied lidstaten van toepassing. Overweging 17 van Verordening (EG) nr. 2533/98 wijst erop dat artikel 5 van de ESCB-statuten, samen met artikel 4, lid 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de verplichting inhoudt om op nationaal niveau alle maatregelen te nemen en uit te voeren die de niet-eurogebied lidstaten dienstig achten voor de verzameling van de statistische gegevens om te voldoen aan de statistische rapportageverplichtingen van de ECB, en tijdig op statistisch vlak voorbereidingen te treffen, opdat zij eurogebied-lidstaten kunnen worden.

  8. De normen voor de bescherming en het gebruik van vertrouwelijke statistische informatie van artikel 8 van de Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad, dienen van toepassing te zijn.

  9. Artikel 7, lid 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98 bepaalt dat de ECB bevoegd is sancties op te leggen aan informatieplichtigen die niet voldoen aan de in ECB-verordeningen of -besluiten vastgelegde statistische rapportageverplichtingen.

HEEFT DEZE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt bedoeld met:

    1. „LFI” :

    een onderneming die overeenkomstig nationaal recht of Unierecht is opgericht krachtens één van de volgende mogelijkheden:

    1. overeenkomstenrecht, als een gewoon fonds bestuurd door beheerders;

    2. trustrecht;

    3. vennootschapsrecht als een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap;

    4. een ander soortgelijk mechanisme,

    en waarvan de hoofdactiviteit aan de volgende twee criteria voldoet:

    1. beoogt één of meerdere securitisatietransacties uit te voeren, dan wel voert die uit, en is gevrijwaard van het risico van faillissement of anderszins in gebreke zijn van de initiator, of de verzekeringsinstelling of de herverzekeringsinstelling, en

    2. geeft uit, of is voornemens uit te geven: schuldbewijzen, overige schuldinstrumenten, rechten van deelneming in securitisatiefondsen en/of financiële derivaten (hierna de „financiële instrumenten”) en/of zij is (of kan dit zijn) juridisch of economisch eigenaar van aan de uitgifte van financieringsinstrumenten ten grondslag liggende activa, welke financieringsinstrumenten aan het publiek aangeboden worden of onderhands geplaatst worden.

    Onder deze definitie vallen niet:

    1. monetaire financiële instellingen (MFI’s), zoals vastgesteld in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33);

    2. beleggingsfondsen (IF’s) zoals vastgesteld in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1073/2013 van de Europese Centrale Bank van 18 oktober 2013 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van beleggingsinstellingen (ECB/2013/38)(5);

    3. verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen zoals vastgesteld in artikel 13 van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)(6);

    4. beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (abi-beheerders) die alternatieve beleggingsinstellingen beheren en/of verhandelen zoals omschreven in artikel 4, lid 1 van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en De Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen(7) die vallen onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/61/EU krachtens artikel 2 ervan;

    2. „securitisatie” :

    een transactie of een regeling waarbij een van de initiator of de verzekerings- en de herverzekeringsinstelling afgescheiden entiteit financieringsinstrumenten uitgeeft aan beleggers, welke entiteit is opgezet voor de transactie of de regeling, dan wel daartoe dient, en een of meer van het volgende plaatsvindt:

    1. de juridische eigendom van, dan wel het economische belang in een activum of een activapool, dan wel een deel daarvan, wordt overgedragen aan een van de originator afgescheiden voor de transactie of de regeling opgezette, dan wel daartoe dienende, entiteit, zulks middels de activa-overdracht van de originator, dan wel middels subdeelneming;

    2. het kredietrisico van een activum of een pool van activa, dan wel een deel ervan, wordt middels kredietderivaten, garanties, dan wel enige gelijkaardige regeling, overgedragen aan de beleggers in de financieringsinstrumenten die zijn uitgegeven door een van de originator afgescheiden voor de transactie of de regeling opgezette, dan wel daartoe dienende, entiteit;

    3. verzekeringsrisico’s worden overgedragen van een verzekerings-, dan wel herverzekeringsonderneming aan een voor de transactie of regeling, dan wel daartoe dienende, opgezette entiteit die dergelijke risico’s volledig financiert middels uitgegeven financieringsinstrumenten, waarbij de aflossingsverplichtingen van de beleggers in die financieringsinstrumenten achtergesteld worden bij de herverzekeringsverplichtingen van die entiteit.

    Indien dergelijke financieringsinstrumenten uitgegeven worden, vormen zij geen betalingsverplichtingen van de initiator, verzekerings-, dan wel herverzekeringsonderneming;

    3. „initiator” :
    overdracht door de overdrager aan de securitisatiestructuur van een activum, dan wel een pool van activa, en/of het kredietrisico van het activum of de pool van activa;
    4. „informatieplichtige” :
    heeft dezelfde betekenis als in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98;
    5. „ingezetene” :
    heeft dezelfde betekenis als in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98. Binnen de context van deze verordening, bij gebreke van een significante fysische dimensie van een juridische entiteit, bepaalt het recht van het economische gebied de rechtspersoonlijkheid en daardoor het ingezetenschap van de entiteit. Als de entiteit geen rechtspersoonlijkheid heeft, wordt de statutaire vestigingsplaats als criterium gebruikt, namelijk het land wiens rechtssysteem de oprichting en het verdere bestaan van de entiteit beheerst;
    6. „desbetreffende NCB” :
    de NCB van de eurogebied-lidstaat waarin de LFI ingezeten is;
    7. „starten met de werkzaamheden” :
    alle met securitisatie verband houdende werkzaamheden, waaronder voorbereidingsmaatregelen, met uitzondering van de oprichting van een entiteit, die naar verwachting de securitisatiewerkzaamheden binnen de volgende zes maanden niet zal starten. Verricht een LFI werkzaamheden nadat de securitisatie-werkzaamheden voorzienbaar worden, dan betekent zulks dat met de werkzaamheden werd gestart.

Artikel 2 Populatie van informatieplichtigen

1.

In het grondgebied van een eurogebied-lidstaat ingezeten LFI’s vormen de referentiepopulatie van informatieplichtigen. De referentiepopulatie van informatieplichtigen is onderworpen aan de verplichting van artikel 3, lid 2.

2.

De werkelijke populatie van informatieplichtigen bestaat uit de referentiepopulatie van informatieplichtigen, met uitzondering van de LFI’s die krachtens artikel 5, lid 1, onder c) volledig vrijgesteld werden van statistische rapportageverplichtingen. De werkelijke populatie van statistische informatieplichtigen is onderworpen aan de rapportageverplichtingen van artikel 4, behoudens de in artikel 5 vastgelegde vrijstellingen. De LFI’s die krachtens artikel 5, lid 3 hun jaarrekening rapporteren of die krachtens artikel 5, lid 5 onderworpen zijn aan ad-hocrapportageverplichtingen, maken eveneens deel uit van de werkelijke populatie van informatieplichtigen.

3.

Indien een LFI krachtens haar nationale wetgeving geen rechtspersoonlijkheid heeft, zijn uit hoofde van deze verordening informatieplichtigen de personen die gerechtigd zijn om de LFI te vertegenwoordigen, dan wel bij gebreke van een geformaliseerde vertegenwoordiging, de personen die krachtens de toepasselijke nationale wetgeving aansprakelijk zijn voor de handelingen van de LFI.

Artikel 3 Lijst van LFI’s voor statistische doeleinden

1.

De ECB-directie maakt voor statistische doeleinden een lijst van LFI’s op die de referentiepopulatie van informatieplichtigen vormen en houdt deze bij. De LFI’s geven overeenkomstig Richtsnoer ECB/2007/9 van 1 augustus 2007 betreffende monetaire statistieken en statistieken inzake financiële instellingen en markten(8) aan de NCB’s de door deze gevraagde gegevens door. De NCB’s en de ECB stellen deze lijst, en de herzieningen ervan, op passende wijze ter beschikking, o.a. elektronisch, via het internet of, op verzoek van de betrokken informatieplichtigen, in gedrukte vorm.

2.

Een LFI stelt de desbetreffende NCB binnen een week vanaf de datum waarop zij haar werkzaamheden heeft gestart in kennis van haar bestaan, ongeacht mogelijke statistische rapportageverplichtingen uit hoofde van deze verordening.

3.

Indien de meest recent beschikbare elektronische versie van de in lid 1 genoemde lijst onjuist is, legt de ECB geen sancties op aan informatieplichtigen die niet naar behoren aan hun statistische rapportageverplichtingen hebben voldaan voor zover aan het vereiste van lid 2 werd voldaan en de informatieplichtige te goeder trouw afging op de onjuiste lijst.

Artikel 4 Statistische rapportageverplichtingen en rapportageregels op kwartaalbasis

1.

De werkelijke populatie van informatieplichtigen levert op kwartaalbasis aan de desbetreffende NCB gegevens betreffende de aan het kwartaaleinde uitstaande bedragen, financiële transacties en afschrijvingen/afwaarderingen van de activa en passiva van de LFI’s, zulks overeenkomstig de bijlagen I en II.

2.

Voor zover de in lid 1 genoemde gegevens afgeleid kunnen worden overeenkomstig de statistische nimumkwaliteitsnormen van bijlage III, kunnen de NCB’s de ter voldoening aan de statistische rapportageverplichtigen van lid 1 statistische gegevens betreffende door LFI’s uitgegeven en aangehouden effecten effectsgewijs verzamelen. Behoudens de uiterste rapportagedata van artikel 6, kunnen NCB’s de verstrekking verlangen van effectsgewijze financiële transactiedata inzake schuldbewijzen die LFI’s aanhouden overeenkomstig één van de methoden van sectie 2 van deel I van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1011/2012 van de Europese Centrale Bank (ECB/2012/24)(9).

3.

Onverminderd de rapportageregels van bijlage II worden alle activa en passiva van LFI’s krachtens deze verordening gerapporteerd overeenkomstig de rapportageregels zoals bepaald in de desbetreffende nationale wetgeving tot tenuitvoerlegging van de Richtlijn 86/635/EEG van de Raad van 8 december 1986 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen(10). De regels inzake financiële administratie in de desbetreffende nationale wetgeving tot tenuitvoerlegging van de Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g) van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen(11) zijn van toepassing op LFI’s die niet binnen het toepassingsgebied vallen van de nationale wet tot tenuitvoerlegging van Richtlijn 86/635/EEG. Andere relevante nationale of internationale standaarden of praktijken voor jaarrekeningen zijn van toepassing op LFI’s die niet vallen onder de nationale wetgeving tot tenuitvoerlegging van deze richtlijnen.

4.

Indien lid 3 de rapportage van instrumenten op basis van de actuele marktwaarde vereist, kunnen NCB’s de LFI’s vrijstellen van de rapportage van deze instrumenten op basis van actuele marktwaarde idein de kosten voor de LFI daarvoor onredelijk hoog zouden zijn. In dat geval passen LFI’s de waardering toe die gebruikt wordt voor beleggersrapporten.

5.

Als de beschikbare gegevens overeenkomstig de nationale marktpraktijken verwijzen naar om het even welke datum binnen een kwartaal kunnen de NCB’s de informatieplichtigen toestaan deze kwartaalgegevens in plaats daarvan te rapporteren, mits deze gegevens vergelijkbaar zijn en rekening wordt gehouden met significante transacties tussen deze datum en het einde van het kwartaal.

6.

Informatieplichtigen kunnen in overeenstemming met de desbetreffende NCB in plaats van de in lid 1 genoemde gegevens inzake financiële transacties, herwaarderingsaanpassingen en overige volumemutaties verstrekken waaruit de NCB financiële transacties kan afleiden.

7.

In overeenstemming met de desbetreffende NCB kan een informatieplichtige in plaats van de inzake in lid 1 genoemde afschrijvingen/afwaarderingen andere informatie leveren waaruit de NCB de vereiste gegevens betreffende afschrijvingen/afwaarderingen kan afleiden.

Artikel 5 Vrijstellingen

Artikel 6 Uiterste data

Artikel 7 Minimumnormen en nationale rapportageprocedures

Artikel 8 Verificatie en gedwongen verzameling

Artikel 9 Eerste rapportage

Artikel 10 Intrekking

Artikel 11 Slotbepaling

BIJLAGE I

BIJLAGE II

BIJLAGE III