Home

Verordening (EU) Nr. 374/2014 van het Europees parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlaging of afschaffing van douanerechten op goederen van oorsprong uit Oekraïne

Verordening (EU) Nr. 374/2014 van het Europees parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlaging of afschaffing van douanerechten op goederen van oorsprong uit Oekraïne

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Oekraïne is een prioritair partnerland binnen het Europese Nabuurschapsbeleid en het oostelijk partnerschap. De Unie streeft naar een steeds nauwere band met Oekraïne, die verder gaat dan louter bilaterale samenwerking en geleidelijke stappen naar een politieke associatie en economische integratie omvat. In dit verband werd in de periode 2007-2011 over een Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, onderhandeld, met inbegrip van een diepe en brede vrijhandelsruimte , en die werd op30 maart 2012 door beide partijen geparafeerd. Krachtens de bepalingen inzake de diepe en brede vrijhandelsruimte moeten de Unie en Oekraïne gedurende een overgangsperiode van ten hoogste 10 jaar na de inwerkingtreding van de Associatieovereenkomst een vrijhandelsruimte oprichten overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994.

  2. In het licht van de ongekende politieke, economische en veiligheidsuitdagingen waarmee Oekraïne wordt geconfronteerd en teneinde de Oekraïense economie te ondersteunen, is het dienstig niet te wachten tot de bepalingen van de Associatieovereenkomst inzake de diepe en brede vrijhandelsruimte in werking treden, maar op de toepassing daarvan vooruit te lopen door autonome handelspreferenties, en unilateraal een begin te maken met de verlaging of afschaffing van de douanerechten die de Unie heft op goederen van oorsprong uit Oekraïne, overeenkomstig de Lijst van concessies in bijlage I-A bij de Associatieovereenkomst.

  3. Om fraude te voorkomen, moet aan het recht om gebruik te maken van de autonome handelspreferenties de voorwaarde worden verbonden dat Oekraïne voldoet aan de desbetreffende regels inzake de oorsprong van producten en de daarmee samenhangende procedures, en dat deze zich verbindt tot een doeltreffende administratieve samenwerking met de Unie. Bovendien mag Oekraïne geen nieuwe douanerechten of heffingen van gelijke werking dan wel nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking voor de invoer van producten van oorsprong uit de Unie vaststellen, de bestaande douanerechten of heffingen niet verhogen of noch andere beperkingen invoeren.

  4. Bepaald moet worden dat, wanneer na onderzoek van de Commissie blijkt dat een product ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten in de Unie, de normale rechten van het gemeenschappelijk douanetarief opnieuw ingesteld worden.

  5. Voor het geval dat één van de in deze verordening neergelegde voorwaarden niet wordt nageleefd, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de preferentiële regeling tijdelijk geheel of ten dele te schorsen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(1).

  6. Deze Verordening dient van toepassing te zijn totdat Titel IV (handel en handelsgerelateerde onderwerpen) van de Associatieovereenkomst in werking treedt of, in voorkomend geval, voorlopig wordt toegepast, en uiterlijk tot en met 1 november 2014.

  7. Gezien de urgentie van de aangelegenheid, moet er een uitzondering worden gemaakt op de periode van acht weken bedoeld in artikel 4 van het Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Preferentiële regelingen

De douanerechten op goederen van oorsprong uit Oekraïne worden verlaagd of afgeschaft overeenkomstig bijlage I.

Artikel 2 Voorwaarden voor de preferentiële regelingen

Het recht op de in artikel 1 vastgestelde preferentiële regelingen is afhankelijk van de volgende voorwaarden:

  1. de regels betreffende de oorsprong van de producten en de desbetreffende procedures in titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 2, van Verordening (EEG) nr. 2454/93(2) van de Commissie moeten zijn nageleefd;

  2. de bepalingen betreffende de methoden van administratieve samenwerking in de artikelen 121 en 122 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 moeten zijn nageleefd;

  3. Oekraïne gaat daadwerkelijke administratieve samenwerking met de Unie aan ter voorkoming van fraude;

  4. Oekraïne stelt met ingang van 23 April 2014 geen nieuwe douanerechten of heffingen van gelijke werking dan wel nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking vast voor de invoer van producten van oorsprong uit de Unie, of verhoogt de bestaande douanerechten of heffingen niet en voert geen andere beperkingen in.

Artikel 3 Toegang tot de tariefcontingenten

1.

De in de bijlagen II en III vermelde producten mogen in de Unie worden ingevoerd binnen de grenzen van de tariefcontingenten van de Unie, zoals bepaald in die bijlagen.

2.

Met uitzondering van de tariefcontingenten voor de in bijlage III bij deze verordening bedoelde specifieke landbouwproducten worden de in lid 1 van dit artikel bedoelde tariefcontingenten door de Commissie beheerd overeenkomstig de artikelen 308 bis, 308 ter en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93.

3.

De tariefcontingenten voor de in bijlage III bij deze verordening bedoelde specifieke landbouwproducten worden door de Commissie beheerd overeenkomstig de krachtens artikel 184 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad(3) vastgestelde voorschriften.

Artikel 4 Tijdelijke schorsing

Indien zij van oordeel is dat er voldoende bewijs is dat de in artikel 2 vastgelegde voorwaarden niet worden nageleefd, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen teneinde de in deze verordening bedoelde preferentiële regelingen tijdelijk geheel of ten dele te schorsen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 5 Vrijwaringsclausule

Artikel 6 Comitéprocedure

Artikel 7 Inwerkingtreding en toepassing

BIJLAGE ITarieflijsten van de EU

Aanhangsel van Bijlage I(1)

BIJLAGE II

BIJLAGE III