Met ingang van 1 juli 2011 wordt in artikel 63, tweede alinea, van het statuut „1 juli 2010” vervangen door „1 juli 2011”.
Verordening (EU) nr. 422/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2011 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen
Verordening (EU) nr. 422/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2011 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en met name artikel 12,
Gezien het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (hierna „statuut”) en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie (hierna „regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden”), vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68(1), en met name op artikel 10 van bijlage XI bij het statuut,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien het advies van het Hof van Justitie(2),
Gezien het advies van de Rekenkamer(3),
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(4),
Overwegende hetgeen volgt:
In zaak C-63/12, Commissie tegen Raad, heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna „Hof van Justitie”) verklaard dat de instellingen verplicht zijn jaarlijks de bezoldigingen aan te passen, hetzij door „wiskundige” aanpassing volgens de methode in artikel 3 van bijlage XI bij het statuut, hetzij door van die wiskundige berekening af te wijken overeenkomstig artikel 10 van die bijlage.
Artikel 19 van bijlage XIII bij het statuut, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) nr. 1023/2013 van het Europees Parlement en de Raad(5) strekt ertoe de instellingen in staat te stellen de nodige maatregelen te nemen om hun geschillen betreffende de aanpassingen van de bezoldigingen en pensioenen voor 2011 en 2012 te beslechten in overeenstemming met een uitspraak van het Hof van Justitie, rekening houdend met de legitieme verwachtingen van de personeelsleden dat de instellingen ieder jaar een besluit dienen te nemen over de aanpassing van hun bezoldigingen en pensioenen.
Om in overeenstemming te zijn met de uitspraak van het Hof van Justitie in zaak C-63/12 moet de Commissie, wanneer de Raad vaststelt dat er sprake is van een ernstige en plotselinge verslechtering van de sociaaleconomische toestand binnen de Unie, een voorstel indienen volgens de in artikel 336 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalde procedure om het Europees Parlement in het wetgevingsproces te betrekken. De Raad heeft op 4 november 2011 verklaard dat de financiële en economische crisis die de Unie treft en in de meeste lidstaten tot aanzienlijke budgettaire aanpassingen leidt, een ernstige en plotselinge verslechtering van de sociaaleconomische toestand binnen de Unie heeft opgeleverd. De Raad heeft de Commissie derhalve op grond van artikel 241 van het VWEU verzocht om uitvoering te geven aan artikel 10 van bijlage XI bij het statuut en een passend voorstel voor de aanpassing van de bezoldigingen in te dienen.
Het Hof van Justitie heeft bevestigd dat het Europees Parlement en de Raad op grond van de uitzonderingsclausule over een ruime beoordelingsmarge ten aanzien van de aanpassing van de bezoldigingen en de pensioenen beschikken. Vanwege de economische en sociale omstandigheden tijdens de periode van 1 juli 2010 tot en met 31 december 2011, onder andere de financiële en economische crisis die een aantal lidstaten in het najaar van 2011 heeft getroffen en die tot een onmiddellijke verslechtering van de sociaaleconomische toestand in de Unie en tot aanzienlijke budgettaire aanpassingen heeft geleid, de hoge werkloosheid en de hoge overheidsschulden en -tekorten in de Unie, is het passend de aanpassing van de bezoldigingen en pensioenen in België en Luxemburg vast te stellen op 0 % voor 2011. Die aanpassing is onderdeel van een algehele aanpak met het oog op de beslechting van de geschillen betreffende de aanpassingen van de bezoldigingen en de pensioenen voor 2011 en 2012, die tevens een aanpassing van 0,8 % voor 2012 behelst.
Bijgevolg geschiedt de aanpassing van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie gedurende een periode van vijf jaar (2010-2014) als volgt: in 2010 heeft de toepassing van de methode van artikel 3 van bijlage XI bij het statuut geleid tot een aanpassing van 0,1 %. Voor 2011 en 2012 heeft de algehele aanpak met het oog op de beslechting van de geschillen betreffende de aanpassingen van de bezoldigingen en de pensioenen voor 2011 en 2012 geleid tot een aanpassing van respectievelijk 0 % en 0,8 %. Bovendien is in het kader van het politiek compromis over de hervorming van het statuut en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden besloten de bezoldigingen en de pensioenen in de jaren 2013 en 2014 te bevriezen,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Met ingang van 1 juli 2011 wordt in artikel 66 van het statuut de tabel van de maandelijkse basissalarissen die van toepassing is voor de berekening van de bezoldigingen en de pensioenen, vervangen door de volgende tabel:
1.7.2011 |
SALARISTRAP |
||||
|---|---|---|---|---|---|
RANG |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
16 |
16 919,04 |
17 630,00 |
18 370,84 |
|
|
15 |
14 953,61 |
15 581,98 |
16 236,76 |
16 688,49 |
16 919,04 |
14 |
13 216,49 |
13 771,87 |
14 350,58 |
14 749,83 |
14 953,61 |
13 |
11 681,17 |
12 172,03 |
12 683,51 |
13 036,39 |
13 216,49 |
12 |
10 324,20 |
10 758,04 |
11 210,11 |
11 521,99 |
11 681,17 |
11 |
9 124,87 |
9 508,31 |
9 907,86 |
10 183,52 |
10 324,20 |
10 |
8 064,86 |
8 403,76 |
8 756,90 |
9 000,53 |
9 124,87 |
9 |
7 127,99 |
7 427,52 |
7 739,63 |
7 954,96 |
8 064,86 |
8 |
6 299,95 |
6 564,69 |
6 840,54 |
7 030,86 |
7 127,99 |
7 |
5 568,11 |
5 802,09 |
6 045,90 |
6 214,10 |
6 299,95 |
6 |
4 921,28 |
5 128,07 |
5 343,56 |
5 492,23 |
5 568,11 |
5 |
4 349,59 |
4 532,36 |
4 722,82 |
4 854,21 |
4 921,28 |
4 |
3 844,31 |
4 005,85 |
4 174,18 |
4 290,31 |
4 349,59 |
3 |
3 397,73 |
3 540,50 |
3 689,28 |
3 791,92 |
3 844,31 |
2 |
3 003,02 |
3 129,21 |
3 260,71 |
3 351,42 |
3 397,73 |
1 |
2 654,17 |
2 765,70 |
2 881,92 |
2 962,10 |
3 003,02 |
Artikel 3
Met ingang van 1 juli 2011 worden de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 64 van het statuut van toepassing zijn op de bezoldiging van de ambtenaren en de andere personeelsleden vastgesteld zoals aangegeven in kolom 2 van de onderstaande tabel.
Met ingang van 1 januari 2012 worden de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 17, lid 3, van bijlage VII bij het statuut van toepassing zijn op de overmakingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden vastgesteld zoals aangegeven in kolom 3 van de onderstaande tabel.
Met ingang van 1 juli 2011 worden de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 20, lid 1, van bijlage XIII bij het statuut van toepassing zijn op de pensioenen vastgesteld zoals aangegeven in kolom 4 van de onderstaande tabel.
Met ingang van 16 mei 2011 worden de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldiging van de ambtenaren en andere personeelsleden vastgesteld zoals aangegeven in kolom 5 van de onderstaande tabel. De datum waarop de jaarlijkse aanpassing voor die lidstaten van kracht wordt, is 16 mei 2011.
Met ingang van 16 mei 2011 worden de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 20, lid 1, van bijlage XIII bij het statuut van toepassing zijn op de pensioenen vastgesteld zoals aangegeven in kolom 6 van de onderstaande tabel. De datum waarop de jaarlijkse aanpassing van kracht wordt is 16 mei 2011.
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
|---|---|---|---|---|---|
Land/Plaats |
Bezoldiging |
Overmaking |
Pensioen |
Bezoldiging |
Pensioen |
1.7.2011 |
1.1.2012 |
1.7.2011 |
16.5.2011 |
16.5.2011 |
|
Bulgarije |
60,6 |
58,1 |
100,0 |
|
|
Tsjechië |
85,2 |
79,3 |
100,0 |
||
Denemarken |
134,2 |
130,5 |
130,5 |
||
Duitsland |
93,7 |
95,4 |
100,0 |
||
Bonn |
93,0 |
|
|
||
Karlsruhe |
92,2 |
|
|
||
München |
103,2 |
|
|
||
Estland |
75,4 |
77,4 |
100,0 |
||
Griekenland |
92,2 |
91,0 |
100,0 |
||
Spanje |
97,4 |
91,5 |
100,0 |
||
Frankrijk |
116,4 |
108,5 |
108,5 |
||
Ierland |
109,6 |
104,6 |
104,6 |
||
Italië |
104,8 |
100,0 |
100,0 |
||
Varese |
91,9 |
|
|
||
Cyprus |
83,0 |
85,4 |
100,0 |
||
Letland |
74,4 |
70,2 |
100,0 |
||
Litouwen |
72,7 |
70,7 |
100,0 |
||
Hongarije |
83,5 |
73,1 |
100,0 |
||
Malta |
82,7 |
84,6 |
100,0 |
||
Nederland |
102,8 |
97,3 |
100,0 |
||
Oostenrijk |
105,0 |
104,1 |
104,1 |
||
Polen |
80,5 |
71,4 |
100,0 |
||
Portugal |
84,0 |
83,9 |
100,0 |
||
Roemenië |
72,7 |
62,1 |
100,0 |
||
Slovenië |
86,2 |
83,6 |
100,0 |
||
Slowakije |
78,8 |
73,5 |
100,0 |
||
Finland |
120,5 |
113,0 |
113,0 |
||
Zweden |
124,1 |
117,2 |
117,2 |
||
Verenigd Koninkrijk |
|
103,5 |
|
120,8 |
103,5 |
Culham |
|
|
|
98,2 |
|
Artikel 4
Met ingang van 1 juli 2011 bedraagt de toelage voor het in artikel 42 bis, tweede en derde alinea, van het statuut bedoelde ouderschapsverlof 911,73 EUR; voor alleenstaande ouders bedraagt deze toelage 1 215,63 EUR.