Home

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 710/2014 van de Commissie van 23 juni 2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de toepassingsvoorwaarden van het gezamenlijke besluitvormingsproces betreffende instellingsspecifieke prudentiële vereisten overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad Voor de EER relevante tekst

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 710/2014 van de Commissie van 23 juni 2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot de toepassingsvoorwaarden van het gezamenlijke besluitvormingsproces betreffende instellingsspecifieke prudentiële vereisten overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad Voor de EER relevante tekst

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG(1), en met name artikel 113, lid 5, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Een efficiënte uitwisseling van passende informatie is van kritiek belang om tot een gezamenlijk besluit te komen betreffende de toereikendheid van het eigen vermogen, de toezichtmaatregelen in verband met het liquiditeitstoezicht, het liquiditeitsniveau en de kapitaalvereisten die op elke instelling van een groep en op de groep van toepassing zijn.

  2. Om de consistente toepassing van het gezamenlijke besluitvormingsproces te waarborgen, moet elke stap duidelijk bepaald worden. Een duidelijk proces vergemakkelijkt ook de uitwisseling van informatie, stimuleert het wederzijds begrip, ontwikkelt de relaties tussen toezichthoudende autoriteiten en bevordert doeltreffend toezicht.

  3. Om de risicobeoordeling en de beoordeling van het liquiditeitsrisicoprofiel van een groep instellingen uit te voeren, moet de consoliderende toezichthouder beschikken over een overzicht van de activiteiten die zijn verricht door alle instellingen binnen de groep, met inbegrip van instellingen die buiten de Unie werkzaam zijn. Interactie tussen de bevoegde autoriteiten van de Unie en toezichthouders uit derde landen moet derhalve gestimuleerd worden, opdat de bevoegde autoriteiten van de Unie de globale risicopositie van de groep kunnen inschatten.

  4. Een tijdige en realistische planning van het gezamenlijke besluitvormingsproces is cruciaal. Elke betrokken bevoegde autoriteit moet relevante informatie tijdig doen toekomen aan de consoliderende toezichthouder. Om individuele beoordelingen consistent en eenvormig te kunnen presenteren en interpreteren, is het nodig om een gemeenschappelijk model in te voeren voor de resultaten van de instellingsspecifieke toetsings- en evaluatieprocessen.

  5. Om te zorgen voor eenvormige toepassingsvoorwaarden moeten de bij de gezamenlijke risicobeoordeling en de gezamenlijke besluitvorming te volgen stappen worden vastgelegd, rekening houdend met het feit dat sommige taken in het gezamenlijke risicobeoordelingsproces en het gezamenlijke besluitvormingsproces tegelijkertijd en andere achtereenvolgens uitgevoerd moeten worden.

  6. Om makkelijker tot gezamenlijke besluiten te kunnen komen, is het van belang dat de bij het besluitvormingsproces betrokken bevoegde autoriteiten met elkaar in dialoog treden, met name voordat wordt overgegaan tot de definitieve vaststelling van de risicobeoordelingsverslagen en de gezamenlijke besluiten.

  7. De consoliderende toezichthouder moet de betrokken bevoegde autoriteiten alle relevante informatie verstrekken die ze nodig hebben om hun individuele risicobeoordeling voor te bereiden en om tot gezamenlijke kapitaal- en liquiditeitsbesluiten te kunnen komen.

  8. Het verslag met de risicobeoordeling van de groep is een essentieel document dat de bevoegde autoriteiten in staat stelt het algehele risicoprofiel van de bankgroep te begrijpen en vast te leggen teneinde tot een gezamenlijk besluit te komen over de toereikendheid van het eigen vermogen en het niveau van het eigen vermogen dat de groep moet aanhouden. Het verslag met de beoordeling van het liquiditeitsrisicoprofiel van de groep is een belangrijk document dat de bevoegde autoriteiten in staat stelt de beoordeling van het algehele liquiditeitsprofiel van de groep te begrijpen en vast te leggen. Er moeten gemeenschappelijke modellen voor deze verslagen worden opgesteld, teneinde de algemene risicobeoordeling en de liquiditeitsrisicobeoordeling van de groep samenhangend te kunnen presenteren, een zinvolle dialoog tussen de bevoegde autoriteiten te ondersteunen, en een deugdelijke beoordeling van de risico's van grensoverschrijdende bankengroepen mogelijk te maken.

  9. Hoewel moet worden erkend dat de resultaten van het in artikel 97 van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder verschillend gedocumenteerd kunnen zijn in de lidstaten afhankelijk van de omzetting van dat artikel in de nationale wetgeving en rekening houdend met de ingevolge artikel 107, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU opgestelde richtsnoeren van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit, EBA), moeten de standaardmodellen een consistent format aanreiken waarin de toezichthouder de bevindingen en resultaten van de toetsing meedeelt met het oog op het nemen van gezamenlijke besluiten.

  10. Het risicobeoordelingsverslag van de groep en het liquiditeitsrisicobeoordelingsverslag van de groep mogen geen loutere samenvoeging zijn van individuele bijdragen van de bevoegde autoriteiten. Beide verslagen moeten worden gebruikt als instrument voor het verrichten van gezamenlijke beoordelingen van de risico's van de gehele groep en voor het analyseren van de interactie van posten binnen de groep.

  11. Door duidelijke processen voor de inhoud en vorm van het gezamenlijke besluit vast te leggen, moet worden gewaarborgd dat gezamenlijke besluiten volledig met redenen zijn omkleed en moet tevens het toezicht op gezamenlijke besluiten en de handhaving ervan worden vergemakkelijkt.

  12. Er moeten normen worden opgesteld voor de mededeling van een volledig met redenen omkleed gezamenlijk besluit en het toezicht op de uitvoering ervan, om te verduidelijken welke procedure gevolgd moet worden nadat het gezamenlijke besluit is genomen, te zorgen voor transparantie over wat er met de uitkomst van het besluit zal worden gedaan, en waar nodig passende follow-upmaatregelen mogelijk te maken.

  13. Om een consistente en transparante aanpak, een passende betrokkenheid van de bevoegde autoriteiten en de mededeling van de uitkomsten te waarborgen, moet een procedure worden vastgesteld die moet worden gevolgd voor het actualiseren van gezamenlijke besluiten.

  14. Het in artikel 113 van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde gezamenlijke besluitvormingsproces omvat de te volgen procedure in gevallen waarin niet tot een gezamenlijk besluit kan worden gekomen. Om te zorgen voor eenvormige toepassingsvoorwaarden voor dit onderdeel van het proces, voor de formulering van volledig met redenen omklede besluiten en voor de behandeling van de door de toezichthouders van de lidstaat van ontvangst kenbaar gemaakte standpunten en punten van voorbehoud, moeten normen worden opgesteld die het tijdschema omvatten voor het nemen van besluiten bij ontstentenis van een gezamenlijk besluit en voor de mededeling van de inhoud van dergelijke besluiten.

  15. Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen die de EBA aan de Commissie heeft voorgelegd.

  16. De EBA heeft openbare raadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de mogelijke kosten en baten geanalyseerd en het advies van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad(2) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen ingewonnen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I WERKINGSSFEER EN DEFINITIES

Artikel 1 Onderwerp

Deze verordening verduidelijkt de volgende in artikel 113 van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde gezamenlijke besluitvormingsprocessen:

  1. het proces om te komen tot een gezamenlijk besluit betreffende de in artikel 113, lid 1, onder a), bedoelde aangelegenheden, rekening houdend met ingevolge de artikelen 7, 10 of 15 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad(3) verleende ontheffingen;

  2. het proces om te komen tot een gezamenlijk besluit betreffende de in artikel 113, lid 1, onder b), bedoelde aangelegenheden, rekening houdend met ingevolge de artikelen 6, 8 of 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013 verleende ontheffingen en met het geconsolideerde toepassingsniveau uit hoofde van artikel 11, lid 3 van die verordening.

Artikel 2 Definities

In de zin van deze verordening wordt verstaan onder:

    1. „relevante bevoegde autoriteiten” :
    de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op dochterondernemingen van een EU-moederinstelling, een financiële EU-moederholding of een gemengde financiële EU-moederholding in een lidstaat;
    2. „andere bevoegde autoriteiten” :
    1. bevoegde autoriteiten die geen relevante bevoegde autoriteit zijn;

    2. bij nationale wetgeving officieel erkende overheidsinstanties of -lichamen die bij nationale wetgeving gemachtigd zijn toezicht uit te oefenen op in artikel 4, lid 1, punt 27, van Verordening (EU) nr. 575/2013 omschreven entiteiten uit de financiële sector welke in de betrokken lidstaat actief zijn en geen kredietinstelling of beleggingsonderneming zijn;

    3. „SREP-verslag” :
    het verslag met de resultaten van het in artikel 97 van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder;
    4. „liquiditeitsrisicobeoordelingsverslag” :
    het verslag met de resultaten van het onderdeel van de in artikel 97 van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde toetsing en evaluatie door de toezichthouder dat betrekking heeft op liquiditeitsrisico's;
    5. „risicobeoordelingsverslag van de groep” :
    het verslag met de risicobeoordeling van de in artikel 113, lid 2, onder a), van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde groep instellingen;
    6. „liquiditeitsrisicobeoordelingsverslag van de groep” :
    het verslag met de beoordeling van het liquiditeitsrisicoprofiel van de in artikel 113, lid 2, onder b), van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde groep instellingen;
    7. „gezamenlijk kapitaalbesluit” :
    een gezamenlijk besluit betreffende in artikel 1, onder a), bedoelde aangelegenheden;
    8. „gezamenlijk liquiditeitsbesluit” :
    een gezamenlijk besluit betreffende in artikel 1, onder b), bedoelde aangelegenheden;

HOOFDSTUK II GEZAMENLIJK BESLUITVORMINGSPROCES

Artikel 3 Planning van de stappen in het gezamenlijke besluitvormingsproces

Artikel 4 Betrokkenheid van andere bevoegde autoriteiten en van bevoegde autoriteiten van derde landen bij het risicobeoordelingsproces van de groep

Artikel 5 Opstelling van de SREP-verslagen en de liquiditeitsrisicobeoordelingsverslagen

Artikel 6 Opstelling van het ontwerp van het risicobeoordelingsverslag van de groep en het ontwerp van het liquiditeitsrisicobeoordelingsverslag van de groep

Artikel 7 Dialoog over het ontwerp van het risicobeoordelingsverslag van de groep en het ontwerp van het liquiditeitsrisicobeoordelingsverslag van de groep

Artikel 8 Definitieve versie van het risicobeoordelingsverslag van de groep en van het liquiditeitsrisicobeoordelingsverslag van de groep

Artikel 9 Opstelling van de bijdragen aan het ontwerp van het gezamenlijke kapitaalbesluit en het ontwerp van het gezamenlijke liquiditeitsbesluit

Artikel 10 Opstelling van het ontwerp van het gezamenlijke kapitaalbesluit

Artikel 11 Opstelling van het ontwerp van het gezamenlijke liquiditeitsbesluit

Artikel 12 Bereiken van overeenstemming over het gezamenlijke kapitaalbesluit en het gezamenlijke liquiditeitsbesluit

Artikel 13 Mededeling van het gezamenlijke kapitaalbesluit en het gezamenlijke liquiditeitsbesluit

Artikel 14 Toezicht op de toepassing van het gezamenlijke kapitaalbesluit en het gezamenlijke liquiditeitsbesluit

HOOFDSTUK III GEBREK AAN OVEREENSTEMMING EN BESLUITEN BIJ ONTSTENTENIS VAN EEN GEZAMENLIJK BESLUIT

Artikel 15 Besluitvormingsproces bij ontstentenis van een gezamenlijk besluit

Artikel 16 Opstelling van kapitaalbesluiten bij ontstentenis van een gezamenlijk kapitaalbesluit

Artikel 17 Opstelling van liquiditeitsbesluiten bij ontstentenis van een gezamenlijk liquiditeitsbesluit

Artikel 18 Mededeling van bij ontstentenis van een gezamenlijk kapitaalbesluit of een gezamenlijk liquiditeitsbesluit genomen kapitaalbesluiten en liquiditeitsbesluiten

Artikel 19 Toezicht op de toepassing van de bij ontstentenis van een gezamenlijk kapitaalbesluit of een gezamenlijk liquiditeitsbesluit genomen kapitaalbesluiten en liquiditeitsbesluiten

HOOFDSTUK IV ACTUALISERING EN BUITENGEWONE ACTUALISERING VAN GEZAMENLIJKE BESLUITEN EN VAN BIJ ONTSTENTENIS VAN EEN GEZAMENLIJK BESLUIT GENOMEN BESLUITEN

Artikel 20 Buitengewone actualisering van gezamenlijke besluiten

Artikel 21 Jaarlijkse en buitengewone actualisering van bij ontstentenis van een gezamenlijk besluit genomen besluiten

HOOFDSTUK V SLOTBEPALINGEN

Artikel 22

BIJLAGE IMODEL VOOR HET SREP-VERSLAG

BIJLAGE IITEMPLATE VOOR HET SREP-VERSLAG

BIJLAGE IIIMODEL VOOR HET RISICOBEOORDELINGSVERSLAG VAN DE GROEP

BIJLAGE IVTEMPLATE VOOR HET RISICOBEOORDELINGSVERSLAG VAN DE GROEP

BIJLAGE VMODEL VOOR HET LIQUIDITEITSRISICOBEOORDELINGSVERSLAG

BIJLAGE VITEMPLATE VOOR HET LIQUIDITEITSRISICOBEOORDELINGSVERSLAG

BIJLAGE VIIMODEL VOOR HET LIQUIDITEITSRISICOBEOORDELINGSVERSLAG VAN DE GROEP

BIJLAGE VIIITEMPLATE VOOR HET LIQUIDITEITSRISICOVERSLAG VAN DE GROEP