Home

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1125/2014 van de Commissie van 19 september 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen betreffende het minimumgeldbedrag van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering of vergelijkbare garantie die kredietbemiddelaars moeten houden Voor de EER relevante tekst

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1125/2014 van de Commissie van 19 september 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen betreffende het minimumgeldbedrag van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering of vergelijkbare garantie die kredietbemiddelaars moeten houden Voor de EER relevante tekst

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2014/17/ЕU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010(1), en met name de tweede alinea van artikel 29, lid 2, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Artikel 29, lid 2, onder a), van Richtlijn 2014/17/ЕU vereist dat de kredietbemiddelaar tegen beroepsaansprakelijkheid („BAV”) is verzekerd voor het gehele grondgebied waar hij diensten aanbiedt, of een vergelijkbare garantie voor aansprakelijkheid wegens beroepsnalatigheid heeft gesteld.

  2. Hoewel het vereiste voor kredietbemiddelaars in de hypothecaire sector om een BAV of vergelijkbare garantie te houden op uniaal niveau een nieuw regelgevend vereiste is, bestaat in sommige lidstaten dat vereiste op nationaal niveau. De rechtsgebieden met ervaring op het gebied van BAV-vereisten blijken inderdaad het hoogste aandeel in de hypothecaire verkoop via intermediairs in heel de Unie en een verleden van significante marktpenetratie door kredietintermediairs te hebben en volgen bijgevolg ook een meer specifieke aanpak bij het reguleren van die sector. Daarom moeten bij het bepalen van de meest geschikte aanpak voor het berekenen van dat minimumbedrag de uniale regels inzake het minimumbedrag van de BAV of vergelijkbare garantie op de ervaring van die rechtsgebieden gebaseerd zijn.

  3. Die aanpak zou passend zijn voor de Unie als geheel, inclusief voor rechtsgebieden met kleinere hypotheekmarkten. Dit komt omdat claims tegen kredietintermediairs niet aan het onderliggende bedrag van het hypothecair krediet gecorreleerd zijn, dat in heel de Unie sterk kan variëren, maar op beroepsnalatigheid gebaseerd zijn, waarvan het resulterende nadeel veel minder varieert.

  4. De derde alinea van artikel 29, lid 2, onder a), van Richtlijn 2014/17/ЕU vereist een herziening met regelmatige tussenpozen van het minimumgeldbedrag van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering of vergelijkbare garantie. Bijgevolg zou het, vooral met de beschikbaarheid van verdere historische gegevens en verhoogde toezichthoudende ervaring met de werking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering, in de toekomst mogelijk kunnen zijn dat andere opties of methodologieën passender worden voor het bepalen van het niveau van die verplichtingen voor kredietintermediairs.

  5. Voor een duidelijke stipulatie van het minimumgeldbedrag van de BAV of vergelijkbare garantie en om voor een meer geharmoniseerde aanpak in heel de Unie te zorgen, zou het passend zijn de toepassing van dat minimumbedrag per claim en per jaar te specificeren. Richtlijn 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad(2) stelt een vereiste vast voor een minimumbedrag van de BAV of vergelijkbare garantie per jaar en per claim. Bijgevolg zijn de meeste intermediairs die verzekeringsbemiddeling uitoefenen en hun verzekeraars met die aanpak vertrouwd en is het daarom passend een soortgelijk systeem voor kredietintermediairs op te zetten. Voorts volgt het merendeel van de lidstaten waarvan de nationale wetten vereisen dat de kredietintermediairs een beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben eveneens een dergelijke aanpak. Daarom moeten de regels inzake een BAV voor kredietintermediairs eveneens een dergelijk onderscheid per jaar en per claim voorstellen.

  6. Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Bankautoriteit aan de Commissie heeft voorgelegd.

  7. De Europese Bankautoriteit heeft openbare publieksraadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de potentiële desbetreffende kosten en baten geanalyseerd en het advies van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad(3) opgerichte Bankstakeholdersgroep ingewonnen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het minimumgeldbedrag van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering of vergelijkbare garantie die kredietbemiddelaars moeten houden als bedoeld in de eerste alinea van artikel 29, lid 2, onder a), van Richtlijn 2014/17/ЕU is:

  1. 460 000 EUR voor elke afzonderlijke claim;

  2. in totaal 750 000 EUR per kalenderjaar voor alle claims.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 september 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel Barroso