Levensmiddelenadditieven die zijn geproduceerd met mais MON-ØØ863-5 en overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1829/2003 als bestaande producten zijn aangemeld, evenals voedermiddelen en toevoegingsmiddelen voor diervoeders die zijn geproduceerd met mais MON-ØØ863-5 en overeenkomstig artikel 20, lid 1, onder b), als bestaande producten zijn aangemeld, worden uiterlijk op de dag van bekendmaking van dit besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie uit de handel genomen.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/87 van de Commissie van 22 januari 2016 tot het uit de handel nemen van bestaande, van MON 863 (MON-ØØ863-5) afgeleide producten en tot intrekking van de besluiten 2010/139/EU, 2010/140/EU en 2010/141/EU tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetische gemodificeerde mais MON863 × MON810 × NK603 (MON-ØØ863-5 × MON-ØØ81Ø-6 × MON-ØØ6Ø3-6), MON863 × MON810 (MON-ØØ863-5 × MON-ØØ81Ø-6) en MON863 × NK603 (MON-ØØ863-5 × MON-ØØ6Ø3-6) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 204) (Voor de EER relevante tekst)
Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/87 van de Commissie van 22 januari 2016 tot het uit de handel nemen van bestaande, van MON 863 (MON-ØØ863-5) afgeleide producten en tot intrekking van de besluiten 2010/139/EU, 2010/140/EU en 2010/141/EU tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetische gemodificeerde mais MON863 × MON810 × NK603 (MON-ØØ863-5 × MON-ØØ81Ø-6 × MON-ØØ6Ø3-6), MON863 × MON810 (MON-ØØ863-5 × MON-ØØ81Ø-6) en MON863 × NK603 (MON-ØØ863-5 × MON-ØØ6Ø3-6) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 204) (Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders(1), en met name artikel 8, lid 6, en artikel 20, lid 6, evenals artikel 9, lid 2, en artikel 21, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
Bij Beschikking 2005/608/EG van de Commissie(2) is toestemming verleend om diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit mais MON 863 en mais MON 863 in producten die daar geheel of gedeeltelijk uit bestaan voor alle andere toepassingen dan levensmiddelen en diervoeders, met uitzondering van de teelt, tot en met 12 januari 2016 in de handel te brengen, in overeenstemming met Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad(3).
Bij Beschikking 2006/68/EG van de Commissie(4) is vergunning verleend om voedingsmiddelen en voedselingrediënten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met mais MON 863 tot en met 12 januari 2016 in de handel te brengen, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad(5).
Met genetisch gemodificeerde mais MON 863 geproduceerde levensmiddelenadditieven, voedermiddelen en toevoegingsmiddelen voor diervoeders die in de handel zijn gebracht vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1829/2003 zijn overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder b), en artikel 20, lid 1, onder b), van die verordening als bestaande producten aangemeld toen deze verordening in werking trad.
Op 13 april 2007 heeft Monsanto Europe N.V. overeenkomstig artikel 8, lid 4, artikel 11, artikel 20, lid 4, en artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 bij de Commissie een aanvraag ingediend tot verlenging van de vergunning voor het verder in de handel brengen van bestaande levensmiddelenadditieven, voedermiddelen en toevoegingsmiddelen voor diervoeders die zijn geproduceerd met mais MON 863, die eerder overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder b), en artikel 20, lid 1, onder b), van die verordening zijn aangemeld („de aanvraag”). Op 30 maart 2010 heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) een gunstig advies overeenkomstig de artikelen 6 en 18 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 uitgebracht en geconcludeerd dat de nieuwe informatie in de aanvraag tot verlenging en het onderzoek van de wetenschappelijke literatuur die sinds de vorige wetenschappelijke adviezen over mais MON 863 door de EFSA is gepubliceerd, geen veranderingen in de wetenschappelijke adviezen vereisen. Daarom heeft zij haar vorige conclusies herhaald dat mais MON 863 waarschijnlijk geen nadelig effect op de gezondheid van mens en dier en op het milieu heeft in de context van de voorgestelde toepassingen. De EFSA heeft in haar advies aandacht besteed aan alle specifieke vragen en bezorgdheden die de lidstaten aan de orde hebben gesteld in het kader van de raadpleging van de bevoegde nationale instanties, als bedoeld in artikel 6, lid 4, en artikel 18, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1829/2003.
Bij de Besluiten 2010/139/EU(6), 2010/140/EU(7) en 2010/141/EU(8) van de Commissie is overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 een vergunning verleend tot 1 maart 2020 voor het in de handel brengen van levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met respectievelijk mais MON863 × MON810 × NK603, mais MON863 × MON810 en mais MON863 × NK603.
Naar aanleiding van een commerciële beslissing van Monsanto Europe N.V. om producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetische gemodificeerde mais MON 863, zowel als afzonderlijke transformatiestap als in gecombineerde transformatiestappen, niet langer op de markt aan te bieden in de EU, heeft de onderneming de Commissie op 29 juni 2015 verzocht om alle door de Commissie verleende vergunningen voor deze producten te beëindigen.
Bijgevolg heeft Monsanto Europe N.V. de op 13 april 2007 ingediende aanvraag tot verlenging van de vergunning voor het verder in de handel brengen van bestaande levensmiddelenadditieven, voedermiddelen en toevoegingsmiddelen voor diervoeders die zijn geproduceerd met mais MON 863, waarover de EFSA op 30 maart 2010 een advies had uitgebracht, ingetrokken en de Europese Commissie gevraagd om de Beschikkingen 2005/608/EG, 2006/68/EG en de Besluiten 2010/139/EU, 2010/140/EU en 2010/141/EU in te trekken.
Aangezien MON 863 sinds 2011 noch als afzonderlijke transformatiestap, noch in gecombineerde transformatiestappen voor commerciële doeleinden in derde landen is verbouwd, en volledig uit de handel genomen is, hoeft er geen beperkte periode te worden bepaald waarin de bestaande voorraden van het product opgebruikt mogen worden.
De geldigheidsduur van de Beschikkingen 2005/608/EG en 2006/68/EG verstrijkt op 12 januari 2016. Aangezien Monsanto Europe N.V. geen aanvragen heeft ingediend om verlenging van de bij deze beschikkingen verleende vergunningen, mogen de in deze beschikkingen bedoelde producten na deze datum niet langer in de handel worden gebracht.
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De Besluiten 2010/139/EU, 2010/140/EU en 2010/141/EU worden ingetrokken op de dag van bekendmaking van dit besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 2
De vermeldingen met betrekking tot mais MON-ØØ863-5, MON-ØØ863-5 × MON-ØØ81Ø-6 × MON-ØØ6Ø3-6, MON-ØØ863-5 × MON-ØØ81Ø-6 en MON-ØØ863-5 × MON-ØØ6Ø3-6 in het in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 bedoelde communautair register van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders worden aangepast in overeenstemming met dit besluit.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot Monsanto Europe N.V., Scheldelaan 460, Haven 627 2040 Antwerpen, BELGIË.
Gedaan te Brussel, 22 januari 2016.
Voor de Commissie
Vytenis Andriukaitis
Lid van de Commissie