Home

Besluit (EU) 2016/344 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 tot oprichting van een Europees platform voor de intensivering van de samenwerking bij de aanpak van zwartwerk (Voor de EER relevante tekst)

Besluit (EU) 2016/344 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 tot oprichting van een Europees platform voor de intensivering van de samenwerking bij de aanpak van zwartwerk (Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 153, lid 2, onder a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. In haar mededeling van 18 april 2012 getiteld „Naar een banenrijk herstel” heeft de Commissie de noodzaak van een verbeterde samenwerking tussen de lidstaten benadrukt en aangekondigd raadplegingen te zullen houden over de oprichting van een platform op het niveau van de Unie — bestaande uit arbeidsinspecties en andere handhavingsautoriteiten — voor de strijd tegen zwartwerk, met als doel de samenwerking te verbeteren, goede praktijken te delen en gemeenschappelijke beginselen voor controles vast te stellen.

  2. Overeenkomstig artikel 148 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) heeft de Raad bij Besluit (EU) 2015/1848(4) richtsnoeren vastgesteld voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten. Deze richtsnoeren geven aan in welke richting de lidstaten moeten gaan bij de vaststelling van hun nationale hervormingsprogramma's en bij de tenuitvoerlegging van hervormingen. De werkgelegenheidsrichtsnoeren vormen de grondslag voor de landenspecifieke aanbevelingen die de Raad op grond van dat artikel aan lidstaten doet. In de afgelopen jaren omvatten deze landenspecifieke aanbevelingen met betrekking tot de bestrijding van zwartwerk.

  3. In artikel 151 VWEU worden de bevordering van de werkgelegenheid en de verbetering van de levensomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden genoemd als de doelstellingen op het gebied van het sociaal beleid. Om deze doelstellingen te verwezenlijken, kan de Unie de activiteiten van de lidstaten op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk, de arbeidsvoorwaarden, de integratie van personen die zijn uitgesloten van de arbeidsmarkt en de bestrijding van sociale uitsluiting, ondersteunen en aanvullen. Overeenkomstig artikel 153, lid 2, onder a), VWEU kan de Unie maatregelen ter bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten aannemen, uitgezonderd enige vorm van harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten.

  4. Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie van 14 januari 2014 over „doeltreffende arbeidsinspecties als middel om de arbeidsomstandigheden in Europa te verbeteren” het initiatief van de Commissie om een Europees platform op te richten toegejuicht en aangedrongen op een betere samenwerking op Unieniveau bij de aanpak van zwartwerk, dat volgens de resolutie de economie van de Unie schade toebrengt, tot oneerlijke concurrentie leidt, de financiële stabiliteit van de sociale modellen van de Unie bedreigt en erin resulteert dat steeds meer werknemers geen sociale en arbeidsrechtelijke bescherming genieten.

  5. Zwartwerk is in de mededeling van de Commissie van 24 oktober 2007 getiteld „Intensievere bestrijding van zwartwerk” gedefinieerd als „alle betaalde werkzaamheden die op zichzelf wettig zijn, maar niet aan de overheid worden gemeld, waarbij evenwel rekening moet worden gehouden met verschillen in de wetgeving van de lidstaten”. Deze definitie sluit alle onwettige activiteiten uit.

  6. Zwartwerk heeft vaak een grensoverschrijdende dimensie. De aard van zwartwerk kan per land verschillen, afhankelijk van de economische, administratieve en sociale context. Nationale wetgeving inzake zwartwerk en de op nationaal niveau gebruikte definities lopen uiteen. Maatregelen voor het bestrijden van zwartwerk dienen daarom toegesneden te zijn op de verschillende situaties.

  7. Schattingen duiden er op dat zwartwerk een aanzienlijk deel van de economie van de Unie uitmaakt. Aangezien zwartwerk in nationale wetgeving in de diverse lidstaten telkens anders wordt gedefinieerd, is het moeilijk precieze gegevens te verwerven over de omvang ervan.

  8. Misbruik, op nationaal niveau of in grensoverschrijdende situaties, van de hoedanigheid van zelfstandige als omschreven in het nationaal recht, is een vorm van valselijk gemeld werk, dat dikwijls in verband wordt gebracht met zwartwerk. Er is sprake van schijnzelfstandigheid wanneer iemand die voldoet aan de voorwaarden die kenmerkend zijn voor een arbeidsverhouding wordt aangemeld als zelfstandige, met als doel te ontkomen aan bepaalde juridische of fiscale verplichtingen. Het platform gecreëerd door dit besluit (het platform) moet de diverse vormen van zwartwerk en het valselijk gemeld werk dat in verband wordt gebracht met zwartwerk, inclusief schijnzelfstandigheid, aanpakken.

  9. Zwartwerk heeft grote gevolgen voor de betrokken werknemers, die onzekere arbeidsvoorwaarden en soms gevaarlijke arbeidsomstandigheden, veel lagere lonen, ernstige inbreuken op hun arbeidsrechten en een aanzienlijk geringere bescherming in het kader van de arbeids- en sociale wetgeving moeten accepteren, waardoor ze niet voor passende uitkeringen in aanmerking komen, geen pensioenrechten opbouwen en geen toegang tot gezondheidszorg hebben, en ook geen opleidingen kunnen volgen noch in aanmerking komen voor permanente scholing.

  10. De negatieve effecten van zwartwerk op de samenleving en de economie kunnen verschillende vormen aannemen. Het platform heeft ten doel de arbeidsvoorwaarden te verbeteren en de integratie op de arbeidsmarkt en sociale inclusie te bevorderen. Zwartwerk heeft ernstige gevolgen voor de begroting omdat daardoor de opbrengsten uit belastingen en sociale zekerheid worden verminderd, waarmee de financiële duurzaamheid van de socialebeschermingsstelsels wordt ondermijnd. Het heeft nadelige gevolgen voor de werkgelegenheid en de productiviteit en verstoort de concurrentie.

  11. Zwartwerk heeft wisselende effecten op verschillende sociale groepen zoals vrouwen, migranten en huishoudelijk personeel, en sommige zwartwerkers bevinden zich in een bijzonder kwetsbare positie.

  12. De lidstaten hebben een uitgebreide reeks beleidsbenaderingen en beleidsmaatregelen ingevoerd om zwartwerk te bestrijden. De lidstaten hebben eveneens bilaterale overeenkomsten gesloten en multilaterale projecten uitgevoerd met betrekking tot bepaalde aspecten van zwartwerk. De aanpak van het complexe probleem van zwartwerk moet nog worden ontwikkeld en vereist een holistische benadering. Het platform zou geen belemmering mogen vormen voor bilaterale of multilaterale overeenkomsten en regelingen betreffende administratieve samenwerking.

  13. Deelname aan de activiteiten van het platform doet geen afbreuk aan de bevoegdheden en/of verplichtingen van de lidstaten om zwartwerk aan te pakken, met inbegrip van hun nationale of internationale verplichtingen uit hoofde van onder meer de relevante en toepasselijke verdragen van de Internationale Arbeidsinspectie (ILO), zoals Verdrag nr. 81 betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel.

  14. De samenwerking tussen de lidstaten op het niveau van de Unie is allesbehalve volledig, zowel wat de deelname van de lidstaten als wat de behandelde vraagstukken betreft. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten beschikken niet over een formeel mechanisme voor grensoverschrijdende samenwerking om vraagstukken in verband met zwartwerk op alomvattende wijze aan te pakken.

  15. Het is nodig samenwerking tussen de lidstaten op het niveau van de Unie aan te moedigen om de lidstaten te helpen zwartwerk doelmatiger en doeltreffender aan te pakken. In dit verband dient het platform erop gericht te zijn de uitwisseling van beste praktijken en informatie te vergemakkelijken en te ondersteunen en dient het te voorzien in een raamwerk op het niveau van de Unie teneinde een gemeenschappelijke opvatting, expertise en analyse met betrekking tot zwartwerk te ontwikkelen. Gedeelde definities en gemeenschappelijke concepten van zwartwerk moeten een afspiegeling vormen van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Het platform moet tevens samenwerking aanmoedigen tussen de verschillende handhavingsautoriteiten van de lidstaten die op vrijwillige basis aan dergelijke grensoverschrijdende maatregelen deelnemen.

  16. Dit besluit heeft ten doel de samenwerking tussen de lidstaten op Unieniveau aan te moedigen. De situatie op het gebied van zwartwerk is zeer verschillend in de lidstaten en derhalve verschillen ook de behoeften van de bevoegde autoriteiten en andere actoren in de diverse lidstaten wat betreft de terreinen van samenwerking. Het blijft de bevoegdheid van de lidstaten te besluiten in welke mate zij betrokken zijn bij de activiteiten die op plenair niveau door het platform zijn goedgekeurd.

  17. Nauwe en doeltreffende samenwerking tussen de lidstaten ter ondersteuning en aanvulling van hun activiteiten om zwartwerk aan te pakken moeten op het niveau van de Unie worden aangemoedigd. Maatregelen op nationaal niveau zijn afhankelijk van de specifieke context in afzonderlijke lidstaten en activiteiten in het kader van het platform kunnen geen vervanging vormen voor een beoordeling op nationaal niveau van de geschikte te nemen maatregelen.

  18. Het in kaart brengen, analyseren en oplossen van de praktische problemen op het gebied van de handhaving van het toepasselijke Unierecht inzake arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming op het werk blijven onder de bevoegdheid van de lidstaten en hun desbetreffende autoriteiten vallen, net als het besluit welke maatregelen op nationaal moeten worden genomen om gevolg te geven aan de bevindingen van de activiteiten van het platform.

  19. Het platform dient gebruik te maken van alle relevante informatiebronnen, met name studies, bilaterale overeenkomsten tussen de lidstaten en multilaterale samenwerkingsprojecten, en synergieën tot stand brengen tussen de bestaande instrumenten en structuren op het niveau van de Unie teneinde het afschrikkende en preventieve effect van deze maatregelen te maximaliseren. De maatregelen van het platform kunnen de vorm aannemen van een kader voor gezamenlijke opleidingen, collegiale toetsingen, de invoering van instrumenten zoals een interactieve kennisbank, waarbij rekening moet worden gehouden met de bestaande haalbaarheidsstudies waaronder de werkzaamheden van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound), en oplossingen voor het delen van gegevens met erkenning van het belang van gegevensbescherming. Europese campagnes of gemeenschappelijke strategieën die voortbouwen op beleid en strategieën voor het vergroten van het bewustzijn met betrekking tot zwartwerk die in verschillende vormen reeds in de lidstaten bestaan, kunnen ervoor zorgen dat het bewustzijn met betrekking tot zwartwerk wordt verbeterd. Het platform dient ook non-gouvernementele actoren ruimte te bieden, als belangrijke bronnen van informatie.

  20. Het platform dient bij te dragen aan de intensivering van de samenwerking tussen de lidstaten door onder andere innovatieve benaderingen van grensoverschrijdende samenwerking en handhaving te bevorderen, alsook door de ervaringen die de lidstaten daarmee hebben opgedaan, te evalueren. Tijdige uitwisseling van informatie is van essentieel belang om zwartwerk te beteugelen.

  21. Wanneer een lid van het platform het voor de uitwisseling van informatie en beste praktijken in het kader van het platform wenselijk acht om aan specifieke gevallen te refereren, dienen in voorkomend geval deze gevallen geanonimiseerd te worden. Het platform kan alleen doeltreffend zijn in een omgeving waarin personen die gevallen van zwartwerk aan de orde stellen, worden beschermd tegen een oneerlijke behandeling. Het platform dient daarom als forum te fungeren voor de uitwisseling van beste praktijken op dit terrein.

  22. De uitwisseling van informatie en beste praktijken moet het platform in staat stellen met een betekenisvolle inbreng te komen voor mogelijke maatregelen op Unieniveau, onder meer van de Commissie, om zwartwerk aan te pakken. In het kader van het Europees semester kunnen de activiteiten van het platform een betekenisvolle inbreng vormen wanneer maatregelen in verband met zwartwerk worden overwogen.

  23. Verschillende nationale handhavingsautoriteiten houden zich bezig met zwartwerk, zoals de arbeidsinspectie, andere instanties die zich bezighouden met gezondheid en veiligheid op het werk, de sociale inspectie en de belastingautoriteiten. In sommige gevallen kunnen hierbij eveneens immigratieautoriteiten, diensten voor arbeidsbemiddeling, douaneautoriteiten, instanties belast met de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk vervoersbeleid, de politie, het openbaar ministerie en de sociale partners eveneens betrokken zijn.

  24. Om het vraagstuk van zwartwerk succesvol en alomvattend aan te pakken moet in de lidstaten een beleidsmix worden geïmplementeerd. De uitvoering daarvan moet worden vergemakkelijkt door een gestructureerde samenwerking tussen de betrokken autoriteiten en andere actoren aan te moedigen. Bij het platform dienen alle relevante nationale autoriteiten, met name de handhavingsautoriteiten, die een leidende rol vervullen en/of actief zijn bij de aanpak van zwartwerk, betrokken te worden. Het blijft de bevoegdheid van de lidstaten te besluiten door welke instanties zij zich laten vertegenwoordigen bij de verschillende activiteiten van het platform. De samenwerking tussen nationale autoriteiten van de lidstaten moet plaatsvinden in overeenstemming met het toepasselijke nationale en Unierecht.

  25. Om het platform in staat te stellen zijn doelstellingen te bereiken moet het in elke lidstaat ondersteund worden door een hoge vertegenwoordiger die als coördinator optreedt en contact onderhoudt met de autoriteiten van de lidstaten, en in voorkomend geval met andere actoren waaronder de sociale partners, die zich bezig houden met zwartwerk in al zijn aspecten.

  26. Het platform moet de sociale partners op Unieniveau betrekken bij zijn werkzaamheden, zowel sectoroverschrijdend als in sectoren die ofwel sterk door zwartwerk zijn getroffen of een bijzondere rol hebben in de aanpak van zwartwerk, en moet samenwerken met de relevante internationale organisaties, zoals de IAO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling en de agentschappen van de Unie, met name Eurofound en het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA). De deelname, als waarnemers, van Eurofound en EU-OSHA aan de werkzaamheden van het platform mag geen uitbreiding van hun mandaat betekenen.

  27. Het platform moet zijn reglement van orde vaststellen, werkprogramma's opstellen en regelmatig verslag uitbrengen.

  28. Het platform moet in staat zijn werkgroepen in te stellen voor de behandeling van specifieke vraagstukken en moet een beroep kunnen doen op expertise van professionals met specifieke competenties.

  29. Het platform moet samenwerken met de deskundigengroepen en comités die zich op het niveau van de Unie bezighouden met zwartwerk.

  30. Het platform en zijn activiteiten moeten worden gefinancierd via de Progress-pijler van het programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) binnen de door het Europees Parlement en de Raad vastgestelde kredieten. De Commissie dient ervoor te zorgen dat het platform de voor het platform bestemde financiële middelen op transparante en doeltreffende wijze gebruikt.

  31. Gezien het belang van openheid en toegankelijkheid van documenten dat is weerspiegeld in de in artikel 15 VWEU vastgelegde beginselen, moet het platform zijn werkzaamheden op transparante wijze en in overeenstemming met die beginselen uitvoeren.

  32. De Commissie moet de noodzakelijke administratieve stappen zetten om het platform op te richten.

  33. Het platform dient de grondrechten en de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen volledig te eerbiedigen.

  34. Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad(5) en Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad(6) alsmede de desbetreffende nationale omzettingsmaatregelen zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten in het kader van dit besluit.

  35. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 geraadpleegd,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Oprichting van het platform

Hierbij wordt op het niveau van de Unie een platform opgericht voor de intensivering van de samenwerking tussen de lidstaten bij de aanpak van zwartwerk, hierna „het platform” genoemd.

Voor de toepassing van dit besluit betekent „de aanpak” met betrekking tot zwartwerk het voorkomen, tegengaan en bestrijden van zwartwerk, alsmede het bevorderen van de aanmelding van zwartwerk.

Artikel 2 Samenstelling van het platform

1.

Het platform bestaat uit:

  1. een door elke lidstaat benoemde hoge vertegenwoordiger die die lidstaat vertegenwoordigt;

  2. een vertegenwoordiger van de Commissie;

  3. ten hoogste vier vertegenwoordigers van op Unieniveau georganiseerde sectoroverschrijdende sociale partners, die door die sociale partners zijn benoemd, met een gelijk aantal vertegenwoordigers van zowel de werkgevers als de werknemers.

2.

De volgende partijen kunnen in de hoedanigheid van waarnemer deelnemen aan de vergaderingen van het platform en er zal naar behoren rekening worden gehouden met hun bijdragen, in overeenstemming met het reglement van orde:

  1. ten hoogste 14 vertegenwoordigers van de sociale partners uit sectoren waar zwartwerk veel voorkomt, die door die sociale partners zijn benoemd, met een gelijk aantal vertegenwoordigers van zowel de werkgevers als de werknemers;

  2. een vertegenwoordiger van Eurofound;

  3. een vertegenwoordiger van EU-OSHA;

  4. een vertegenwoordiger van de IAO;

  5. een vertegenwoordiger van elk derde land dat lid is van de Europese Economische Ruimte.

Andere waarnemers dan die bedoeld in de eerste alinea kunnen worden uitgenodigd om de vergaderingen van het platform bij te wonen en er zal naar behoren rekening worden gehouden met hun bijdragen overeenkomstig het reglement van orde, afhankelijk van het onderwerp dat zal worden besproken.

Artikel 3 Nationale maatregelen

Dit besluit doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om te besluiten welke maatregelen zij op nationaal niveau nemen om zwartwerk aan te pakken.

Artikel 4 Doelstellingen

HOOFDSTUK II OPDRACHT EN ACTIVITEITEN

Artikel 5 Opdracht

Artikel 6 Activiteiten

HOOFDSTUK III WERKING VAN HET PLATFORM

Artikel 7 Hoge vertegenwoordigers

Artikel 8 Werking

Artikel 9 Samenwerking

Artikel 10 Kostenvergoeding

Artikel 11 Financiële steun

HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN

Artikel 12 Evaluatie

Artikel 13 Adressaten

Artikel 14 Inwerkingtreding