Home

Besluit (EU) 2016/1371 van de Commissie van 10 augustus 2016 tot vaststelling van de ecologische criteria voor de toekenning van de EU-milieukeur voor personal computers, notebookcomputers en tabletcomputers (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 5010) (Voor de EER relevante tekst)

Besluit (EU) 2016/1371 van de Commissie van 10 augustus 2016 tot vaststelling van de ecologische criteria voor de toekenning van de EU-milieukeur voor personal computers, notebookcomputers en tabletcomputers (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 5010) (Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur(1), en met name artikel 6, lid 7, en artikel 8, lid 2,

Na raadpleging van het Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 kan de EU-milieukeur worden toegekend aan producten die gedurende hun volledige levenscyclus een verminderd milieueffect hebben.

  2. In Verordening (EG) nr. 66/2010 is bepaald dat per productgroep specifieke EU-milieukeurcriteria moeten worden vastgesteld.

  3. Om beter rekening te kunnen houden met de nieuwste marktontwikkelingen voor deze productgroep en met innovatie, wordt het passend geacht de omvang van de productgroep te wijzigen en herziene milieucriteria vast te stellen.

  4. In de Besluiten 2011/330/EU(2) en 2011/337/EU(3) van de Commissie werden notebookcomputers en personal computers afzonderlijk behandeld. Om de administratieve lasten voor bevoegde instanties en aanvragers te verlichten, is het passend de criteria van de Besluiten 2011/330/EU en 2011/337/EU tot één criteriaset te combineren. Bovendien weerspiegelen de herziene criteria een verruiming van het toepassingsgebied door de integratie van nieuwe producten, zoals tabletcomputers en draagbare all-in-onecomputers, en van nieuwe voorschriften met betrekking tot gevaarlijke stoffen die na de Besluiten 2011/330/EU en 2011/337/EU door Verordening (EG) nr. 66/2010 zijn ingevoerd.

  5. De criteria zijn er met name op gericht het gebruik te bevorderen van producten die minder schadelijk zijn voor het milieu en gedurende hun volledige levenscyclus bijdragen aan duurzame ontwikkeling, die energie-efficiënt en duurzaam zijn, kunnen worden gerepareerd en geüpgraded, gemakkelijk te ontmantelen zijn, waarvan de grondstoffen aan het einde van hun levensduur kunnen worden hergebruikt en die zo weinig mogelijk gevaarlijke stoffen bevatten(4). Producten die op deze aspecten beter scoren, verdienen ondersteuning via de milieukeur. Daarom is het passend om EU-milieukeurcriteria vast te stellen voor de productgroep „personal computers, notebookcomputers en tabletcomputers”.

  6. De criteria bevorderen ook de sociale dimensie van duurzame ontwikkeling door onder verwijzing naar de tripartiete beginselverklaring betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), het „Global Compact”-initiatief van de VN, de leidende beginselen inzake het bedrijfsleven en de mensenrechten van de VN en de richtlijnen voor multinationale ondernemingen van de OESO voorschriften in te voeren met betrekking tot de arbeidsomstandigheden in eindassemblagefabrieken.

  7. De herziene criteria, evenals de daarmee verband houdende eisen inzake beoordeling en controle, moeten — rekening houdend met de innovatiecyclus van deze productgroep — vanaf de datum van vaststelling van dit besluit drie jaar lang geldig zijn.

  8. De Besluiten 2011/330/EU en 2011/337/EU moeten daarom door dit besluit worden vervangen.

  9. Voor producenten van wie de producten op grond van de criteria van de Besluiten 2011/330/EU en 2011/337/EU de EU-milieukeur voor personal computers en notebookcomputers hebben gekregen, moet worden voorzien in een overgangsperiode, zodat zij voldoende tijd hebben om hun producten zodanig aan te passen dat ze aan de herziene criteria en eisen voldoen.

  10. De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 16 van Verordening (EG) nr. 66/2010 ingestelde comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.

De productgroep „personal computers, notebookcomputers en tabletcomputers” omvat desktopcomputers, geïntegreerde desktopcomputers, draagbare all-in-onecomputers, notebookcomputers, hybride notebookcomputers, tabletcomputers, thin clients, werkstations en kleinschalige servers.

2.

Spelcomputers en digitale fotolijsten worden niet beschouwd als computers in de zin van dit besluit.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit besluit gelden de volgende definities, zoals gespecificeerd in Verordening (EU) nr. 617/2013 van de Commissie(5) en de overeenkomst tussen de VS en de Unie bedoeld in Verordening (EG) nr. 106/2008 van het Europees Parlement en de Raad(6), zoals gewijzigd bij Energy Star v6.1(7):

  1. „computer”: een apparaat dat logische bewerkingen uitvoert en gegevens verwerkt en normaliter een centrale verwerkingseenheid (CPU) bevat voor het uitvoeren van bewerkingen, of, als er geen CPU aanwezig is, een apparaat dat werkt als clientgateway naar een computerserver die als verwerkingsrekeneenheid fungeert. Hoewel computers geschikt zijn om invoerapparaten zoals een toetsenbord, muis of touchpad te gebruiken en informatie weer te geven op beeldschermen, hoeven dergelijke apparaten bij levering van een computer niet inbegrepen te zijn;

  2. „desktopcomputer”: een computer waarvan de hoofdeenheid op een vaste plaats hoort te staan en niet met het oog op draagbaarheid is ontworpen, en die is ontworpen om te worden gebruikt met een extern beeldscherm, een extern toetsenbord en een externe muis. Desktopcomputers zijn bedoeld voor een breed spectrum aan thuis- en kantoortoepassingen;

      „geïntegreerde desktopcomputer” :

      een desktopcomputer waarbij de computer en het beeldscherm in één behuizing zijn geïntegreerd, als een eenheid functioneren en met één kabel op de netvoeding worden aangesloten. Geïntegreerde desktopcomputers bestaan in twee vormen:

      1. een systeem waarbij het beeldscherm en de computer fysiek in één eenheid zijn ondergebracht, of

      2. een systeem dat als een eenheid is vormgegeven, maar waarbij een gescheiden beeldscherm met een gelijkstroomsnoer op de hoofdbehuizing is aangesloten en de computer en het beeldscherm door één voeding van stroom worden voorzien;

  3. „draagbare all-in-onecomputer”: een computer die is ontworpen met het oog op beperkte draagbaarheid en die aan alle onderstaande criteria voldoet:

    1. heeft een geïntegreerd beeldscherm met een diagonaal van ten minste 17,4 inch;

    2. is bij levering niet voorzien van een toetsenbord dat in de fysieke behuizing van het product is geïntegreerd;

    3. heeft een aanraakscherm, dat als voornaamste invoerapparaat fungeert (met toetsenbord als optie);

    4. kan verbinding maken met een draadloos netwerk;

    5. heeft een interne accu, maar is voornamelijk bedoeld om via een verbinding met het elektriciteitsnet van stroom te worden voorzien;

  4. „notebookcomputer”: een computer die specifiek is ontworpen met het oog op draagbaarheid en om gedurende langere tijd zowel met als zonder directe aansluiting op het elektriciteitsnet te kunnen functioneren. Notebookcomputers hebben een geïntegreerd beeldscherm en een niet los te koppelen mechanisch toetsenbord (met fysieke, beweegbare toetsen) en aanwijsapparaat; ze kunnen functioneren op een geïntegreerde accu of een andere draagbare stroombron. Notebookcomputers zijn doorgaans zo ontworpen dat ze grotendeels dezelfde functies bieden als desktopsystemen, inclusief het uitvoeren van soortgelijke programma's als op desktops worden gebruikt.

    Een draagbare computer met een aanraakscherm dat kan worden omgeklapt, maar niet losgekoppeld, en een geïntegreerd fysiek toetsenbord, wordt als een notebookcomputer beschouwd;

    a) „mobiele thin client” :
    een computer die voldoet aan de definitie van een thin client, maar specifiek is ontworpen met het oog op draagbaarheid en ook voldoet aan de definitie van een notebookcomputer. Deze producten worden voor de toepassing van dit besluit als notebookcomputers beschouwd;
    b) „hybride notebookcomputer” :
    een computer die lijkt op een notebookcomputer in „clamshell”-vorm met een fysiek toetsenbord, maar met een aanraakscherm dat kan worden losgemaakt en dan als onafhankelijke tabletcomputer kan worden gebruikt, en waarvan de scherm- en toetsenbordcomponenten als geïntegreerde eenheid worden geleverd. Hybride notebooks worden voor de toepassing van dit besluit als notebookcomputers beschouwd;

  5. „tabletcomputer” (ook wel „slatecomputer” genoemd): een computer die is ontworpen met het oog op draagbaarheid en die aan alle onderstaande criteria voldoet:

    1. heeft een geïntegreerd beeldscherm met een diagonaal tussen de 6,5 en 17,4 inch;

    2. heeft bij levering geen geïntegreerd fysiek toetsenbord;

    3. heeft een aanraakscherm, dat als voornaamste invoerapparaat fungeert (met toetsenbord als optie);

    4. gebruikt draadloze netwerken (bijvoorbeeld wifi, 3G enz.) als voornaamste netwerkverbinding;

    5. heeft een interne accu die als voornaamste energiebron fungeert (de verbinding met het elektriciteitsnet is in eerste instantie bedoeld om de accu op te laden, niet om het apparaat van stroom te voorzien);

  6. „kleinschalige server”: een computer die als kenmerk heeft dat hij gebruikmaakt van desktoponderdelen en de vorm van een desktop heeft, maar hoofdzakelijk is ontworpen om als opslaghost voor andere computers te dienen. Kleinschalige servers zijn bedoeld voor functies zoals het leveren van netwerkinfrastructuurdiensten en het opslaan en ter beschikking stellen van gegevens en media. Deze producten zijn niet bedoeld om als primaire functie informatie voor andere systemen te verwerken of webservers te laten functioneren. Kleinschalige servers hebben de volgende kenmerken:

    1. ze zijn uitgevoerd als sokkel-, toren- of andersoortig model vergelijkbaar met dat van een desktopcomputer, zodat alle apparatuur voor gegevensverwerking, opslag en netwerkconnectiviteit in één behuizing/product is verwerkt;

    2. ze zijn ontworpen om 24 uur per dag en zeven dagen per week te functioneren met een zeer lage niet-geplande uitvaltijd (in de orde van grootte van 65 uur/jaar);

    3. ze kunnen functioneren in een simultane multi-useromgeving waarbij verscheidene gebruikers via clienteenheden in een netwerk worden bediend, en

    4. ze zijn ontworpen voor een gangbaar besturingssysteem voor servertoepassingen voor privégebruik of aan de onderkant van het gamma, waaronder Windows Home Server, Mac OS X Server, Linux, Unix en Solaris;

  7. „thin client”: een computer met een onafhankelijke stroomtoevoer die voor zijn primaire functionaliteit afhankelijk is van een verbinding met computerapparatuur op een andere locatie. De belangrijkste computerfuncties worden uitgevoerd door de computer op afstand. Onder deze specificatie vallen alleen thin clients die geen ingebouwde vaste schijf hebben en die niet zijn ontworpen met het oog op draagbaarheid, maar voor gebruik op een vaste locatie;

    a) „geïntegreerde thin client” :
    een thin client waarvan de verwerkingseenheid en het beeldscherm met één kabel op de netvoeding worden aangesloten. Geïntegreerde thin clients hebben ofwel de vorm van een systeem waarbij het beeldscherm en de computer fysiek in één eenheid zijn ondergebracht, of van een systeem dat als een eenheid is vormgegeven, maar waarbij een gescheiden beeldscherm met een gelijkstroomsnoer op de hoofdbehuizing is aangesloten en de computer en het beeldscherm met één voeding van stroom worden voorzien. Geïntegreerde thin clients vormen een subcategorie van thin clients en bieden doorgaans grotendeels dezelfde functies;
    b) „ultra-thin client” :
    een computer die minder krachtig is dan een standaard thin client en die de invoer van een muis en toetsenbord zonder verdere verwerking naar een verwerkingseenheid op een andere locatie stuurt en de videobeelden weergeeft die hij van die verwerkingseenheid ontvangt. Ultra-thin clients kunnen niet met meerdere apparaten tegelijkertijd verbonden zijn en ook geen op afstand uitgevoerde toepassingen in vensters weergeven, omdat ze geen client-besturingssysteem hebben dat voor de gebruiker zichtbaar is (het niveau waarop ze functioneren ligt onder de firmware en is dus niet voor de gebruiker toegankelijk);

  8. „werkstation”: een krachtige, onafhankelijke computer, doorgaans gebruikt voor intensieve taken zoals grafische toepassingen, computerondersteund ontwerp (CAD), softwareontwikkeling en financiële en wetenschappelijke applicaties. Werkstations die onder deze specificatie vallen, worden op de markt gebracht als werkstation, hebben een gemiddeld storingsvrij interval (Mean Time Between Failures — MTBF) van ten minste 15 000 uur (op basis van Bellcore TR-NWT-000332, uitgave 6, 12/97, of op basis van praktijkgegevens), en ondersteunen foutcorrectiecode (Error Correcting Code — ECC) en/of gebufferd geheugen. Daarnaast moet een werkstation aan ten minste drie van de volgende kenmerken voldoen:

    1. het systeem beschikt over een extra voeding voor geavanceerde grafische toepassingen (bijvoorbeeld een extra PCI-E 6-pins 12 V-stroomaansluiting);

    2. het systeem is op het moederbord bekabeld voor grotere PCI-E-kaarten dan x4 (PCI-E = Peripheral Component Interconnect Express), naast de sleuven voor één of meer grafische kaarten en/of voor ondersteuning van PCI-X;

    3. het systeem ondersteunt geen grafische toepassingen die gebruikmaken van Uniform Memory Access (UMA);

    4. het systeem heeft ten minste vijf sleuven voor PCI, PCI-E of PCI-X;

    5. het systeem heeft multiprocessorondersteuning voor twee of meer processoren, waarbij fysiek gescheiden processorpakketten/-sockets worden ondersteund; aan het criterium wordt dus niet voldaan wanneer slechts één enkele processor met meerdere kernen wordt ondersteund, en/of

    6. het systeem heeft productcertificeringen van ten minste twee onafhankelijke softwareverkopers (Independent Software Vendor — ISV).

  9. De volgende aanvullende definitie is van toepassing op een subcategorie binnen de categorieën „notebookcomputer” en „hybride notebookcomputer”:

      „subnotebook” :
      een notebookmodel dat minder dan 21 mm dik is en minder dan 1,8 kg weegt. Hybride notebookcomputers (zie de afzonderlijke definitie in artikel 2, punt 4, onder b)) in de vorm van een subnotebook zijn minder dan 23 mm dik. Subnotebooks zijn uitgerust met zuinige processoren en harde schijven zonder bewegende onderdelen (solid state drives). Ze zijn meestal niet voorzien van een optisch schijfstation. Subnotebooks gaan langer mee op een accu dan notebookcomputers, gewoonlijk meer dan acht uur.

Artikel 3

Om krachtens Verordening (EG) nr. 66/2010 in aanmerking te komen voor de EU-milieukeur moet een product behorend tot de productgroep „personal computers, notebookcomputers en tabletcomputers” zoals omschreven in artikel 1 van dit besluit, voldoen aan de criteria en de daarmee verband houdende eisen inzake beoordeling en controle die zijn vermeld in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 4

De in de bijlage uiteengezette criteria en de daarmee verband houdende eisen inzake beoordeling en controle zijn geldig gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum waarop dit besluit wordt vastgesteld.

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

BIJLAGE

AANHANGSEL