De lichtdioden (leds) van Toyota voor het gebruik in niet-extern oplaadbare hybride elektrische M1-voertuigen (NOVC-HEV's) in de dimlichtkoplampen, grootlichtkoplampen, breedtelichten, mistvoorlichten, richtingaanwijzers aan de voorzijde, richtingaanwijzers aan de achterzijde, mistachterlichten, kentekenplaatverlichting en achteruitrijlichten worden goedgekeurd als innoverende technologie in de zin van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 443/2009.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1721 van de Commissie van 26 september 2016 betreffende de goedkeuring van de efficiënte buitenverlichting met lichtdioden van Toyota voor gebruik in niet-extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen van Toyota als innoverende technologie ter beperking van de CO2-emissies van personenauto's uit hoofde van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst)
Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1721 van de Commissie van 26 september 2016 betreffende de goedkeuring van de efficiënte buitenverlichting met lichtdioden van Toyota voor gebruik in niet-extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen van Toyota als innoverende technologie ter beperking van de CO2-emissies van personenauto's uit hoofde van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto's, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken(1), en met name artikel 12, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
De fabrikant Toyota Motor Europe NV/SA („de aanvrager”) heeft op 9 december 2015 een aanvraag ingediend voor goedkeuring van lichtdioden (leds) van Toyota voor gebruik in niet-extern oplaadbare hybride elektrische M1-voertuigen (NOVC-HEV's) als innoverende technologie. De aanvraag is beoordeeld op volledigheid overeenkomstig artikel 4 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 van de Commissie(2). De aanvraag werd volledig geacht en de periode waarbinnen de Commissie de aanvraag moest beoordelen, ging in op de dag na de datum van officiële ontvangst van de complete informatie, d.w.z. op 10 december 2015.
De aanvraag is beoordeeld overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 443/2009, Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 en de Technical Guidelines for the preparation of applications for the approval of innovative technologies pursuant to Regulation (EC) No 443/2009 („de technische richtsnoeren”, versie van februari 2013)(3).
De aanvraag heeft betrekking op de efficiënte leds van Toyota voor gebruik in NOVC-HEV's in de dimlichtkoplampen, grootlichtkoplampen, breedtelichten, mistvoorlichten, mistachterlichten, richtingaanwijzers aan de voorzijde, richtingaanwijzers aan de achterzijde, mistachterlichten, kentekenplaatverlichting en achteruitrijlichten.
De Commissie is van oordeel dat uit de in de aanvraag verstrekte informatie blijkt dat aan de in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 443/2009 en in de artikelen 2 en 4 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 bedoelde voorwaarden en criteria is voldaan.
De aanvrager heeft aangetoond dat de leds van Toyota in niet meer dan 3 % van de desbetreffende lampen van de in het referentiejaar 2009 geregistreerde nieuwe personenauto's zijn toegepast. Ter staving hiervan verwees de aanvrager naar de technische richtsnoeren, die een samenvatting bevatten van het „Light Sight Safety”-verslag van Clepa.
De aanvrager heeft volgens de in de technische richtsnoeren beschreven vereenvoudigde benadering gebruikgemaakt van halogeenverlichting als basistechnologie om de CO2-reductiecapaciteit van de leds van Toyota aan te tonen.
Om rekening te houden met de aanwezigheid van twee energiebronnen in een NOVC-HEV (nl. de interne verbrandingsmotor en de elektrische aandrijflijn) is een andere methode nodig om elektriciteitsbesparingen om te zetten in CO2-besparingen dan de methode die is vastgesteld in Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/587 van de Commissie(4).
De aanvrager heeft een testmethode ingediend voor de CO2-reducties van leds die in dergelijke voertuigen zijn aangebracht. Volgens de Commissie is de testmethode geschikt voor haar doel en zal deze resultaten opleveren die verifieerbaar, reproduceerbaar en vergelijkbaar zijn en kan deze de CO2-emissievoordelen van de innoverende technologie op een realistische wijze en met een sterke statistische significantie aantonen, overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011.
Tegen die achtergrond is de Commissie van oordeel dat de aanvrager afdoende heeft aangetoond dat de emissiereductie door de leds van Toyota voor gebruik in NOVC-HEV's in passende combinaties van dimlichtkoplampen, grootlichtkoplampen, breedtelichten, mistvoorlichten, mistachterlichten en kentekenplaatverlichting, ten minste 1 g CO2/km bedraagt.
Aangezien de activering van de ledverlichting voor de in de aanvraag opgesomde lampen niet vereist is voor de in Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad(5) en Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie(6) bedoelde typegoedkeuringstest wat CO2-emissies betreft, neemt de Commissie er genoegen mee dat de ledverlichtingsfuncties in kwestie niet onder de standaardtestcyclus vallen.
De activering van de betrokken verlichtingsfuncties is verplicht om het veilige gebruik van het voertuig te garanderen en hangt dus niet af van de keuze van de bestuurder. Op basis daarvan is de Commissie van oordeel dat de CO2-emissiereductie door het gebruik van de innovatieve technologie aan de fabrikant moet worden toegeschreven.
De Commissie stelt vast dat het verificatierapport is opgesteld door het Vehicle Certification Agency, een onafhankelijke en gecertificeerde instantie, en dat het de conclusies ondersteunt die in de aanvraag zijn uiteengezet.
Tegen die achtergrond moet er volgens de Commissie geen bezwaar worden gemaakt tegen de goedkeuring van de innoverende technologie in kwestie.
Om de algemene eco-innovatiecode vast te stellen die overeenkomstig de bijlagen I, VIII en IX bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad(7) in de desbetreffende typegoedkeuringsdocumenten moet worden vermeld, moet voor de bij dit uitvoeringsbesluit goedgekeurde innoverende technologie de individuele code worden gespecificeerd,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De CO2-emissiereductie door het gebruik van de efficiënte leds van Toyota in alle in lid 1 bedoelde verlichtingsfuncties of een passende combinatie daarvan wordt volgens de in de bijlage beschreven methode bepaald.
De individuele eco-innovatiecode die moet worden vermeld in de typegoedkeuringsdocumentatie voor de bij dit besluit goedgekeurde innoverende technologie is „20”.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 26 september 2016.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude Juncker
BIJLAGE
Methode voor het bepalen van de CO2-besparingen als gevolg van het gebruik van buitenverlichting van voertuigen met behulp van lichtdioden (leds) voor het gebruik in niet-extern oplaadbare hybride elektrische M1-voertuigen (NOVC-HEV's)
1. INLEIDING
Om te bepalen welke CO2-emissiereducties kunnen worden toegeschreven aan het gebruik van een voor gebruik in niet-extern oplaadbare hybride elektrische M1-voertuigen (NOVC-HEV's) bedoeld pakket efficiënte buitenlichten met leds bestaande uit een passende combinatie van voertuiglichten zoals bedoeld in artikel 1, moet het volgende worden vastgesteld:
-
testomstandigheden;
-
testapparatuur;
-
bepaling van de energiebesparingen;
-
berekening van de CO2-besparingen;
-
berekening van de statistische fout.
2. SYMBOLEN, PARAMETERS EN EENHEDEN
Latijnse symbolen
| c | Correctiefactor voor de nominale spanning van de hoogspanningsbatterij |
| CCO | CO2-besparingen [g CO2/km] |
| CO2 | Koolstofdioxide |
| kCO | CO2-correctiefactor [gCO2/km · Ah], zoals gedefinieerd in VN/ECE-Reglement nr. 101, bijlage 8 |
| m | Aantal efficiënte buitenlichten met leds waaruit het pakket bestaat |
| n | Aantal metingen van het monster |
| P | Elektriciteitsverbruik van het voertuiglicht [W] |
| SP | Standaardafwijking van het elektriciteitsverbruik van het ledlicht [W] |
| S P | Standaardafwijking van het gemiddelde elektriciteitsverbruik van het ledlicht [W] |
| SC | Standaardafwijking van de totale CO2-besparingen [g CO2/km] |
| t | Rijduur van de NEDC [s], te weten 1 180 s |
| UF | Gebruiksfactor van het voertuiglicht [-] zoals gedefinieerd in Table 2 |
| VHV | Nominale spanning van de hoogspanningsbatterij (tractiebatterij) [V] |
| VHV | Operationele spanning van de hoogspanningsbatterij (tractiebatterij) [V] |
| Gevoeligheid van de berekende CO2-besparingen gerelateerd aan het elektriciteitsverbruik van het ledlicht | |
| Gevoeligheid van de berekende CO2-besparingen gerelateerd aan de CO2-correctiefactor |
Griekse symbolen
| ηDCDC | Efficiëntie van de DC/DC-omvormer |
Indices
Index i verwijst naar voertuiglichten
Index j verwijst naar meting van het monster
| B | Basis |
| EI | Eco-innoverend |
3. TESTOMSTANDIGHEDEN
De testomstandigheden moeten overeenstemmen met de voorschriften van VN/ECE-Reglement nr. 112(1) betreffende uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voor motorvoertuigen bestemde koplampen die asymmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen en/of ledmodules. Het elektriciteitsverbruik wordt bepaald overeenkomstig punt 6.1.4 van VN/ECE-Reglement nr. 112 en de punten 3.2.1 en 3.2.2 van bijlage 10 bij dat reglement.
4. TESTAPPARATUUR
De volgende apparatuur moet worden gebruikt, zoals afgebeeld in de figuur:
-
een voedingseenheid (d.w.z. een variabele spanningsbron);
-
twee digitale multimeters, namelijk één voor het meten van de gelijkstroom en één voor het meten van de gelijkspanning. In de figuur is een mogelijke testopstelling afgebeeld, waarbij de gelijkspanningsmeter is geïntegreerd in de voedingseenheid.
Testopstelling
5. METINGEN EN BEPALING VAN DE ELEKTRICITEITSBESPARINGEN
Voor elk in het pakket opgenomen efficiënt buitenlicht met leds wordt de stroommeting uitgevoerd zoals afgebeeld in de figuur, bij een spanning van 13,2 V. Ledmodules met een elektronisch lichtbronbedieningsmechanisme moeten volgens de specificaties van de aanvrager worden gemeten.
De fabrikant kan verzoeken om de uitvoering van andere stroommetingen bij andere aanvullende spanningen. In dat geval moet de fabrikant geverifieerde documentatie aan de typegoedkeuringsinstantie verstrekken over de noodzaak deze andere metingen te verrichten. De stroommetingen bij elk van deze extra spanningen moeten ten minste vijf (5) keer achter elkaar worden uitgevoerd. De precieze nominale spanningen en de gemeten stroom moeten met vier decimalen worden geregistreerd.
Het elektriciteitsverbruik moet worden bepaald door de nominale spanning te vermenigvuldigen met de gemeten stroom. Het gemiddelde van het elektriciteitsverbruik voor elk efficiënt buitenlicht met leds ( P ) moet worden berekend. Elk van de waarden moet in vier decimalen worden uitgedrukt. Wanneer een stappenmotor of elektronische regelaar wordt gebruikt voor de levering van elektriciteit aan de ledlampen, moet de elektrische belasting van deze component worden uitgesloten van de meting.
Voor het berekenen van de bereikte elektriciteitsbesparingen van elk efficiënt buitenlicht met leds (ΔPi) moet de volgende formule worden gebruikt:
Formule 1
ΔPi = PB − Pwaarbij het elektriciteitsverbruik van het overeenkomstige basislicht wordt gedefinieerd door tabel 1.
Voertuiglicht |
Totaal elektrisch vermogen (PB) [W] |
|---|---|
Dimlichtkoplamp |
137 |
Grootlichtkoplamp |
150 |
Breedtelicht |
12 |
Kentekenplaatverlichting |
12 |
Mistvoorlicht |
124 |
Mistachterlicht |
26 |
Richtingaanwijzer aan de voorzijde |
13 |
Richtingaanwijzer aan de achterzijde |
13 |
Achteruitrijlicht |
52 |
6. BEREKENING VAN DE CO2-BESPARINGEN
De totale CO2-besparingen van het verlichtingspakket moeten worden berekend met formule 2.
Formule 2
C CO = ( ∑ ΔP i × UF i ) × t × k CO V HV × η DCDCwaarbij
| UF | gebruiksfactor van het voertuiglicht [-] zoals gedefinieerd in tabel 2 |
| t | rijduur van de NEDC [s], te weten 1 180 s |
| kCO | CO2-correctiefactor [gCO2/km · Ah], zoals gedefinieerd in VN/ECE-Reglement nr. 101, bijlage 8 |
| ηDCDC | efficiëntie van de DC/DC-omvormer [-] |
| VHV | operationele spanning van de hoogspanningsbatterij (tractiebatterij) [V], gedefinieerd door formule 3 |
Formule 3
VHV = VHV cwaarbij
| VHV | nominale spanning van de hoogspanningsbatterij (tractiebatterij) [V] |
| c | correctiefactor voor de nominale spanning van de hoogspanningsbatterij, die 0,90 bedraagt voor nikkel-metaalhydride (NiMH)-hoogspanningsbatterijen [-] |
De efficiëntie van de DC/DC-omvormer (ηDCDC) is de hoogste waarde die voortvloeit uit de efficiëntietests in het operatieve elektrische-stroombereik. De meetinterval bedraagt ten hoogste 10 % van het operatieve elektrische-stroombereik.
Voertuiglicht |
Gebruiksfactor (UF) [-] |
|---|---|
Dimlichtkoplamp |
0,33 |
Grootlichtkoplamp |
0,03 |
Breedtelicht |
0,36 |
Kentekenplaatverlichting |
0,36 |
Mistvoorlicht |
0,01 |
Mistachterlicht |
0,01 |
Richtingaanwijzer aan de voorzijde |
0,15 |
Richtingaanwijzer aan de achterzijde |
0,15 |
Achteruitrijlicht |
0,01 |
7. BEREKENING VAN DE STATISTISCHE FOUT
Statistische fouten in de resultaten van de testmethode als gevolg van de metingen moeten worden gekwantificeerd. Voor elk in het pakket opgenomen efficiënt buitenlicht met leds wordt de standaardafwijking berekend met formule 4.
Formule 4
S P = SP √ = √waarbij:
| n | aantal metingen van het monster, te weten ten minste 5 |
De correctiecoëfficiënt voor de CO2-emissie kCO wordt bepaald aan de hand van een reeks T metingen door de fabrikant, zoals voorgeschreven in VN/ECE-Reglement nr. 101, bijlage 8. Voor elke meting moeten de elektriciteitsbalans tijdens de test en de CO2-emissies worden geregistreerd.
Om de statistische fout van kCO te berekenen, moeten alle T combinaties zonder herhalingen van T-1-metingen worden gebruikt om verschillende T waarden van kCO te extrapoleren (d.w.z. kCO ). De extrapolatie moet worden verricht volgens de methode omschreven in VN/ECE-Reglement nr. 101, bijlage 8.
Aldus wordt de standaardafwijking kCO (S k ) berekend met formule 5.
Formule 5
S k = Sk √ = √waarbij:
| T | aantal metingen die door de fabrikant worden verricht voor de extrapolatie van kCO zoals gedefinieerd in VN/ECE-Reglement nr. 101, bijlage 8 |
| k | gemiddelde van de T-waarden van kCO |
De standaardafwijking van het elektriciteitsverbruik van elk efficiënt buitenlicht met leds ( S P ) en de standaardafwijking van de kCO (S k ) resulteert in een fout in de CO2-besparingen ( SC ). Deze fout moet worden berekend met formule 6.
Formule 6
Statistische significantie
Voor elk type, elke variant en elke versie van een voertuig dat met het pakket efficiënte buitenlichten met leds is uitgerust, moet worden aangetoond dat de fout in de CO2-besparingen berekend volgens formule 6 niet groter is dan het verschil tussen de totale CO2-besparingen en de minimumdrempelwaarde voor besparingen zoals vermeld in artikel 9, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 (zie formule 7).
Formule 7
MT ≤ CCO −SCwaarbij:
| MT | Minimumdrempel [gCO2/km], te weten 1 gCO2/km |
Indien de totale CO2-emissiebesparingen van het pakket efficiënte buitenlichten met leds volgens de berekening met formule 2, en de fout in de CO2-besparingen berekend volgens formule 6 minder bedragen dan de drempelwaarde van artikel 9, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011, is de tweede alinea van artikel 11, lid 2, van die verordening van toepassing.