Het volgende artikel wordt ingevoegd in Verordening (EG) nr. 329/2007:
1.In afwijking van artikel 6, lid 4, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, waarvan de websites in bijlage II worden vermeld, toestemming geven voor de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen aan de Korea National Insurance Corporation (KNIC) wanneer dat noodzakelijk is voor de betaling van premies in het kader van een verzekerings- of herverzekeringscontract met een onderdaan van een lidstaat of een volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersoon, entiteit of lichaam, op voorwaarde dat die betaling:
uitsluitend bestemd is voor door een onderdaan van een lidstaat of door een volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersoon, entiteit of lichaam in Noord-Korea uitgevoerde activiteiten die niet door deze verordening verboden zijn;
niet rechtstreeks of onrechtstreeks bestemd is voor een persoon, entiteit of lichaam genoemd in bijlage IV, V of V bis, met uitzondering van de KNIC.
2.Een onderdaan van een lidstaat en volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen mogen betalingen ontvangen van de KNIC mits de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, waarvan de websites in bijlage II worden vermeld, daar vooraf toestemming voor hebben gegeven. Die toestemming kan worden gegeven op voorwaarde dat de betaling:
verschuldigd is overeenkomstig de bepalingen van een contract voor verzekeringsdiensten, bedoeld in lid 1, onder a), of overeenkomstig de bepalingen van een contract voor door de KNIC te verlenen verzekeringsdiensten met betrekking tot schade die op het grondgebied van de Unie wordt veroorzaakt door een partij bij dat contract;
niet direct of indirect bestemd is voor een persoon, entiteit of lichaam genoemd in bijlage IV, V of V bis;
niet bijdraagt aan een uit hoofde van deze verordening verboden activiteit; en
niet leidt tot de vrijgave van tegoeden of economische middelen van de KNIC buiten Noord-Korea.
3.De toestemmingen bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel zijn niet vereist voor betalingen aan of door de KNIC die nodig zijn voor de officiële doeleinden van een diplomatieke of consulaire missie van een lidstaat in Noord-Korea.
4.In afwijking van artikel 6, lid 2, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, waarvan de websites in bijlage II worden vermeld, onder door hen passend geachte voorwaarden toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen van de KNIC, mits zij hebben vastgesteld dat:
de tegoeden of economische middelen uitsluitend worden gebruikt voor een door de KNIC verschuldigde betaling in het kader van een contract dat vóór 1 april 2016 werd gesloten;
het contract niet direct of indirect gerelateerd is aan een volgens deze verordening verboden activiteit;
de betaling niet direct of indirect bestemd is voor een persoon, entiteit of lichaam genoemd in bijlage IV, V of V bis.
De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is gegeven.”.