Gezien Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003(1), en met name artikel 6, lid 11,
De snelle voltooiing van een volledig operationele en geïnterconnecteerde interne markt voor energie is van essentieel belang voor de energievoorzieningszekerheid, de versterking van het concurrentievermogen en redelijke energieprijzen voor alle consumenten.
Krachtens Verordening (EG) nr. 714/2009 gelden niet-discriminerende regels voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit met het oog op het waarborgen van de goede werking van de interne elektriciteitsmarkt. Voorts moeten de lidstaten of, wanneer de lidstaten hierin voorzien, de regulerende instanties krachtens artikel 5 van Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad(2) er onder meer voor zorgen dat objectieve en niet-discriminerende technische voorschriften worden opgesteld die de minimumeisen voor technisch ontwerp en bedrijfsvoering omvatten waaraan moet worden voldaan bij aansluiting op het systeem. Wanneer de eisen bestaan uit voorwaarden voor aansluiting op nationale netwerken, wordt bij artikel 37, lid 6, van diezelfde richtlijn van de regulerende instanties geëist dat zij verantwoordelijk zijn voor het vastleggen of goedkeuren van ten minste de methodologieën die worden gebruikt om die voorwaarden te berekenen of vast te stellen. Om te zorgen voor systeemveiligheid binnen het geïnterconnecteerde transmissiesysteem, is het essentieel een gemeenschappelijk standpunt te ontwikkelen over de eisen waaraan de aansluiting op het net voor verbruiksinstallaties en distributiesystemen, inclusief gesloten distributiesystemen, moet voldoen. De eisen die bijdragen tot het in stand houden en herstellen van de systeemveiligheid teneinde een vlotte werking van de interne elektriciteitsmarkt binnen en tussen synchrone zones te vergemakkelijken en kostenefficiëntie te bewerkstelligen, moeten worden beschouwd als grensoverschrijdende netwerkkwesties en marktintegratiekwesties.
Er moeten geharmoniseerde regels voor de aansluiting van verbruiksinstallaties en distributiesystemen op het net worden vastgesteld om een duidelijk juridisch kader voor die aansluiting tot stand te brengen, de Uniebrede handel in elektriciteit te vergemakkelijken, de systeemveiligheid te waarborgen, de integratie van hernieuwbare energiebronnen te vergemakkelijken, de mededinging te versterken en een efficiënter gebruik van het netwerk en de hulpbronnen mogelijk te maken, in het belang van de consument.
De systeemveiligheid kan uitsluitend worden gewaarborgd als er rekening wordt gehouden met de technische mogelijkheden van alle gebruikers. Historisch gezien zijn voor de technische mogelijkheden hoofdzakelijk de elektriciteitsproductie-installaties van belang. Naar verwachting zullen verbruiksinstallaties op dit gebied in de toekomst echter een grotere rol spelen. Fundamentele voorwaarden voor de systeemveiligheid zijn derhalve een periodieke coördinatie op het niveau van de transmissie- en distributienetten en adequaat gedrag van de met de transmissie- en distributienetten verbonden apparatuur, met een afdoende robuustheid om een antwoord te bieden op storingen en om grote onderbrekingen van de voorziening te helpen voorkomen of het herstel van het systeem na een grootschalige storing te vergemakkelijken.
Bij de vaststelling of goedkeuring van de transmissie- en distributietarieven of de desbetreffende methodologieën, of bij de goedkeuring van de voorwaarden voor aansluiting op en toegang tot de nationale netwerken overeenkomstig artikel 37, leden 1 en 6, van Richtlijn 2009/72/EG en artikel 14 van Verordening (EG) nr. 714/2009, moeten de regulerende instanties uitgaan van de redelijke kosten die bij de tenuitvoerlegging van deze verordening daadwerkelijk door de systeembeheerders worden gemaakt.
Verschillende synchrone elektriciteitssystemen in de Unie hebben verschillende kenmerken waarmee bij de vaststelling van eisen voor aansluiting van verbruikers rekening moet worden gehouden. Bij de vaststelling van de regels voor de aansluiting op het net, als vereist overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Verordening (EG) nr. 714/2009, is het derhalve passend rekening te houden met specifieke regionale kenmerken.
Gezien de noodzaak om in rechtszekerheid te voorzien, moeten de eisen van deze verordening van toepassing zijn op nieuwe transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, nieuwe transmissiegekoppelde distributie-installaties, nieuwe distributiesystemen en nieuwe verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan relevante systeembeheerders en relevante transmissiesysteembeheerders („TSB's”) te leveren. De eisen van deze verordening moeten niet van toepassing zijn op bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, bestaande transmissiegekoppelde distributie-installaties, bestaande distributiesystemen en bestaande verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt of kunnen worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan relevante systeembeheerders en relevante TSB's te leveren. De eisen van deze verordening moeten evenmin van toepassing zijn op nieuwe of bestaande, op distributieniveau gekoppelde verbruiksinstallaties, tenzij deze diensten voor vraagsturing aan relevante systeembeheerders en relevante TSB's leveren. De eisen van deze verordening moeten echter wel van toepassing zijn indien de relevante regulerende instantie of lidstaat anderszins beslist op basis van de ontwikkeling van systeemvereisten en een volledige kosten-batenanalyse, of indien een ingrijpende modernisering of vervanging van apparatuur is uitgevoerd met gevolgen voor de technische mogelijkheden van een bestaande transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, een bestaande transmissiegekoppelde distributie-installatie, een bestaand distributiesysteem of een bestaande verbruikseenheid binnen een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem met een spanningsniveau van meer dan 1 000 V.
Vraagsturing is een belangrijk instrument voor het verhogen van de flexibiliteit van de interne energiemarkt en voor het mogelijk maken van een optimaal gebruik van netwerken. Vraagsturing moet gebaseerd zijn op de acties van klanten of op hun toestemming om een derde partij namens hen actie te laten ondernemen. Een eigenaar van een verbruiksinstallatie of een beheerder van een gesloten distributiesysteem („GDSB”) kan diensten voor vraagsturing aanbieden aan de markt en aan systeembeheerders ten behoeve van de netveiligheid. In dat laatste geval moet de eigenaar van een verbruiksinstallatie of de beheerder van een gesloten distributiesysteem ervoor zorgen dat nieuwe verbruikseenheden die worden gebruikt om dergelijke diensten te verstrekken, hetzij afzonderlijk of gemeenschappelijk als onderdeel van aggregatie van het verbruik via een derde partij voldoen aan de eisen van deze verordening. In dat opzicht vervullen derde partijen een essentiële rol bij het bundelen van capaciteiten voor vraagsturing en kunnen zij ervoor de verantwoordelijkheid dragen en ertoe verplicht zijn te waarborgen dat deze diensten betrouwbaar zijn, indien deze verantwoordelijkheden zijn gedelegeerd door de eigenaar van een verbruiksinstallatie of de beheerder van een gesloten distributiesysteem.
De eisen moeten gebaseerd zijn op de beginselen van niet-discriminatie en transparantie, alsook op het beginsel van optimalisering tussen de hoogste totale efficiëntie en laagste totale kosten voor alle betrokken partijen. Bij de vaststelling van de eisen overeenkomstig deze verordening kunnen TSB's en distributiesysteembeheerders („DSB's”), inclusief GDSB's, met dergelijke elementen rekening houden en moeten zij erkennen dat de drempelwaarden om te bepalen of een systeem een transmissiesysteem dan wel een distributiesysteem is, op nationaal niveau worden vastgesteld.
In de eisen die van toepassing zijn op een verbruiksinstallatie die is aangesloten op een transmissiesysteem moeten de mogelijkheden op de desbetreffende interfaces alsmede de nodige geautomatiseerde respons en gegevensuitwisseling worden vastgesteld. Deze eisen zijn gericht op het waarborgen van de werking van het transmissiesysteem en de capaciteit om de in deze netwerken geïntegreerde productie en vraagsturing te gebruiken over het operationele systeembereik en bij kritieke gebeurtenissen.
In de eisen die van toepassing zijn op een distributiesysteem dat is gekoppeld met een transmissiesysteem of een ander distributiesysteem moeten het operationele bereik van deze systemen alsmede de nodige geautomatiseerde respons en gegevensuitwisseling worden vastgesteld. Deze eisen moeten de efficiënte ontwikkeling en werking van het transmissiesysteem waarborgen, alsmede de capaciteit om de in deze netwerken geïntegreerde productie en vraagsturing te gebruiken over het operationele systeembereik en bij kritieke gebeurtenissen.
De eisen die van toepassing zijn op een verbruikseenheid die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem wordt gebruikt om diensten voor vraagsturing aan relevante systeembeheerders en relevante TSB's te leveren, dienen de capaciteit te waarborgen om de vraagsturing te gebruiken over het operationele systeembereik, waardoor kritieke gebeurtenissen worden geminimaliseerd.
De administratieve lasten en kosten waarmee het verstrekken van vraagsturing gepaard gaat, moeten binnen redelijke grenzen blijven, met name voor binnenlandse verbruikers die bij de overgang naar een koolstofarme samenleving een steeds belangrijkere rol zullen spelen, waarbij niet onnodig administratieve taken moeten worden opgelegd.
Gezien het grensoverschrijdende effect van deze verordening moet zij dezelfde frequentiegerelateerde eisen voor alle spanningsniveaus bevorderen, minimaal binnen een synchrone zone. Dit is noodzakelijk omdat een wijziging van de frequentie binnen een synchrone zone in één lidstaat een onmiddellijk effect op de frequentie heeft en schade kan veroorzaken aan apparatuur in alle overige lidstaten.
Tussen geïnterconnecteerde systemen moet de spanningsband worden gecoördineerd, aangezien deze band cruciaal is voor de veilige planning en bedrijfsvoering van het elektriciteitssysteem binnen een synchrone zone. Ontkoppelingen ten gevolge van spanningsfluctuaties hebben een impact op naburige systemen. Indien geen spanningsband wordt gespecificeerd, kan dit resulteren in wijdverspreide onzekerheid op het gebied van planning en bedrijfsvoering van het systeem wat betreft die bedrijfsvoering buiten de normale bedrijfscondities.
Er moet een adequaat en evenredig systeem van conformiteitstests worden ingevoerd, zodat de systeembeheerders de bedrijfszekerheid kunnen waarborgen. Overeenkomstig artikel 37, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/72/EG, behoort het tot de verantwoordelijkheden van de regulerende instanties ervoor te zorgen dat de systeembeheerders deze verordening naleven.
De regulerende instanties, lidstaten en systeembeheerders moeten ervoor zorgen dat in het proces van ontwikkeling en goedkeuring van de eisen voor aansluiting op het net, die eisen in de mate van het mogelijke worden geharmoniseerd teneinde volledige marktintegratie te waarborgen. Met name moet bij de uitwerking van de aansluitingsvoorwaarden rekening worden gehouden met reeds bestaande technische normen.
Systeembeheerders mogen geen technische eisen voor apparatuur specificeren die ertoe leiden dat het vrije verkeer van goederen op de interne markt wordt belemmerd. Indien systeembeheerders technische specificaties opstellen waaruit eisen voor het in de handel brengen van apparatuur voortvloeien, moet de desbetreffende lidstaat de procedure volgen die is vastgelegd in de artikelen 8 en 9 van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad(3).
Bij deze verordening moet een procedure worden vastgelegd voor afwijking van de regels op grond van uitzonderlijke lokale omstandigheden, wanneer overeenstemming met de regels bijvoorbeeld de stabiliteit van het lokale netwerk negatief kan beïnvloeden of wanneer het veilig bedrijf van een transmissiegekoppelde verbruiksinstallatie, een transmissiegekoppelde distributie-installatie, een distributiesysteem of een verbruikseenheid die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem wordt gebruikt om diensten voor vraagsturing aan relevante systeembeheerders en relevante TSB's te leveren, bedrijfsvoeringsvoorwaarden noodzakelijk maakt die niet overeenstemmen met het bepaalde in deze verordening.
Op voorwaarde van goedkeuring door de desbetreffende regulerende instantie, of een andere instantie wanneer zo bepaald in de desbetreffende lidstaat, moet het voor eigenaren van verbruiksinstallaties en relevante systeembeheerders mogelijk zijn afwijkingen voor te stellen voor bepaalde categorieën transmissiegekoppelde verbruiksinstallaties, transmissiegekoppelde distributie-installaties, distributiesystemen en verbruikseenheden die door een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem worden gebruikt om diensten voor vraagsturing aan relevante systeembeheerders en relevante TSB's te leveren.
Overeenkomstig artikel 28 van Richtlijn 2009/72/EG kunnen de lidstaten er in bepaalde omstandigheden in voorzien een systeem dat elektriciteit distribueert als gesloten distributiesysteem aan te merken. De bepalingen van deze verordening zijn alleen van toepassing op gesloten distributiesystemen indien de lidstaten dat overeenkomstig artikel 28 van Richtlijn 2009/72/EG hebben bepaald.
Deze verordening is vastgesteld op basis van Verordening (EG) nr. 714/2009, vult die verordening aan en vormt er een integrerend onderdeel van. Verwijzingen in andere wetsbesluiten naar Verordening (EG) nr. 714/2009 moeten worden begrepen als eveneens verwijzend naar de onderhavige verordening.
De maatregelen van deze verordening zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 23, lid 1, van Verordening (EG) nr. 714/2009 bedoelde comité,