Het namens de Europese Unie tijdens de vierde bijeenkomst van de Gezamenlijke Raad Cariforum-EU op 17 november 2017 in te nemen standpunt met betrekking tot de opstelling van een lijst van scheidsrechters wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van de Gezamenlijke Raad Cariforum-EU dat aan dit besluit is gehecht.
Besluit (EU) 2017/1921 van de Raad van 16 oktober 2017 inzake het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Gezamenlijke Raad Cariforum-EU voor de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, met betrekking tot de opstelling van een lijst van scheidsrechters
Besluit (EU) 2017/1921 van de Raad van 16 oktober 2017 inzake het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Gezamenlijke Raad Cariforum-EU voor de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, met betrekking tot de opstelling van een lijst van scheidsrechters
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, juncto artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
De Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds(1) („de overeenkomst”), werd op 15 oktober 2008 ondertekend en wordt sinds 29 december 2008 voorlopig toegepast.
Overeenkomstig artikel 221 van de overeenkomst, moet een lijst van 15 personen die beschikken over gespecialiseerde kennis of ervaring op het gebied van het recht en de internationale handel en die bereid zijn als scheidsrechter te fungeren, worden vastgesteld. Het is noodzakelijk de bepalingen inzake geschilbeslechting van de overeenkomst uit te voeren.
Op zijn vierde bijeenkomst van 17 november 2017 zal de Gezamenlijke Raad Cariforum-EU („de Gezamenlijke Raad”) een besluit vaststellen met betrekking tot de opstelling van die lijst.
De Unie wordt in de Gezamenlijke Raad vertegenwoordigd door de Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). De lidstaten steunen het standpunt van de Unie overeenkomstig artikel 4, lid 3, VEU.
Het is passend het standpunt vast te stellen dat namens de Unie in de Gezamenlijke Raad moet worden ingenomen.
Het standpunt van de Unie in de Gezamenlijke Raad moet derhalve worden gebaseerd op het aangehechte ontwerpbesluit,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Commissie en de lidstaten.
Gedaan te Luxemburg, 16 oktober 2017.
Voor de Raad
De voorzitter
F. Mogherini
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, juncto artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
De Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds(1) („de overeenkomst”), werd op 15 oktober 2008 ondertekend en wordt sinds 29 december 2008 voorlopig toegepast.
Overeenkomstig artikel 221 van de overeenkomst, moet een lijst van 15 personen die beschikken over gespecialiseerde kennis of ervaring op het gebied van het recht en de internationale handel en die bereid zijn als scheidsrechter te fungeren, worden vastgesteld. Het is noodzakelijk de bepalingen inzake geschilbeslechting van de overeenkomst uit te voeren.
Op zijn vierde bijeenkomst van 17 november 2017 zal de Gezamenlijke Raad Cariforum-EU („de Gezamenlijke Raad”) een besluit vaststellen met betrekking tot de opstelling van die lijst.
De Unie wordt in de Gezamenlijke Raad vertegenwoordigd door de Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). De lidstaten steunen het standpunt van de Unie overeenkomstig artikel 4, lid 3, VEU.
Het is passend het standpunt vast te stellen dat namens de Unie in de Gezamenlijke Raad moet worden ingenomen.
Het standpunt van de Unie in de Gezamenlijke Raad moet derhalve worden gebaseerd op het aangehechte ontwerpbesluit,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: