Bij deze verordening wordt een Uniesysteem ingesteld voor passende zorgvuldigheid (due diligence) („Uniesysteem”) in de toeleveringsketen teneinde gewapende groepen en veiligheidstroepen zo weinig mogelijk kansen te geven handel te drijven in tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud. Deze verordening is opgesteld om transparantie en zekerheid te bieden inzake de toevoerpraktijken van Unie-importeurs, en van smelterijen en raffinaderijen die mineralen betrekken uit conflict- en hoogrisicogebieden.
Verordening (EU) 2017/821 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot vaststelling van verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor Unie-importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud uit conflict- en hoogrisicogebieden
Verordening (EU) 2017/821 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot vaststelling van verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor Unie-importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud uit conflict- en hoogrisicogebieden
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(1),
Overwegende hetgeen volgt:
Natuurlijke mineralen bieden grote ontwikkelingsperspectieven, maar kunnen in conflict- en hoogrisicogebieden ter discussie komen te staan wanneer de opbrengsten ervan gewelddadige conflicten doen ontstaan of doen voortduren en zo inspanningen voor ontwikkeling, goed bestuur en de rechtsstaat ondermijnen. Om vrede, ontwikkeling en stabiliteit in die gebieden te waarborgen, is het doorbreken van de samenhang tussen conflicten en de illegale exploitatie van mineralen een cruciaal element.
Regeringen en internationale organisaties zijn de uitdaging aangegaan om de financiering van gewapende groepen en veiligheidstroepen in gebieden die rijk zijn aan hulpbronnen te voorkomen, samen met economische actoren en maatschappelijke organisaties, waaronder vrouwenorganisaties die bij uitstek de aandacht vestigen op de uitbuiting door deze groepen en veiligheidstroepen en op het feit dat zij verkrachting en geweld als middelen gebruiken om de plaatselijke bevolking onder controle te houden.
Schendingen van de mensenrechten komen veelvuldig voor in conflict- en hoogrisicogebieden die rijk zijn aan hulpbronnen, onder meer in de vorm van kinderarbeid, seksueel geweld, verdwijningen van mensen, gedwongen herhuisvesting en vernietiging van ritueel of cultureel belangrijke plaatsen.
De Unie is actief betrokken bij een initiatief van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) om het verantwoord betrekken van mineralen uit conflictgebieden te bevorderen; dit heeft geresulteerd in een proces met overheidssteun waarbij vele belanghebbenden zijn betrokken, met als uitkomst de aanneming van de OECD Due Diligence Guidance for Responsible Supply Chains of Minerals from Conflict-Affected and High-Risk Areas („OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid”), met inbegrip van de bijlagen en supplementen daarbij. In mei 2011 heeft de OESO-Ministerraad de actieve bevordering van de naleving van die richtsnoeren aanbevolen.
In de bijgewerkte OECD Guidelines for Multinational Enterprises(2) (OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen) wordt verwezen naar het concept „responsible sourcing” (verantwoord betrekken), dat strookt met de Guiding Principles on Business and Human Rights van de VN(3). Die documenten zijn gericht op het bevorderen van praktijken van passende zorgvuldigheid (due diligence) in de toeleveringsketen wanneer bedrijven mineralen betrekken uit door een conflict of instabiliteit getroffen gebieden. Op het hoogste internationale niveau pleit Resolutie 1952 (2010) van de VN-Veiligheidsraad, die specifiek betrekking heeft op de Democratische Republiek Congo (de DRC) en haar buurlanden in Centraal-Afrika, voor het betrachten van passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen. In navolging van die resolutie, pleit ook de deskundigengroep van de VN inzake de DRC voor naleving van de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid.
Naast multilaterale initiatieven zijn de staatshoofden en regeringsleiders van het Afrikaans gebied van de Grote Meren op 15 december 2010 in Lusaka een politieke verbintenis aangegaan om de illegale exploitatie van natuurlijke hulpbronnen in de regio te bestrijden; zij hebben onder meer een op de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid gebaseerd regionaal certificeringsmechanisme goedgekeurd.
Deze verordening stelt controle in op de handel in mineralen uit conflictgebieden, en vormt zo een van de middelen om een einde te maken aan de financiering van gewapende groepen. Het externe beleid en het ontwikkelingsbeleid van de Unie dragen eveneens bij tot de bestrijding van lokale corruptie, de versterking van de grenzen en het trainen van de lokale bevolking en hun vertegenwoordigers om hen te helpen de aandacht op misstanden te vestigen.
In haar mededeling getiteld „Het grondstoffeninitiatief — voorzien in onze kritieke behoeften aan groei en werkgelegenheid in Europa” van 4 november 2008 heeft de Commissie erkend dat betrouwbare toegang tot grondstoffen zonder marktverstoring belangrijk is voor het concurrentievermogen van de Unie. Het in die mededeling van de Commissie vervatte grondstoffeninitiatief is een geïntegreerde strategie die erop gericht is tegemoet te komen aan de verschillende uitdagingen met betrekking tot toegang tot niet-energetische en niet-agrarische grondstoffen. Met dit initiatief worden de transparantie op financieel gebied en in de toeleveringsketen en de toepassing van normen op het gebied van de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven erkend en bevorderd.
In zijn resoluties van 7 oktober 2010, 8 maart 2011, 5 juli 2011 en 26 februari 2014 verzocht het Europees Parlement de Unie wetgeving op te stellen naar het voorbeeld van de VS-wet over „conflictmineralen”, Section 1502 van de Dodd-Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act. In haar mededelingen van 2 februari 2011 getiteld „Grondstoffen en grondstoffenmarkten: uitdagingen en oplossingen” en 27 januari 2012 getiteld „Handel, groei en ontwikkeling: Afstemming van het handels- en investeringsbeleid op de meest behoeftige landen” kondigde de Commissie aan te zullen nagaan hoe de transparantie — inclusief kwesties met betrekking tot passende zorgvuldigheid — door de toeleveringsketen heen kan worden verbeterd. In die laatste mededeling heeft de Commissie, in overeenstemming met haar verbintenis van mei 2011 tijdens de OESO-Ministerraad, bovendien aangedrongen op meer steun voor en gebruik van de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen en van de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid, ook los van het lidmaatschap van de OESO.
Burgers en actoren van het maatschappelijk middenveld van de Unie hebben de aandacht gevestigd op economische actoren in de Unie die niet aansprakelijk worden gehouden voor hun potentiële banden met de illegale winning en verhandeling van mineralen uit conflictgebieden. Dergelijke mineralen, die aanwezig kunnen zijn in consumentenproducten, brengen consumenten in verband met conflicten buiten de Unie. Zo hebben consumenten indirect banden met conflicten die ernstige gevolgen hebben voor de mensenrechten, met name de rechten van vrouwen, aangezien gewapende groepen vaak massaverkrachting gebruiken als bewuste strategie om de plaatselijke bevolking te intimideren en onder controle te houden teneinde hun eigen belangen te beschermen. Daarom hebben burgers van de Unie, met name via verzoekschriften, de Commissie verzocht bij het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel in te dienen waardoor economische actoren aansprakelijk kunnen worden gesteld op grond van de relevante richtsnoeren van de VN en OESO.
In de context van deze verordening en in lijn met de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid is passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen een permanent, proactief en reactief proces waarbij economische actoren hun aan- en verkopen volgen en beheren om ervoor te zorgen dat zij niet bijdragen tot conflicten of de nadelige gevolgen daarvan.
Audits door derden van de praktijken van passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen van economische actoren zorgen voor geloofwaardigheid ten voordele van economische actoren downstream en dragen bij tot de verbetering van upstream praktijken van passende zorgvuldigheid.
Door verslag uit te brengen over hun beleid en praktijken van passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen, verschaffen economische actoren de nodige transparantie om bij het publiek vertrouwen in de genomen maatregelen te wekken.
Unie-importeurs zijn individueel verantwoordelijk voor het naleven van de verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid zoals bepaald in deze verordening. Niettemin zouden veel bestaande en toekomstige regelingen voor passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen („regelingen voor passende zorgvuldigheid”) kunnen bijdragen tot het bereiken van de doelstellingen van deze verordening. Er bestaan al regelingen voor passende zorgvuldigheid die tot doel hebben het verband tussen conflicten en het betrekken van tin, tantaal, wolfraam en goud te doorbreken. Bij deze regelingen wordt gebruikgemaakt van audits door een onafhankelijke derde om smelterijen en raffinaderijen te certificeren die over systemen beschikken om te waarborgen dat mineralen op verantwoorde wijze worden betrokken. Het erkennen van deze regelingen in het Uniesysteem voor passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen („Uniesysteem”) moet mogelijk worden gemaakt. De methodologie en criteria om dergelijke regelingen als gelijkwaardig met de vereisten van deze verordening te erkennen dienen in een gedelegeerde handeling te worden vastgesteld, zodat individuele economische actoren die deelnemen aan zulke regelingen deze verordening kunnen naleven en dubbele audits worden vermeden. De regelingen dienen de overkoepelende beginselen van passende zorgvuldigheid te omvatten, te waarborgen dat de vereisten aansluiten bij de specifieke aanbevelingen van de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid en te voldoen aan de procedurele vereisten zoals participatie van belanghebbenden, klachtenmechanismen en responsiviteit.
Economische actoren in de Unie hebben via openbare raadplegingen blijk gegeven van hun belangstelling voor het verantwoord betrekken van mineralen en hebben kennis gegeven van bestaande regelingen voor passende zorgvuldigheid die zijn opgezet met het oog op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, verzoeken van klanten, of de zekerheid van hun bevoorrading. De economische actoren in de Unie hebben echter ook melding gemaakt van talrijke moeilijkheden en praktische problemen bij de uitoefening van passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen als gevolg van uitgestrekte en complexe wereldwijde toeleveringsketens met een groot aantal economische operatoren die vaak onvoldoende op de hoogte of ethisch betrokken zijn. De Commissie dient de kosten van het verantwoord betrekken van mineralen en van de audits door derden onder de loep te nemen, alsmede de administratieve consequenties van dat verantwoord betrekken en die audits en het potentiële effect ervan op het concurrentievermogen, met name dat van kleine en middelgrote ondernemingen („kmo's”), en aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit te brengen van haar bevindingen. De Commissie dient te waarborgen dat micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen adequate technische bijstand kunnen genieten en de uitwisseling van informatie te bevorderen, zodat deze verordening wordt uitgevoerd. Micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen in de Unie die mineralen en metalen importeren, moeten in dit verband van het bij Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad(4) ingestelde Cosme-programma kunnen profiteren.
Smelterijen en raffinaderijen vormen een belangrijke fase in de toeleveringsketens van mineralen wereldwijd, aangezien zij doorgaans de laatste fase zijn waarin passende zorgvuldigheid daadwerkelijk kan worden gewaarborgd door informatie over de oorsprong van de mineralen en de bewakingsketen te verzamelen, openbaar te maken en te verifiëren. Na deze fase van transformatie wordt het vaak als niet-haalbaar beschouwd om de oorsprong van de mineralen te traceren. Hetzelfde geldt voor gerecyclede metalen, die nog meer stappen hebben doorlopen in het transformatieproces. Een Unie-lijst van verantwoordelijke smelterijen en raffinaderijen wereldwijd zou economische actoren downstream dan ook transparantie en zekerheid met betrekking tot praktijken van passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen kunnen bieden. Overeenkomstig de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid moeten economische actoren upstream, zoals smelterijen en raffinaderijen, een audit door een onafhankelijke derde met betrekking tot hun praktijken van passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen ondergaan, om eveneens te kunnen worden opgenomen in de lijst van verantwoordelijke smelterijen en raffinaderijen wereldwijd.
Het is van essentieel belang dat Unie-importeurs van mineralen en metalen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen aan de bepalingen ervan voldoen, met inbegrip van smelterijen en raffinaderijen in de Unie die mineralen en concentraten daarvan importeren en verwerken.
Teneinde een goede werking van het Uniesysteem te waarborgen en te garanderen dat het merendeel van de mineralen en metalen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen en naar de Unie worden geïmporteerd aan de vereisten ervan voldoen, dient de verordening niet van toepassing te zijn in situaties waarin de jaarlijks door de Unie-importeurs ingevoerde volumes van elk mineraal of metaal in kwestie onder de in bijlage I bij deze verordening vermelde drempels liggen.
Teneinde een goede werking van het Uniesysteem te waarborgen en de beoordeling van regelingen voor passende zorgvuldigheid die in het kader van deze verordening zouden kunnen worden erkend, te vergemakkelijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van het wijzigen van bijlage I bij deze verordening door vaststelling en wijziging van de volumedrempels van mineralen en metalen en ten aanzien van het vaststellen van de methodologie en de criteria die voor die beoordeling moeten worden toegepast, waarbij de werkzaamheden van de OESO in acht moeten worden genomen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(5). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten dienen verantwoordelijk te zijn voor het verzekeren van de uniforme naleving door Unie-importeurs van mineralen of metalen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen door gepaste controles achteraf uit te voeren. De gegevens van die controles moeten ten minste vijf jaar worden bewaard. De lidstaten zouden de regels moeten vaststellen die van toepassing zijn bij inbreuken op deze verordening.
Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. De uitvoeringsbevoegdheden ten aanzien van de gelijkwaardigheidserkenning van regelingen voor passende zorgvuldigheid, de intrekking van de gelijkwaardigheid in geval van tekortkomingen, en de opstelling van de lijst van verantwoordelijke smelterijen en raffinaderijen wereldwijd moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(6). Gezien de aard van die uitvoeringshandelingen en de beperkte discretionaire bevoegdheid van de Commissie, waarbij die handelingen gebaseerd moeten worden op de methodologie en criteria die moeten worden vastgesteld bij een gedelegeerde handeling voor de erkenning van de regelingen voor passende zorgvuldigheid door de Commissie, wordt de raadplegingsprocedure als de passende procedure voor de vaststelling van die uitvoeringshandelingen beschouwd.
Om een efficiënte uitvoering van onderhavige verordening te waarborgen dient te worden voorzien in een overgangsperiode, zodat onder meer de bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen worden aangewezen, de Commissie regelingen voor passende zorgvuldigheid kan erkennen en de economische actoren vertrouwd kunnen raken met hun in deze verordening neergelegde verplichtingen.
De Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid dienen hun financiële bijstand en politieke verbintenissen ten aanzien van conflict- en hoogrisicogebieden waar tin, tantaal, wolfraam en goud worden gewonnen regelmatig te evalueren, met name in het Afrikaans gebied van de Grote Meren, om voor beleidssamenhang te zorgen en de eerbiediging van goed bestuur, de rechtsstaat en ethische winningspraktijken te stimuleren en te versterken.
De Commissie moet aan het Europees Parlement en de Raad regelmatig verslag uitbrengen over het effect van het Uniesysteem dat bij deze verordening wordt ingevoerd. De Commissie moet voor 1 januari 2023 en vervolgens om de drie jaar de werking en de doeltreffendheid van het Uniesysteem evalueren, alsmede de effecten ervan ter plaatse ten aanzien van de bevordering van het verantwoord betrekken van mineralen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen uit conflict- en hoogrisicogebieden en op de economische actoren in de Unie, met inbegrip van kmo's, en moet hierover verslag uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad. De verslagen kunnen indien nodig vergezeld gaan van passende wetgevingsvoorstellen, die bijkomende verplichte maatregelen kunnen bevatten.
In hun gezamenlijke mededeling getiteld „Het verantwoord betrekken van mineralen uit conflict- en hoogrisicogebieden: Naar een geïntegreerde EU-strategie” van 5 maart 2014 („gezamenlijke mededeling van 5 maart 2014”) hebben de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid zich ertoe verbonden parallel met deze verordening begeleidende maatregelen uit te voeren die leiden tot een geïntegreerde benadering van de Unie inzake het verantwoord betrekken van mineralen, met het doel niet alleen zoveel mogelijk economische actoren te betrekken bij het in deze verordening bedoelde Uniesysteem, maar ook om een wereldwijde, samenhangende en omvattende aanpak te verzekeren om het verantwoord betrekken van mineralen uit conflict- en hoogrisicogebieden te bevorderen.
Als met behulp van passende zorgvuldigheid en transparantie voorkomen kan worden dat de winst uit de handel in mineralen en metalen gebruikt wordt om gewapende conflicten te financieren, zal dat een goed bestuur en duurzame economische ontwikkeling ten goede komen. Dit betekent dat deze verordening naast het belangrijkste onderwerp, dat onder het gemeenschappelijk handelsbeleid van de Unie valt, ook terreinen bestrijkt die onder het Uniebeleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking vallen,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1 Voorwerp en toepassingsgebied
Bij deze verordening worden de verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen vastgesteld voor Unie-importeurs van mineralen of metalen met tin, tantaal, wolfraam of goud, zoals bepaald in bijlage I.
Deze verordening is niet van toepassing op Unie-importeurs van mineralen of metalen wanneer hun jaarlijks ingevoerde volume per betrokken mineraal of metaal onder de in bijlage I vastgestelde volumedrempels ligt.
Alle volumedrempels worden vastgesteld op een zodanig niveau dat het merendeel, maar niet minder dan 95 %, van de totale in de Unie ingevoerde volumes van elk mineraal en metaal in het kader van de code van de gecombineerde nomenclatuur, aan de in deze verordening neergelegde verplichtingen voor Unie-importeurs moet voldoen.
De Commissie stelt overeenkomstig de artikelen 18 en 19, indien haalbaar, voor 1 april 2020 maar uiterlijk op 1 juli 2020 een gedelegeerde handeling vast tot wijziging van bijlage I door vaststelling van de volumedrempels voor tantaal- of niobiumerts en de concentraten daarvan, gouderts en de concentraten daarvan, tinoxiden en -hydroxiden, tantalaat en tantaalcarbiden.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig de artikelen 18 en 19 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bestaande drempels in bijlage I om de drie jaar na 1 januari 2021 te wijzigen.
Met uitzondering van artikel 7, lid 4, is deze verordening niet van toepassing op gerecyclede metalen.
Deze verordening is niet van toepassing op voorraden als een Unie-importeur aantoont dat die voorraden zijn aangelegd in de huidige vorm op een controleerbare datum vóór 1 februari 2013.
Deze verordening is van toepassing op de in bijlage I bedoelde mineralen en metalen die worden verkregen als bijproducten zoals gedefinieerd in artikel 2, onder t).
Artikel 2 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- a) „mineralen” :
-
zoals vermeld in deel A van bijlage I:
-
ertsen en concentraten die tin, tantaal of wolfraam bevatten, en
-
goud;
-
- b) „metalen” :
- metalen die tin, tantaal, wolfraam of goud bevatten, zoals vermeld in deel B van bijlage I;
- c) „toeleveringsketen van mineralen” :
- het systeem van activiteiten, organisaties, actoren, technologie, informatie, middelen en diensten die betrokken zijn bij het verplaatsen en verwerken van mineralen vanaf de winning tot de verwerking ervan in het eindproduct;
- d) „passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen” :
- de verplichtingen van Unie-importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud met betrekking tot hun beheersystemen, risicobeheer, audits door onafhankelijke derden en bekendmaking van informatie met het oog op het identificeren en aanpakken van bestaande en potentiële risico's die verbonden zijn met conflict- en hoogrisicogebieden om nadelige gevolgen van het betrekken van mineralen te voorkomen of te beperken;
- e) „bewakingsketen of traceerbaarheidssysteem voor de toeleveringsketen” :
- de registratie van de opeenvolging van economische actoren die mineralen en metalen onder hun hoede hebben door een toeleveringsketen heen;
- f) „conflict- en hoogrisicogebieden” :
- gebieden met een gewapend conflict of een onstabiele situatie in de nasleep van een conflict, evenals gebieden zonder of met een zwak bestuur en zonder of met beperkte veiligheid, zoals falende staten, en met wijdverspreide en systematische schendingen van het internationaal recht, met inbegrip van schendingen van de mensenrechten;
- g) „gewapende groepen en veiligheidstroepen” :
- groepen als omschreven in bijlage II bij de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid;
- h) „smelterij en raffinaderij” :
- elke natuurlijke of rechtspersoon die vormen van winningsmetallurgie uitvoert met verwerkingsfasen die gericht zijn op de productie van een metaal uit een mineraal;
- i) „verantwoordelijke smelterijen en raffinaderijen wereldwijd” :
- in of buiten de Unie gevestigde smelterijen en raffinaderijen die geacht worden te voldoen aan de vereisten van deze verordening;
- j) „upstream” :
- de toeleveringsketen van mineralen vanaf de winning tot en met de smelterijen en raffinaderijen;
- k) „downstream” :
- de toeleveringsketen van metaal vanaf de fase na de smelterijen en raffinaderijen tot het eindproduct;
- l) „Unie-importeur” :
- elke natuurlijke of rechtspersoon die mineralen of metalen aangeeft voor vrij verkeer in de zin van artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad(7) of elke natuurlijke of rechtspersoon in wiens naam een dergelijke aangifte wordt gedaan, zoals vermeld in gegevenselementen 3/15 en 3/16 overeenkomstig bijlage B bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie(8);
- m) „regeling voor passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen” of „regeling voor passende zorgvuldigheid” :
- een combinatie van vrijwillige procedures, instrumenten en mechanismen voor passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen, met inbegrip van audits door onafhankelijke derden, ontwikkeld door en onder toezicht van regeringen, sectorale organisaties of groepen van belanghebbende organisaties;
- n) „bevoegde autoriteiten van de lidstaten” :
- de overeenkomstig artikel 10 door lidstaten aangewezen autoriteiten met expertise op het vlak van grondstoffen, industriële processen en audits;
- o) „OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid” :
- OECD Due Diligence Guidance for Responsible Supply Chains of Minerals from Conflict-Affected and High-Risk Areas (Second Edition, OECD 2013), inclusief alle bijlagen en supplementen;
- p) „klachtenmechanisme” :
- een mechanisme voor bewustmaking van risico's door tijdige waarschuwingen waardoor belanghebbenden, met inbegrip van klokkenluiders, hun bezorgdheid kunnen uiten over de omstandigheden van de winning, verhandeling en verwerking van mineralen in, en de uitvoer van mineralen uit, conflict- en hoogrisicogebieden;
- q) „modelbeleid voor toeleveringsketens” :
- een beleid voor toeleveringsketens dat overeenstemt met bijlage II bij de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid, waarin de risico's worden vermeld op aanzienlijke nadelige gevolgen die kunnen samengaan met de winning, verhandeling en verwerking van mineralen in, en de uitvoer van mineralen uit, conflict- en hoogrisicogebieden;
- r) „risicobeheersplan” :
- de schriftelijke reactie van een Unie-importeur op de vastgestelde risico's in de toeleveringsketen op basis van bijlage III bij de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid;
- s) „gerecyclede metalen” :
- hergebruikte eindgebruikersproducten of producten na consumptie, of schroot van verwerkte metalen dat tijdens het productieproces is ontstaan, met inbegrip van overbodige, verouderde, defecte en schrootmaterialen die geraffineerde of verwerkte metalen bevatten die geschikt zijn voor recycling in de productie van tin, tantaal, wolfraam of goud. Ten behoeve van deze definitie worden mineralen die gedeeltelijk zijn verwerkt, die niet zijn verwerkt of die een bijproduct zijn van een ander erts, niet beschouwd als gerecyclede metalen;
- t) „bijproduct” :
- een mineraal of metaal dat binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt en dat is verkregen uit de verwerking van een mineraal of metaal dat buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt, als een dergelijk mineraal of metaal niet zou zijn verkregen zonder de verwerking van het primaire mineraal of metaal dat buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt;
- u) „controleerbare datum” :
- een datum die kan worden gecontroleerd aan de hand van fysieke datumstempels op producten of inventarislijsten.
Artikel 3 Naleving door Unie-importeurs van verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen
Unie-importeurs van mineralen of metalen leven de in deze verordening neergelegde verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen na en houden documentatie bij waaruit blijkt dat zij zich aan hun respectieve verplichtingen houden, met inbegrip van de resultaten van de audits door een onafhankelijke derde.
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van passende controles achteraf overeenkomstig artikel 11.
Overeenkomstig artikel 8, lid 1, kunnen belanghebbenden regelingen voor passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor erkenning voorleggen aan de Commissie, zodat de naleving door Unie-importeurs van de in de artikelen 4 tot en met 7 genoemde vereisten vergemakkelijkt wordt.
Artikel 4 Verplichtingen met betrekking tot het beheersysteem
Unie-importeurs van mineralen of metalen:
-
stellen actuele informatie over hun beleid voor toeleveringsketens voor mineralen en metalen die mogelijk afkomstig zijn uit conflict- en hoogrisicogebieden op en delen die duidelijk mee aan leveranciers en het publiek;
-
nemen in hun beleid voor toeleveringsketens normen op aan de hand waarvan passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen moet worden toegepast overeenkomstig de normen in het modelbeleid voor toeleveringsketens in bijlage II bij de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid;
-
zorgen ervoor dat hun respectieve interne beheersystemen zo zijn gestructureerd dat passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen wordt ondersteund door, wanneer de Unie-importeur geen natuurlijke persoon is, het hogere management verantwoordelijk te maken voor het toezicht op het proces van passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen, en houden gedurende ten minste vijf jaar gegevens van die systemen bij;
-
versterken hun betrokkenheid bij leveranciers door hun beleid voor toeleveringsketens op te nemen in contracten en overeenkomsten met leveranciers overeenkomstig bijlage II bij de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid;
-
stellen een klachtenmechanisme in als een systeem voor bewustmaking van risico's door tijdige waarschuwingen of voorzien in een dergelijk mechanisme door samenwerkingsovereenkomsten met andere economische actoren of organisaties, of door het gemakkelijker te maken beroep te doen op een externe deskundige of organisatie, zoals een ombudsman;
-
beheren, wat mineralen betreft, een bewakingsketen of traceerbaarheidssysteem voor de toeleveringsketen met daarin, onderbouwd met documentatie, de volgende informatie:
-
beschrijving van het mineraal, met inbegrip van de handelsnaam en de soort;
-
naam en adres van de persoon die aan de Unie-importeur heeft geleverd;
-
land van oorsprong van de mineralen;
-
hoeveelheid en datum van de winning, indien beschikbaar, uitgedrukt in volume of gewicht;
-
wanneer mineralen uit conflict- en hoogrisicogebieden komen, of wanneer de Unie-importeur andere in de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid genoemde risico's in de toeleveringsketen heeft vastgesteld, aanvullende informatie, overeenkomstig de specifieke aanbevelingen voor economische actoren upstream als bepaald in de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid, zoals de mijn van oorsprong van het mineraal, de plaatsen waar de mineralen zijn geconsolideerd, verhandeld en verwerkt, en betaalde belastingen, vergoedingen en royalty's;
-
-
beheren, wat metalen betreft, een bewakingsketen of traceerbaarheidssysteem voor de toeleveringsketen met daarin, onderbouwd met documentatie, de volgende informatie:
-
beschrijving van het metaal, met inbegrip van de handelsnaam en de soort;
-
naam en adres van de persoon die aan de Unie-importeur heeft geleverd;
-
naam en adres van de smelterijen en raffinaderijen in de toeleveringsketen van de Unie-importeurs;
-
indien beschikbaar, gegevens over de auditverslagen door derden van smelterijen en raffinaderijen, of bewijzen van de conformiteit met een regeling voor passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen die door de Commissie overeenkomstig artikel 8 is erkend;
-
indien de onder iv) bedoelde gegevens niet beschikbaar zijn:
-
landen van oorsprong van de mineralen in de toeleveringsketen van de smelterijen en raffinaderijen;
-
wanneer metalen voortkomen uit mineralen uit conflict- en hoogrisicogebieden, of wanneer de Unie-importeur andere in de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid genoemde risico's in de toeleveringsketen heeft vastgesteld, aanvullende informatie overeenkomstig de specifieke aanbevelingen voor economische actoren downstream die in die richtsnoeren worden genoemd;
-
-
-
verstrekken, wat bijproducten betreft, met documentatie gestaafde informatie vanaf het punt van oorsprong van die bijproducten, met name het punt waar het bijproduct voor het eerst is gescheiden van het primaire mineraal of metaal ervan dat buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt.