De termijnen van 15 maanden in, respectievelijk, artikel 497, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en artikel 89, lid 5 bis, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 648/2012, welke laatstelijk bij artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/2227 zijn verlengd, worden met nog eens zes maanden verlengd tot en met 15 december 2017.
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/954 van de Commissie van 6 juni 2017 betreffende de verlenging van de overgangsperioden in verband met de eigenvermogensvereisten voor blootstellingen met betrekking tot centrale tegenpartijen in de Verordeningen (EU) nr. 575/2013 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst. )
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/954 van de Commissie van 6 juni 2017 betreffende de verlenging van de overgangsperioden in verband met de eigenvermogensvereisten voor blootstellingen met betrekking tot centrale tegenpartijen in de Verordeningen (EU) nr. 575/2013 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst. )
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012(1), en met name artikel 497, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
Teneinde verstoringen op internationale financiële markten te voorkomen en te vermijden dat instellingen nadeel ondervinden doordat hun tijdens het proces van erkenning van bestaande centrale tegenpartijen (hierna „CTP's” genoemd) uit derde landen hogere eigenvermogensvereisten worden opgelegd, is in artikel 497, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 voorzien in een overgangsperiode waarin alle CTP's uit derde landen waarmee in de Unie gevestigde instellingen transacties clearen, door deze instellingen als gekwalificeerde CTP's kunnen worden beschouwd.
Bij Verordening (EU) nr. 575/2013 is Verordening (EU) nr. 648//2012(2) gewijzigd wat betreft bepaalde inputs voor de berekening van de eigenvermogensvereisten van instellingen voor blootstellingen met betrekking tot CTP's uit derde landen. Overeenkomstig artikel 89, lid 5 bis, van Verordening (EU) nr. 648/2012 moeten bepaalde CTP's uit derde landen daarom gedurende een beperkte periode het totale bedrag rapporteren van de initiële marge die zij van hun clearingleden hebben ontvangen. Die overgangsperiode stemt overeen met de periode die is vastgelegd in artikel 497, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013.
Beide overgangsperioden zouden op 15 juni 2014 aflopen.
Krachtens artikel 497, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 is de Commissie in uitzonderlijke omstandigheden gemachtigd een uitvoeringshandeling vast te stellen tot verlenging van de overgangsperiode voor eigenvermogensvereisten met zes maanden. Die verlenging dient ook te gelden voor de in artikel 89, lid 5 bis, van Verordening (EU) nr. 648/2012 vastgelegde termijnen. Die overgangsperioden zijn verlengd tot en met 15 juni 2017 bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 591/2014(3), (EU) nr. 1317/2014(4), (EU) 2015/880(5), (EU) 2015/2326(6), (EU) 2016/892(7) en (EU) 2016/2227(8) van de Commissie.
Van de in derde landen gevestigde CTP's die tot dusver erkenning hebben aangevraagd, zijn er reeds 28 door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) erkend. Daarvan zijn er twee CTP's uit de Verenigde Staten van Amerika erkend na de vaststelling van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/2227 op grond van Uitvoertingsbesluit (EU) 2016/377 van de Commissie(9). Bovendien zijn, na de vaststelling van de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2016/2269(10), (EU) 2016/2275(11), (EU) 2016/2276(12), (EU) 2016/2277(13) en (EU) 2016/2278(14) van de Commissie, ook vijf CTP's uit, onderscheidenlijk, India, Japan, Brazilië, Dubai International Financial Centre en de Verenigde Arabische Emiraten erkend. Ten slotte kunnen nog meer CTP's uit India en uit Nieuw-Zeeland worden erkend op grond van, onderscheidenlijk, Uitvoeringsverordening (EU) 2016/2269 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/2274 van de Commissie(15). Ondanks deze ontwikkelingen wachten de overige CTP's uit derde landen nog steeds op erkenning en het erkenningsproces zal niet vóór 15 juni 2017 voltooid zijn. Indien de overgangsperiode niet wordt verlengd, zouden in de Unie gevestigde instellingen (of hun buiten de Unie gevestigde dochterondernemingen) met blootstellingen met betrekking tot CTP's uit de overige derde landen het niveau van hun in verband met die blootstellingen aangehouden eigen vermogen aanzienlijk moeten verhogen. Ook al zijn dergelijke verhogingen wellicht slechts van tijdelijke aard, toch zouden ze ertoe kunnen leiden dat die instellingen zich terugtrekken als directe deelnemers aan die CTP's of dat het aanbod van clearingdiensten aan de cliënten van die instellingen, althans tijdelijk, staakt, waardoor de markten waarop die instellingen opereren, dus ernstig zouden worden verstoord.
De noodzaak om verstoringen op de internationale financiële markten te voorkomen, die eerder al tot de verlenging van de in artikel 497, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgelegde overgangsperiode heeft geleid, zou derhalve blijven bestaan na het aflopen van de verlenging van de overgangsperiode waarin was voorzien in Uitvoeringsverordening (EU) 2016/2227. Met een verdere verlenging van de overgangsperiode zouden in de Unie gevestigde instellingen (of hun buiten de Unie gevestigde dochterondernemingen) hun eigenvermogensvereisten niet aanzienlijk hoeven te verhogen omdat het erkenningsproces van CTP's die op een levensvatbare en toegankelijke wijze het specifieke type clearingdiensten aanbieden waaraan in de Unie gevestigde instellingen (of hun buiten de Unie gevestigde dochterondernemingen) behoefte hebben, niet is voltooid. Het verdient derhalve aanbeveling de overgangsperioden met nog eens zes maanden te verlengen.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Europees Comité voor het bankwezen,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 6 juni 2017.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude Juncker