Bij deze verordening worden beheers-, instandhoudings- en controlebepalingen vastgesteld voor de door de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) beheerde visserij op over grote afstanden trekkende vissoorten.
Verordening (EU) 2017/2107 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 tot vaststelling van in het verdragsgebied van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (ICCAT) geldende beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EG) nr. 1984/2003 en (EG) nr. 520/2007 van de Raad
Verordening (EU) 2017/2107 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 tot vaststelling van in het verdragsgebied van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (ICCAT) geldende beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EG) nr. 1984/2003 en (EG) nr. 520/2007 van de Raad
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(2),
Overwegende hetgeen volgt:
Het doel van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad(3) is een exploitatie van de biologische rijkdommen van de zee te garanderen die voor ecologische, economische en sociale duurzaamheid op lange termijn zorgt.
Bij Besluit 98/392/EG van de Raad(4) heeft de Unie het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee goedgekeurd, waarin onder meer principes en regels voor de instandhouding en het beheer van de mariene levende rijkdommen zijn vastgesteld. De Unie neemt in het kader van haar ruimere internationale verplichtingen deel aan de inspanningen die in internationale wateren worden geleverd om de visbestanden in stand te houden.
De Unie is sinds 14 november 1997 ingevolge Besluit 86/238/EEG van de Raad(5) verdragsluitende partij bij het Internationale Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen („het ICCAT-verdrag”).
Het ICCAT-verdrag biedt een kader voor de regionale samenwerking op het gebied van de instandhouding en het beheer van tonijnen en tonijnachtigen in de Atlantische Oceaan en aangrenzende zeeën middels de oprichting van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (ICCAT).
De ICCAT heeft het gezag om voor de instandhouding en het beheer van de onder haar bevoegdheid vallende visserijen besluiten (aanbevelingen) vast te stellen die verbindend zijn voor de verdragsluitende partijen bij het verdrag. Die aanbevelingen zijn hoofdzakelijk gericht tot de verdragsluitende partijen bij het ICCAT-verdrag, maar bevatten tevens verplichtingen voor particuliere exploitanten (zoals kapiteins van vaartuigen). De ICCAT-aanbevelingen treden zes maanden na de vaststelling ervan in werking en moeten, wat de Unie betreft, zo snel mogelijk in het recht van de Unie worden omgezet.
In een verordening (van het Europees Parlement en de Raad inzake het duurzame beheer van externe vissersvloten(6) zal worden bepaald dat die verordening van toepassing dient te zijn onverminderd de bepalingen van Unierecht die uitvoering geven aan bepalingen die zijn aangenomen door de regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB's) waarbij de Unie een overeenkomstsluitende partij is.
De laatste omzetting van de instandhoudings- en handhavingsaanbevelingen van de ICCAT is geschied bij Verordeningen (EG) nr. 1936/2001(7) en (EG) nr. 520/2007 van de Raad(8).
De ICCAT-aanbeveling betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee is geïmplementeerd bij Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad(9). De onderhavige verordening heeft geen betrekking op een dergelijk meerjarig herstelplan.
Bij de uitvoering van die aanbevelingen dienen de Unie en de lidstaten ernaar te streven de kustvisserij te stimuleren, alsmede het gebruik van vistuigen en visserijtechnieken die selectief en minder milieubelastend zijn, met inbegrip van tuigen en technieken die in de traditionele en de ambachtelijke visserij worden gebruikt, om zo bij te dragen tot een redelijke levensstandaard voor de lokale economie.
De Uniewetgeving dient een loutere uitvoering van ICCAT-aanbevelingen te zijn teneinde gelijke voorwaarden voor vissers uit de Unie en vissers uit derde landen te waarborgen, en ervoor te zorgen dat de regels door iedereen kunnen worden geaccepteerd.
De gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen waarin in deze verordening is voorzien, dienen de uitvoering van toekomstige ICCAT-aanbevelingen in het Unierecht volgens de gewone wetgevingsprocedure onverlet te laten.
Teneinde de toekomstige wijzigingen van de ICCAT-aanbevelingen snel in Unierecht om te zetten, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(10). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(11).
Ter waarborging van de naleving van het GVB is Uniewetgeving vastgesteld om een systeem voor controle, inspectie en handhaving op te zetten dat onder meer is gericht tegen illegale, ongemelde en ongereglementeerde (IOO) visserij. In het bijzonder is bij Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad(12) een Unieregeling voor controle, inspectie en handhaving vastgesteld die een brede, geïntegreerde aanpak biedt en aldus naleving van alle regels van het GVB waarborgt. Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie(13) zijn bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 vastgesteld. Bij Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad(14) is een communautair systeem opgezet om IOO-visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen. Met die verordeningen zijn reeds een aantal bepalingen van de ICCAT-aanbevelingen geïmplementeerd. Die bepalingen hoeven daarom niet in de onderhavige verordening te worden opgenomen.
De ICCAT-aanbevelingen, gelezen in combinatie met de toepasselijke regels van Verordening (EG) nr. 1224/2009, staan toe dat grote pelagische beugvisserijvaartuigen binnen de ICCAT-zone in niet-Uniewateren op zee overladen. De Unie dient deze kwestie evenwel omvattend en systematisch ter hand te nemen in het kader van de ROVB's, teneinde het Unieverbod op overlading op zee in Uniewateren tot alle wateren uit te breiden.
Bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is een aanlandingsverplichting ingevoerd die met ingang van 1 januari 2015 van toepassing is op de kleine en grote pelagische visserij, visserij voor industriële doeleinden en visserij op zalm in de Oostzee. Overeenkomstig artikel 15, lid 2, van die verordening doet deze aanlandingsverplichting echter geen afbreuk aan de internationale verplichtingen van de Unie, zoals die welke voortvloeien uit de ICCAT-aanbevelingen. Op grond van diezelfde bepaling is de Commissie bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde die internationale verplichtingen in Unierecht te implementeren, waaronder met name afwijkingen van de aanlandingsverplichting. Bijgevolg wordt in bepaalde kleine en grote pelagische visserijtakken en visserij voor industriële doeleinden teruggooi toegestaan in bepaalde situaties zoals vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/98 van de Commissie(15).
Bij Verordening (EG) nr. 1984/2003 van de Raad(16) zijn programma's voor een statistisch document voor zwaardvis en grootoogtonijn vastgesteld overeenkomstig de desbetreffende ICCAT-bepalingen. Aangezien de ICCAT nieuwe bepalingen inzake statistische programma's heeft vastgesteld voor overladingen op zee, is het passend Verordening (EG) nr. 1984/2003 te wijzigen om die bepalingen om te zetten in het Unierecht.
De afgelopen jaren zijn verscheidene aanbevelingen van de ICCAT gewijzigd of ingetrokken. Derhalve is het omwille van de duidelijkheid, de vereenvoudiging en de rechtszekerheid passend de Verordeningen (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 520/2007 in te trekken,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Onderwerp
Artikel 2 Toepassingsgebied
Deze verordening is van toepassing op:
-
vissersvaartuigen van de Unie en recreatievisserijvaartuigen van de Unie die actief zijn in het ICCAT-verdragsgebied en, in het geval van overladingen, ook buiten het ICCAT-verdragsgebied indien zij soorten overladen die in dat gebied zijn gevangen;
-
vaartuigen van derde landen die in havens van lidstaten worden geïnspecteerd en die ICCAT-soorten of van dergelijke soorten afkomstige visserijproducten aan boord hebben die niet eerder in havens zijn aangeland of overgeladen;
-
vissersvaartuigen van derde landen en recreatievisserijvaartuigen van derde landen die actief zijn in Uniewateren.
Artikel 3 Verband met andere handelingen van de Unie
Deze verordening geldt onverminderd de bepalingen van een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het duurzame beheer van externe vissersvloten(17) en van Verordening (EU) 2016/1627.
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn van toepassing in aanvulling op die waarin is voorzien bij Verordeningen (EG) nr. 1005/2008 en (EG) nr. 1224/2009.