Het namens de Unie in te nemen standpunt op de eerste vergadering van het Gemengd Comité dat is opgericht bij de overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende administratieve samenwerking, bestrijding van fraude en invordering van schuldvorderingen op het gebied van de btw, is gebaseerd op de aan dit besluit gehechte ontwerpbesluiten van het Gemengd Comité.
Besluit (EU) 2019/425 van de Raad van 12 maart 2019 betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Gemengd Comité dat is opgericht bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende administratieve samenwerking, bestrijding van fraude en invordering van schuldvorderingen op het gebied van de btw
Besluit (EU) 2019/425 van de Raad van 12 maart 2019 betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Gemengd Comité dat is opgericht bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende administratieve samenwerking, bestrijding van fraude en invordering van schuldvorderingen op het gebied van de btw
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 113 in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
De Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende administratieve samenwerking, bestrijding van fraude en invordering van schuldvorderingen op het gebied van de btw(1) („de overeenkomst”) is door de Unie gesloten bij Besluit (EU) 2018/1089 van de Raad(2) en is op 1 september 2018 in werking getreden.
De overeenkomst vormt een degelijk rechtskader voor samenwerking met betrekking tot de bestrijding van fraude en de invordering van schuldvorderingen op het gebied van de btw. Bij dergelijke samenwerking zal een beroep kunnen worden gedaan op dezelfde instrumenten als die welke thans door de lidstaten worden gebruikt voor administratieve samenwerking en invordering van schuldvorderingen, zoals elektronische platforms en e-formulieren.
Het bij de overeenkomst opgerichte Gemengd Comité moet aanbevelingen doen en besluiten vaststellen om de juiste werking en tenuitvoerlegging van de overeenkomst te waarborgen.
Het Gemengd Comité dient op zijn eerste vergadering zijn reglement van orde, de procedure voor het sluiten van overeenkomsten inzake het dienstverleningsniveau en andere besluiten betreffende de juiste werking en tenuitvoerlegging van de overeenkomst vast te stellen.
Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Gemengd Comité, aangezien de overeenkomsten inzake het dienstverleningsniveau en andere besluiten bindend zullen zijn voor de Unie.
De Unie wordt overeenkomstig artikel 17, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie in het Gemengd Comité vertegenwoordigd door de Commissie,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 12 maart 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
E.O. Teodorovici
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 113 in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
De Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende administratieve samenwerking, bestrijding van fraude en invordering van schuldvorderingen op het gebied van de btw(1) („de overeenkomst”) is door de Unie gesloten bij Besluit (EU) 2018/1089 van de Raad(2) en is op 1 september 2018 in werking getreden.
De overeenkomst vormt een degelijk rechtskader voor samenwerking met betrekking tot de bestrijding van fraude en de invordering van schuldvorderingen op het gebied van de btw. Bij dergelijke samenwerking zal een beroep kunnen worden gedaan op dezelfde instrumenten als die welke thans door de lidstaten worden gebruikt voor administratieve samenwerking en invordering van schuldvorderingen, zoals elektronische platforms en e-formulieren.
Het bij de overeenkomst opgerichte Gemengd Comité moet aanbevelingen doen en besluiten vaststellen om de juiste werking en tenuitvoerlegging van de overeenkomst te waarborgen.
Het Gemengd Comité dient op zijn eerste vergadering zijn reglement van orde, de procedure voor het sluiten van overeenkomsten inzake het dienstverleningsniveau en andere besluiten betreffende de juiste werking en tenuitvoerlegging van de overeenkomst vast te stellen.
Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Gemengd Comité, aangezien de overeenkomsten inzake het dienstverleningsniveau en andere besluiten bindend zullen zijn voor de Unie.
De Unie wordt overeenkomstig artikel 17, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie in het Gemengd Comité vertegenwoordigd door de Commissie,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: