Home

Besluit (EU) 2019/453 van de Raad van 19 maart 2019 inzake de ondertekening, namens de Unie, van de Statusovereenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro inzake acties die het Europees Grens- en kustwachtagentschap in Montenegro uitvoert

Besluit (EU) 2019/453 van de Raad van 19 maart 2019 inzake de ondertekening, namens de Unie, van de Statusovereenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro inzake acties die het Europees Grens- en kustwachtagentschap in Montenegro uitvoert

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, onder b) en d), en artikel 79, lid 2, onder c), in samenhang met artikel 218, lid 5,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. In artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad(1) wordt bepaald dat in gevallen waarin de inzet wordt beoogd van Europese grens- en kustwachtteams in een derde land bij acties waarbij de teamleden uitvoerende bevoegdheden zullen hebben, of waarin andere acties het vereisen, de Unie een statusovereenkomst dient te sluiten met het betreffende derde land. De statusovereenkomst moet betrekking hebben op alle aspecten die noodzakelijk zijn om de acties uit te voeren.

  2. Op 16 oktober 2017 heeft de Raad de Commissie machtiging verleend om met Montenegro onderhandelingen te starten over een statusovereenkomst inzake acties die het Europees Grens- en kustwachtagentschap in Montenegro uitvoert („de overeenkomst”).

  3. De onderhandelingen zijn met succes afgerond door de parafering van de overeenkomst op 5 februari 2019.

  4. Dit besluit houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad(2); het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

  5. Dit besluit houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad(3); Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

  6. Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is het besluit niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. Aangezien dit besluit voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het bovengenoemde protocol binnen zes maanden nadat de Raad dit besluit heeft vastgesteld, of het dit besluit in zijn nationale wetgeving zal omzetten.

  7. De overeenkomst moet derhalve worden ondertekend en de aangehechte gemeenschappelijke verklaring moet worden goedgekeurd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt machtiging verleend tot de ondertekening, namens de Unie, van de statusovereenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro inzake acties die het Europees Grens- en kustwachtagentschap in Montenegro uitvoert, onder voorbehoud van de sluiting van de overeenkomst(4).

Artikel 2

De aan dit besluit gehechte gemeenschappelijke verklaring wordt namens de Unie goedgekeurd.

Artikel 3

De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) de overeenkomst namens de Unie te ondertekenen.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

BIJLAGE