Home

Besluit (GBVB) 2019/1296 van de Raad van 31 juli 2019 ter ondersteuning van de aanscherping van de biologische veiligheid en beveiliging in Oekraïne in overeenstemming met de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor

Besluit (GBVB) 2019/1296 van de Raad van 31 juli 2019 ter ondersteuning van de aanscherping van de biologische veiligheid en beveiliging in Oekraïne in overeenstemming met de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 31, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. De Europese Raad heeft op 12 december 2003 de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens vastgesteld, met in hoofdstuk II een lijst van maatregelen ter bestrijding van deze verspreiding. Dergelijke maatregelen dienen zowel binnen de Unie als in derde landen te worden genomen.

  2. De Unie geeft momenteel actief uitvoering aan die strategie en aan de in hoofdstuk III daarvan genoemde maatregelen, met name door middelen vrij te maken ter ondersteuning van specifieke projecten die worden uitgevoerd door multilaterale instellingen, door aan landen technische bijstand en deskundigheid te verstrekken met betrekking tot een veelheid van non-proliferatiemaatregelen, en door de rol van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN-Veiligheidsraad) te bevorderen.

  3. De VN-Veiligheidsraad heeft op 28 april 2004 Resolutie 1540 (2004) aangenomen; dit is het eerste internationale instrument dat op geïntegreerde en alomvattende wijze massavernietigingswapens, de overbrengingsmiddelen daarvoor en de daarvoor bestemde materialen behandelt. In Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad werden voor alle staten dwingende verplichtingen vastgesteld die erop gericht waren niet-statelijke actoren te verhinderen en af te schrikken om dergelijke wapens en daarmee verband houdend materialen te bemachtigen. De VN-Veiligheidsraad heeft ook besloten dat alle staten effectieve maatregelen moeten nemen en handhaven om nationale controles in te stellen ter voorkoming van de proliferatie van nucleaire, chemische of biologische wapens en hun overbrengingsmiddelen, onder meer door adequate controles op hiermee verband houdende materialen in te voeren.

  4. Op 11 mei 2017 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2017/809(1) ter ondersteuning van de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad vastgesteld. De technische uitvoering van de op grond van Besluit (GBVB) 2017/809 uit te voeren projecten is toevertrouwd aan het VN-Bureau voor ontwapeningszaken (Unoda), in samenwerking met bevoegde regionale internationale organisaties, en met name de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

  5. Op 11 juli 2017 nam de Raad Besluit (GBVB) 2017/1252(2) van de Raad aan ter ondersteuning van de aanscherping van de chemische veiligheid en beveiliging in Oekraïne in overeenstemming met de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad. De technische uitvoering van de op grond van Besluit (GBVB) 2017/1252 uit te voeren activiteiten is toevertrouwd aan het OVSE-secretariaat.

  6. De universele naleving en de volledige uitvoering van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens (BTWC) en Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad behoren tot de voornaamste prioriteiten van Oekraïne op het gebied van de non-proliferatie van massavernietigingswapens.

  7. Op 21 maart en 27 juni 2014 ondertekenden de Unie en Oekraïne een associatieovereenkomst(3) die onder meer voorziet in de versnelde harmonisatie van de Oekraïense wetgeving met de desbetreffende Uniewetgeving, ook wat betreft de opheffing van belemmeringen voor de volledige uitvoering in Oekraïne van Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad. Sinds 1 november 2014 wordt reeds een aantal onderdelen van de associatieovereenkomst voorlopig toegepast. De associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne is op 1 september 2017 in werking getreden.

  8. Volgens het actieplan van de Oekraïense regering voor de uitvoering van de associatieovereenkomst EU-Oekraïne voor de periode 2018-2020 heeft Oekraïne zich ertoe verbonden voorschriften en mechanismen op het gebied van biologische veiligheid en beveiliging te ontwikkelen en te verbeteren overeenkomstig de verplichtingen van Oekraïne uit hoofde van het BTWC en Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad, alsmede uit hoofde van internationale normen en standaarden, en met name de toepasselijke EU-wetgeving.

  9. In dit kader heeft het OVSE-secretariaat drie projectvoorstellen ter versterking van de algemene biologische veiligheid en beveiliging in Oekraïne opgesteld, in nauwe samenwerking met de bevoegde instanties van Oekraïne.

  10. Het OVSE-secretariaat moet worden belast met de technische uitvoering van de projecten die moeten worden gerealiseerd in het kader van dit besluit.

  11. De projecten moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het actieplan van de Oekraïense regering voor de uitvoering van de associatieovereenkomst tussen de EU-Oekraïne. Bij de activiteiten moet rekening worden gehouden met goede praktijken en lessen die zijn geleerd bij de uitvoering van Besluit (GBVB) 2017/1252.

  12. Het OVSE-secretariaat moet efficiënt samenwerken met bevoegde internationale organisaties en organen als de ondersteunende eenheid voor de uitvoering van het BTWC, het krachtens Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad opgerichte VN-comité, de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE), en het wereldwijd partnerschap tegen de verspreiding van massavernietigingswapens en -materialen. Het OVSE-secretariaat moet tevens zorgen voor de complementariteit en synergie van ingevolge dit besluit ondernomen projecten met eerdere en lopende desbetreffende projecten en activiteiten in Oekraïne die steun krijgen van EU-lidstaten en met andere door de Unie gefinancierde programma's op dit gebied, waaronder het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede en de EU-kenniscentra op het gebied van chemische, biologische, radiologische en nucleaire risicobestrijding,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.

Ter bevordering van vrede en veiligheid en van effectief multilateralisme op mondiaal en regionaal niveau streeft de Unie naar:

  • het versterken van de biologische veiligheid en beveiliging in Oekraïne door het verbeteren van de wet- en regelgeving van Oekraïne en van zijn volks- en diergezondheidsstelsels, en dor het vergroten van het bewustzijn onder levenswetenschappers;

  • het ondersteunen van effectief multilateralisme op regionaal niveau, door de maatregelen van de OVSE ter vergroting van de capaciteit van de bevoegde instanties van Oekraïne om, in overeenstemming met de verplichtingen uit hoofde van Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad en het BTWC te steunen.

2.

Ter verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstellingen, onderneemt de Unie de volgende projecten:

  • harmonisatie van de Oekraïense bioveiligheids- en biobeveiligingsvoorschriften met internationale normen;

  • instellen van een duurzaam veterinair toezichtssysteem in Oekraïne voor aan bijzonder gevaarlijke ziekteverwekkers gerelateerde ziekten;

  • bewustmaking, onderwijs en opleiding voor biowetenschappers op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging.

De bijlage bevat een nadere omschrijving van de bovenbedoelde projecten.

Artikel 2

1.

De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (“de hoge vertegenwoordiger”) is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit besluit.

2.

De technische uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten wordt toevertrouwd aan het Secretariaat van de OVSE. Zij verricht haar taken onder de verantwoordelijkheid van de hoge vertegenwoordiger. De hoge vertegenwoordiger treft hiertoe de nodige regelingen met het OVSE-secretariaat.

Artikel 3

1.

Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten bedraagt 1 913 900 EUR.

2.

Voor het beheer van de uitgaven die uit het in lid 1 bepaalde bedrag worden gefinancierd, gelden de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.

3.

De Commissie ziet erop toe dat de in lid 1 bedoelde uitgaven correct worden beheerd. Zij sluit hiertoe een financieringsovereenkomst met het OVSE-secretariaat. In die overeenkomst wordt bepaald dat het OVSE-secretariaat er zorg voor moet dragen dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is in verhouding tot de omvang van die bijdrage.

4.

De Commissie streeft ernaar om de in lid 3 bedoelde financieringsovereenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te sluiten. De Commissie stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden die zich daarbij voordoen en van de datum van sluiting van de financieringsovereenkomst.

Artikel 4

De hoge vertegenwoordiger brengt aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit besluit, op basis van de geregelde verslagen die worden opgesteld door het OVSE-secretariaat. Deze verslagen vormen de basis voor de evaluatie door de Raad. De Commissie verstrekt informatie over de financiële aspecten van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten.

Artikel 5

BIJLAGE