Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 wordt als volgt gewijzigd:
-
Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:
-
lid 3 wordt vervangen door:
“3.De Commissie maakt de door de douaneautoriteiten verstrekte gegevens zoals bedoeld in lid 1 uitsluitend in geaggregeerde vorm openbaar.”;
-
de volgende leden worden ingevoegd:
“3 bis.De Commissie verleent gemachtigde gebruikers in de zin van artikel 56, lid 2, toegang tot de niet-geaggregeerde gegevens die worden verstrekt door de douaneautoriteiten van de lidstaat, die om toegang daartoe hebben verzocht, en tot de geaggregeerde gegevens op Unieniveau.
3 ter.In afwijking van lid 3 bis verleent de Commissie de bevoegde autoriteiten van de lidstaten toegang tot de niet-geaggregeerde gegevens wanneer een handeling van de Unie in een dergelijke toegang voorziet.”;
-
lid 6 wordt vervangen door:
“6.In afwijking van lid 1 is de lijst van gegevens die door de Commissie met het oog op toezicht bij het in het vrije verkeer brengen kan worden geëist, tot de datum waarop de upgrade van de nationale invoersystemen zoals bedoeld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 wordt uitgerold, opgenomen in bijlage 21-02.
In afwijking van lid 1 is de lijst van gegevens die door de Commissie met het oog op toezicht bij uitvoer kan worden geëist, tot de datum waarop de upgrade van de nationale uitvoersystemen zoals bedoeld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 wordt uitgerold, opgenomen in bijlage 21-02.”.
-
-
In artikel 187 wordt lid 5 vervangen door:
“5.Wanneer goederen waarvoor in overeenstemming met artikel 104, lid 1, onder c) tot en met k), m) en n), en leden 2, 3 en 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 een ontheffing van de verplichting tot indiening van een summiere aangifte bij binnenbrengen is verleend, het douanegebied van de Unie worden binnengebracht, wordt de risicoanalyse uitgevoerd wanneer de goederen worden aangebracht op basis van de aangifte tot tijdelijke opslag of de douaneaangifte voor deze goederen, indien deze beschikbaar zijn.”.
-
Aan artikel 214 wordt het volgende lid toegevoegd:
“3.Het overeenkomstig lid 1 vereiste certificaat kan worden overgelegd aan de hand van andere formulieren of documenten dan de afdruk van een visserijlogboek, met verwijzing naar dat visserijlogboek.”.
-
Aan artikel 234 wordt het volgende lid toegevoegd:
“3.Wanneer het toezichthoudende douanekantoor overeenkomstig artikel 182, lid 3, derde alinea, van het wetboek verzoekt om goederen bij de douane aan te brengen omdat de douaneautoriteiten hebben vastgesteld dat er sprake is van een nieuw ernstig financieel risico of een andere specifieke situatie in verband met een vergunning voor het indienen van een douaneaangifte in de vorm van een inschrijving in de administratie van de aangever met ontheffing van de verplichting om de goederen aan te brengen, stelt het toezichthoudende douanekantoor de houder van een dergelijke vergunning in kennis van:
-
de specifieke termijn waarbinnen de goederen waarop deze situaties van toepassing zijn, bij de douane moeten worden aangebracht;
-
de verplichting om de datum van kennisgeving van aanbrenging in de administratie te vermelden; en
-
de verplichting om te voldoen aan lid 1, onder b) tot en met e), en g).
In deze situaties worden de goederen vrijgegeven overeenkomstig artikel 194 van het wetboek.”.
-
-
Aan artikel 302, lid 2, wordt het volgende punt toegevoegd:
de goederen over zee worden vervoerd en naar het bijgevoegde cognossement wordt verwezen in een elektronisch vervoersdocument dat als douaneaangifte wordt gebruikt om goederen onder de regeling Uniedouanevervoer te plaatsen, zoals bedoeld in artikel 233, lid 4, onder e), van het wetboek.”.
-
In artikel 311 worden de volgende leden toegevoegd:
“3.Wanneer de douaneautoriteit van een bij douanevervoer betrokken lidstaat vóór het verstrijken van de termijn zoals bedoeld in artikel 77, onder a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 het bewijs verkrijgt dat de feiten die tot het ontstaan van de douaneschuld hebben geleid, zich op haar grondgebied hebben voorgedaan, zendt deze autoriteit onmiddellijk en in ieder geval binnen deze termijn een naar behoren gemotiveerd verzoek naar de douaneautoriteit van de lidstaat van vertrek om de verantwoordelijkheid om de invordering te beginnen over te dragen aan de verzoekende douaneautoriteit.
4.De douaneautoriteit van de lidstaat van vertrek bevestigt de ontvangst van het overeenkomstig lid 3 ingediende verzoek en deelt de verzoekende douaneautoriteit binnen 28 dagen na de datum van verzending van het verzoek mee of zij ermee instemt aan het verzoek te voldoen en de verantwoordelijkheid om de invordering te beginnen over te dragen aan de verzoekende autoriteit.”.
-
Artikel 324, lid 1, onder e), wordt vervangen door:
de levering van hoofdveredelingsproducten waarvoor het “erga omnes”-invoerrecht “vrij” is of waarvoor een certificaat van vrijgave (EASA-formulier 1) of een gelijkwaardig certificaat zoals bedoeld in artikel 2 van Verordening (EU) 2018/581 van de Raad(*) is afgegeven;.
-
Artikel 329 wordt als volgt gewijzigd:
-
de leden 3 en 4 worden vervangen door:
“3.Wanneer de goederen in een zeehaven op een schip worden geladen dat geen lijndienst onderhoudt zoals bedoeld in artikel 120 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 voor vervoer naar een bestemming buiten het douanegebied van de Unie, is het douanekantoor van uitgang het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen in het schip worden geladen.
4.Wanneer lid 3 niet van toepassing is en de goederen worden geladen op een schip of een luchtvaartuig, zonder verdere overlading, voor vervoer over zee of door de lucht naar een bestemming buiten het douanegebied van de Unie, is het douanekantoor van uitgang het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de goederen in het schip of luchtvaartuig worden geladen.”;
-
het volgende lid wordt toegevoegd:
“7 bis.Uiterlijk vanaf de datum van de uitrol van het in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 bedoelde Geautomatiseerd uitvoersysteem (AES) zijn de leden 6 en 7 niet van toepassing wanneer Uniegoederen die tot een van de in artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2008/118/EG genoemde categorieën behoren, worden uitgevoerd.
Uiterlijk vanaf de datum van de uitrol van het in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 bedoelde Geautomatiseerd uitvoersysteem (AES) is lid 7 niet van toepassing wanneer niet-Uniegoederen worden wederuitgevoerd.”.
-
-
In artikel 332, lid 5, wordt de tweede alinea vervangen door:
“De in lid 1 vastgestelde verplichting geldt niet voor zover de douaneautoriteiten via bestaande handels-, haven- of vervoersinformatiesystemen over deze informatie kunnen beschikken, noch in de situatie als bedoeld in artikel 329, lid 7.”.
-
Artikel 333 wordt als volgt gewijzigd:
-
de leden 4 en 5 worden vervangen door:
“4.Wanneer door één aangifte tot uitvoer of tot wederuitvoer gedekte goederen naar een douanekantoor van uitgang worden vervoerd en het douanegebied van de Unie vervolgens als gevolg van onvoorziene omstandigheden als meer dan één zending verlaten, stelt het douanekantoor van uitgang het douanekantoor van uitvoer pas in kennis van het uitgaan van de goederen zodra alle goederen het douanegebied van de Unie hebben verlaten.
5.In onvoorziene omstandigheden, wanneer door één aangifte tot uitvoer of tot wederuitvoer gedekte goederen naar een douanekantoor van uitgang worden vervoerd en het douanegebied van de Unie vervolgens via meer dan één douanekantoor van uitgang verlaten, kan een van de in artikel 267, lid 2, van het wetboek genoemde personen het douanekantoor van uitgang waar de goederen voor het eerst zijn aangebracht, verzoeken het (de) andere douanekanto(o)r(en) van uitgang mee te delen vanwaaruit een deel van de goederen het douanegebied van de Unie zal verlaten. Elk douanekantoor van uitgang houdt toezicht op de fysieke uitgang van de goederen die het douanegebied van de Unie vanuit dat kantoor verlaten. Het (de) volgende douanekanto(o)r(en) van uitgang licht(en) het eerste douanekantoor van uitgang in over de goederen die het douanegebied van de Unie vanuit die kantoren hebben verlaten. Het eerste douanekantoor van uitgang en het (de) volgende douanekanto(o)r(en) van uitgang wisselen die inlichtingen uit in onderlinge overeenstemming en buiten het Geautomatiseerd uitvoersysteem zoals bedoeld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578. Het eerste douanekantoor van uitgang licht het douanekantoor van uitvoer in wanneer alle goederen het douanegebied van de Unie hebben verlaten.”;
-
lid 7 wordt vervangen door:
“7.In afwijking van lid 2, tweede alinea, onder b) en c), van dit artikel is de termijn voor het douanekantoor van uitgang om het douanekantoor van uitvoer te informeren over het uitgaan van de goederen, tot de datums van de uitrol van het geautomatiseerd uitvoersysteem zoals bedoeld in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578, in de gevallen zoals bedoeld in artikel 329, leden 5 en 6, van deze verordening, de eerste werkdag na de dag waarop de goederen onder de regeling douanevervoer zijn geplaatst of waarop de goederen het douanegebied van de Unie verlaten of de regeling douanevervoer is aangezuiverd.”;
-
de leden 8 en 9 worden geschrapt.
-
-
Artikel 340 wordt als volgt gewijzigd:
-
lid 3 wordt vervangen door:
“3.Wanneer in de in artikel 329, leden 5, 6 en 7, bedoelde gevallen een wijziging van de vervoersovereenkomst tot gevolg heeft dat douanevervoer dat buiten het douanegebied van de Unie had moeten eindigen binnen dit douanegebied eindigt, lichten de betrokken bedrijven of autoriteiten het douanekantoor van uitgang in over die wijziging en kunnen zij de gewijzigde overeenkomst alleen tot uitvoer leggen met voorafgaande overeenstemming van dat kantoor.”;
-
het volgende lid wordt toegevoegd:
“3 bis.Uiterlijk vanaf de datum van de uitrol van het in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 bedoelde Geautomatiseerd uitvoersysteem (AES) stelt het douanekantoor van uitgang het douanekantoor van uitvoer er in de in leden 2 en 3 bedoelde gevallen van in kennis dat de goederen het douanegebied van de Unie niet hebben verlaten.”.
-
-
Bijlage A wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.
-
Bijlage B wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.
-
In bijlage 21-01 wordt na de rij voor volgnummer G.E. 3/39 de volgende rij ingevoegd:
“3/40
Identificatienummer aanvullende fiscale referenties
Hetzelfde als gegevenselement volgnummer 3/40”
-
In bijlage 21-02 worden na de rij voor volgnummer G.E. 1/10 de volgende rijen ingevoegd:
“3/40
Identificatienummer aanvullende fiscale referenties
Hetzelfde als gegevenselement volgnummer 3/40
44 – an ..40
4/4
Berekening van de belastingen – Heffingsgrondslag(*)
Hetzelfde als gegevenselement volgnummer 4/4
47 – an ..6 + n ..16,6
-
In bijlage 23-01 wordt in de tabel, in de eerste kolom, de rij Zone P als volgt gewijzigd:
-
de woorden “de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië” worden geschrapt;
-
het woord “Noord-Macedonië” wordt ingevoegd tussen de woorden “Montenegro” en “Noorwegen”.
-
-
In bijlage 32-01 worden in punt 1 de woorden “de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië” vervangen door de woorden “de Republiek Noord-Macedonië”.
-
In bijlage 32-02 worden in punt 1 de woorden “de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië” vervangen door de woorden “de Republiek Noord-Macedonië”.
-
In bijlage 32-03 worden in punt 1 de woorden “de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië” vervangen door de woorden “de Republiek Noord-Macedonië”.
-
In bijlage 72-04 wordt deel II als volgt gewijzigd:
-
in hoofdstuk VI worden in vak 7 de woorden “de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië” vervangen door het woord “Noord-Macedonië”;
-
in hoofdstuk VII worden in vak 6 de woorden “de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië” vervangen door het woord “Noord-Macedonië”.
-