Bij deze verordening worden de gevallen vastgesteld waarin en de voorwaarden waaronder het in artikel 56 van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst (“GGB”) elke zending van de in artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde categorieën dieren en goederen die bestemd is om in de handel te worden gebracht (“zending”), tot de plaats van bestemming moet vergezellen.
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1602 van de Commissie van 23 april 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst dat zendingen van dieren en goederen tot hun bestemming vergezelt (Voor de EER relevante tekst.)
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1602 van de Commissie van 23 april 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst dat zendingen van dieren en goederen tot hun bestemming vergezelt (Voor de EER relevante tekst.)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles)(1), en met name artikel 50, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
Bij Verordening (EU) 2017/625 zijn voorschriften vastgesteld voor de uitvoering van officiële controles door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op dieren en goederen die de Unie binnenkomen om de naleving van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie te verifiëren.
Aangezien de voorschriften betreffende de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder het GGB zendingen in doorvoer moet vergezellen, in een afzonderlijke, overeenkomstig artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 vast te stellen gedelegeerde handeling moeten worden vastgesteld, dient deze verordening uitsluitend van toepassing te zijn op zendingen die bestemd zijn om in de Unie in de handel te worden gebracht.
In Verordening (EU) 2017/625 is bepaald dat zendingen van dieren en goederen die de Unie binnenkomen via aangewezen grenscontroleposten vergezeld moeten gaan van het gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst (“GGB”). Zodra de officiële controles zijn uitgevoerd en het GGB is voltooid, kunnen de zendingen naargelang van de commerciële behoeften van de exploitant in verschillende delen worden gesplitst.
Met het oog op de traceerbaarheid van zendingen en een goede communicatie met de bevoegde autoriteit op de plaats van bestemming moeten voorschriften worden vastgesteld betreffende de voorwaarden en de praktische regelingen waaronder het GGB zendingen die zijn bestemd om op de markt te worden gebracht, tot hun bestemming moet vergezellen. Met name moeten gedetailleerde voorschriften met betrekking tot het GGB worden vastgesteld voor de gevallen waarin zendingen worden gesplitst.
Om de traceerbaarheid te waarborgen van zendingen die aan de grenscontrolepost worden gesplitst nadat officiële controles zijn uitgevoerd en het GGB door de bevoegde autoriteit is voltooid, moet worden vereist dat de voor de zending verantwoordelijke exploitant via het in artikel 131 van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde informatiemanagementsysteem voor officiële controles (“Imsoc”) ook voor elk deel van de gesplitste zending een GGB indient dat door de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost moet worden voltooid en elk deel van de gesplitste zending tot de in het desbetreffende GGB aangegeven bestemming moet vergezellen.
Om frauduleus hergebruik van het GGB te voorkomen, is het passend van de douaneautoriteiten te eisen dat zij in het Imsoc de informatie over de in de douaneaangifte vermelde hoeveelheid van de zending verstrekken om ervoor te zorgen dat de in die douaneaangifte aangegeven hoeveelheden in mindering worden gebracht op de totale toegestane hoeveelheid die in het GGB is aangegeven. De douaneautoriteiten moeten informatie uitwisselen met behulp van de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad(2) bedoelde elektronische gegevensverwerkingstechnieken van de douane. Deze elektronische gegevensverwerkingstechnieken moeten voor de toepassing van deze verordening worden gebruikt. Om de douaneautoriteiten voldoende tijd te geven om deze technieken op te zetten, is het passend te bepalen dat de verplichting om de informatie over de hoeveelheid van de zendingen in het Imsoc mee te delen, in elke lidstaat van toepassing is vanaf de datum waarop deze technieken in die lidstaat operationeel worden of, als dat eerder is, vanaf 1 maart 2023.
Aangezien Verordening (EU) 2017/625 van toepassing is met ingang van 14 december 2019, dient de onderhavige verordening vanaf dezelfde datum te worden toegepast,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
Deze verordening is niet van toepassing op zendingen in doorvoer.
Artikel 2 Definitie
Voor de toepassing van deze verordening wordt onder “plaats van bestemming” de plaats waar de zending wordt geleverd voor de uiteindelijke lossing, zoals vermeld in het GGB, verstaan.
Artikel 3 Gevallen waarin het GGB zendingen tot hun plaats van bestemming moet vergezellen
Elke zending, ongeacht of deze al dan niet is gesplitst aan de grenscontrolepost of na het verlaten van de grenscontrolepost, maar vóór zij voor het vrije verkeer wordt vrijgegeven overeenkomstig artikel 57, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2017/625, gaat vergezeld van een GGB.
Artikel 4 Voorwaarden voor het GGB dat zendingen vergezelt die niet zijn gesplitst
Wanneer een zending niet is gesplitst vóór zij voor het vrije verkeer wordt vrijgegeven overeenkomstig artikel 57, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2017/625, zijn de volgende voorschriften van toepassing:
-
de voor een zending verantwoordelijke exploitant zorgt ervoor dat een kopie van het GGB, op papier of in elektronische vorm, de zending vergezelt tot de plaats van bestemming en totdat zij voor het vrije verkeer wordt vrijgegeven overeenkomstig artikel 57, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2017/625;
-
de voor de zending verantwoordelijke exploitant vermeldt het referentienummer van het GGB in de bij de douaneautoriteiten ingediende douaneaangifte en houdt een kopie van dit GGB ter beschikking van de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 163 van Verordening (EU) nr. 952/2013;
-
de douaneautoriteiten delen in het Imsoc de informatie mee over de in de douaneaangifte vermelde hoeveelheid van de zending en staan slechts toe dat de zending onder een douaneregeling wordt geplaatst als de totale hoeveelheid die in het GGB is vermeld, niet wordt overschreden. Dit voorschrift is niet van toepassing wanneer de zending onder de in artikel 210, onder a) en b), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde douaneregelingen moet worden geplaatst.