Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op suikermais (Zea mays var. saccharata) in korrels, bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur, niet bevroren, momenteel ingedeeld onder GN-code ex20019030 (Taric-code 2001903010), en suikermais (Zea mays var. saccharata) in korrels, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006, momenteel ingedeeld onder GN-code ex20058000 (Taric-code 2005800010), van oorsprong uit het Koninkrijk Thailand.
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1996van de Commissie van 28 november 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde bereide of verduurzaamde suikermais in korrels van oorsprong uit het Koninkrijk Thailand, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1996van de Commissie van 28 november 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde bereide of verduurzaamde suikermais in korrels van oorsprong uit het Koninkrijk Thailand, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie(1), en met name artikel 11, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Voorafgaande onderzoeken en geldende maatregelen
(1) Na een antidumpingonderzoek (“het oorspronkelijke onderzoek”) heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 682/2007(2) een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde bereide of verduurzaamde suikermais in korrels, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex20019030 en ex20058000, van oorsprong uit Thailand (“de definitieve antidumpingmaatregelen”). Dat recht is een ad-valoremrecht variërend van 3,1 % tot 12,9 %.
(2) Verordening (EG) nr. 682/2007 werd gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 954/2008 van de Raad(3), wat het recht voor een van de ondernemingen en dat voor “alle andere ondernemingen” betreft. De gewijzigde rechten bedragen 3,1 % tot 14,3 %. De invoer door twee Thaise producenten-exporteurs van wie verbintenissen werden aanvaard bij Besluit 2007/424/EG van de Commissie(4), werd vrijgesteld van het recht.
(3) De Raad was bij Verordening (EG) nr. 847/2009(5) van mening dat prijsverbintenissen met vaste minimuminvoerprijzen niet langer geschikt waren om het schade veroorzakende effect van dumping te neutraliseren. De al aanvaarde verbintenissen werden derhalve opgezegd en het aanbod van tien andere Thaise producenten-exporteurs werd afgewezen.
(4) Bij Verordening (EU) nr. 875/2013(6) heeft de Raad opnieuw definitieve antidumpingmaatregelen ingesteld op de invoer van bepaalde bereide of verduurzaamde suikermais in korrels van oorsprong uit Thailand, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (“het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen”).
(5) Bij Verordening (EU) nr. 307/2014(7) heeft de Raad, naar aanleiding van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek, het antidumpingrecht gewijzigd dat in Verordening (EU) nr. 875/2013 voor River Kwai International Food Industry Co., Ltd was ingesteld.
(6) Op grond van de arresten van het Europees Hof van Justitie van 14 december 2017 en 28 maart 2019 in, respectievelijk, de zaken T-460/14 en C-144/18 P, heeft de Commissie op 29 augustus 2019 het antidumpingonderzoek heropend(8) betreffende de invoer van bepaalde bereide of verduurzaamde suikermais in korrels van oorsprong uit Thailand dat heeft geleid tot de vaststelling van Verordening (EU) nr. 307/2014. Dat onderzoek werd uitsluitend heropend voor zover het River Kwai International Food Industry Co., Ltd betrof, en werd hervat op het punt waarop de onregelmatigheid zich heeft voorgedaan.
1.2. Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen
(7) Na de bekendmaking van een bericht dat de geldende antidumpingmaatregelen op korte termijn zouden vervallen(9), heeft de Commissie een op artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 (“de basisverordening”) gebaseerd verzoek om een nieuw onderzoek ontvangen.
(8) Het verzoek om een nieuw onderzoek werd op 13 juni 2018 ingediend door de “Association européenne des transformateurs de maïs doux” (AETMD) (“de indiener van het verzoek”) namens producenten in de Unie die meer dan 50 % van de totale productie in de Unie van bepaalde bereide of verduurzaamde suikermais in korrels voor hun rekening nemen.
(9) Het verzoek om een nieuw onderzoek was gebaseerd op de overweging dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting of herhaling van dumping en schade voor de bedrijfstak van de Unie.
1.3. Opening van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen
(10) Na te hebben vastgesteld dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, en na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité, heeft de Commissie een nieuw onderzoek geopend naar de invoer in de Unie van bepaalde bereide of verduurzaamde suikermais in korrels van oorsprong uit het Koninkrijk Thailand (“Thailand” of “het betrokken land”). Op 12 september 2018 heeft zij daartoe een bericht van opening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie(10) (“het bericht van opening”).
1.4. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
(11) Het onderzoek naar de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018 (“het tijdvak van het nieuwe onderzoek” of “TNO”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade, had betrekking op de periode van 1 januari 2015 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (de “beoordelingsperiode”).
1.5. Belanghebbenden
(12) In het bericht van opening zijn de belanghebbenden uitgenodigd contact met de Commissie op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie specifiek de indieners van het verzoek, de haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten in Thailand alsmede de Thaise autoriteiten en haar bekende betrokken importeurs, gebruikers, handelaren en verenigingen van de opening van het onderzoek op de hoogte gesteld en hen uitgenodigd daaraan mee te werken.
(13) De belanghebbenden zijn tevens in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken over de opening van het nieuwe onderzoek en een aanvraag in te dienen voor een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures.
1.6. Steekproeven
(14) In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.
1.6.1. Steekproef van producenten in de Unie
(15) In het bericht van opening verklaarde de Commissie dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld.
(16) Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie een steekproef van drie producenten in de Unie samengesteld op basis van de grootste productiehoeveelheden in 2017 en de belanghebbenden uitgenodigd opmerkingen in te dienen.
(17) Naar aanleiding van de ontvangen opmerkingen heeft de Commissie één onderneming uit de voorlopige steekproef door de volgende grootste producent in de Unie vervangen. Die onderneming toonde aan dat zij niet de benodigde middelen had om aan dit nieuwe onderzoek mee te werken. De in de definitieve steekproef opgenomen producenten in de Unie waren goed voor meer dan 60 % van de totale geschatte productiehoeveelheid in de Unie. Andere opmerkingen zijn niet ontvangen. De Commissie concludeerde dat de steekproef representatief was voor de bedrijfstak van de Unie.
1.6.2. Steekproef van importeurs
(18) Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. De verlangde informatie werd slechts door één niet-verbonden importeur verstrekt.
(19) Er hoefde derhalve geen steekproef van importeurs te worden samengesteld.
1.6.3. Steekproef van producenten in Thailand
(20) Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie alle haar bekende producenten in Thailand verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Daarnaast heeft de Commissie de Vertegenwoordiging van het Koninkrijk Thailand bij de Europese Unie verzocht eventuele andere producenten die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek, te identificeren en/of contact met hen op te nemen.
(21) Drie producenten uit het betrokken land hebben de verlangde informatie verstrekt en ermee ingestemd in de steekproef te worden opgenomen. Gezien het geringe aantal reacties heeft de Commissie besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was. Alle drie producenten hebben het onderzochte product in het tijdvak van het nieuwe onderzoek naar de Unie uitgevoerd en zijn daarom producenten-exporteurs. Zij nemen ongeveer 80 % van alle Thaise uitvoer naar de Unie voor hun rekening.
1.7. Antwoorden op de vragenlijst
(22) Kopieën van de vragenlijsten werden op de website van het directoraat-generaal Handel beschikbaar gesteld toen de zaak werd ingeleid. De Commissie heeft brieven gestuurd naar de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, naar de niet-verbonden importeur en naar de drie producenten-exporteurs die de gevraagde informatie hadden verstrekt, met daarin het verzoek de voor hen bedoelde vragenlijst in te vullen.
(23) De vragenlijst werd ingevuld teruggestuurd door de drie producenten in de Unie en de drie medewerkende producenten in het betrokken land.
(24) Van de niet-verbonden importeur werd geen antwoord ontvangen.
1.8. Controle
(25) Met de medewerkende partijen heeft de Commissie alle gegevens verzameld en gecontroleerd die zij nodig achtte om vast te stellen of het waarschijnlijk was dat de dumping zou voortduren en dat opnieuw schade zou ontstaan en om het belang van de Unie te bepalen. Krachtens artikel 16 van de basisverordening werden controlebezoeken ter plaatse verricht bij de volgende ondernemingen:
-
Producenten in de Unie
-
Bonduelle SA, Renescure, Frankrijk
-
Conserve Italia SCA, San Lazzaro di Savena, Italië
-
Groupe d’aucy, Theix, Frankrijk
-
-
Producenten-exporteurs in Thailand
-
Karn Corn Co., Ltd, Kanchanaburi, Thailand
-
River Kwai International Food Industrial Company Limited (“RKI”), Kanchanaburi, Thailand
-
Siam Del Monte Co., Limited, Bangkok, Thailand
-
2. ONDERZOCHT PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
2.1. Onderzocht product
(26) Het product waarop het nieuwe onderzoek betrekking heeft, is hetzelfde als dat waarom het ging in het oorspronkelijke onderzoek en het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen, namelijk suikermais (Zea mays var. saccharata) in korrels, bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur, niet bevroren, momenteel ingedeeld onder GN-code ex20019030 (Taric-code 2001903010), en suikermais (Zea mays var. saccharata) in korrels, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006, momenteel ingedeeld onder GN-code ex20058000 (Taric-code 2005800010) (“suikermais”), van oorsprong uit Thailand (“het onderzochte product”).
(27) Uit het onderzoek is gebleken dat de verschillende soorten van het onderzochte product, ondanks verschillen in bereidingswijze, allemaal dezelfde biologische en chemische basiskenmerken hebben en voor hetzelfde doel worden gebruikt.
2.2. Soortgelijk product
(28) Zoals tijdens het oorspronkelijke onderzoek en het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is vastgesteld, heeft dit nieuwe onderzoek bevestigd dat de volgende producten dezelfde biologische en chemische basiskenmerken en dezelfde basistoepassingen hebben:
-
het onderzochte product;
-
het product dat in Thailand wordt vervaardigd en aldaar op de binnenlandse markt wordt verkocht, en
-
het in de Unie door de bedrijfstak van de Unie vervaardigde en verkochte product.
(29) Deze producten worden dan ook beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.
3. DUMPING
3.1. Thailand
3.1.1. Voorafgaande opmerkingen
(30) In het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd de invoer van bepaalde bereide of verduurzaamde suikermais in korrels uit Thailand voortgezet, zij het in kleinere hoeveelheden dan in het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005). Volgens Eurostat was de invoer van suikermais uit Thailand goed voor ongeveer 3,9 % van de markt van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, vergeleken met een marktaandeel van 12,7 % tijdens het oorspronkelijke onderzoek en 6 % tijdens het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. In absolute zin bedroeg de invoer uit Thailand in het tijdvak van het nieuwe onderzoek 13 643 ton. Dit volgde op een afname van de invoer van 41 973 ton tijdens het oorspronkelijke onderzoek tot 21 856 ton tijdens het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen.
3.1.2. Dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek
3.1.2.1. Normale waarde
(31) Eerst heeft de Commissie onderzocht of de totale binnenlandse verkoop van iedere medewerkende producent-exporteur representatief was in de zin van artikel 2, lid 2, van de basisverordening. De binnenlandse verkoop is representatief als de totale binnenlandse verkoop van het soortgelijke product aan onafhankelijke afnemers op de binnenlandse markt per producent-exporteur in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ten minste 5 % bedraagt van zijn totale uitvoer van het onderzochte product naar de Unie.
(32) Op basis hiervan was de totale verkoop op de binnenlandse markt van het soortgelijke product door slechts één producent-exporteur representatief.
(33) Vervolgens stelde de Commissie voor de producent-exporteur met een representatieve binnenlandse verkoop vast welke productsoorten die op de binnenlandse markt werden verkocht, identiek waren aan of vergelijkbaar waren met de naar de Unie uitgevoerde soorten.
(34) Daarna onderzocht de Commissie of de binnenlandse verkoop door deze medewerkende producent-exporteur op zijn binnenlandse markt voor elke productsoort die identiek of vergelijkbaar is met een productsoort die naar de Unie wordt uitgevoerd, representatief was in de zin van artikel 2, lid 2, van de basisverordening. De binnenlandse verkoop van een productsoort is representatief als de totale binnenlandse verkoop van die productsoort aan onafhankelijke afnemers in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ten minste 5 % bedraagt van de totale uitvoer van de identieke of vergelijkbare productsoort naar de Unie.
(35) Vervolgens heeft de Commissie de productsoorten vastgesteld waarvoor de binnenlandse verkoop representatief was, en de productsoorten waarvoor geen binnenlandse verkoop bestond of de binnenlandse verkoop niet representatief was.
(36) Voor de productsoorten waarvoor een representatieve binnenlandse verkoop bestond, heeft de Commissie verder overeenkomstig artikel 2, lid 4, van de basisverordening voor elke productsoort het aandeel van de winstgevende verkoop aan onafhankelijke afnemers op de binnenlandse markt in het tijdvak van het nieuwe onderzoek bepaald om vast te stellen of zij de werkelijke binnenlandse verkoop kon gebruiken voor de berekening van de normale waarde.
(37) De normale waarde wordt gebaseerd op de werkelijke binnenlandse prijs per productsoort, ongeacht of die verkoop winstgevend is, indien:
-
de verkoop van de productsoort tegen nettoverkoopprijzen die ten minste gelijk zijn aan de berekende productiekosten, meer dan 80 % van de totale verkoop van deze productsoort vertegenwoordigde, en
-
de gewogen gemiddelde verkoopprijs van die productsoort ten minste gelijk is aan de productiekosten per eenheid.
(38) In dat geval is de normale waarde het gewogen gemiddelde van de prijzen van alle binnenlandse verkopen van die productsoort gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek.
(39) De normale waarde is gelijk aan de werkelijke binnenlandse prijs per productsoort van uitsluitend de winstgevende binnenlandse verkopen van de productsoorten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek indien:
-
de winstgevende verkoop van de productsoort 80 % of minder van de totale verkoop van die productsoort bedraagt, of
-
de gewogen gemiddelde prijs van die productsoort lager ligt dan de productiekosten per eenheid.
(40) Uit de analyse van de binnenlandse verkoop voor de productsoorten met een representatieve binnenlandse verkoop bleek dat de gewogen gemiddelde verkoopprijs lager was dan de productiekosten per eenheid. De normale waarde werd bijgevolg berekend als gewogen gemiddelde van de prijzen van uitsluitend de winstgevende verkopen.
(41) Voor een productsoort van het soortgelijke product waarvan in het kader van normale handelstransacties geen of onvoldoende hoeveelheden werden verkocht of voor een productsoort waarvan op de binnenlandse markt geen representatieve hoeveelheden werden verkocht, heeft de Commissie de normale waarde berekend overeenkomstig artikel 2, leden 3 en 6, van de basisverordening.
(42) De normale waarde werd berekend door de gemiddelde productiekosten van het soortgelijke product van de medewerkende producent-exporteur in het tijdvak van het nieuwe onderzoek te vermeerderen met:
-
het gewogen gemiddelde van de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA”) die door de medewerkende producent-exporteur in verband met de binnenlandse verkoop van het soortgelijke product in het kader van normale handelstransacties in het tijdvak van het nieuwe onderzoek zijn gemaakt, en
-
de gewogen gemiddelde winst die door de medewerkende producent-exporteur op de binnenlandse verkoop van het soortgelijke product in het kader van normale handelstransacties in het tijdvak van het nieuwe onderzoek is gemaakt.
(43) De productiekosten werden indien nodig gecorrigeerd.
(44) Voor de andere twee producenten-exporteurs die het soortgelijke product helemaal niet voor binnenlands verbruik verkochten, moest de normale waarde door berekening overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening worden vastgesteld.
(45) De normale waarde werd berekend door bij de productiekosten voor elk van de naar de Europese Unie uitgevoerde productsoorten een redelijk bedrag voor de VAA-kosten en winst op te tellen.
(46) Voor een van beide producenten-exporteurs die het soortgelijke product niet voor binnenlands verbruik verkochten, waren de VAA-kosten en de winst gebaseerd op de werkelijke bedragen die in het kader van normale handelstransacties voor de betrokken producent-exporteur op de binnenlandse markt van toepassing zijn bij de productie en de verkoop van dezelfde algemene categorie van producten, overeenkomstig artikel 2, lid 6, onder b), van de basisverordening.
(47) Voor de andere producent-exporteur, die het soortgelijke product noch dezelfde algemene categorie van producten verkocht, werden de VAA-kosten en de winst vastgesteld als het gemiddelde van de VAA-kosten en de winst van dezelfde algemene categorie van producten zoals berekend voor de twee andere medewerkende producenten-exporteurs, overeenkomstig artikel 2, lid 6, onder c), van de basisverordening. Deze methode zorgt ervoor dat het aldus vastgestelde bedrag voor winst niet hoger is dan de winst die andere exporteurs gewoonlijk maken bij de verkoop van producten van dezelfde algemene categorie op de binnenlandse markt, zoals vereist in artikel 2, lid 6, onder c), van de basisverordening.
3.1.2.2. Uitvoerprijs
(48) Het onderzochte product werd in het tijdvak van het nieuwe onderzoek door alle producenten-exporteurs rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers in de Unie uitgevoerd. Daarom was de uitvoerprijs de werkelijk betaalde of te betalen prijs van het onderzochte product dat met het oog op uitvoer naar de Unie werd verkocht, overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening.
3.1.2.3. Vergelijking
(49) De Commissie heeft de normale waarde en de uitvoerprijs van de producenten-exporteurs vergeleken in het stadium af fabriek.
(50) Waar dat voor een billijke vergelijking gerechtvaardigd was, heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening op de normale waarde en/of de uitvoerprijs een correctie toegepast voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen.
(51) In voorkomend geval werden op de uitvoerprijs correcties voor verschillen in de kosten van vervoer, lading, overlading, lossing, kredietkosten, bankkosten en commissies toegepast en naar behoren onderbouwd.
(52) De neerwaartse bijstelling van de uitvoerprijs bedroeg 1 % tot 2 % voor vervoerskosten, 0,5 % tot 1,5 % voor de kosten van lading, overlading en lossing, 0 % tot 0,5 % voor kredietkosten, 0 % tot 0,5 % voor bankkosten en 0,5 % tot 1,5 % voor commissies.
(53) Twee producenten-exporteurs verzochten om een positieve correctie op de uitvoerprijs voor een vermeende compensatie van een recht, op grond van “Andere factoren”, als bepaald in artikel 2, lid 10, onder k), van de basisverordening. De producenten-exporteurs beweerden dat zij deze compensatie van een recht van de Thaise overheid krijgen wanneer het betrokken onderzochte product met het oog op uitvoer, inclusief naar de markt van de Unie, wordt verkocht.
(54) De producenten-exporteurs konden aantonen dat hun een bedrag van minder dan 0,5 % van de factuurwaarde wordt betaald. De producenten-exporteurs toonden echter niet aan dat er een verband bestond tussen de ontvangen compensatie voor het recht en de betaalde invoerheffingen voor materialen die in het uitgevoerde onderzochte product waren verwerkt.Daarom werd het verzoek om een positieve correctie op grond van artikel 2, lid 10, onder k), afgewezen.
(55) De neerwaartse bijstelling van de normale waarde bedroeg 1 % tot 2 % voor vervoerskosten en 0,5 % tot 1 % voor kredietkosten.
(56) Eén producent-exporteur verzocht om correctie van de normale waarde voor verschillen in de kosten van kredieten die voor de binnenlandse verkoop waren verleend, en maakte daartoe een berekening aan de hand van een korte rente voor commerciële leningen die een handelsbank in Thailand had verstrekt. De Commissie merkte op dat de aangegeven rente de maximaal te betalen theoretische rente vormde, die gold op een datum voordat het tijdvak van het nieuwe onderzoek begon. Dit was aanmerkelijk hoger dan de rente die op grond van een vergelijkbare kortlopende leenovereenkomst moest worden betaald, zoals aangetroffen in de toepasselijke jaarrekening in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Daarom heeft de Commissie de verlangde correctie aangepast zodat deze op de daadwerkelijk geldende rente voor vergelijkbare transacties was gebaseerd.
(57) Twee producenten-exporteurs verzochten om de toepassing van een gereduceerde winstmarge, mocht de Commissie de normale waarde berekenen, om tot uitdrukking te brengen dat verkoop onder een eigen merknaam op de binnenlandse markt een hogere winstmarge oplevert dan verkoop niet onder een eigen merknaam (doorgaans het merk van de afnemer) op de markt van de Unie.
(58) In overeenstemming met het oorspronkelijke onderzoek heeft de Commissie deze verzoeken voor zover mogelijk aanvaard en bracht zij een correctie aan op grond van artikel 2, lid 10, onder d), van de basisverordening. De details zijn aan de betrokken ondernemingen bekendgemaakt.
3.1.2.4. Dumpingmarges
(59) Voor de medewerkende producenten-exporteurs heeft de Commissie de gewogen gemiddelde normale waarde van elke soort van het soortgelijke product vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van de overeenkomstige soort van het onderzochte product, zoals bepaald in artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening.
(60) Na de mededeling van de definitieve bevindingen maakte een van de medewerkende producenten-exporteurs opmerkingen over de berekening van zijn dumpingmarge, en wees daarbij op een eventuele administratieve fout. Gezien deze opmerkingen heeft de Commissie haar berekening herzien om de materiële fout te corrigeren en de herziene dumpingmarge voor die medewerkende producent-exporteur vastgesteld. De Commissie heeft vastgesteld dat die producent-exporteur in het tijdvak van het nieuwe onderzoek niet met dumping heeft ingevoerd.
(61) Na de aanvullende mededeling van de definitieve bevindingen met betrekking tot de correctie van de administratieve fout heeft een andere medewerkende producent-exporteur opmerkingen ingediend over de gevolgen van de herziene berekening voor zijn eigen dumpingmarge. Deze opmerkingen zijn te laat ingediend, vier dagen na het verstrijken van de termijn voor de indiening van opmerkingen en er is geen niet-vertrouwelijke versie van de opmerkingen ingediend. Als zodanig kon de Commissie de opmerkingen niet formeel in overweging nemen. De Commissie heeft hoe dan ook vastgesteld dat de opmerkingen geen gevolgen zouden hebben gehad voor de eerder voor die producent-exporteur meegedeelde dumpingmarge.
(62) Ondanks de correctie van de rekenfout voor één producent-exporteur blijft de conclusie van de Commissie met betrekking tot dumping voor het land als geheel ongewijzigd. De twee andere medewerkende producenten-exporteurs, die goed waren voor meer dan 90 % van de totale invoer in de Unie van het betrokken product door de medewerkende producenten-exporteurs, bleken tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek immers significante hoeveelheden met dumping te hebben ingevoerd.
(63) De voor het gehele land geldende dumpingmarge, gebaseerd op de gewogen gemiddelde dumpingmarge van de drie medewerkende producenten-exporteurs, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, overschreed de de-minimisdrempel (4,3 %). De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet.
4. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DUMPING
(64) Na te hebben vastgesteld dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, is de Commissie, in overeenstemming met artikel 11, lid 2, van de basisverordening, nagegaan hoe waarschijnlijk voortzetting van dumping is indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. De volgende bijkomende elementen zijn onderzocht: de productiecapaciteit en reservecapaciteit in Thailand en de relatie tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijspeil in de Unie.
4.1. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in Thailand
(65) De bij de Commissie beschikbare informatie over productie- en reservecapaciteit bestaat uit de gegevens die de drie medewerkende Thaise producenten-exporteurs hebben overgelegd, de gegevens die de indiener in het verzoek om een nieuw onderzoek heeft aangeleverd, en aanvullende informatie die de indiener in de loop van de procedure heeft verstrekt.
(66) Een van de Thaise producenten, RKI, verstrekte aparte cijfers over productie en capaciteit voor “halffabricaten” en eindproducten”. Het enige verschil tussen deze categorieën goederen was dat de “eindproducten” een etiket op de blikjes hadden, terwijl de “halffabricaten” geen etiket hadden. De Commissie beschouwde de capaciteit van de “halffabricaten” als het belangrijkste cijfer voor het onderzochte product, omdat de capaciteit van de eindproducten werd berekend op basis van de gebruiksduur van de huidige etiketteermachine, die kon worden verlengd.
(67) Daarnaast oordeelde de Commissie op basis van informatie die tijdens de controle was verkregen, dat het in de berekening van de productiecapaciteit van de halffabricaten voor RKI gehanteerde opbrengstpercentage te laag was en stelde zij dit percentage naar boven bij.
(68) Als gevolg hiervan heeft de Commissie de voor de drie medewerkende producenten-exporteurs beschikbare reservecapaciteit geraamd op ongeveer 70 000 ton van het onderzochte product gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Omdat de drie medewerkende producenten circa 45 % van de geraamde totale verwerkingscapaciteit voor alle in het verzoek om een nieuw onderzoek vermelde Thaise producenten (300 000 ton) voor hun rekening namen, heeft de Commissie de totale reservecapaciteit voor alle Thaise producenten door middel van extrapolatie op ongeveer 150 000 ton geraamd. Dit is goed voor meer dan 40 % van het totale verbruik in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek en ongeveer elfmaal de totale uitvoer vanuit Thailand naar de Unie van het onderzochte product in dit tijdvak.
(69) Bovendien bleek uit het door de indiener van het verzoek verstrekte bewijs dat de hoeveelheden ruwe suikermais die in 2018 voor verwerking beschikbaar waren, naar verwachting tussen 12,5 % en 25 % hoger zouden zijn dan in 2017(11). Voorts investeerde één niet-medewerkende Thaise producent van suikermais, Sunsweet Public Company Limited, in 2018 170,6 miljoen THB (ongeveer 4,5 miljoen EUR) in machines en apparatuur om de capaciteit en de efficiëntie van de productie te vergroten(12).
(70) De Commissie kwam derhalve tot de conclusie dat de Thaise producenten van suikermais uitgebreide reservecapaciteit beschikbaar hebben om de uitvoer naar de markt in de Unie te vergroten, indien de huidige antidumpingmaatregelen komen te vervallen.
4.2. Relatie tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijspeil in de Unie
(71) De Commissie heeft de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie met betrekking tot de prijzen in aanmerking genomen om vast te stellen hoe de invoer zich kan gaan ontwikkelen als de huidige antidumpingmaatregelen zouden vervallen. Omdat meer dan 85 % van de verkoop van de medewerkende Thaise producenten-exporteurs op de markt van de Unie uit grote, op een klassieke manier te openen blikken bestond, en rond 42 % van de Thaise uitvoer naar derde landen eveneens deze blikken omvatte, richtte de analyse zich op deze productsoorten.
(72) Uit een vergelijking van deze verkoop in het stadium af fabriek bleek dat de prijzen voor de markt in de Unie circa 20 % hoger lagen dan de prijzen van dezelfde productsoort voor derde landen. Gezien de beduidend hogere prijzen op de markt van de Unie is het duidelijk dat deze een aantrekkelijke markt voor de Thaise producenten-exporteurs blijft. Deze bevinding is representatief voor alle Thaise exporteurs omdat, zoals vermeld in overweging 21, de medewerkende producenten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ongeveer 80 % van alle Thaise uitvoer naar de Unie voor hun rekening namen.
(73) De Commissie merkte ook op dat voor de Thaise producenten-exporteurs die niet aan het onderzoek meewerkten, gemiddeld hogere antidumpingrechten golden dan voor de ondernemingen die wel aan het onderzoek meewerkten. Daarom bestaat er meer kans dat deze ondernemingen hun uitvoer naar de markt van de Unie zouden vergroten, indien de huidige maatregelen zouden komen te vervallen.
(74) Op grond van de aanzienlijke uitvoerhoeveelheden en het aanzienlijke marktaandeel van Thailand in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (41 973 ton, 12,7 %) evenals de voortdurende uitvoer van het onderzochte product uit Thailand naar de markt van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek (13 643 ton, 3,9 %), kan de Commissie concluderen dat de markt van de Unie aantrekkelijk is voor producenten van het onderzochte product in Thailand.
(75) Na de mededeling van de definitieve bevindingen voerde de regering van Thailand aan dat de uitvoer uit Thailand aanzienlijk daalde (-67 %) in vergelijking met het oorspronkelijke onderzoektijdvak. Zij voerden ook aan dat, aangezien het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode met 1 % toenam, terwijl dat van de Thaise uitvoer naar de Unie stabiel bleef op 3,9 %, het onwaarschijnlijk was dat de dumping zou zijn voortgezet.
(76) De regering van Thailand betwist echter niet dat een overweldigende hoeveelheid van het onderzochte product tegen dumpingprijzen aan de Unie is verkocht, noch dat de uitvoer van het onderzochte product, ondanks de geldende maatregelen, in aanzienlijke hoeveelheden is voortgezet. De Commissie blijft derhalve bij haar bevinding dat het waarschijnlijk is dat de dumping is voortgezet.
(77) Voorts voerde de Thaise regering aan dat de correctie van de Thaise productiecapaciteit en daarmee de in de overwegingen 66 tot en met 70 genoemde reservecapaciteit ongerechtvaardigd was, zonder dit argument te staven. De Thaise producent-exporteur wiens productiecapaciteit werd aangepast, betwistte de aanpassing niet. Het argument wordt derhalve afgewezen.
(78) De regering van Thailand voerde verder aan dat aangezien de Thaise uitvoervolumes slechts 0,9 % van de totale reservecapaciteit van de medewerkende Thaise producenten-exporteurs vertegenwoordigen, de markt van de Unie niet langer aantrekkelijk zou zijn voor Thaise producenten-exporteurs.
(79) De Thaise uitvoervolumes bedroegen echter ongeveer 9 %(13) van de totale Thaise reservecapaciteit. Dit bevestigt dat de Thaise producenten-exporteurs ondanks de geldende maatregelen aanzienlijke hoeveelheden naar de Unie blijven uitvoeren en over aanzienlijke reservecapaciteit beschikken om hun uitvoer van het onderzochte product te verhogen indien de maatregelen vervallen.
(80) Mochten de huidige antidumpingmaatregelen komen te vervallen, dan zal de invoer vanuit Thailand naar de Unie dus waarschijnlijk sterk toenemen en tegen dumpingprijzen.
4.3. Conclusie
(81) Derhalve, met name gezien de dumpingmarge die is vastgesteld in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, de aanzienlijke reservecapaciteit die beschikbaar is in Thailand, en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, concludeerde de Commissie dat de intrekking van de maatregelen waarschijnlijk zal leiden tot voortzetting van dumping en dat uitvoer met dumping in grote hoeveelheden op de markt van de Unie terecht zal komen. Daarom wordt geoordeeld dat een voortzetting van dumping waarschijnlijk is indien de huidige antidumpingmaatregelen komen te vervallen.
5. SCHADE
5.1. Definitie van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie
(82) Het soortgelijke product werd tijdens de beoordelingsperiode door ongeveer twintig producenten in de Unie vervaardigd. Zij vormen de “bedrijfstak van de Unie” in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.
(83) De totale productie in de Unie voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek is vastgesteld op ongeveer 376 000 ton, op basis van de door de bedrijfstak van de Unie verstrekte informatie. Zoals in overweging 15 is opgemerkt, zijn in de steekproef drie producenten in de Unie opgenomen, die samen meer dan 60 % van de totale productie van het soortgelijke product in de Unie vertegenwoordigen.
5.2. Verbruik in de Unie
(84) De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld als som van de verkoophoeveelheid van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie en de totale invoer in de Unie volgens de Comext-databank (Eurostat).
(85) In de loop van de beoordelingsperiode is het verbruik in de Unie licht toegenomen, namelijk met 2 %.
Tabel 1 Verbruik in de Unie (ton)
2015 2016 2017 TNO Totaal verbruik
343 325
347 950
354 821
348 682
Index (2015 = 100)
100
101
103
102
Bron: Eurostat, door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst
5.3. Invoer uit het betrokken land
5.3.1. Omvang en marktaandeel van de invoer uit het betrokken land
(86) De Commissie heeft de ingevoerde hoeveelheid uit Thailand in de Unie vastgesteld op basis van de gegevens van de Comext-databank (Eurostat) en het marktaandeel van de invoer door de omvang van de invoer te vergelijken met het verbruik in de Unie (zie tabel 1).
(87) De invoer van het onderzochte product vanuit Thailand in de Unie steeg met 3 %, van 13 307 ton in 2015 tot ongeveer 13 643 ton in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, na een daling met 12 % in 2016.
Tabel 2 Omvang van de invoer in de Unie vanuit Thailand (ton)
2015 2016 2017 TNO Omvang van de invoer uit Thailand
13 307
11 674
12 341
13 643
Index (2015 = 100)
100
88
93
103
Bron: Eurostat
(88) Het corresponderende marktaandeel van Thaise exporteurs op de markt van de Unie ontwikkelde zich op een soortgelijke manier als de invoerhoeveelheden en bedroeg 3,9 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.
Tabel 3 Marktaandeel van de invoer uit Thailand (%)
2015 2016 2017 TNO Aandeel van de invoer uit Thailand 3,9 3,4 3,5 3,9
Index (2015 = 100)
100
87
90
100
Bron: Eurostat, door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst
5.3.2. Prijzen van de ingevoerde producten uit het betrokken land en prijsonderbieding
(89) De Commissie heeft de prijzen van de invoer vastgesteld op basis van de gegevens van de Comext-databank (Eurostat).
(90) De gemiddelde invoerprijzen van het onderzochte product uit Thailand zijn tijdens de beoordelingsperiode met 15 % gedaald.
Tabel 4 Gemiddelde prijs van de invoer uit Thailand (EUR/ton)
2015 2016 2017 TNO Prijs van de invoer uit Thailand 929 913 869 786
Index (2015 = 100)
100
98
94
85
Bron: Eurostat
(91) De Commissie heeft de prijsonderbieding gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek vastgesteld aan de hand van een vergelijking van:
-
de gewogen gemiddelde verkoopprijs per productsoort die door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in rekening werd gebracht aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek, en
-
de gewogen gemiddelde invoerprijzen per productsoort die door de in de steekproef opgenomen medewerkende Thaise producenten aan de eerste onafhankelijke afnemer op de markt van de Unie in rekening werden gebracht, op cif-basis, met de nodige correcties voor conventionele douanerechten en invoerkosten, inclusief van het lossen en de inklaring.
(92) De prijzen werden vergeleken per productsoort voor transacties in hetzelfde handelsstadium, zo nodig na correctie, en met aftrek van kortingen en rabatten. Het resultaat van de vergelijking werd uitgedrukt als percentage van de omzet van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Daaruit bleek dat de gewogen gemiddelde prijsonderbiedingsmarge van de invoer uit het betrokken land op de markt van de Unie tussen -0,7 % en 4,25 % bedroeg. De prijzen van de bedrijfstak van de Unie werden door ongeveer 79 % van de ingevoerde hoeveelheden van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in Thailand onderboden.
5.4. Invoer uit andere derde landen dan Thailand
(93) De invoer van suikermais uit andere derde landen dan Thailand was voornamelijk afkomstig uit de Verenigde Staten van Amerika en de Volksrepubliek China (“China”).
(94) Het marktaandeel van de invoer uit andere derde landen nam in de beoordelingsperiode af van 2,2 % naar 1,2 %. Het afzonderlijke marktaandeel van de twee grootste landen van uitvoer anders dan Thailand bleef onder 1 %.
Tabel 5 Marktaandeel van de invoer
2015 2016 2017 TNO VS 0,9 % 0,8 % 0,6 % 0,6 % China 0,6 % 0,4 % 0,3 % 0,4 % Andere landen 0,7 % 0,5 % 0,2 % 0,2 % Totaal 2,2 % 1,7 % 1,1 % 1,2 %
Index (2015 = 100)
100
79
52
55
Bron: Eurostat
5.5. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
5.5.1. Algemene opmerkingen
(95) Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Unie een beoordeling van alle economische indicatoren die tijdens de beoordelingsperiode van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie.
(96) Deze markt wordt onder meer gekenmerkt door twee verkoopkanalen: verkopen onder het eigen merk van de producent en verkopen onder het merk van detailhandelaren. Verkopen via het eerste kanaal zullen, vergeleken met het tweede kanaal, doorgaans hogere verkoopkosten met zich meebrengen, met name voor marketing en reclame, en de verkoopprijzen zijn gewoonlijk hoger.
(97) Uit het onderzoek bleek dat alle invoer van de in de steekproef opgenomen Thaise producenten-exporteurs verliep via het tweede kanaal, dat wil zeggen verkoop onder het merk van detailhandelaren. Het werd daarom passend geacht om, waar dit relevant was, bij de schadeanalyse onderscheid te maken tussen verkopen van de bedrijfstak van de Unie onder eigen merk en onder het merk van detailhandelaren, omdat soortgelijke producten van de bedrijfstak van de Unie onder het merk van detailhandelaren met invoer met dumping moesten concurreren. Dit onderscheid werd vooral gemaakt voor de vaststelling van de verkoophoeveelheid, verkoopprijzen en winstgevendheid. Omwille van de volledigheid worden in de tabellen 9, 13 en 16 echter ook totalen (eigen merk en merk van detailhandelaren) aangegeven en geanalyseerd. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek namen de verkopen van de bedrijfstak van de Unie onder het merk van detailhandelaren ongeveer 67 % van de totale verkoophoeveelheid van de bedrijfstak van de Unie voor hun rekening en ongeveer 57 % van de verkoopwaarde.
(98) Omdat suikermais in de Unie alleen tijdens de zomermaanden wordt verwerkt, is een aantal schade-indicatoren vrijwel gelijk voor 2017 en voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek (1 juli 2017 tot en met 30 juni 2018). Dit geldt in het bijzonder voor de productie en de productiecapaciteit.
(99) Zoals in overweging 14 vermeld, is voor de beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie gebruikgemaakt van een steekproef.
(100) Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en de gecontroleerde antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de vragenlijst.
(101) De Commissie heeft de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in hun antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt.
(102) Beide reeksen gegevens bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.
(103) De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoophoeveelheden, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping.
(104) De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken.
5.5.2. Macro-economische indicatoren
5.5.2.1. Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
(105) De productie van de bedrijfstak van de Unie nam tijdens de beoordelingsperiode met 5 % toe ten opzichte van een niveau van ongeveer 359 000 ton in 2015.
Tabel 6 Productie in de Unie
2015 2016 2017 TNO Productie (ton)
359 250
343 539
376 337
376 437
Index (2015 = 100)
100
96
105
105
Bron: door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.
(106) De productiecapaciteit bleef tijdens de beoordelingsperiode stabiel.
Tabel 7 Productiecapaciteit van de Unie
2015 2016 2017 TNO Productiecapaciteit (ton)
465 311
465 370
465 876
465 876
Index (2015 = 100)
100
100
100
100
Bron: door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.
(107) De bezettingsgraad volgde dezelfde trend als de productie; deze steeg in de beoordelingsperiode met 5 % tot 81 %.
Tabel 8 Bezettingsgraad van de Unie
2015 2016 2017 TNO Bezettingsgraad (%) 77 74 81 81
Index (2015 = 100)
100
96
105
105
Bron: door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.
5.5.2.2. Verkoophoeveelheden en marktaandeel
(108) De verkopen van de bedrijfstak van de Unie van de eigen, voor het merk van detailhandelaren bestemde productie op de markt van de Unie aan niet-verbonden afnemers zijn in het tijdvak van het nieuwe onderzoek met 3 % toegenomen.
Tabel 9 Verkochte hoeveelheid in de Unie
2015 2016 2017 TNO Verkochte hoeveelheid in de Unie (merk detailhandelaren) aan niet-verbonden afnemers (ton)
214 495
219 646
225 522
220 839
Index (2015 = 100)
100
102
105
103
Verkochte hoeveelheid in de Unie (eigen merk en merk detailhandelaren) aan niet-verbonden afnemers (ton)
322 501
330 246
338 455
330 875
Index (2015 = 100)
100
102
105
103
Bron: door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.
(109) De totale verkopen van de bedrijfstak van de Unie van de eigen productie op de markt van de Unie (eigen merk en merk van detailhandelaren) aan niet-verbonden afnemers volgden hetzelfde patroon als de verkopen onder het merk van detailhandelaren, dat wil zeggen dat zij in de beoordelingsperiode met 3 % stegen.
(110) Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie was in 2015 gelijk aan 94 % en groeide in het tijdvak van het nieuwe onderzoek met één procentpunt tot 95 %.
Tabel 10 Marktaandeel van de Unie
2015 2016 2017 TNO Marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie (eigen merk en merk detailhandelaren) (%) 94 95 95 95
Index (2015 = 100)
100
101
101
101
Bron: door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.
5.5.2.3. Groei
(111) Tussen 2015 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek steeg het verbruik in de Unie licht, en wel met 2 %, maar de bedrijfstak van de Unie slaagde er dankzij een hogere verkoop in zijn marktaandeel met 1 % te vergroten.
5.5.2.4. Werkgelegenheid en productiviteit
(112) De werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie daalde eerst tussen 2015 en 2017 met 11 % en nam vervolgens in het tijdvak van het nieuwe onderzoek met 6 procentpunten toe. In totaal daalde de werkgelegenheid van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode met 5 %, van ongeveer 2 200 tot ongeveer 2 100 voltijdequivalenten (“VTE”).
Tabel 11 Werkgelegenheid
2015 2016 2017 TNO Werkgelegenheid (in VTE)
2 203
1 993
1 964
2 092
Index (2015 = 100)
100
90
89
95
Bron: door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.
(113) De productiviteit van de arbeidskrachten van de bedrijfstak van de Unie, gemeten als output (ton) per VTE per jaar, lag aanvankelijk op een niveau van 163 ton per VTE; zij steeg eerst tussen 2015 en 2017 met 17 % en daalde vervolgens in het tijdvak van het nieuwe onderzoek met 7 procentpunten. Over het geheel bezien nam de totale productiviteit met 10 % toe tot 180 ton per VTE per jaar. Dit weerspiegelt het toegenomen gebruik van geavanceerde machines ten koste van handenarbeid.
Tabel 12 Productiviteit in de Unie
2015 2016 2017 TNO Productiviteit (ton/VTE) 163 172 192 180
Index (2015 = 100)
100
106
117
110
Bron: door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.
5.5.2.5. Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping
(114) In het onderzoek is de voortzetting van dumping vastgesteld, en dat de hoogte van de voor het gehele land geldende dumpingmarge als vermeld in overweging 63 de de-minimisdrempel overschrijdt.
(115) Tegelijkertijd bleef de invoer van het onderzochte product in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, hoewel relatief beperkt, aanzienlijk met een percentage van 3,9 %.
(116) Ondanks dat de antidumpingmaatregelen hebben geleid tot de beoogde opheffing van de door de producenten in de Unie geleden schade, laten de macro- en micro-indicatoren zien dat de bedrijfstak nog steeds voortdurend onder druk staat vanwege de lage prijzen die de Thaise producenten-exporteurs hanteren.
(117) De prestaties van het segment van de detailhandelaren, dat direct concurreert met de Thaise invoer, zijn op het punt van de winstgevendheid zelfs slecht te noemen. De verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie daalden in de beoordelingsperiode in dit marktsegment met 8 %, terwijl de productiekosten in dezelfde periode met ongeveer 1 % stegen. De bedrijfstak van de Unie heeft zijn kosten duidelijk niet kunnen terugverdienen, wat tot aanzienlijke verliezen heeft geleid. Gezien het belang van de verkoop onder het merk van detailhandelaren in de verkoop van suikermais in de EU (ongeveer 67 % van de totale verkoophoeveelheid van de bedrijfstak van de Unie en ongeveer 57 % van de verkoopwaarde) heeft dit de algemene winstgevendheid onder druk gezet. De bedrijfstak van de Unie kon zich bijgevolg niet echt van eerdere dumping in het segment van detailhandelaren herstellen en blijft kwetsbaar.
5.5.3. Micro-economische indicatoren
5.5.3.1. Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden
(118) De eenheidsprijzen van de verkopen van de bedrijfstak van de Unie van producten onder het merk van detailhandelaren aan niet-verbonden afnemers zijn in de beoordelingsperiode met 8 % tot 1 114 EUR/ton gedaald.
(119) De prijs van de verkopen van de bedrijfstak van de Unie (eigen merk en merk van detailhandelaren) aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie is in de beoordelingsperiode met 4 % tot 1 311 EUR/ton verlaagd.
Tabel 13 Eenheidsprijs op de markt van de Unie
2015 2016 2017 TNO Prijs per eenheid van de Unie (merk detailhandelaren) voor niet-verbonden afnemers (EUR/ton)
1 204
1 106
1 095
1 114
Index (2015 = 100)
100
92
91
92
Eenheidsprijs van de Unie (eigen merk en merk detailhandelaren) voor niet-verbonden afnemers (EUR/ton)
1 365
1 291
1 289
1 311
Index (2015 = 100)
100
95
94
96
Bron: door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.
5.5.3.2. Loonkosten
(120) Tussen 2015 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek zijn de gemiddelde loonkosten per werknemer met 8 % gestegen als gevolg van hogere totale loonkosten (+ 2 %) en minder werkgelegenheid in VTE (- 5 %) in dezelfde periode.
Tabel 14 Gemiddelde loonkosten per werknemer
2015 2016 2017 TNO Loonkosten (EUR/VTE)
30 529
32 581
35 537
32 903
Index (2015 = 100)
100
107
116
108
Bron: Door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst. VTE staat voor voltijdequivalent.
5.5.3.3. Voorraden
(121) De eindvoorraden van de bedrijfstak van de Unie zijn tijdens de beoordelingsperiode afgenomen. Zij zijn in 2016 en 2017 met 6 % verminderd en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek met 59 %. Er moet echter worden opgemerkt dat de grote omvang van de voorraden aan het einde van een kalenderjaar samenhangt met het feit dat de oogst en het inblikken doorgaans in september van elk jaar eindigen. De voorraden worden derhalve uitsluitend tijdens de zomeroogst aangevuld en vervolgens in de rest van het jaar opgebruikt; daarom moeten de voorraden in het tijdvak van het nieuwe onderzoek afzonderlijk worden beoordeeld.
Tabel 15 Voorraden
2015 2016 2017 TNO Eindvoorraad (ton)
198 629
186 248
186 136
80 885
Index (2015 = 100)
100
94
94
41
Bron: door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.
5.5.3.4. Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken
(122) In de beoordelingsperiode daalde de winstgevendheid van de verkoop van producten van de bedrijfstak van de Unie onder het merk van detailhandelaren, uitgedrukt als percentage van de netto-omzet, van een winst van 5,2 % in 2015 naar een verlies van 0,7 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.
(123) De winstgevendheid van de verkoop van producten van de bedrijfstak van de Unie voor eigen merk en merk van detailhandelaren samen nam ook af, en wel van 10 % in 2015 tot 6,7 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De daling is dus minder sterk dan voor de verkoop onder het merk van detailhandelaren alleen. De daling van de winstgevendheid kan verklaard worden uit het feit dat de verkoopprijzen in de loop van de beoordelingsperiode daalden met 4 %, terwijl de productiekosten (hoofdzakelijk van niet verwerkte suikermais en blikken) in dezelfde periode met 1 % toenamen. De bedrijfstak van de Unie is duidelijk niet in staat geweest de gestegen productiekosten door te berekenen aan de afnemers.
(124) Het rendement van de investeringen, uitgedrukt als winst in procenten van de nettoboekwaarde van de investeringen (voor eigen merk en merk van detailhandelaren samen), liep grotendeels gelijk op met bovengenoemde ontwikkeling van de winstgevendheid. Het daalde van een niveau van ongeveer 49 % in 2015 tot 31,7 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, waarmee het in de beoordelingsperiode dus met 35 % afnam.
(125) De nettokasstroom uit ondernemingsactiviteiten bedroeg in 2015 ongeveer 17 miljoen EUR. Hij steeg tot rond 24 miljoen EUR in het tijdvak van het nieuwe onderzoek (d.w.z. een toename van 42 %). Geen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie gaf aan dat zij problemen hadden met het verkrijgen van kapitaal.
Tabel 16 Winstgevendheid en rendement van investeringen
2015 2016 2017 TNO Winstgevendheid van de Unie (merk detailhandelaren) (% van netto-omzet) 5,2 -1,4 -2,6 -0,7
Index (2015 = 100)
100
-27
-50
-13
Winstgevendheid van de Unie (eigen merk en merk detailhandelaren) (% van netto-omzet) 10,0 6,1 4,8 6,7
Index (2015 = 100)
100
61
48
67
Rendement van investeringen (eigen merk en merk detailhandelaren) (winst in % van nettoboekwaarde van investeringen) 49,0 27,3 23,7 31,7
Index (2015 = 100)
100
56
48
65
Bron: door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.
Tabel 17 Kasstroom
2015 2016 2017 TNO Kasstroom (eigen merk en merk detailhandelaren) (EUR)
17 197 966
32 293 239
16 496 604
24 404 977
Index (2015 = 100)
100
188
96
142
Bron: door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.
(126) De jaarlijkse investeringen van de bedrijfstak van de Unie in de productie van het soortgelijke product namen in de beoordelingsperiode toe van circa 4 miljoen EUR in 2015 tot circa 8 miljoen EUR in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, oftewel een stijging met 85 %. De investeringen werden gedaan met het oog op de vernieuwing van bestaande apparatuur en de verhoging van de productiviteit.
Tabel 18 Investeringen
2015 2016 2017 TNO Netto-investeringen (EUR)
4 446 615
5 622 002
7 744 202
8 232 340
Index (2015 = 100)
100
126
174
185
Bron: door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens en gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.
5.6. Conclusie over de situatie van de bedrijfstak van de Unie
(127) Een aantal indicatoren ontwikkelde zich negatief tussen 2015 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Het rendement van de investeringen nam af, net als de winstgevendheid van de verkoop, en de werkgelegenheid daalde met 5 %. De invoer uit Thailand steeg, terwijl de gemiddelde prijs daarvan lager werd. Een uitermate goede oogst in 2014 leidde tot grote voorraden in 2015. In dezelfde periode had de laaggeprijsde Thaise invoer een nog nadeliger effect op de bedrijfstak van de Unie. Als reactie daarop verlaagde de bedrijfstak van de Unie in 2016 de prijzen en de productie en verminderde hij zijn voorraden, wat negatieve gevolgen voor zijn winstgevendheid had. Pas in 2017 kon de bedrijfstak van de Unie de productie opvoeren, maar de winstgevendheid kwam toen uit op het laagste niveau vanwege het feit dat de productie en verkoop met één kalenderjaar waren vertraagd.
(128) In het grootste deel van de beoordelingsperiode leed de bedrijfstak van de Unie verlies wat betreft de verkoop van suikermais in het segment van de producten onder het merk van detailhandelaren. De bedrijfstak heeft de verkoop van producten onder het merk van een detailhandelaar nodig, omdat deze goed is voor meer dan de helft van zijn verkoop. Gezien het belang van de verkoop van producten onder het merk van een detailhandelaar ten opzichte van de totale verkoopwaarde, daalde de algemene winstgevendheid van 10 % tot 6,7 %.
(129) Sommige indicatoren lieten een positieve ontwikkeling zien. De bezettingsgraad steeg tot 81 %. De kasstroom en investeringen namen eveneens sterk toe. De verkoophoeveelheid van producten van de bedrijfstak van de Unie onder het merk van een detailhandelaar, die direct concurreren met Thaise invoer, nam met 3 % toe. De totale verkoop voor beide segmenten samen nam met hetzelfde percentage toe. Er moet evenwel worden opgemerkt dat als gevolg van de Thaise invoer de bedrijfstak van de Unie kostenstijgingen niet aan de afnemers heeft doorberekend; daarom wist de bedrijfstak geen bevredigende winstgevendheidsniveaus te realiseren om een aanzienlijk marktaandeel te behouden op een markt waar alleen de bedrijfstak van de Unie en Thaise invoer concurreren (de invoer uit andere derde landen is verspreid en onbetekenend).
(130) De situatie van de twee segmenten (merk van detailhandelaren en eigen merk) verschilt als het gaat om de bedrijfstak van de Unie. Enerzijds heeft de bedrijfstak van de Unie in het segment eigen merk niet te maken met een krachtige directe concurrentie. De merkeigenaren hebben een sterke positie en de markt is geconsolideerd. Anderzijds bepalen de detailhandelaren de prijs in het segment van hun merk. Door de concurrentie van de invoer vanuit Thailand staan de prijzen voortdurend onder druk. Als gevolg van de prijsdruk vanwege de Thaise invoer is het voor de producenten in de Unie moeilijker stijgingen van de productiekosten (hoofdzakelijk suikermais en blikken) aan detailhandelaren door te berekenen.
(131) De bedrijfstak van de Unie is er schijnbaar in geslaagd om zijn marktaandeel te vergroten door te kiezen voor grotere hoeveelheden in plaats van hogere prijzen. Het mag echter niet worden genegeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het grootste deel van de beoordelingsperiode en voor het leeuwendeel van de suikermaishandel (de handel onder het merk van detailhandelaren) verlies heeft geleden.
(132) Na de mededeling van de definitieve bevindingen voerden de regering van Thailand en twee producenten-exporteurs aan dat er een potentiële dreiging uitging van de toegenomen invoer van suikermaïs uit China aan lagere prijzen dan die van de invoer uit Thailand.
(133) Hoewel de gemiddelde prijs van de invoer uit China lager lag, was de omvang van de invoer in het tijdvak van het nieuwe onderzoek nog steeds verwaarloosbaar (marktaandeel van 0,4 %), waardoor deze invoer niet in aanmerking is genomen bij de beoordeling van de schade. Dit argument werd afgewezen.
(134) De regering van Thailand en de twee producenten-exporteurs voerden voorts aan dat de ondermaatse prestaties van de bedrijfstak van de Unie te wijten waren aan bijzondere weersomstandigheden in Europa in 2018. De twee producenten-exporteurs verwezen naar een persartikel(14) over de maïsoogst van 2018. De Commissie merkt in de eerste plaats op dat de suikermaisoogst van 2018 geen gevolgen heeft voor de resultaten van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode (eindigend in juni 2018), aangezien de verkoop tot juni 2018 gebaseerd is op de oogst van het voorgaande jaar. In de tweede plaats is het artikel niet relevant omdat maïs, in tegenstelling tot suikermaïs, een andere plant is die niet wordt gebruikt om het onderzochte product te produceren.
(135) De bedrijfstak van de Unie voerde aan dat bij de beoordeling van de schade apart moet worden gekeken naar grote blikken die onder het marktsegment van de detailhandelaren worden verkocht, waar de Thaise producenten-exporteurs een marktaandeel van 20 % tot 30 % hadden en de bedrijfstak van de Unie weinig winstgevend was en aanmerkelijke schade heeft geleden.
(136) Zoals vermeld in overweging 96 wordt de markt voor suikermaïs gekenmerkt door twee verkoopkanalen, het kanaal van het merk van detailhandelaren en dat van het eigen merk. Overeenkomstig artikel 11, lid 9, van de basisverordening en zoals in het oorspronkelijke onderzoek dat tot het recht aanleiding gaf, is de beoordeling van de schade gebaseerd op de totale prestaties van de bedrijfstak van de Unie (eigen merk + merk van detailhandelaren) en voor een aantal schade-indicatoren (winstgevendheid, verkoopvolume en verkoopprijzen) op het merk van detailhandelaren. Er zijn geen gewijzigde omstandigheden die het gebruik van een andere methode rechtvaardigen. Het argument werd daarom afgewezen.
(137) Het beeld van de schade van de bedrijfstak van de Unie is niet eenduidig. De antidumpingmaatregelen hebben hun doel gedeeltelijk bereikt door een deel van de schade die de bedrijfstak van de Unie ondervond als gevolg van de invoer met dumping vanuit Thailand, weg te nemen. Alles bij elkaar, en vooral gezien de lage winstgevendheid, is de situatie van de bedrijfstak van de Unie echter nog steeds kwetsbaar en zwak.
(138) De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek weliswaar enige schade heeft geleden, maar dat er geen sprake was van aanmerkelijke schade in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening.
6. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN SCHADE
(139) Zoals de Commissie heeft geconcludeerd in overweging 138, heeft de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek geen aanmerkelijke schade geleden. Daarom heeft de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening beoordeeld of herhaling van schade als gevolg van de invoer met dumping uit Thailand waarschijnlijk was, mochten de maatregelen komen te vervallen. Uit bovenstaande ontwikkelingen blijkt dat de antidumpingmaatregelen gedeeltelijk hebben geleid tot de beoogde opheffing van de door producenten in de Unie geleden schade. De negatieve ontwikkeling van een aantal schade-indicatoren laat echter zien dat de bedrijfstak van de Unie zich nog steeds in een kwetsbare en zwakke situatie bevindt.
(140) In dit verband heeft de Commissie de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in het betrokken land, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en de gevolgen van de invoer uit het betrokken land voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie mochten de maatregelen komen te vervallen, onderzocht.
6.1. Onbenutte productie-/verwerkingscapaciteit
(141) Zoals in de overwegingen 68 tot en met 70 is aangegeven, beschikken Thaise exporteurs over de nodige reservecapaciteit om hun uitvoer zeer snel te vergroten. Daarnaast wordt de onbenutte verwerkingscapaciteit in Thailand geraamd op circa 150 000 ton, ongeveer tienmaal de Thaise uitvoer naar de Unie.
6.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
(142) Gezien de lucratievere prijzen op de markt van de Unie vergeleken met de markten van derde landen als beschreven in overweging 72 is het waarschijnlijk dat aanzienlijke hoeveelheden die momenteel naar deze landen worden uitgevoerd, zullen worden verlegd naar de markt van de Unie als de antidumpingmaatregelen vervallen.
(143) Op grond hiervan zullen de Thaise producenten-exporteurs na het wegvallen van de maatregelen hun aanwezigheid op de markt van de Unie waarschijnlijk sterk vergroten, zowel qua hoeveelheid als qua marktaandeel, en tegen dumpingprijzen, waardoor de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie nog meer onder druk zouden komen te staan.
6.3. Effect op de bedrijfstak van de Unie
(144) Met de vermoedelijke komst van grote hoeveelheden Thaise invoer die de prijzen onderbieden, zou de bedrijfstak van de Unie worden gedwongen zijn productie te beperken of zijn prijzen te verlagen. Zelfs een geringe mate van prijsonderbieding heeft aanzienlijke gevolgen voor de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie, zoals blijkt uit de analyse van het merk van detailhandelaren in de overwegingen 122 en 123.
(145) Gezien de kwetsbaarheid van de bedrijfstak van de Unie zou een daling van de productiehoeveelheden en de verkoopprijzen ertoe leiden dat de winstgevendheid van de bedrijfstak en andere prestatie-indicatoren zeer snel zouden verslechteren.
6.4. Conclusie over de waarschijnlijkheid van herhaling van schade
(146) Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er kans op herhaling van aanmerkelijke schade bestaat als de huidige antidumpingmaatregelen komen te vervallen.
(147) Twee producenten-exporteurs merkten op dat herhaling van aanmerkelijke schade onwaarschijnlijk is omdat de Commissie onvoldoende feitelijke gegevens heeft verstrekt, voornamelijk omdat de markt van de Unie niet de belangrijkste en geprefereerde markt voor het onderzochte product is en de bestaande economische indicatoren positieve ontwikkelingen vertonen. Deze kwestie werd ook aan de orde gesteld door de regering van Thailand.
(148) Het bewijs van de waarschijnlijkheid van herhaling van schade wordt nader beschreven in de overwegingen 139 tot en met 145, waar de Commissie een prospectieve beoordeling heeft uitgevoerd om de waarschijnlijkheid van herhaling van schade te beoordelen. Een dergelijke analyse is niet uitsluitend gebaseerd op de huidige situatie met betrekking tot de belangrijkste en geprefereerde markt voor het onderzochte product en de prestaties van de bedrijfstak van de Unie, maar beschouwt de waarschijnlijke situatie op de markt van de Unie indien de antidumpingmaatregelen zouden worden ingetrokken. Het argument werd derhalve afgewezen.
7. BELANG VAN DE UNIE
(149) Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd is met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie werd vastgesteld aan de hand van een afweging van alle betrokken belangen. Alle belanghebbenden werden overeenkomstig artikel 21, lid 2, van de basisverordening in de gelegenheid gesteld hun standpunt bekend te maken.
7.1. Belang van de bedrijfstak van de Unie
(150) Zoals in overweging 139 werd vermeld, bevindt de bedrijfstak van de Unie zich nog steeds in een zwakke en kwetsbare situatie. De bedrijfstak zou de ondersteuning vanwege de voortzetting van de maatregelen kunnen gebruiken om zijn verkoopprijzen te verhogen (in het bijzonder die voor producten onder het merk van detailhandelaren) teneinde de gestegen productiekosten terug te verdienen. Dit zou de bedrijfstak van de Unie in staat stellen om zijn financiële positie te verbeteren.
7.2. Belang van detailhandelaren en consumenten
(151) Tijdens het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen werd geconcludeerd dat detailhandelaren niet onevenredig zwaar zouden worden getroffen als de maatregelen zouden worden verlengd.
(152) Tijdens het huidige onderzoek kon de Commissie geen bewijs vinden dat dit sinds het vorige nieuwe onderzoek is veranderd. Geen enkele detailhandelaar heeft met het onderzoek meegewerkt of betoogd dat deze conclusie niet langer geldig was. Derhalve is de Commissie tot de slotsom gekomen dat de thans geldende maatregelen geen negatief effect van betekenis hebben gehad op de financiële situatie van detailhandelaren en dat voortzetting van de maatregelen voor hen geen ernstige gevolgen zou hebben.
(153) Wat de consument betreft, is de gemiddelde besteding aan suikermais per huishouden zeer beperkt. Rekening houdend met het gematigde karakter van de bestaande maatregelen, zouden de gevolgen van handhaving van de maatregelen voor de consument waarschijnlijk verwaarloosbaar zijn.
(154) Er wordt derhalve geoordeeld dat de voorgestelde maatregelen waarschijnlijk geen ingrijpende gevolgen voor de situatie van de detailhandelaren en de consumenten in de Unie zullen hebben.
7.3. Risico van schaarste/concurrentie op de markt van de Unie
(155) Het verbruik in de Unie bleef stabiel op ongeveer 365 000 ton. De capaciteit van de bedrijfstak van de Unie was in de beoordelingsperiode steeds groter dan de vraag in de Unie en bereikte in het tijdvak van het nieuwe onderzoek een niveau van ongeveer 466 000 ton. De bedrijfstak van de Unie blijkt te beschikken over voldoende reservecapaciteit om zijn productie verder te verhogen in geval van een toenemende vraag. Invoer uit andere derde landen, met name uit de Verenigde Staten en China, kan ook in een deel van de vraag voorzien. Het is namelijk niet de bedoeling van de antidumpingmaatregelen de invoer vanuit Thailand in de Unie te stoppen. Gezien het lage niveau van het antidumpingrecht is het te verwachten dat de invoer uit Thailand een zeker aandeel van de markt van de Unie zal blijven vertegenwoordigen.
(156) Gelet op bovenstaande overwegingen kan niet worden geconcludeerd dat handhaving van de antidumpingmaatregelen waarschijnlijk zal leiden tot schaarste op de markt van de Unie of tot minder concurrentie op die markt.
7.4. Conclusie over het belang van de Unie
(157) Daarom is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er op basis van het belang van de Unie geen dwingende redenen waren om de bestaande maatregelen voor de invoer van het onderzochte product niet langer te handhaven.
8. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
(158) Gelet op de conclusies van de Commissie inzake de voortzetting van dumping, de herhaling van schade en het belang van de Unie moeten de antidumpingmaatregelen voor bepaalde bereide of verduurzaamde suikermais in korrels van oorsprong uit Thailand worden gehandhaafd.
(159) Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie wil aanbevelen de bestaande maatregelen te handhaven. Tevens is een termijn vastgesteld waarbinnen zij opmerkingen konden maken na deze mededeling van feiten en overwegingen en konden verzoeken om een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures. Wanneer deze opmerkingen gegrond waren, werd daarmee rekening gehouden.
(160) Indien, op basis van artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046(15), een bedrag moet worden terugbetaald na een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dan geldt als de te betalen rente de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand.
(161) Het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité heeft geen advies uitgebracht,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 omschreven en door onderstaande ondernemingen vervaardigde product is als volgt:
Onderneming |
Antidumpingrecht (%) |
Aanvullende Taric-code |
|---|---|---|
Karn Corn Co., Ltd, 68 Moo 7 Tambol Saentor, Thamaka, Kanchanaburi 711 30, Thailand |
3,1 |
A789 |
Kuiburi Fruit Canning Co., Ltd, 236 Krung Thon Muang Kaew Building, Sirindhorn Rd., Bangplad, Bangkok 10700, Thailand |
14,3 |
A890 |
Malee Sampran Public Co., Ltd Abico Bldg. 401/1 Phaholyothin Rd., Lumlookka, Pathumthani 12130, Thailand |
12,8 |
A790 |
River Kwai International Food Industry Co., Ltd, 99 Moo 1 Thanamtuen Khaupoon Road Kaengsian, Muang, Kanchanaburi 71000, Thailand |
12,8 |
A791 |
Sun Sweet Co., Ltd, 9 M. 1, Sanpatong, Chiang Mai 50120, Thailand |
11,1 |
A792 |
In de bijlage vermelde medewerkende producenten-exporteurs |
12,9 |
A793 |
Alle andere ondernemingen |
14,3 |
A999 |
Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Artikel 1, lid 2, kan worden gewijzigd om er een nieuwe producent-exporteur in op te nemen en aan die producent het gewogen gemiddelde antidumpingrecht toe te kennen dat van toepassing is op de medewerkende ondernemingen die niet in de steekproef van het oorspronkelijke onderzoek zijn opgenomen, wanneer een nieuwe producent-exporteur in Thailand aan de Commissie afdoende bewijs verstrekt dat:
-
hij het in lid 1 beschreven product tijdens de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 (tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek) niet naar de Unie heeft uitgevoerd;
-
hij niet verbonden is met exporteurs of producenten in Thailand op wie de bij deze verordening ingestelde antidumpingmaatregelen van toepassing zijn, en
-
hij het onderzochte product daadwerkelijk naar de Unie heeft uitgevoerd of een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om na het einde van het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek een aanzienlijke hoeveelheid naar de Unie uit te voeren.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 november 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude Juncker