Home

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2242 Van De Commissie van 16 december 2019 tot vaststelling van de technische aspecten van de gegevensreeksen, de technische modellen voor het toezenden van gegevens en de nadere bepaling van de regelingen voor en de inhoud van de kwaliteitsverslagen over de organisatie van een steekproefenquête in het domein inkomen en levensomstandigheden in overeenstemming met Verordening (EU) 2019/1700 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst)

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2242 Van De Commissie van 16 december 2019 tot vaststelling van de technische aspecten van de gegevensreeksen, de technische modellen voor het toezenden van gegevens en de nadere bepaling van de regelingen voor en de inhoud van de kwaliteitsverslagen over de organisatie van een steekproefenquête in het domein inkomen en levensomstandigheden in overeenstemming met Verordening (EU) 2019/1700 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2019/1700 van het Europees Parlement en de Raad van 10 oktober 2019 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor Europese statistieken betreffende personen en huishoudens, op basis van gegevens die op individueel niveau worden verzameld door middel van steekproeven, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 808/2004, (EG) nr. 452/2008 en (EG) nr. 1338/2008 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1177/2003 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad(1), en met name artikel 7, lid 1, artikel 8, lid 3, en artikel 13, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Teneinde de steekproefenquête in het domein “inkomen en levensomstandigheden”, EU-SILC, correct te kunnen uitvoeren, moet de Commissie de technische aspecten van de gegevensreeksen en de technische modellen voor het toezenden van de gegevens vaststellen, alsmede de regelingen voor en de inhoud van de kwaliteitsverslagen nader te bepalen.

  2. De EU-SILC-enquête is een belangrijk instrument dat informatie verstrekt die wordt vereist door het Europees Semester en de Europese pijler van sociale rechten, met name in verband met inkomensverdeling, armoede en sociale uitsluiting, alsmede diverse beleidsmaatregelen van de EU in verband met levensomstandigheden en armoede, zoals het beleid inzake kinderarmoede, toegang tot gezondheidszorg en andere diensten, huisvesting, overmatige schuldenlast en levenskwaliteit. Deze enquête is ook de belangrijkste gegevensbron voor microsimulaties en flashramingen van inkomensverdeling en armoedepercentages.

  3. Teneinde de nationale en regionale statistieken over inkomen en levensomstandigheden internationaal te kunnen vergelijken moet gebruik worden gemaakt van statistische classificaties voor de territoriale eenheden, onderwijs, beroep en economische sector die verenigbaar zijn met de NUTS-(2), ISCED-(3), ISCO-(4) en NACE-(5)classificatie. Ook moet rekening worden gehouden met de aanbevelingen van de Verenigde Naties in het Handbook on Household Income Statistics van de Canberra Group.

  4. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor het Europees statistisch systeem,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Voorwerp

Deze verordening stelt de technische aspecten van de gegevensreeksen en de technische modellen voor het toezenden van gegevens door de lidstaten aan de Commissie (Eurostat) vast en bepaalt de regelingen voor het toezenden van de kwaliteitsverslagen in het domein “inkomen en levensomstandigheden” (EU-SILC) en van de inhoud daarvan.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  1. “veldwerkperiode”: de periode waarin de gegevens van de respondenten worden verzameld;

  2. “referentieperiode”: de periode waarop een bepaald gegeven betrekking heeft;

  3. “transversaal”: in verband met gegevens, gegevens die behoren tot een welbepaald tijdstip of een gegeven referentieperiode;

  4. “longitudinaal”: in verband met gegevens, gegevens die behoren tot bepaalde opeenvolgende referentieperioden, jaarlijks waargenomen gedurende een bepaalde periode met betrekking tot dezelfde waarnemingseenheid;

  5. “steekproefpersoon”: een lid van een particulier huishouden in de initiële steekproef, dat ten minste 16 jaar oud is op het einde van de inkomstenreferentieperiode;

  6. “steekproefhuishouden”: een particulier huishouden dat minstens één steekproefpersoon omvat;

  7. “geselecteerde-respondentenmodel”: een steekproefmethode op basis van personen, waarin het huishouden waartoe de geselecteerde respondent behoort het steekproefhuishouden en de geselecteerde respondent de steekproefpersoon is;

  8. “leeftijd”: de leeftijd van een persoon is diens leeftijd in volle jaren op het einde van de inkomstenreferentieperiode;

  9. “huidig lid van het huishouden”: een lid van een steekproefhuishouden op het ogenblik waarop de gegevens worden verzameld of samengesteld;

  10. “medebewoner”: een huidig lid van het huishouden, maar niet de steekproefpersoon;

  11. “splitsing van het huishouden”: een situatie waarin de steekproefpersonen die ten tijde van enquêteronde x in een steekproefhuishouden woonden, ten tijde van enquêteronde x+1 in meer dan een particulier huishouden op het nationale grondgebied wonen dat in de doelpopulatie is opgenomen; wanneer een huishouden splitst, is er slechts één initieel huishouden, maar zijn er een of meer afgesplitste huishoudens;

  12. “initieel huishouden”: een steekproefhuishouden dat een splitsing heeft doorgemaakt en waarbij elke steekproefpersoon die ten tijde van enquêteronde x in dat huishouden woonde, ten tijde van enquêteronde x+1 nog altijd op hetzelfde adres woont. Als ten tijde van enquêteronde x meer dan een steekproefpersoon in het huishouden woonde en ten tijde van enquêteronde x+1 nog steeds op dat adres woont, maar in een ander huishouden, is het initiële huishouden het huishouden van de steekproefpersoon met het laagste persoonsnummer als bedoeld in bijlage III die nog altijd op het initiële adres woont. Als ten tijde van enquêteronde x+1 geen steekproefpersoon woont op het adres van enquêteronde x, dan is het initiële huishouden het huishouden van de steekproefpersoon met het laagste persoonsnummer ten tijde van enquêteronde x. Als deze persoon niet langer leeft of niet langer woont in een particulier huishouden op het nationale grondgebied van de doelpopulatie, is het initiële huishouden het huishouden van de steekproefpersoon met het eerstvolgende laagste persoonsnummer. Voor het geselecteerde-respondentenmodel verwijst “initieel huishouden” naar het huishouden van de geselecteerde respondent;

  13. “afgesplitst huishouden”: een huishouden dat bestaat uit leden van het huishouden dat een splitsing heeft meegemaakt, maar niet het initiële huishouden;

  14. “fusiehuishouden”: alle steekproefpersonen uit verschillende steekproefhuishoudens van een vorige enquêteronde die samen een nieuw huishouden vormen;

  15. “modellering”: in de gegevensreeks ontbrekende informatie genereren door gebruik te maken van substantiële relaties met informatie die niet tot de gegevensreeks behoort;

  16. “verzameleenheid”: een huishouden of persoon met bepaalde kenmerken waarop of op wie de verzamelde informatie betrekking heeft;

  17. “respondent van het huishouden”: de persoon van wie informatie over het huishouden wordt verkregen;

  18. “roterend panelopzet”: steekproefselectie op basis van een vast aantal substeekproeven die elk representatief zijn voor de doelpopulatie ten tijde van de selectie ervan. Elk jaar wordt één substeekproef vervangen door een nieuwe;

  19. “enquêteronde”: een jaar waarin een substeekproef deelneemt aan de enquête;

  20. “panel”: een substeekproef die gedurende meer dan een jaar wordt geobserveerd.

Artikel 3 Statistische begrippen en beschrijving van variabelen

1.

De lidstaten gebruiken de statistische begrippen die zijn vastgesteld in bijlage I.

2.

De technische kenmerken van de variabelen zijn degene die zijn vastgesteld in bijlage II en verwijzen naar:

  1. de identificatiecode van de variabele;

  2. de naam van de variabele;

  3. het label en de code van de antwoordcategorie;

  4. de verzameleenheid;

  5. de verzamelwijze;

  6. de referentieperiode.

3.

De variabelen waarvoor geen ontbrekende waarden zijn toegestaan en waarvoor gegevens moeten worden geïmputeerd, zijn bepaald in bijlage II.

4.

Alle gegevens over huishoudens en personen moeten tijdens de gehele duur van het panel aan elkaar kunnen worden gerelateerd, zowel voor de transversale als voor de longitudinale gegevens.

Artikel 4 Kenmerken van de statistische populaties en waarnemingseenheden en de regels betreffende respondenten

1.

De doelpopulatie voor het domein “inkomen en levensomstandigheden” bestaat uit particuliere huishoudens en alle personen waaruit deze huishoudens zijn samengesteld, op het grondgebied van de lidstaat.

2.

Informatie over het huishouden en de personen wordt verzameld of samengesteld voor alle leden van het huishouden, met inbegrip van alle steekproefpersonen en medebewoners zoals bepaald in bijlage II. In het geselecteerde-respondentenmodel worden de gegevens verzameld aan de hand van individuele interviews met geselecteerde respondenten die minstens 16 jaar oud zijn. Vanaf de tweede enquêteronde wordt over een steekproefpersoon informatie verkregen over het feit of die persoon op hetzelfde adres is blijven wonen dan wel van het ene jaar op het andere naar een ander adres is verhuisd, en als dit adres gewijzigd is, worden de nieuwe contactgegevens vermeld.

3.

Informatie over leden van het huishouden uit de vorige enquêteronde die niet langer leden van het huishouden zijn, wordt verzameld om vast te stellen of die personen overleden zijn dan wel naar het buitenland, naar een instelling of naar een ander adres op het nationale grondgebied zijn verhuisd.

4.

Een huishouden wordt opgenomen voor de verzameling of samenstelling van gedetailleerde informatie als dat huishouden ten minste één steekproefpersoon bevat.

5.

Zowel voor het initiële als voor het afgesplitste huishouden wordt alle vereiste informatie voor de huidige leden van het huishouden en alle informatie over het huishouden verzameld of samengesteld.

6.

Er worden minstens drie pogingen gedaan om contact op te nemen met een huishouden of persoon voordat wordt besloten dat het huishouden of de persoon niet reageert, tenzij er afdoende redenen zijn om dit niet te doen (bijvoorbeeld een definitieve weigering om samen te werken of omstandigheden die de veiligheid van de interviewer in gevaar brengen).

7.

Wanneer interviews met vervangers toegestaan zijn, wordt het aantal vervangers zo beperkt mogelijk gehouden in verband met:

  1. de persoonlijke inkomstenvariabelen;

  2. alle variabelen die nodig zijn voor minstens één lid van het huishouden dat minstens 16 jaar oud is.

Als een interview met een vervanger wordt gehouden, wordt het identificatienummer geregistreerd van de persoon die de informatie heeft verstrekt.

8.

Gedetailleerde kenmerken van de identificatie van huishoudens en personen zijn vastgesteld in bijlage III.

Artikel 5 Referentieperioden

Artikel 6 Gedetailleerde kenmerken van de steekproef

Artikel 7 Perioden en methoden voor de verzameling van gegevens

Artikel 8 Regels in verband met follow-up

Artikel 9 Gemeenschappelijke normen voor gegevensbewerking, imputatie, weging en raming

Artikel 10 Modellen voor het toezenden van de gegevens

Artikel 11 Kwaliteitsverslagen

Artikel 12

BIJLAGE IDefinities van statistische begrippen

BIJLAGE IITechnische kenmerken van de variabelen

BIJLAGE IIIIdentificatie van huishoudens en personen

BIJLAGE IVNader bepaalde regelingen en inhoud van de kwaliteitsverslagen