Home

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/728 van de Commissie van 29 mei 2020 betreffende de goedkeuring van de in motor-generatoren van 12 V gebruikte efficiënte generatorfunctie voor gebruik in bepaalde personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen als innoverende technologie uit hoofde van Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/728 van de Commissie van 29 mei 2020 betreffende de goedkeuring van de in motor-generatoren van 12 V gebruikte efficiënte generatorfunctie voor gebruik in bepaalde personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen als innoverende technologie uit hoofde van Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 443/2009 en (EU) nr. 510/2011(1), en met name artikel 11, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Op 20 september 2019 hebben de fabrikanten Bayerische Motoren Werke AG, Daimler AG, FCA Italy S.p.A, Honda Motor Europe Ltd, Hyundai Motor Europe Technical Center GmbH, Jaguar Land Rover LTD, Automobile Citroen, Automobile Peugeot, PSA Automobiles SA, Renault, SEG Automotive Germany GmbH, Volkswagen AG, Volkswagen AG Nutzfahrzeuge en de toeleverancier Valeo Electrification Systems gezamenlijk een verzoek overeenkomstig artikel 12 bis van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 van de Commissie(2) ingediend om Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/785 van de Commissie(3) te wijzigen teneinde de goedkeuring van de innoverende technologie uit te breiden tot het gebruik ervan in bepaalde niet-extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen (NOVC-HEV’s) van categorie M1 en in personenauto’s die op bepaalde alternatieve brandstoffen kunnen rijden.

  2. Op 1 oktober 2019 hebben de fabrikanten Daimler AG, FCA Italy S.p.A, Hyundai Motor Europe Technical Center GmbH, Jaguar Land Rover LTD, Mitsubishi Electric Corporation, Opel Automobile GmbH-PSA, Automobile Citroen, Automobile Peugeot, PSA Automobiles SA, Renault, SEG Automotive Germany GmbH, Volkswagen AG, Volkswagen AG Nutzfahrzeuge en de toeleverancier Valeo Electrification Systems een gezamenlijke aanvraag ingediend voor de goedkeuring als innoverende technologie, overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2019/631, van de in motor-generatoren van 12 V gebruikte efficiënte generatorfunctie voor gebruik in bepaalde lichte bedrijfsvoertuigen, waaronder bepaalde NOVC-HEV’s en lichte bedrijfsvoertuigen die op bepaalde alternatieve brandstoffen kunnen rijden.

  3. Een motor-generator van 12 V kan werken als elektrische motor die elektrische energie omzet in mechanische energie, of als een generator die, zoals een alternator, mechanische energie omzet in elektrische energie. De technologie waarop het wijzigingsverzoek en de aanvraag betrekking hebben, wordt gedefinieerd als een efficiënte generatorfunctie van de motor-generator van 12 V.

  4. Aangezien het wijzigingsverzoek en de goedkeuringsaanvraag betrekking hebben op dezelfde innoverende technologie en voor het gebruik ervan in de betrokken voertuigcategorieën dezelfde voorwaarden gelden, is het passend het wijzigingsverzoek en de goedkeuringsaanvraag in één besluit te behandelen.

  5. Het wijzigingsverzoek en de goedkeuringsaanvraag zijn beoordeeld overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2019/631, Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 427/2014 van de Commissie(4) en de “Technical Guidelines for the preparation of applications for the approval of innovative technologies pursuant to Regulation (EC) No 443/2009 of the European Parliament and of the Council”(5) (versie van juli 2018)(6). Zowel het verzoek als de aanvraag voldeed aan de formele vereisten; overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2019/631 gingen zij met name vergezeld van een verificatierapport van een onafhankelijke en gecertificeerde instantie.

  6. De efficiënte generatorfunctie van een motor-generator van 12 V is bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/785 reeds goedgekeurd voor gebruik in conventionele door een verbrandingsmotor aangedreven personenauto’s als innoverende technologie die de CO2-emissies kan beperken op een manier die slechts gedeeltelijk kan worden gemeten met de emissietest volgens de in Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie vastgestelde nieuwe Europese rijcyclus(7). Uit de beoordeling blijkt dat de goedgekeurde eco-innovatie onder dezelfde voorwaarden ook de CO2-emissies van andere voertuigcategorieën kan beperken.

  7. Meer bepaald hebben de aanvragers aangetoond dat de efficiënte generatorfunctie van een motor-generator van 12 V op dezelfde wijze de CO2-emissies van conventionele door een verbrandingsmotor aangedreven lichte bedrijfsvoertuigen als die van personenauto’s met dezelfde soort aandrijflijn kan beperken.

  8. Wat betreft NOVC-HEV’s van de categorieën M1 en N1 waarvoor overeenkomstig bijlage 8, punt 5.3.2, bij VN/ECE-Reglement nr. 101(8) de ongecorrigeerde gemeten waarden voor brandstofverbruik en CO2-emissie mogen worden gebruikt, is het passend deze voor de toepassing van dit besluit als gelijkwaardig te beschouwen aan conventionele door een verbrandingsmotor aangedreven voertuigen van de categorieën M1 en N1.

  9. De aanvragers hebben aangetoond dat de in Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/785 beschreven testmethode voor het testen van de CO2-besparingen als gevolg van het gebruik van de efficiënte generatorfunctie in motor-generatoren van 12 V in conventionele door een verbrandingsmotor aangedreven personenauto’s, geschikt is voor het bepalen van dergelijke besparingen als gevolg van het gebruik van de technologie in lichte bedrijfsvoertuigen en in bepaalde NOVC-HEV’s van de categorieën M1 en N1.

  10. De aanvragers hebben verzocht om, gezien het steeds grotere aandeel personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen dat op vloeibaar petroleumgas (lpg), gecomprimeerd aardgas (cng) of E85 kan rijden, het toepassingsgebied van dit besluit uit te breiden om het gebruik in dergelijke voertuigen te omvatten, en een aantal factoren in de testmethode dienovereenkomstig aan te passen.

  11. Gezien de beperkte beschikbaarheid van E85 op de markt van de Unie als geheel is het echter niet passend deze brandstof voor de testmethode te onderscheiden van benzine.

  12. Wat de toevoeging van een inloopprocedure voor de motor-generator aan de testmethode betreft, bevat de aanvraag onvoldoende nauwkeurige informatie over de wijze waarop dergelijke inloopprocedures moeten worden uitgevoerd en het inloopeffect in aanmerking moet worden genomen. In de in Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/785 uiteengezette testmethode is bovendien al vastgelegd dat dergelijke effecten in voorkomend geval in aanmerking kunnen worden genomen door de eis dat het rendement van de generatorfunctie van de motor-generator minstens vijf keer moet worden gemeten. Aangezien het rendement van de generatorfunctie van de motor-generator wordt bepaald op basis van het gemiddelde van de meetresultaten, kunnen de inloopeffecten, zowel positieve als negatieve, op passende wijze in aanmerking worden genomen bij de definitieve vaststelling van het rendement, zo nodig door het aantal metingen te verhogen. Tegen die achtergrond is het niet passend de testmethode aan te vullen met een aanvullende specifieke inloopprocedure zoals de procedure die in de aanvragen is voorgesteld.

  13. Gezien bovenstaande overwegingen moet de testmethode van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/785, zij het met de toevoeging van een aantal brandstofspecifieke factoren, ook als passend worden beschouwd voor het bepalen van de CO2-besparingen als gevolg van de innoverende technologie waar deze wordt gemonteerd in voertuigen van categorie N1 die door een verbrandingsmotor worden aangedreven, in NOVC-HEV’s van de categorieën M1 en N1 en in voertuigen van de categorieën M1 en N1 die op bepaalde alternatieve brandstoffen kunnen rijden.

  14. De fabrikanten moeten de mogelijkheid krijgen om bij een typegoedkeuringsinstantie een aanvraag in te dienen voor de certificering van CO2-besparingen als gevolg van het gebruik van de innoverende technologie voor zover aan de in dit besluit vastgestelde voorwaarden is voldaan. De fabrikanten moeten daarom ervoor zorgen dat de aanvraag voor certificering vergezeld gaat van een verificatierapport van een onafhankelijke en gecertificeerde instantie waarin wordt bevestigd dat de innoverende technologie voldoet aan de voorwaarden van dit besluit en dat de besparingen overeenkomstig de in dit besluit uiteengezette testmethode zijn bepaald.

  15. Met het oog op een bredere toepassing van de innoverende technologie in nieuwe voertuigen moet een fabrikant ook de mogelijkheid krijgen om één enkele aanvraag in te dienen voor de certificering van de CO2-besparingen van in meerdere motor-generatoren van 12 V gebruikte efficiënte generatorfuncties. Het is echter passend te waarborgen dat, wanneer van deze mogelijkheid wordt gebruikgemaakt, een mechanisme wordt toegepast waarmee alleen de toepassing van de efficiëntste motor-generatoren wordt gestimuleerd.

  16. De typegoedkeuringsinstantie moet nauwkeurig nagaan of aan de in dit besluit vastgestelde voorwaarden voor het certificeren van de CO2-besparingen als gevolg van het gebruik van een innoverende technologie is voldaan. De typegoedkeuringsinstantie die een certificering verleent, moet ervoor zorgen dat alle elementen die zij voor de certificering in aanmerking heeft genomen, in een testrapport zijn geregistreerd en dat dit testrapport samen met het verificatierapport wordt bewaard en dat deze informatie op verzoek aan de Commissie ter beschikking wordt gesteld.

  17. Om de algemene eco-innovatiecode vast te stellen die overeenkomstig de bijlagen I, VIII en IX bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad(9) in de desbetreffende typegoedkeuringsdocumenten moet worden vermeld, moet aan de innoverende technologie een individuele code worden toegekend.

  18. Vanaf 2021 moet worden nagegaan of de fabrikanten hun specifieke CO2-emissiedoelstellingen behalen op basis van de overeenkomstig de wereldwijd geharmoniseerde testprocedure voor lichte voertuigen (WLTP), zoals vastgesteld bij Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie(10), bepaalde CO2-emissies. De CO2-besparingen als gevolg van de innoverende technologie die overeenkomstig dit besluit zijn gecertificeerd, mogen daarom alleen voor het kalenderjaar 2020 in aanmerking worden genomen voor de berekening van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van de fabrikant,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1 Innoverende technologie

De in een motor-generator van 12 V gebruikte efficiënte generatorfunctie als bedoeld in Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/785 wordt goedgekeurd als innoverende technologie in de zin van artikel 11 van Verordening (EU) 2019/631, rekening houdend met het feit dat de in Verordening (EG) nr. 692/2008 beschreven standaardtestprocedure slechts gedeeltelijk erop van toepassing is, en mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  1. de innoverende technologie wordt gemonteerd in lichte bedrijfsvoertuigen (N1) met een verbrandingsmotor op benzine, diesel, vloeibaar petroleumgas (lpg), gecomprimeerd aardgas (cng) of E85, of in niet-extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen (NOVC-HEV’s) van de categorie M1 of N1 die voldoen aan bijlage 8, punt 5.3.2, punt 3), bij Reglement nr. 101 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties;

  2. het overeenkomstig de in de bijlage beschreven methode bepaalde rendement van de generatorfunctie bedraagt ten minste:

    1. 73,8 % voor andere benzine- of E85-voertuigen dan die met turbomotor,

    2. 73,4 % voor benzine- of E85-voertuigen met turbomotor,

    3. 74,2 % voor dieselvoertuigen,

    4. 74,6 % voor andere lpg-voertuigen dan die met turbomotor,

    5. 74,1 % voor lpg-voertuigen met turbomotor,

    6. 76,3 % voor andere cng-voertuigen dan die met turbomotor,

    7. 75,7 % voor cng-voertuigen met turbomotor.

Artikel 2 Basistechnologie

De basistechnologie is een alternator met een massa van maximaal 7 kg en een rendement van 67 %.

Artikel 3 Aanvraag voor certificering van CO2-besparingen

 Aanvraag voor certificering van CO2-besparingen
1.

Een fabrikant kan op grond van dit besluit bij een typegoedkeuringsinstantie een aanvraag indienen tot certificering van de CO2-besparingen als gevolg van het gebruik van de overeenkomstig artikel 1 goedgekeurde technologie (“de innoverende technologie”) in een of meer motor-generatoren van 12 V.

2.

De fabrikant zorgt ervoor dat de aanvraag tot certificering vergezeld gaat van een verificatierapport van een onafhankelijke en gecertificeerde instantie waarin wordt bevestigd dat aan de voorwaarden van artikel 1 is voldaan.

3.

Indien besparingen overeenkomstig artikel 3 zijn gecertificeerd, zorgt de fabrikant ervoor dat de gecertificeerde CO2-besparingen en de in artikel 5, lid 1, bedoelde eco-innovatiecode worden opgenomen in de conformiteitscertificaten van de desbetreffende voertuigen.

Artikel 4 Certificering van CO2-besparingen

 Certificering van CO2-besparingen
1.

De typegoedkeuringsinstantie zorgt ervoor dat de CO2-besparingen als gevolg van het gebruik van de innoverende technologie volgens de in de bijlage beschreven methode worden bepaald.

2.

Wanneer een fabrikant met betrekking tot één voertuigversie certificering aanvraagt van de CO2-besparingen als gevolg van het gebruik van de innoverende technologie in meer dan één motor-generator van 12 V, bepaalt de typegoedkeuringsinstantie welke van de geteste motor-generatoren van 12 V de laagste CO2-besparingen oplevert. Deze waarde wordt gebruikt voor de toepassing van lid 4.

3.

Indien de innoverende technologie in een bifuelvoertuig of flexfuelvoertuig wordt gemonteerd, registreert de goedkeuringsinstantie de CO2-besparingen als volgt:

  1. voor bifuelvoertuigen op benzine en gasvormige brandstoffen worden de CO2-besparingswaarden voor lpg of cng geregistreerd;

  2. voor flexfuelvoertuigen op benzine en E85 worden de CO2-besparingswaarden voor benzine geregistreerd.

4.

De typegoedkeuringsinstantie registreert de gecertificeerde CO2-besparingen die zijn bepaald overeenkomstig de leden 1 en 2, alsook de in artikel 5, lid 1, bedoelde eco-innovatiecode in de desbetreffende typegoedkeuringsdocumentatie.

5.

De typegoedkeuringsinstantie registreert alle elementen die zij voor de certificering in aanmerking heeft genomen, in een testrapport en bewaart dit testrapport samen met het in het in artikel 3, lid 2, bedoelde verificatierapport, en stelt deze informatie op verzoek aan de Commissie ter beschikking.

6.

De typegoedkeuringsinstantie certificeert alleen CO2-besparingen als zij van oordeel is dat de innoverende technologie voldoet aan de in artikel 1 vastgestelde voorwaarden en als de bereikte CO2-besparingen minstens 1 g CO2/km bedragen, zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 voor personenauto’s, of zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 427/2014 voor lichte bedrijfsvoertuigen.

Artikel 5 Eco-innovatiecode

Artikel 6 Inwerkingtreding

BIJLAGEMETHODE VOOR HET BEPALEN VAN DE CO2-BESPARINGEN VAN DE EFFICIËNTE GENERATORFUNCTIE VAN MOTOR-GENERATOREN VAN 12 V VOOR GEBRUIK IN BEPAALDE PERSONENAUTO’S EN LICHTE BEDRIJFSVOERTUIGEN