Voor 2021 bedraagt de in artikel 9 van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde hoeveelheid emissierechten voor de hele Unie 1 571 583 007.
Besluit (EU) 2020/1722 van de Commissie van 16 november 2020 betreffende de hoeveelheid emissierechten voor de hele Unie die in het kader van het EU-emissiehandelssysteem voor 2021 moet worden verleend (Kennisgeving geschied onder nummer C(2020) 7704) (Voor de EER relevante tekst)
Besluit (EU) 2020/1722 van de Commissie van 16 november 2020 betreffende de hoeveelheid emissierechten voor de hele Unie die in het kader van het EU-emissiehandelssysteem voor 2021 moet worden verleend (Kennisgeving geschied onder nummer C(2020) 7704) (Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad(1), en met name artikel 9 en artikel 9 bis,
Overwegende hetgeen volgt:
Bij Besluit 2010/634/EU van de Commissie(2) is de hoeveelheid emissierechten vastgesteld die voor 2013 voor de hele Unie voor veiling of kosteloze toewijzing moet worden verleend, overeenkomstig artikel 9 en artikel 9 bis, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG. Om rekening te houden met de toetreding van Kroatië tot de Unie, de uitbreiding van het EU-emissiehandelssysteem (EU-ETS) tot de EER-EVA-staten en aanvullende informatie en nauwkeurigere gegevens die beschikbaar zijn gekomen, is Besluit 2010/634/EU bij Besluit 2013/448/EU van de Commissie(3) dienovereenkomstig gewijzigd waarbij voor 2013 de hoeveelheid emissierechten voor de hele Unie op 2 084 301 856 is vastgesteld. Dit bedrag moest jaarlijks worden verlaagd met een lineaire verminderingsfactor van 1,74 % om de totale hoeveelheid emissierechten te bepalen die in de kalenderjaren na 2013 moet worden verleend.
Richtlijn 2003/87/EG is gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/410 van het Europees Parlement en de Raad(4) om de lineaire verminderingsfactor met ingang van 2021 te verhogen tot 2,2 %, wat neerkomt op een vermindering van de jaarlijks in de Unie te verlenen emissierechten met 43 003 515. De in dit besluit vastgestelde hoeveelheid emissierechten voor de hele Unie voor 2021 is met deze hoeveelheid verminderd.
Op 1 februari 2020 is het akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie(5) (“het terugtrekkingsakkoord”) in werking getreden. Overeenkomstig artikel 127 van het terugtrekkingsakkoord is Richtlijn 2003/87/EG tot en met 31 december 2020 (de datum waarop de in artikel 126 van het terugtrekkingsakkoord vastgestelde overgangsperiode afloopt) van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk. Bovendien is vanaf het einde van de overgangsperiode het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland bij het terugtrekkingsakkoord van toepassing. Overeenkomstig artikel 9 van en bijlage 4 bij het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland blijft Richtlijn 2003/87/EG van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot de opwekking van elektriciteit in Noord-Ierland. Bijgevolg blijven de emissies uit elektriciteitsopwekking in Noord-Ierland na het einde van de overgangsperiode onder de ETS-richtlijn vallen.
De hoeveelheid emissierechten voor de hele Unie voor 2021 moet daarom worden berekend op basis van de gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid emissierechten die de huidige lidstaten overeenkomstig hun respectieve nationale toewijzingsplannen in de jaren 2008 tot en met 2012 hebben verleend(6), en de gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid emissierechten voor de periode van 2008 tot en met 2012 die is toegewezen in verband met Noord-Ierse installaties die elektriciteit opwekken. Aangezien een betrokken installatie in Noord-Ierland tijdens de referentieperiode zowel elektriciteit als warmte heeft geproduceerd, is de gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid emissierechten die wordt toegewezen in verband met de opwekking van elektriciteit door deze installatie bepaald door de hoeveelheid emissies in verband met warmteproductie in mindering te brengen, waarbij de warmtebenchmark wordt gebruikt om het aantal kosteloos toegewezen emissierechten te bepalen.
Voorts moet, overeenkomstig artikel 9 bis van Richtlijn 2003/87/EG, en met name de leden 1 en 4 daarvan, bij de vaststelling van de hoeveelheid emissierechten voor de hele Unie voor 2021 rekening worden gehouden met de meest recente wetenschappelijke gegevens over het aardopwarmingsvermogen van broeikasgassen en met de uitsluiting uit het EU-ETS van kleine installaties door Kroatië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Slovenië, Spanje, Portugal en IJsland overeenkomstig artikel 27 van Richtlijn 2003/87/EG.
Op basis van het voorgaande moet voor 2021 de in artikel 9 van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde hoeveelheid emissierechten voor de hele Unie 1 571 583 007 bedragen,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 16 november 2020.
Voor de Commissie
Frans Timmermans
Uitvoerend vicevoorzitter